32 043 Toekomst pensioenstelsel

BC VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 22 april 2022

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid1 hebben kennisgenomen van de brief d.d. 16 februari 2022 waarin de opdracht van de Commissie Parameters ter kennisneming naar de Kamer is gestuurd.2

Naar aanleiding hiervan is op 21 maart 2022 een aantal vragen gesteld aan de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen.

De Minister heeft op 22 april 2022 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Van der Bijl

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen

Den Haag, 21 maart 2022

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief d.d. 16 februari 2022 waarin u – conform toezegging van uw ambtsvoorganger – de opdracht van de Commissie Parameters ter kennisneming naar de Kamer heeft gestuurd.3 De leden van de CDA-fractie en de PvdA-fractie gezamenlijk, de leden van de FVD-fractie en het lid van de OSF hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen. De leden van de 50PLUS-fractie sluiten zich aan bij de vragen van de CDA en de PvdA en van de OSF en de leden van de GroenLinks-fractie en van de ChristenUnie-fractie sluiten zich aan bij de gezamenlijke vragen van de CDA-fractie en PvdA-fractie.

Vragen van de leden van de CDA-fractie en PvdA-fractie gezamenlijk:

Met belangstelling hebben de leden van de fracties van CDA en PvdA kennisgenomen van de benoeming van de nieuwe Commissie Parameters. In de opdracht aan deze Commissie lezen deze leden dat er mogelijk een nieuwe parameterset komt die consequenties kan hebben voor de afspraken die sociale partners vaak al gemaakt hebben over de meerjarige vaststelling van de premies. Kan, zo vragen deze leden, er vanuit gegaan worden dat wanneer er veranderingen zouden komen, de oude afspraken blijven gelden?

Ook zal de Commissie Parameters beoordelen of de uitbreiding met 10.000 scenario’s voor een specifiek gebruik bij communicatie aan de deelnemers wel extra zekerheid toevoegt aan de voorspellende waarde van het toekomstig pensioen, of dat dit juist de onzekerheid enorm vergroot en daarmee de keuzeopties nog moeilijker maakt. Wat overigens opvalt is dat in het persbericht gesproken wordt over twijfels van de pensioensector over de scenario-uitbreiding, terwijl toch in uw brief van 24 februari jl. in antwoord op vragen over de URM4 gemeld is dat de pensioen- en verzekeringssector betrokken was en geen bezwaar met de uitbreiding zou hebben. Kunt u dit verhelderen?

Vraag van de leden van de FVD-fractie:

Er is een partner van een commercieel organisatieadviesbureau benoemd tot voorzitter van de Commissie Parameters. Kunt u toelichten waarom u niet vreest voor een (schijn van) belangenverstrengeling, zo vragen de leden van de FVD-fractie. Welke maatregelen zijn getroffen om eventuele belangenverstrengeling te vermijden?

Vragen van het lid van de OSF:

De technische werkgroep met onafhankelijke experts is op verzoek van het Ministerie van SZW ingesteld dóór De Nederlandsche Bank om onderzoek te doen naar de economische en de risico-neutrale scenario’s. Hoewel deze technische werkgroep ook deskundigen uit bijvoorbeeld de academische wereld kent, is deze ingesteld dóór De Nederlandsche Bank en voorgezeten dóór dhr. Gelderman van De Nederlandsche Bank. Dit heeft De Nederlandsche Bank een grote verantwoordelijkheid gegeven, ook in aanloop naar het nog te verrichten werk van de Commissie Parameters. Het lid van de OSF heeft hierover de volgende vragen:

  • 1. Wat is de reden geweest om deze uitvraag direct bij De Nederlandsche Bank te leggen?

  • 2. Zijn er andere instanties die deze adviserende rol op zich hadden kunnen nemen?

  • 3. Is er navraag gedaan bij andere instanties of zij – al dan niet in combinatie met partners als De Nederlandsche Bank – een advies(voorstel) konden leveren over onderhavig vraagstuk?

  • 4. Indien De Nederlandsche Bank de enige instantie is die capabel is om een dergelijk advies te geven, kunt u dan aangeven of, en in hoeverre u dit wenselijk acht?

De leden van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid zien de beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangt deze graag binnen vier weken.

De voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.L. Vos

BRIEF VAN DE MINISTER VOOR ARMOEDEBELEID, PARTICIPATIE EN PENSIOENEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 april 2022

Hierbij zend ik u de antwoorden op de Kamervragen van de leden van de CDA-fractie en de PvdA-fractie gezamenlijk, de leden van de FVD-fractie en het lid van de OSF over de brief over de opdracht en de benoeming van de Commissie Parameters.

Met belangstelling hebben de leden van de fracties van CDA en PvdA kennisgenomen van de benoeming van de nieuwe Commissie Parameters. In de opdracht aan deze Commissie lezen deze leden dat er mogelijk een nieuwe parameterset komt die consequenties kan hebben voor de afspraken die sociale partners vaak al gemaakt hebben over de meerjarige vaststelling van de premies. Deze leden vragen of er vanuit kan worden gegaan dat wanneer er veranderingen zouden komen, de oude afspraken blijven gelden.

Sociale partners hebben afspraken gemaakt over de meerjarige vaststelling van de premies. Daarbij moest ex ante aan de eis van kostendekkendheid voor de gehele premievaste periode voldaan worden. De kostendekkendheid wordt vervolgens ieder jaar gecontroleerd. Bij deze toets kunnen de parameters zoals geadviseerd door de Commissie Parameters een rol spelen. Als de kostendekkende premie na eventuele wijziging van de parameters in een nieuw advies van de Commissie Parameters onder of gelijk aan het niveau van de feitelijke premie blijft, is het niet nodig om de afspraken over de premies aan te passen. Als dit niet meer het geval is, dan is het in de regel nodig om de feitelijke premie te verhogen tot minimaal het niveau van de kostendekkende premie.

Daarnaast noemen de leden van de CDA-fractie en de PvdA-fractie dat de Commissie Parameters ook zal beoordelen of de uitbreiding met 10.000 scenario’s voor een specifiek gebruik bij communicatie aan de deelnemers wel extra zekerheid toevoegt aan de voorspellende waarde van het toekomstig pensioen, of dat dit juist de onzekerheid enorm vergroot en daarmee de keuzeopties nog moeilijker maakt. Wat de leden opvalt, is dat in het persbericht gesproken wordt over twijfels van de pensioensector over de scenario-uitbreiding, terwijl toch in mijn brief van 24 februari jl. in antwoord op vragen over de URM gemeld is dat de pensioen- en verzekeringssector betrokken was en geen bezwaar met de uitbreiding zou hebben. De leden vragen of dit verhelderd kan worden.

De Commissie Parameters heeft in 2019 geadviseerd om het aantal scenario’s in de scenarioset uit te breiden van 2.000 naar 10.000. In de evaluatie van de uniforme rekenmethodiek is aangegeven dat de nauwkeurigheid door die uitbreiding in enige mate wordt vergroot. Een belangrijk onderdeel van het onderzoek vormden gesprekken met een diverse selectie partijen in het pensioenveld. Uit die gesprekken volgt dat de meeste partijen in de vergrote nauwkeurigheid niet of nauwelijks meerwaarde zien gegeven de communicatieve doelstellingen van de uniforme rekenmethodiek. Mede naar aanleiding hiervan heb ik de nieuwe Commissie Parameters gevraagd om een advies uit te brengen over het aantal scenario’s per 1 januari 2023, ook met het oog op de wettelijke toepassing van de uniforme rekenmethodiek, namelijk de communicatie gericht aan de deelnemer. Om die reden heeft mijn voorganger De Nederlandsche Bank verzocht om te overwegen om de huidige regeling te verlengen die pensioenuitvoerders toestond om te rekenen met een scenarioset met 2.000 scenario’s voor de toepassing van de rekenmethodieken voor weergave van ouderdomspensioen in scenario’s. De Nederlandsche Bank heeft het verzoek overwogen en besloten deze regeling te verlengen tot eind 2022.

Er is een partner van een commercieel organisatieadviesbureau benoemd tot voorzitter van de Commissie Parameters. De leden van de FVD-fractie vragen om toelichting waarom ik niet vrees voor een (schijn van) belangenverstrengeling en welke maatregelen zijn getroffen om eventuele belangenverstrengeling te vermijden.

Er is geen sprake van belangenverstrengeling ten aanzien van de voorzitter. De advieswerkzaamheden in het kader van het organisatieadviesbureau door de voorzitter hebben geen betrekking op de technische vraagstukken rondom economische parameters en de werkzaamheden van de Commissie in het algemeen.

Het lid van de OSF benoemt dat de technische werkgroep met onafhankelijke experts op verzoek van het Ministerie van SZW ingesteld is dóór De Nederlandsche Bank om onderzoek te doen naar de economische en de risico-neutrale scenario’s. Hoewel deze technische werkgroep ook deskundigen uit bijvoorbeeld de academische wereld kent, is deze ingesteld dóór De Nederlandsche Bank en voorgezeten dóór dhr. Gelderman van De Nederlandsche Bank. Dit heeft De Nederlandsche Bank een grote verantwoordelijkheid gegeven, ook in aanloop naar het nog te verrichten werk van de Commissie Parameters. Het lid vraagt wat de reden is geweest om deze uitvraag direct bij De Nederlandsche Bank te leggen.

De Commissie Parameters heeft in 2019 bij de totstandkoming van haar advies over de scenarioset gebruik gemaakt van de rekencapaciteit van De Nederlandsche Bank. DNB actualiseert bovendien elk kwartaal de scenarioset en stelt deze beschikbaar op haar website. DNB beschikt daarmee over waardevolle kennis en ervaring bij het ontwikkelen van scenario’s. Daarom is ervoor gekozen om het verkennend technisch onderzoek naar de scenario’s bij DNB neer te leggen.

Ook vraag het lid of er andere instanties zijn die deze adviserende rol op zich hadden kunnen nemen en of er navraag is gedaan bij andere instanties of zij – al dan niet in combinatie met partners als De Nederlandsche Bank – een advies(voorstel) konden leveren over onderhavig vraagstuk. Indien De Nederlandsche Bank de enige instantie is die capabel is om een dergelijk advies te geven, is aan mij gevraagd om aan te geven of, en in hoeverre ik dit wenselijk acht

Ook andere instanties hebben expertise over het ontwikkelen van scenario’s. Daarom is expliciet gevraagd om experts van andere instanties bij het verkennend technisch onderzoek te betrekken, namelijk door drs. Sacha van Hoogdalem (Ortec Finance) en dr. Jan Bonenkamp (APG) onderdeel te laten zijn van de technische werkgroep. Daarnaast hebben drie onafhankelijke wetenschappelijke experts deelgenomen aan de technische werkgroep, namelijk prof. dr. Bas Werker, prof. dr. ir. Michel Vellekoop en prof. dr. Antoon Pelsser. De voorstellen en standpunten van de experts van andere instanties en van de wetenschappelijke experts zijn nauwkeurig gewogen en verwerkt in het rapport.

De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen, C.J. Schouten


X Noot
1

Samenstelling:

Kox (SP), Essers (CDA), Ester (CU), Vos (PvdA) (voorzitter), Van Strien (PVV), Oomen-Ruijten (CDA), Schalk (SGP), Stienen (D66), De Bruijn-Wezeman (VVD) (ondervoorzitter), A.J.M. van Kesteren (PVV), Van Rooijen (50PLUS), Van Ballekom (VVD), Crone (PvdA), Frentrop (Fractie-Frentrop), Geerdink (VVD), Van Gurp (GL), Moonen (D66), Rosenmöller (GL), Vendrik (GL), De Vries (Fractie-Otten), De Blécourt-Wouterse (VVD), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Berkhout (Fractie-Nanninga), Raven (OSF), Prast (PvdD) en N.J.J. van Kesteren (CDA).

X Noot
2

Kamerstukken I 2021/2022, 32 043, AZ.

X Noot
3

Kamerstukken I 2021/2022, 32 043, AZ.

X Noot
4

Kamerstukken I 2021/2022, 32 043, BA, p. 4.

Naar boven