32 013 Toekomst financiële sector

Nr. 150 BRIEF VAN DE ALGEMENE REKENKAMER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 januari 2018

Op 27 september 2017 publiceerden wij ons rapport met de titel Toezicht op banken in Nederland; Uitvoering prudentieel toezicht op middelgrote en kleine banken door DNB.1 In dit rapport deden wij verslag van ons onderzoek naar de manier waarop DNB het toezicht op de financiële soliditeit van middelgrote en kleine banken in Nederland in de praktijk uitvoert en naar de manier waarop de Minister van Financiën invulling geeft aan zijn rol als toezichthouder op DNB. Daarbij concludeerden wij onder andere dat er op ambtelijk en op bestuurlijk niveau met grote regelmaat contact is tussen DNB en het Ministerie van Financiën, maar dat van die gesprekken doorgaans geen verslagen worden gemaakt. Dit kan er toe leiden dat bij wisselingen op bestuurlijk of ambtelijk niveau onduidelijkheden ontstaan over afspraken en besluitvorming.

Naar aanleiding van vragen vanuit uw Kamer over de schriftelijke vastlegging van afspraken tussen Financiën en DNB, stuurde de Minister van Financiën op 25 oktober 2017 een brief over dit onderwerp (Kamerstuk 32 013, nr. 148). Daarin geeft hij aan dat tussen het Ministerie van Financiën en DNB een overlegstructuur op verschillende niveaus bestaat, zowel bestuurlijk als ambtelijk, en dat deze overleggen bedoeld zijn om elkaar te informeren over relevante ontwikkelingen. De overleggen zijn in beginsel niet besluitvormend van aard. Daarbij geeft de Minister verder aan dat:

«Indien in voorkomende gevallen bij deze overleggen nadere afspraken worden gemaakt, dan worden deze afspraken op schrift gesteld, bijvoorbeeld in de vorm van een briefwisseling tussen DNB en het ministerie. Deze afspraken maken daarmee onderdeel uit van het archief van Financiën en – voor zover relevant – van de overdracht.»

In de procedurevergadering van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer van 7 november 2017 is besloten de Algemene Rekenkamer te vragen te reageren op de brief van de Minister met betrekking tot de schriftelijke vastlegging van de afspraken met DNB (Besluitenlijst procedurevergadering 7 november 2017, agendapunt 36).

Tijdens ons onderzoek is onder andere het volgende vast komen te staan:

  • Het ministerie wint vooral informatie in bij DNB tijdens de vele reguliere formele en informele contacten. Volgens het ministerie bestaat er geen volledig en vastgelegd overzicht van dergelijke contacten.

  • Toezichtaspecten kunnen aan de orde komen tijdens de tweewekelijkse lunchafspraak van de Minister van Financiën met de president van DNB, alsmede tijdens de wekelijkse belafspraak tussen de directeur Financiële Markten en de directeur Toezichtbeleid van DNB. Van beide overleggen bestaat geen formele schriftelijke verslaglegging. Intern vindt er een mondelinge terugkoppeling plaats.

  • Dat gesprekken en contacten tussen DNB en Financiën doorgaans niet schriftelijk worden vastgelegd, heeft consequenties voor de informatiepositie van het Ministerie van Financiën.

  • Dit gebrek aan verslaglegging kan leiden tot risico’s voor de continuïteit van besluitvorming, bijvoorbeeld als een nieuw kabinet aantreedt en informatie moet worden overgedragen aan de nieuwe Minister.

Uit ons onderzoek dat de periode tot eind 2016 besloeg, is niet naar voren gekomen dat nadere afspraken bij overleggen tussen Financiën en DNB op schrift zijn gesteld. Dientengevolge hebben we niet onderzocht of nadere afspraken onderdeel uitmaken van het archief van Financiën en van de overdracht.

Algemene Rekenkamer

drs. A.P. (Arno) Visser, president

drs. C. (Cornelis) van der Werf, secretaris


X Noot
1

Bijlage bij Kamerstuk 32 013, nr. 147

Naar boven