Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 februari 2012
Inleiding
Meest recent heb ik u op 14 november jl. geïnformeerd over de maatregelen die ik neem
op het gebied van gezinsmigratie.1 Ik heb aangegeven dat de desbetreffende wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000
in 2012 in werking treedt.
De hoofdlijnen heb ik reeds in januari 2011 met uw Kamer gedeeld.2 Het betreft de realisatie van een aantal voornemens uit het regeer- en gedoogakkoord,
te weten beperking van gezinsmigratie tot het kerngezin, invoering van een wachttermijn
voor referenten en verlenging van de vereiste termijn voor voortgezet verblijf van
gezinsmigranten van 3 naar 5 jaar.
Hierbij informeer ik u nader over het ontwerpbesluit, dat past binnen de ruimte die
de facultatieve bepalingen uit de gezinsherenigingsrichtlijn bieden. De Afdeling advisering
van de Raad van State heeft inmiddels advies uitgebracht op het ontwerpbesluit.
Beperking van gezinsmigratie tot het kerngezin
Deze maatregel heeft tot gevolg dat alleen het kerngezin, zoals gedefinieerd in de
richtlijn gezinshereniging, in aanmerking komt voor toelating. «Kerngezin» is daarin
gedefinieerd als de echtgenoot en de minderjarige kinderen. Deze maatregel leidt er
enerzijds toe dat van buiten de EU afkomstige partners van Nederlanders of van toegelaten
derdelanders voortaan in het bezit moeten zijn van een huwelijksakte of een akte van
geregistreerd partnerschap om voor gezinshereniging in aanmerking te kunnen komen.
Anderzijds betekent de maatregel dat de regeling over verruimde gezinshereniging vervalt.
Meerderjarige kinderen komen derhalve in beginsel niet langer voor gezinshereniging
in aanmerking.
Met deze wijziging wordt beoogd terug te keren naar de oorspronkelijke uitgangspositie,
waarin gezinshereniging was beperkt tot het kerngezin, en daarbuiten tot die gevallen
waarin een positieve verplichting bestaat op grond van artikel 8 EVRM.
Omdat de duurzame, exclusieve relatie de toelatingsgrond is voor gezinshereniging
bij de echtgenoot of de geregistreerde partner, is het van belang om over de duurzaamheid
en exclusiviteit zo veel mogelijk zekerheid te verkrijgen.
Uitgangspunt moet daarom zijn dat degene die verzoekt om gezinshereniging met een
huwelijksakte of partnerschapsakte de vaste familieband aantoont. Partners van gelijk
geslacht of verschillende religie die aantoonbaar als gevolg van wettelijke beletselen
niet kunnen trouwen in het land van herkomst, kunnen hier tijdelijk verblijven voor
het aangaan van een huwelijk of geregistreerd partnerschap met een Nederlander of
met een toegelaten derdelander.3 De geldigheidsduur van de tijdelijke trouwvergunning zal zes maanden bedragen.
Invoering wachttermijn referent
Een referent met een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met een inburgeringsplichtig
verblijfsdoel, zal een gezinslid niet eerder kunnen laten overkomen dan nadat hij
ten minste een jaar rechtmatig in Nederland heeft verbleven. Deze wachttermijn zal
bevorderen dat gezinshereniging in voor integratie gunstige omstandigheden plaatsvindt.
De reeds in Nederland verblijvende referent wordt geacht medeverantwoordelijkheid
te nemen voor de integratie van zijn gezinsleden. Daarom is het wenselijk dat hij
al één jaar in Nederland heeft verbleven en voldoende is ingeburgerd op het moment
dat de gezinsleden naar Nederland komen.
Verlenging van de vereiste termijn voor voortgezet verblijf
Aan vreemdelingen die worden toegelaten in verband met een huwelijk met een Nederlander
of een toegelaten vreemdeling, wordt in eerste instantie een verblijfstitel voor gezinshereniging
verleend. Zij worden immers uitsluitend toegelaten op grond van de verbintenis met
de in Nederland wonende partner. Op dit moment komen zij na drie jaar in aanmerking
voor een zelfstandige verblijfsvergunning («voortgezet verblijf»). Deze termijn wordt
verlengd tot vijf jaar. Een termijn van vijf jaar past binnen de toegestane bandbreedte
uit de gezinsherenigingsrichtlijn en sluit aan bij andere in de vreemdelingenwetgeving
gehanteerde termijnen voor verblijf, zoals voor de verblijfsvergunning van onbepaalde
duur.
Door de periode waarin gezinsherenigers aan de voorwaarden moeten voldoen, te verlengen
van drie tot vijf jaar wordt enerzijds beoogd twee jaar langer een beroep op de bijstand
te voorkomen, doordat de voorwaarden voor gezinshereniging (waaronder de inkomenseis)
twee jaar langer gelden. Anderzijds wordt de aantrekkelijkheid verkleind van een schijnhuwelijk
als springplank naar een zelfstandige verblijfsstatus. Het huidige uitzonderingsbeleid
in geval van bijzondere omstandigheden, waaronder huiselijk geweld, blijft bestaan.4
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, G. B. M. Leers