Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201032432 nr. 5

32 432 Onderzoek DSB Bank

Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 augustus 2010

Naar aanleiding van het rapport van de commissie Scheltema heb ik een aantal maatregelen aangekondigd gericht op het versterken van de governance en de cultuur van DNB. Tijdens het debat hierover heb ik u toegezegd u half augustus nader te informeren over de stand van zaken en u het plan van aanpak gericht op cultuurverandering binnen DNB te doen toekomen. Het plan van aanpak van DNB en mijn voorstellen ten aanzien van de governance van DNBtreft u hierbij aan.1

Zoals ook al geconstateerd in de brief van 29 juni is (kamerstuk 32 432, nr.1) het wenselijk dat een cultuurverandering – waaronder ook een verandering van organisatie, werkwijze en governance – binnen DNB als toezichthouder op de financiële instellingen plaatsvindt. Een dergelijke verandering vereist duidelijke maatregelen, in eerste instantie te treffen door DNB zelf. Daarom is het ook belangrijk dat DNB laat zien een en ander overtuigend op te pakken met een stevig plan van aanpak. Het is echter te makkelijk om alleen naar DNB te kijken. Er zijn namelijk ook factoren die direct invloed hebben op het functioneren van DNB maar die buiten de directe invloedssfeer van DNB liggen. Ik doel dan met name op randvoorwaarden ten aanzien van de governance van DNB. Zoals DNB zelf ook aangeeft in het plan van aanpak is een versterking van de governance wenselijk. Ik zal hier dan ook nader ingaan op de governance zodat in samenhang een oordeel kan worden geveld over het pakket aan maatregelen.

Plan van aanpak cultuurverandering toezicht DNB

Het plan van aanpak (zie bijlage 1) bestaat uit een toetsingskader en een lijst van acties.

Voor het toetsingskader heeft DNB als benchmark een aantal algemene principes voor goed toezicht van het IMF gehanteerd. Dit zorgt ervoor dat niet alleen de lessen uit het rapport Scheltema worden meegenomen, maar in het algemeen wordt gekeken naar de effectiviteit van het toezicht.

Op basis van dit toetsingskader concludeert DNB dat DNB relatief goed scoort op het punt van de inhoud, maar om het toezicht effectiever te doen zijn, zijn verbeteringen in de toezichtaanpak noodzakelijk. Het toezicht moet indringender, kritischer en vooral vasthoudender worden. Dat betekent concreet een kritischere houding van de toezichthouders, maar impliceert ook een doeltreffender optreden met handhavingsmaatregelen als onvoldoende naar de toezichthouder wordt geluisterd.

DNB pakt de knelpunten die uit bovenstaand toetsingskader naar voren komen aan door middel van een aantal initiatieven dat de noodzakelijke veranderingen, op alle niveaus in de organisatie, afdwingt en borgt. Deze acties liggen op het gebied van zowel werkwijze, mensen en aansturing als accountability en transparantie. Hieronder treft u de samenvatting van het actieplan op hoofdlijnen aan. Voor de verdere toelichtingen daarop verwijs ik naar het plan van aanpak zelf.

Actie

Timing

Organisatie

 

Nieuwe afdeling interventie

1/1/2011

Nieuwe afdeling risicomanagement toezichtprocessen

1/1/2011

Expertisecentrum gedrag en cultuur

1/1/2011

Nieuwe cross-sectorale toezichtdivisie

1/1/2011

  

Mensen

 

Aanpassing functieprofielen

2010 – 3e kw

Intensivering opleidingsprogramma

2010 – 3e kw

Aanscherping roulatiebeleid medewerkers

begonnen

Project «Vanaf Nu»

begonnen

Aanpassing werving en selectie

begonnen

  

Accountability en transparantie

 

IMF FSAP

2010 – 4e kw

Algemene Rekenkamer periodieke analyse

2010/2011

Nieuw mandaat Raad van Commissarissen

2011/2012

Peer reviews door Europese toezichthouders

2010/2011

  

Nieuwe focus in toezicht

 

Instellingsoverschrijdend

begonnen

Financieel risico afdelingen

1/1/2011

Macroprudentiële oriëntatie

begonnen

Bedrijfsmodellen en strategie

begonnen

Governance

In de Aanbiedingsbrief bij het rapport van de commissie-Scheltema heb ik aangekondigd na te gaan hoe het interne toezicht binnen DNB zélf kan worden versterkt. Zoals al geconstateerd toont DNB zich in het plan van aanpak daar zelf ook voorstander van. DNB zal hiertoe de functieprofielen voor het management toetsen en, waar nodig, aanpassen. Ook zal het functioneren van het topmanagement, inclusief de directie, kritisch worden bezien. In aanvulling op de interne toetsing door de Raad van Commissarissen (RvC) zal de directie zich daarnaast periodiek met externe bijstand laten toetsen op haar gezamenlijke functioneren.

Het feit dat DNB als toezichthouder «op afstand is geplaatst» maakt het noodzakelijk dat er voldoende waarborgen zijn dat de interne governance van DNB goed functioneert, voldoet aan de actuele (maatschappelijke) normen en dat het wettelijk kader ter zake passend is vormgegeven. Om dit te bewerkstelligen zal ik een wijziging van de Bankwet 1998 en de Wet op het financieel toezicht (Wft) voorbereiden.

Zoals aangekondigd in de Aanbiedingsbrief bij het rapport van de commissie-Scheltema stel ik voor de taak van de RvC van DNB te verbreden waardoor de RvC meer dan nu het geval is, de mogelijkheid krijgt om zijn belangrijke rol als interne toezichthouder ten volle te benutten. De wettelijke taak zal met deze verbreding niet alleen het toezicht op de bedrijfs- en beheersmatige aspecten van het opereren van DNB omvatten maar ook (de waarborgen voor de) beleidsmatige aspecten, zoals de uitvoering van het toezicht in algemene zin en de borging van de kwaliteit en effectiviteit van dat beleid. De Raad van Commissarissen zal zijn eigen procedures en werkwijze daarop uiteraard moeten aanpassen.

Naast de taakverbreding zal ik met het oog op een slagvaardige en deskundige inzet van de RvC wetswijzigingen voorbereiden inzake de omvang en samenstelling van de RvC. Ik ben voornemens de omvang van de RvC enigermate te beperken (deze is nu maximaal 12 leden), overigens rekening houdend met de voorgenomen uitbreiding van de taken en verantwoordelijkheden van de Raad. Ook stel ik in dat verband voor om de (functie)profielen voor nieuwe leden van de RvC in een regelgevend kader te verankeren en aan commissarissen te stellen deskundigheids- en betrouwbaarheidseisen, zoals voor banken in het algemeen, te expliciteren.

Na overleg met de RvC zal ik uw Kamer een wetswijziging voorstellen met betrekking tot de zittingsduur van de president en de overige directieleden van DNB. De zittingstermijnen wil ik in de toekomst niet als vanzelfsprekend verlengen door herbenoeming. Nu zijn alle directieleden, inclusief de president, onbeperkt herbenoembaar voor termijnen van telkens zeven jaar. Ik meen dat bij herbenoeming een betekenisvolle herbeoordeling dient plaats te vinden. Bovendien wil ik de mogelijkheid tot herbenoeming van zeven jaar beperken tot één keer. Ik ben tenslotte van mening dat de directieleden die belast zijn met de verantwoordelijkheid voor toezicht op financiële instellingen in geval van herbenoeming sowieso van portefeuille dienen te wisselen.

Ook wil ik komen tot wijziging van de procedure van voorbereiding van aanbevelingen tot benoeming van directieleden. Waar nu sprake is van gezamenlijke voorbereiding daarvan door directie en Raad van Commissarissen, wil ik hier voorzien in een aanbevelingsrecht van de Raad van Commissarissen zelf, gehoord de directie van DNB. Dit acht ik een wenselijke versterking van de governance van de Bank. De benoemingen zelf blijven natuurlijk aan de Kroon.

Tot slot zal ik met de minister van Justitie diverse opties voor een beperking van de aansprakelijkheid van de financiële toezichthouders bespreken. Ik acht een beperking van aansprakelijkheid wenselijk omdat dit kan bijdragen aan meer openlijk kritisch toezicht.

Uiteraard wordt uw Kamer over bovenstaande bij de indiening van de wetswijziging(en) uitvoeriger geïnformeerd. Bovendien verwacht ik u vervroegd de visie toezicht op toezicht te kunnen sturen waar deze onderwerpen op hoofdlijnen deel van uitmaken. Ik zal naar verwachting medio september deze aan uw Kamer kunnen toezenden.

Afsluitend

Mede naar aanleiding van het rapport van de commissie Scheltema hebben DNB en ik kritisch gekeken naar het functioneren van het toezicht. Beiden hebben we geconstateerd dat het beter kan en moet, met name daar waar het gaat om het «doorbijten» van de toezichthouder. Daarbij constateer ik dat DNB voortvarend een ambitieus plan van aanpak heeft opgesteld dat op zo kort mogelijke termijn zal worden geïmplementeerd. Daarenboven zal de governance van de toezichthouder worden versterkt.

De kracht van het pakket aan maatregelen is dat het niet op één paard wedt maar een scala aan maatregelen inzet waarbij bovendien de afrekenbaarheid een zware rol heeft gekregen. Dat betreft het toezicht zelf door de checks and balances binnen de toezichthouder te versterken gericht op de handhaving, de periodieke beoordeling van het management, de maatregelen ten aanzien van de governance en de visitaties. Maar het betreft ook het plan van aanpak, doordat onafhankelijke experts toezien op de implementatie, over die implementatie periodiek aan mij wordt gerapporteerd en ik uiteraard uw Kamer daarover zal informeren. De wijze waarop de cultuur- en organisatieverandering nu wordt aangepakt is precies wat ik van een moderne toezichthouder verwacht: proactief, doortastend en afrekenbaar. Daarmee kan het plan van aanpak leiden tot de gewenste verbeteringen in het toezicht.

De minister van Financiën,

J. C. de Jager


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.