Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201432404 nr. 75

32 404 Programma hoogfrequent spoorvervoer

Nr. 75 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 juni 2014

Met deze brief informeer ik u, conform de toezegging uit in mijn brief van

17 december 2013 (Kamerstuk 32 404, nr. 71), over mijn plan van aanpak voor het verder versterken van «Park + Ride» (P+R) faciliteiten. In dit plan van aanpak komen de ervaringen die zijn opgedaan in het programma Beter Benutten, de initiatiefgroep Samen op Reis en het Actieplan Groei op het Spoor samen. In deze brief ga ik ook in op hoe ik, in samenwerking met andere partijen, invulling geef aan de motie Dik-Faber/Elias (Kamerstuk 33 400 XII, nr. 34), inzake het verder versterken van P+R faciliteiten binnen de bestaande financiering.

Sinds het indienen van de motie is er al veel bereikt om P+R als een aantrekkelijke voorziening te kunnen blijven aanbieden aan reizigers. Ook staan er verschillende nieuwe ontwikkelingen voor de deur om dit ook in de toekomst mogelijk te maken. Op beide kom ik in deze brief terug.

P+R is een belangrijk onderdeel van de vervoersketen. Het biedt flexibiliteit voor reizigers om van A naar B te komen. Naast P+R faciliteiten vind ik het belangrijk dat ook initiatieven zoals de OV-Fiets, zonetaxi’s, fietsvoorzieningen en deelauto’s verder worden ontwikkeld en versterkt. Dit sluit aan bij de doelstellingen die ik u in de Lange Termijn Spooragenda heb gepresenteerd. De kern van mijn ambitie is een optimale reis van deur tot deur waarbij de klantwens centraal staat.

Uit cijfers van de Nederlandse Spoorwegen blijkt dat 8% van de reizigers met de auto naar het station reist. Uit onderzoek is bekend dat 25% tot 44% van deze reizigers de gehele reis met de auto hadden gemaakt, indien er geen of onvoldoende parkeergelegenheid bij het station aanwezig zou zijn. Op jaarbasis leidt dit tot ruim 500 miljoen bespaarde autokilometers. Om reizen met het OV aantrekkelijk te houden, is het dus belangrijk om de reiziger de keuzemogelijkheid te geven om op de door hem gewenste manier naar het station te reizen.

Ik zie een rol voor mijzelf in het kunnen blijven garanderen van deze keuzemogelijkheid voor de reiziger. Bij de uitvoering van de Maatregel P+R in het kader van Actieplan Groei op het Spoor vervulde mijn ministerie de afgelopen jaren vooral de rol van aanjager en cofinancier. Voor het vervolgtraject is er een grotere rol voor de regionale partijen als initiatiefnemers.

De rijksrol zal vooral gericht zijn op het faciliteren van de regionale partners door het aanreiken van kennis en instrumenten. In het vervolg van deze brief zal ik verder ingaan op deze rolverdeling. De stimulerende en ondersteunende rol van mijn ministerie uit zich, naast de medefinanciering voor de aanleg van P+R, op een drietal terreinen: (1) het vergaren en verspreiden van relevante kennis, (2) het verbeteren van de vindbaarheid van P+R locaties en (3) het stimuleren van de totstandkoming van informatiediensten ten behoeve van de reiziger.

Ik ga in deze brief eerst in op de bereikte resultaten binnen het Actieplan Groei op het Spoor en Beter Benutten en kom ga daarna in op het vervolgtraject en de hierboven genoemde drie terreinen.

Bereikte resultaten

Aanleg van P+R: Actieplan Groei op het Spoor

In mijn brief van 17 december heb ik uw Kamer geïnformeerd over de (aanstaande) realisatie van P+R plaatsen bij treinstations, mede dankzij de financiering uit dit Actieplan Groei op het Spoor. In 2008 is de maatregel P+R in het Actieplan gestart. De maatregel is succesvol geweest; er zijn ca. 12.000 P+R plaatsen gerealiseerd of in voorbereiding. Provincies, regio’s en gemeenten hebben nog tot het einde van 2014 de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen voor het resterende budget.

Aanleg van P+R: Beter Benutten

Naast financiering via het Actieplan, is ook een aantal P+R locaties mogelijk gemaakt door middelen vanuit het programma Beter Benutten. Dit programma heeft recent een vervolg gekregen tot 2017. Het programma Beter Benutten wordt vervolgd in twaalf regio’s met de meeste spitsdrukte. Dit zijn dezelfde regio’s als in het lopende programma. Voor het vervolg van Beter Benutten is landelijk de volgende ambitie afgesproken: in de periode 2015 tot en met 2017 tenminste 10% vermindering van de reistijd van deur tot deur op de belangrijkste knelpunten in de spits op de weg. In de komende periode stelt mijn ministerie gezamenlijk met de betrokken partijen per regio concrete maatregelenpakketten vast met als doel deze ambitie te bereiken. Regio’s kunnen daarin bijvoorbeeld maatregelen opnemen die reizigers stimuleren van P+R gebruik te maken of het kwaliteitsniveau van een P+R locatie te verbeteren.

Vanuit het Actieplan zijn uitsluitend P+R locaties gefinancierd die gelegen zijn bij treinstations en die een bijdrage leveren aan reizigersgroei in het OV. De locaties die een bijdrage van het programma Beter Benutten hebben gekregen zijn divers: ook locaties met een aansluiting op bus, tram of metro komen hiervoor in aanmerking. Mocht er budget overblijven uit de maatregel P+R in het Actieplan bij de beëindiging van de maatregel aan het einde van dit jaar, dan zal dit – geoormerkt voor de verbetering van P+R locaties – worden toegevoegd aan het budget van Beter Benutten.

Vervolgtraject: ontwikkelingen naar de toekomst

(1) Vergaren en verspreiden van kennis

In samenwerking tussen het Kennisplatform Verkeer en Vervoer (KpVV) en het Programma Beter Benutten is een drietal workshops georganiseerd. Hierin is samen met vertegenwoordigers van decentrale overheden een systematiek ontwikkeld om te analyseren welke bijdrage P+R locaties kunnen leveren aan het oplossen van de bereikbaarheidsproblematiek in de regio’s Maastricht, Rotterdam en Utrecht. De opgedane kennis en ervaringen worden ter beschikking gesteld aan andere regio’s. Daarnaast heeft het KpVV op mijn verzoek een brochure samengesteld met informatie over een aantal succesvolle P+R maatregelen.

Ook heeft mijn ministerie een aantal nieuwe tools in ontwikkeling. Om de effectiviteit van voorgestelde maatregelen te meten, is recent in het kader van het programma Beter Benutten een mobiliteitsscan ontwikkeld en aan de regio’s ter beschikking gesteld. Regio’s kunnen hiermee het effect van maatregelen op onder andere de bereikbaarheid, leefbaarheid en het gebruik van het OV meten. Daarbinnen is recent een aparte module voor P+R maatregelen ontworpen, evenals een algemene module voor parkeermaatregelen.

(2) Verbeteren van de Vindbaarheid van P+R

Om de verschillende P+R locaties bij treinstations optimaal te benutten, is het belangrijk dat deze vindbaar en bereikbaar zijn. In dat kader is samen met NS en ANWB vanuit het Actieplan Groei op het Spoor een aantal projecten gestart om dit te verbeteren. Deze zullen nog dit jaar worden afgerond. Om de overstap van auto naar spoor gemakkelijk te laten verlopen is het belangrijk dat de P+R-informatie die wordt verstrekt aan de reiziger zoveel mogelijk up-to-date, eenduidig en consistent is. Door verbetering van de kwaliteit van P+R-informatie en de ontsluiting naar de reiziger worden de P+R-locaties beter vindbaar en bereikbaar voor de reiziger.

De projecten om de informatievoorziening te verbeteren, zijn zowel gericht op de voor- als de achterkant van de informatievoorziening. Aan de achterkant is een kwaliteitsslag gemaakt door middel van een geüpdate centrale database (in beheer van ANWB). Door gebruik te maken van deze database kunnen de betrokken partijen consistente en eenduidige informatie delen met de reiziger. Om de verbeterde informatie vervolgens op een overzichtelijke manier voor reizigers toegankelijk te maken is eveneens een impuls gegeven aan de voorkant. De aanbieders van reisinformatie hebben daarvoor verbeteringen aangebracht aan hun huidige informatiekanalen zoals websites en mobiele applicaties:

  • ANWB: informatie over de P+R-locaties wordt ontsloten via de website en een mobiele applicatie. Ook kunnen reizigers via de routeplanner op de website een vergelijking maken tussen auto, openbaar vervoer en een combinatie ervan. Zo kan de reiziger bijvoorbeeld naar de dichtstbijzijnde en meest efficiënte P+R-locatie worden geleid om de reis via het spoor voort te zetten naar de eindbestemming. De verbetering van de P+R-website van ANWB heeft geleid tot een flinke stijging van het aantal bezoekers. De bezoekcijfers zijn ongeveer verdrievoudigd ten opzichte van de oude site.

  • NS: informatie over P+R-locaties is toegevoegd en verbeterd in het reisadvies op NS.nl en in de reisplanner Xtra mobiele applicatie. NS heeft samengewerkt met ANWB en Q-Park aan het toevoegen en verbeteren van P+R-informatie in de database. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de geüpdate database van ANWB en informatie die Q-Park als exploitant van een groot aantal P+R-terreinen bij stations beschikbaar heeft.

Over de ontsluiting van data voor de overige reisplanners kom ik terug in het vervolg van deze brief, als ik verder inga op de totstandkoming van nieuwe informatiediensten.

Naast deze projecten voor het verbeteren van de online informatievoorziening over P+R-locaties worden ook twee regionale pilot projecten uitgevoerd. Met deze pilots wordt de vindbaarheid en bekendheid van een aantal P+R-locaties in de provincie Limburg en de gemeente Almelo verbeterd. In de pilots wordt onderzocht hoe de vindbaarheid en bekendheid van de terreinen kan worden verbeterd door (dynamische)bewegwijzering en marketing en communicatie. Indien de gekozen aanpak een succes blijkt, kan dit ook bij andere P+R-locaties worden toegepast. Hierover zal gecommuniceerd worden richting belanghebbenden en belangstellenden. De pilots worden geëvalueerd zodat hieruit lessen voor de toekomst kunnen worden getrokken.

(3) Nieuwe ontwikkelingen: het stimuleren van de totstandkoming van informatiediensten

Voor een optimaal gemak voor de reiziger bij het gebruik van P+R is het wenselijk dat er diverse aanvullende diensten ter beschikking staan en komen, zodat het gebruik van P+R gemakkelijker en aantrekkelijker wordt. Het gaat hier in het bijzonder om:

  • Nieuwe multimodale reisplanners voor het OV

    Mijn ministerie heeft de markt geprikkeld om te komen met plannerfunctionaliteiten die door andere marktpartijen worden gebruikt om OV-reisinformatiediensten aan de reiziger aan te bieden. Met behulp van een prijsvraag zijn vijf marktpartijen gestimuleerd om op de markt te komen met informatiediensten die gebruik maken van «realtime» gegevens over OV en overstapgegevens. Deze gegevens werken ook voor een automobilist drempelverlagend om gebruik te gaan maken van P+R. Momenteel werken marktpartijen aan reisplanners die, naast de verschillende vormen van OV, ook andere modaliteiten zoals auto en fiets omvatten. Te zijner tijd zal worden bezien of er ten behoeve van de daadwerkelijke marktintroductie van deze diensten nog een rol van de rijksoverheid noodzakelijk is.

  • Ontsluiting van statische en dynamische parkeerdata ten aanzien van de beschikbare capaciteit op parkeerplaatsen, waaronder P+R locaties

    Met het vrijgeven van parkeerdata kan betere informatie over beschikbare parkeerplaatsen, inclusief P+R-plaatsen, worden gegeven aan de weggebruiker. De statische data zijn inmiddels voor een aanzienlijk deel beschikbaar. Het is belangrijk dat de reiziger over zo actueel mogelijke informatie beschikt. Daarom wordt samen met publieke en private parkeerexploitanten in de komende periode gewerkt aan het vrijgeven van «realtime» data. Daarbij wordt begonnen met parkeerplaatsen die zich op een terrein achter een slagboom bevinden. In een volgende fase wordt gekeken naar de mogelijkheden om ook data te verzamelen over andere parkeerplaatsen.

    De rol van het Rijk in deze is onder meer om de samenwerking tussen de verschillende partijen te stimuleren die ervoor moeten zorgen dat betrouwbare data op een gestandaardiseerde wijze worden aangeleverd, zodat andere marktpartijen deze daarna kunnen verwerken in de diensten die zij aan de reiziger aanbieden. Mogelijke toekomstige ontwikkelingen zijn dat:

    • binnen die informatiediensten tevens reserverings- en betaaldiensten beschikbaar komen;

    • voor de OV reizigers ook actuele bezettingsgraden en zitplaatskansen inzichtelijk worden gemaakt.

Ook hiervoor geldt dat te zijner tijd zal worden bezien of er ten behoeve van de daadwerkelijke marktintroductie van deze diensten nog een rol van de rijksoverheid noodzakelijk is.

P+R in het netwerk / P+R-plus

Met de talrijke maatregelen die inmiddels zijn getroffen en de komende periode nog getroffen zullen worden binnen het Actieplan Spoor en het programma Beter Benutten is naar verwachting grotendeels voldaan aan de behoefte die in de diverse regio’s bestond aan capaciteitsuitbreiding. Voor de langere termijn zal gekeken moeten worden naar een meer fundamentele kwaliteitsverbetering die het gebruik van P+R verder bevordert. Deze gedachte ligt tevens ten grondslag aan het rapport van de ANWB inzake het P+R-plus concept, waar in voornoemde motie Dik-Faber/Elias aan wordt gerefereerd.

Het P+R-plus concept gaat uit van verbindingen per OV in meerdere richtingen, waar traditioneel P+R in het algemeen gericht is op één specifiek bestemmingsgebied. Er zijn momenteel al veel P+R locaties te noemen die een verbinding in meerdere richtingen hebben. Zo wordt bijvoorbeeld P+R Rotterdam Alexander gebruikt voor zowel reizigers richting Rotterdam Centraal als in de richting van Utrecht Centraal. P+R terreinen als Zaltbommel en Geldermalsen worden gebruikt door reizigers richting Utrecht en Den Bosch en Breukelen wordt gebruikt door reizigers richting Amsterdam en Utrecht. Daarnaast bieden stations in de basis veiligheid, frequentie en gemak bij het overstappunt, wat ook een onderdeel is van de P+R-plus visie. Ik zal op deze aspecten blijven inzetten bij het verbeteren van de deur tot deur reis.

In de Lange Termijn Spooragenda deel 2 is geconstateerd dat reizigers vragen om een openbaar vervoersysteem waarmee zij zich snel, frequent, rechtstreeks, comfortabel en punctueel kunnen verplaatsen, zowel in de spits als in de daluren. Alleen dan is het OV en het spoor voor hen een aantrekkelijke vervoersoptie. Kern van de ambitie is een optimale reis «van deur tot deur». Het waarmaken van deze ambitie vereist intensieve samenwerking en betrokkenheid van veel partijen. Hiervoor is het belangrijk dat het OV en spoorsysteem met ketenfaciliteiten, zoals bijvoorbeeld P+R, als een netwerk functioneert. De kwaliteitsverbetering van de reis van deur tot deur zal aan de orde komen als onderdeel van de uitvoering van de Lange Termijn Spoor Agenda die via de landelijke en regionale OV- en spoortafels gaat plaatsvinden. In dit kader worden ook analyses uitgevoerd naar:

  • de belangrijke OV-poorten ten behoeve van de bediening van de spitsreiziger in de Randstad;

  • de belangrijke knooppunten in de regio's waar het Hoofdrailnet en het regionale (spoor)vervoer elkaar raken en er veel overstappen plaatsvinden.

Op basis van deze analyses wordt in eerste instantie bekeken of dit consequenties heeft voor de bediening van deze knooppunten door de vervoerders en kan vervolgens aan de OV- en spoortafels besproken worden welke andere maatregelen in de keten moeten worden genomen om deze knooppunten goed te kunnen laten functioneren. De volgende OV- en Spoortafels vinden dit najaar plaats. P+R faciliteiten kunnen in dat kader, als onderdeel van de keten, ook aan de orde komen.

Ik ga ervan uit dat ik de motie Dik-Faber/Elias hiermee heb afgedaan.

Tot slot

P+R kan een belangrijk onderdeel zijn in het verwezenlijken van mijn ambitie voor een optimale reis van deur tot deur. Dit is sterk afhankelijk van de lokale omstandigheden. Daarom zie ik hierin een grote rol voor de decentrale overheden weggelegd. Daarbij blijft het Ministerie van IenM ondersteunen, zoals in het kader van het programma Beter Benutten.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld