Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201532011 nr. 46

32 011 Tabaksbeleid

Nr. 46 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 10 september 2015

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 23 juni 2015 overleg gevoerd met Staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:

  • de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 27 februari 2013 inzake de uitvoering van de motie van het lid Dik-Faber (Kamerstuk 33 400 XVI, nr. 78) over een 100% rookvrije horeca (Kamerstuk 32 011, nr. 23);

  • de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 1 juli 2013 inzake de nalevings- en handhavingscijfers rookvrije horeca (Kamerstuk 32 011, nr. 26);

  • de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 8 oktober 2014 inzake de cijfers met betrekking tot het aantal rokers van 2000 tot nu (Kamerstuk 33 590, nr. 19);

  • de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 28 november 2013 inzake het onderzoek van de NVWA en het RIVM naar de e-sigaret (Kamerstuk 32 793, nr. 111);

  • de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 29 januari 2014 inzake de uitkomst van de onderhandelingen over de nieuwe Europese Tabaksproductenrichtlijn (Kamerstuk 33 522, nr. 8);

  • de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 3 juli 2014 inzake onderzoeken naar effecten van verkooppunten en leeftijdverificatiesystemen tabaksproducten (Kamerstuk 32 011, nr. 29);

  • de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 25 februari 2015 inzake nalevings- en handhavingscijfers rookverbod horeca en leeftijdsgrens 2014 (Kamerstuk 32 011, nr. 32);

  • de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 23 maart 2015 inzake de beleidsreactie op het onderzoek van de NVWA en het RIVM naar de e-sigaret (Kamerstuk 32 793, nr. 169);

  • de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 23 april 2015 inzake tabaksontmoediging (Kamerstuk 32 011, nr. 34);

  • de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 19 juni 2015 inzake de voortgangsbrief alcoholbeleid en de nalevingscijfers leeftijdsgrens alcohol en tabak (Kamerstuk 27 565, nr. 135).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Lodders

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Teunissen

Voorzitter: Pia Dijkstra

Griffier: Clemens

Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Agema, Bruins-Slot, Dik-Faber, Pia Dijkstra, Leijten, Rebel en Ziengs,

en Staatssecretaris Van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Aanvang 16.33 uur.

De voorzitter: Welkom bij dit algemeen overleg. Er is een spreektijd van drie minuten per fractie en de woordvoerders hebben drie interrupties.

Mevrouw Rebel (PvdA): Voorzitter. In de hartverscheurende blog «Moed» beschrijft de longarts Sander de Hosson een vrouw met uitgezaaide longkanker die wil overleven tot haar dochter bevallen is; drie generaties vrouwen. Het pasgeboren kleine meisje wordt in de armen van haar oma gelegd en oma overlijdt twee dagen later. De Hosson schrijft dat fatsoen onverenigbaar is met kanker en dat oma dat onfatsoen een enorme dreun heeft verkocht. In dit verhaal komt alles samen. Ik wil nieuwe rokers voorkomen en komen tot een nieuwe rookvrije generatie die opgroeit zonder ooit verslaafd te kunnen raken aan tabak.

Deze Staatssecretaris heeft belangrijke stappen gezet voor deze nieuwe rookvrije generatie. Ik noem de leeftijdsverhoging en het rookverbod in de horeca. Dat was nodig, maar er is ook achterstallig onderhoud. Mijn partij heeft aangedrongen op een verdergaand samenhangend plan. Wat er nu ligt, stelt eerlijk gezegd een beetje teleur. Er is meer nodig om te voorkomen dat een op de tien jongeren rookt, dat jongeren sigaretten kunnen kopen en dat de bewustwording laag blijft. Er moet een tandje bij en wat mij betreft liefst twee tandjes. Wij moeten niet zozeer de huidige roker dwars zitten als wel de nieuwe generatie bereiken. Roken is niet cool. Zoenen met die leuke jongen die rookt, is alsof je een asbak uitlikt. Ik zeg het maar even cru. De tijd is rijp voor vervolgstappen. De meeste Nederlanders zijn voor een display ban, aldus een onderzoek van TNS NIPO uitgevoerd in opdracht van KWF.

Een gemiddeld kind kent meer dan honderd merken en heeft daar associaties bij. De grote gele «M» die langs de snelweg te zien is, leidt op mijn achterbank altijd tot groot enthousiasme. Zo kennen kinderen ook mooie logo's van pakjes sigaretten en associëren die met iets stoers. Die pakjes zitten echter vol vergif. We moeten die associatie doorbreken, zeker op plekken waar veel kinderen komen zoals de supermarkt. Waarom kan de supermarktbranche zelf geen display ban invoeren? Wel impulschocolade bij de kassa weghalen, maar waarom dan niet sigaretten uit het zicht plaatsen? De rokers kopen toch wel, maar de nieuwe generatie wordt niet meer lekker gemaakt. Ik vraag de Staatssecretaris om uiterlijk eind dit jaar een convenant met de supermarktbranche te sluiten om tot een display ban te komen. Het geduld is wel een beetje op. Anders ziet mijn partij zich genoodzaakt om naar wetgeving te grijpen. Graag een reactie.

Mevrouw Agema (PVV): Ik hoor een activistische toon bij de PvdA-fractie. Bepleit mevrouw Rebel een algeheel rookverbod? Zij wil een rookvrije samenleving en wil dat daartoe alle mogelijke maatregelen genomen worden.

Mevrouw Rebel (PvdA): Ik denk dat ik heel duidelijk ben over wat ik zie als een vervolgstap. De maatschappij is zover om die stap te zetten en de supermarktbranche kan vrij eenvoudig die stap zetten. Deze stap is relatief effectief en kent weinig negatieve consequenties. Een algeheel rookverbod zou uiteindelijk niet nodig hoeven zijn als er een rookvrije generatie komt die niet geconfronteerd wordt met allemaal cadeautjes met vergif in de supermarkt.

Mevrouw Agema (PVV): Een rookvrije generatie is natuurlijk een nobel streven. De PvdA wil alles aangrijpen om dat te realiseren. Ik vraag mij af hoe de PvdA de 2,6 miljard die het roken oplevert in de volgende begroting gaat dekken. Wil de PvdA wetgeving indienen om met een dekking te komen? Wordt het geld van het Belastingplan hiervoor gebruikt? Het zijn wel mooie praatjes, maar ik heb graag boter bij de vis. De PvdA is immers een regeringspartij.

Mevrouw Rebel (PvdA): Er worden nu wel heel veel dingen erbij gehaald. Laten wij even wel wezen. Een groot deel van de zorgkosten wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door mensen zoals de grootmoeder uit de blog van Sander de Hosson. We kunnen enorm besparen op de kosten die wij aan derde- en vierdelijns-chemotherapie uitgeven. Daarmee kan die 2,6 miljard opgevangen worden. Nogmaals, mevrouw Agema gaat wat kort door de bocht. Een vervolgstap is wat mij betreft dat de supermarkt de pakjes sigaretten uit het zicht haalt. Daar zouden wij mee kunnen starten. Daarmee verdwijnt de associatie die kinderen al vrij snel krijgen met het stoere van sigaretten. Zij worden lekker gemaakt voor iets dat vergif is.

Mevrouw Agema (PVV): Mevrouw Rebel verwijt mij kort door de bocht te gaan, maar zij koppelt mensen die sterven aan longkanker heel gemakkelijk aan roken. Er zijn nog steeds mensen die aan longkanker sterven zonder ooit een sigaret te hebben opgestoken. Ik vind dat heel ver gaan. Mijn vraag was of het bij deze activistische toon van de PvdA blijft of dat er ook boter bij de vis komt in de vorm van wetgeving en dekking in de verkiezingsprogramma's. Dat moet je dan wel doen. Gaat de PvdA het geld van het Belastingplan gebruiken om die 2,6 miljard te dekken?

Mevrouw Rebel (PvdA): Het voorstel wat ik nu heb gedaan, is dat de Staatssecretaris tot een convenant komt met de supermarktbranche. Als dat niet tot het gewenste resultaat leidt, namelijk een display ban, dan zie ik mij genoodzaakt om na te denken over aanvullende wetgeving. Ja, wetgeving zal gepaard moeten gaan met dekking. In dat opzicht kan ik mevrouw Agema geruststellen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Dit is een goed geluid van de PvdA-fractie. Mijn eigen fractie pleit al tijden voor een display ban. Waarom noemt mevrouw Rebel alleen de supermarkten?

Mevrouw Rebel (PvdA): De supermarkt is de plek waar kinderen het meest hiermee geconfronteerd worden. Uiteraard gebeurt dat op meer plekken. Ik zou het liefst alle verkooppunten van tabak oproepen om tot een display ban te komen. Het gaat mij erom dat wij maatregelen nemen die het meest effectief zijn als het erom gaat dat kinderen niet geconfronteerd worden met al die kleurige pakjes met alle associaties van dien. Mijn eerste stap zou zijn om te kijken wat de supermarkten zelf kunnen doen. De tijd is rijp. Het maatschappelijk draagvlak ervoor is groot, zo bleek uit het onderzoek van TNS NIPO. Uit het Trimbosonderzoek blijkt dat dit eenvoudig, zonder ingewikkelde maatregelen te realiseren is.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Wanneer is de fractie van de PvdA dan tevreden? Er is vaak overlegd met de supermarktbranche, bijvoorbeeld over gezondere voeding. Keer op keer worden er allerlei beloften gedaan. Soms is er een supermarkt van een eigen ondernemer die zijn verantwoordelijkheid wil nemen. De grote omslag bij supermarkten blijft echter uit zolang het om vrijwillige afspraken gaat. Waarom zou dat bij een display ban wel lukken en op andere punten niet?

Mevrouw Rebel (PvdA): Ik heb in mijn bijdrage aangegeven dat het convenant er nu moet komen. Wat mijn partij betreft, is er geen sprake van vrijblijvendheid. Voor het eind van het jaar moet er een convenant zijn. Indien dat niet geval is, houdt het op voor de supermarktbranche en wil ik met wetgeving de display ban in die branche realiseren.

Mevrouw Leijten (SP): We hebben de nalevingscijfers bij de verkoop van alcohol en tabak gekregen. De resultaten zijn zeer teleurstellend en dat zijn de woorden van de Staatssecretaris. Waarom stelt de PvdA voor om een convenant te sluiten met een sector die zich zo slecht houdt aan de handhaving van de verkoopleeftijd? Is dit niet vooruitschuiven in plaats van ingrijpen, terwijl mevrouw Rebel eigenlijk voor het laatste is?

Mevrouw Rebel (PvdA): Ik wil de branche een laatste kans geven. Een bijkomend positief effect van een display ban is dat het voor jongeren drempelverhogend werkt als de sigaretten niet meer uitgestald worden. Het is een kwestie van en-en. De handhaving moet ook versterkt worden. Ik wil niets uitstellen. Met deze maatregel wil ik in feite twee vliegen in één klap vangen. Ik wil kinderen niet meer in de verleiding laten brengen door mooie kleurige pakjes waar vergif in zit, terwijl de drempel voor kinderen om tabak te kopen ook verhoogd wordt.

Mevrouw Leijten (SP): Ik denk dat we over het doel het wel eens zijn. In de columns van mevrouw Rebel lees ik dat zij op zoek is naar meerderheden in de Kamer om het rookbeleid strenger te maken, in ieder geval voor jongeren die wij niet hun leven lang in de verslaving willen helpen. Waarom zo'n minimaal verzoek? Waarom een convenant met een sector die zich niet houdt aan de verkoopleeftijd? Doet de PvdA dat om vervolgens moties van andere fracties die vragen om display ban zonder meer, niet te hoeven steunen?

Mevrouw Rebel (PvdA): Wij hebben tot nu toe de lijn gevolgd van een samenhangend pakket maatregelen. Ik ben nog niet klaar met mijn inbreng. Wellicht kan ik met mijn verzoeken aan de Staatssecretaris duidelijk maken wat dat samenhangende pakket nog meer moet omvatten. Ik zie nog een kans voor de branche om eigener beweging tot een display ban te komen. Wat onze partij betreft, is het verhaal daarna afgelopen en zullen wij moeten kijken naar het steunen van moties die daarom vragen. Ik hoop dat dit niet nodig is.

De voorzitter: U hebt nog 35 seconden om uw betoog af te ronden.

Mevrouw Rebel (PvdA): Dat is vrij lastig, maar ik zal het kort houden. De Staatssecretaris geeft aan dat hij blij is met het groeiend aantal rookvrije schoolpleinen. Naar mijn mening moet elke school rookvrij zijn. Is de Staatssecretaris bereid om met zijn collega van OCW te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om scholen zonder een rookvrij schoolplein te sanctioneren? Ik had nog een aantal dingen willen zeggen, maar dat red ik niet in 35 seconden.

Ik krijg graag duidelijkheid over de vraag wat de Staatssecretaris met de publiekscampagne wil. We weten dat tabaksautomaten meer mogelijkheden bieden voor leeftijdsverificatie. Wat krijgt de Staatssecretaris met de tabaksautomatenindustrie voor elkaar? Als dat te weinig is, dan moeten wij het aantal tabaksautomaten in de horeca verminderen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): De tabaksautomaten staan bijna alleen in de horeca. Dezelfde horeca is rookvrij. De slagingskans dat jongeren onder de 18 jaar een pakje sigaretten in zo'n automaat kunnen kopen is bijna 100%. De PvdA wil maatregelen nemen voor tabaksautomaten. Is het niet veel beter om met die automaten te stoppen en verkoop alleen nog vanachter de toonbank te laten plaatsvinden?

Mevrouw Rebel (PvdA): Mijn inbreng moest kort zijn. Er zijn mogelijkheden om de automaten zelf veel beter te beveiligen. We zien nu nog te vaak de age coins bovenop de automaten staan. Ik deel de mening dat daar echt winst te halen is. Ik pleit voor verdergaande afspraken met de industrie zodat iemand onder de 18 niet meer bij dat pakje kan. Als die afspraken niet gemaakt kunnen worden, zullen wij ertoe over moeten gaan om de tabaksautomaten uit de horeca te verwijderen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Dan hebben we straks goedwerkende automaten, maar dan blijft het punt dat er sigaretten worden verkocht op een plek waar een rookverbod geldt en waar heel veel jongeren komen. De sigaretten zijn zichtbaar. Zien roken, doet roken. Is het niet veel verstandiger om de tabaksautomaten helemaal weg te halen?

Mevrouw Rebel (PvdA): Ik wil vooral toe naar het niet meer oplijnen van een volgende generatie rokers. Ik wil dat jongeren niet meer bij de pakjes kunnen komen. De eerste stap is dat zij dat niet kunnen omdat de apparaten dat niet toelaten. Een vervolgstap kan zijn dat er op plekken waar niet gerookt wordt, ook geen mogelijkheid meer is om rookwaren te bekomen. Ik wil graag van de Staatssecretaris horen hoe hij de eerste stap voor zich ziet en welke maatregelen hij kan nemen.

De heer Ziengs (VVD): Voorzitter. Ik denk dat iedereen in de Kamer het erover eens is dat dat wij vandaag over een belangrijk onderwerp spreken met het oog op de gezondheid. Het is echter ook een zeer gevoelig onderwerp. Dat lees ik terug in de verslagen van eerdere debatten hierover. Eén van de gevoeligheden betreft het contact met de tabaksindustrie. Misschien is het daarom goed om hier met nadruk te vermelden dat ik in de aanloop naar dit AO met de tabaksindustrie heb gesproken.

De VVD-fractie vindt het raar dat communiceren met de tabaksindustrie zo gevoelig ligt. Politici moeten zorgvuldige afwegingen maken. Volgens mij is het goed gebruik om met belangenbehartigers in de breedste zin van het woord te spreken. Het is logisch dat je eerst de argumenten aanhoort en die vervolgens weegt. Zo heb ik ook gesproken met het KWF, het Longfonds en de Hartstichting. Dat waren ook goede gesprekken.

In het kader van transparantie zal ik hier ook vertellen wat ik met de sector heb besproken. Men gaf aan op tijd aan de Europese richtlijn te willen voldoen. Maar om dat te kunnen doen – bijvoorbeeld het tijdig aanpassen van de verpakkingen – heeft de sector spoedig meer informatie nodig over enkele omzettingsbepalingen. Denk aan een specificatie van het tijdpad voor de regels omtrent de gezondheidswaarschuwingen, de regels voor de groothandel in verband met de implementatiedatum, de details van de verplichte informatie over stoppen met roken en de details van de etiketteringseisen. Dit zijn heel praktische en redelijke vragen. Ik krijg signalen dat veel van die vragen aan het ministerie niet beantwoord worden. Gisteren zag ik dat er stukken hierover naar de Kamer zijn gestuurd. Wellicht kan de Staatssecretaris een toelichting geven op de omzettingsbepalingen en de communicatie daarover met de sector.

Zoals de Staatssecretaris in zijn tabaksbrief van april schrijft, zijn er de afgelopen jaren ontzettend veel maatregelen genomen in het kader van tabaksontmoediging. Met de implementatie van de nieuwe Europese Tabaksproductenrichtlijn is er nog veel regelgeving in aantocht. De VVD vindt het goed dat 18-minners worden ontmoedigd om met roken te beginnen. Laat dat helder zijn. Bij de maatregelen zoals opgesomd door de Staatssecretaris hebben ondernemers veel voor hun kiezen gekregen. Zij hebben echter hun verantwoordelijkheid genomen. Denk aan de hardwerkende horecaondernemer en de rookvrije horeca. Ik noem ook de supermarkten die een strikt verkoopbeleid voeren en met kassablokkadesystemen werken. Veel van die ondernemers en kassamedewerkers doen hun stinkende best om te voorkomen dat tabak aan 18-minners wordt verkocht. Dat is echt niet altijd makkelijk als je jongeren tegenover je hebt die doelbewust de regels proberen te omzeilen.

Mevrouw Leijten (SP): We hebben net het nieuwe rapport gekregen en het is behoorlijk teleurstellend dat het voor 18-minners nog steeds behoorlijk makkelijk is om alcohol en tabak te verkrijgen. De zelfregulering van de sector werkt eigenlijk erg slecht. Zou het uit een oogpunt van een level playing field niet heel goed zijn dat er een sluitend leeftijdsverificatiesysteem komt? Iedereen moet daaraan meedoen. Dan is het duidelijk dat je geen sigaretten of drank meer meekrijgt als je onder de 18 bent.

De heer Ziengs (VVD): Ik zou het niet willen ophangen aan systemen. Het gaat erom dat de verkoper geen alcohol en tabak verkoopt aan iemand onder de achttien jaar. Dat moet de regel zijn. Hoe dat uiteindelijk bewerkstelligd wordt, zal mij echt worst zijn. Het moet gewoon gebeuren. Wij zien niets in verplichte systemen.

Mevrouw Leijten (SP): Het is gek dat de branche heel snel een betalingssysteem heeft geregeld. Wij kunnen allemaal overal pinnen. Het is een waterdicht systeem en dat is in het belang van de winkeliers. Heel veel winkeliers die ik spreek, zeggen goed te willen controleren, maar als de buurman wel aan jongeren verkoopt, snijden zij zichzelf in de vingers. Het is een situatie waarin iedereen elkaar gevangen houdt. Als iedereen die alcohol en tabak wil verkopen een sluitend leeftijdsverificatiesysteem moet hebben, dan verstoor je de markt niet. Je legt alleen een extra eis op. Waarom is de VVD daar nu zo op tegen? Dat zou echt onze jongeren beschermen.

De heer Ziengs (VVD): Mevrouw Leijten veegt heel veel argumenten bij elkaar op een hoop en dat leidt tot een bijzonder beeld. Volgens mij is het vrij simpel. Als je niet aan jongeren onder de 18 mag verkopen, moet je dat ook niet doen. Geen enkel systeem helpt als mensen dat willen omzeilen. Er is maar één mogelijkheid en dat is handhaven. Degenen die zich niet aan het verbod houden, moeten aangepakt worden. Dat is de lijn die de VVD iedere keer weer voorstaat. Je kunt wel pleiten voor bepaalde systemen, maar als er partijen zijn die de regels willen omzeilen, zal je die moeten aanpakken.

Mevrouw Rebel (PvdA): Ik hoor in de bijdrage van mijn collega vooral bescherming van de industrie, de horeca en de arme supermarkt en weinig bescherming van jongeren. Mijnheer Ziengs heeft het over handhaving. Moet er dan in elke supermarkt iemand bij de automaten staan? Hoe ziet hij dat voor zich?

De heer Ziengs (VVD): Volgens mij hebben we bij de supermarkten niet met automaten te maken maar wordt vanachter de toonbank verkocht. Er moet controle plaatsvinden op de wijze waarop er verkocht wordt. Bij de bezoeken die ik aan supermarkten heb gebracht, heb ik gezien dat daar wel degelijk goed op gestuurd wordt. Mensen worden geïnstrueerd om geen tabak aan jongeren te verkopen. Mevrouw Leijten heeft met winkeliers gesproken die het bezwaar aanvoeren dat een ander het wel doet. Die anderen moeten dan aangepakt worden.

Mevrouw Rebel (PvdA): Dit lijkt me toch niet te passen bij de cijfers die we recent over de naleving hebben gekregen. Ik begrijp nog steeds niet hoe u dit voor zich ziet, zeker als wij weten dat er zo ontzettend veel verkooppunten zijn dat de pakkans wel heel erg klein is. Wij hebben dat ook gezien bij de resultaten over 2014 in het kader van three strikes you're out. Graag hoor ik hoe ik dat moet zien.

De heer Ziengs (VVD): Ik denk dat je even naar de afgelopen jaren moet kijken. Bij de ondernemer zijn er heel veel zaken voorbijgekomen. De leeftijdsgrens is verhoogd van 16 naar 18 jaar. Dat zou een reden kunnen zijn dat de cijfers wat slechter uitvallen. Ik ben het ermee eens dat die cijfers slecht zijn. De omstandigheden zijn de afgelopen jaren veranderd. Er is een hele club bijgekomen die niet mag roken en drinken. Dat verandert de situatie voor de metingen. Het is goed dat de branches de kans krijgen om te laten zien dat zij het wel degelijk kunnen. Volgens mij heeft mevrouw Rebel ervoor gepleit om de branches in ieder geval de kans te geven. Zij sprak over een laatste kans. De cijfers kunnen volgend jaar stukken beter zijn als de branches die dingen doen die zij moeten doen.

Mevrouw Bruins Slot (CDA): Ik kende de VVD altijd als een partij die vond dat je je aan de regels moet houden, koste wat kost. Ik hoor de heer Ziengs nu een heel ander pleidooi houden. Er moet een beetje coulance worden betracht. De regels zijn veranderd en je moet de mensen even de tijd geven. Bij andere onderwerpen, bijvoorbeeld als het gaat om bijstandsgerechtigden, zegt de VVD: hoezo zijn de regels veranderd, de mensen moeten zich er gelijk aan houden. Waarom hier wel coulance en voor kwetsbare mensen niet?

De heer Ziengs (VVD): Het is altijd grappig dat mensen selectief luisteren. Volgens mij heb ik dat helemaal niet gezegd. Ik heb aangegeven dat partijen die zich niet aan de regels, houden keihard moeten worden aangepakt. Over de cijfers heb ik gezegd dat de regels veranderd zijn. Er is een grote groep jongeren bijgekomen die niet meer mag roken en drinken. Zij zullen er alles aan doen om toch drank of tabak te verkrijgen. Dan maakt de handhaving voor de verkopende partijen veel moeilijker. De regels worden vaak ook niet bewust ontdoken. Wij hebben onderzoeken gezien waarin mensen met vervalste ID-bewijzen op pad zijn gestuurd om toch te proberen om die producten te kopen. Geef de branches de kans om eraan te wennen dat die grote groep jongeren die plotsklaps van ons hier in Den Haag geen drank en tabak meer mag kopen. Dat maakt het voor de branches gemakkelijker om de leeftijd te controleren.

Mevrouw Bruins Slot (CDA): De handhaving wordt door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit gedaan. De horeca en de supermarkten moeten de regels naleven. Verwacht de heer Ziengs van de supermarkten dat zij de norm voor de volle 100% naleven?

De heer Ziengs (VVD): Ik ben er van overtuigd dat de branches gaan voor de volle 100%. Daar zijn zij bikkelhard mee bezig. Garanties van 100% naleven kun je nooit geven. Je zult altijd zien dat er dingen gebeuren die je niet verwacht. Dat komt ook voor bij diefstal en dergelijke. De instelling van de branches is wat mij betreft helder. Zij gaan ervoor om te voorkomen dat er tabak en drank verkocht wordt aan jongeren onder de 18.

De voorzitter: Mijnheer Ziengs vervolgt zijn betoog. Hij heeft nog een halve minuut spreektijd.

De heer Ziengs (VVD): Ik had mij overigens voorbereid op een paar interrupties van dit prachtige gezelschap.

Aan bewustzijn en versterking van het maatschappelijk draagvlak voor de huidige wet- en regelgeving is dus nog genoeg te winnen. Daarom is het goed dat het ministerie een uitgebreide voorlichtingscampagne is gestart voor het verhogen van de verkoopleeftijd voor alcohol en tabak. Wat de VVD betreft, hebben wij met de huidige wet- en regelgeving voldoende middelen in huis om de verkoop van tabak aan minderjarigen te verhinderen. Het is nu zaak om de handhaving en de nalevingscijfers op te krikken. De sector draagt volle verantwoordelijkheid voor betere nalevingscijfers in 2016. Verhoging van de boetes met de 3SO-regel als stok achter de deur zal daaraan bijdragen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Voorzitter. De brieven van het kabinet over het rookbeleid geven helder inzicht in waar het kabinet voor staat. Ik heb gezien dat de maatregelen die tot nu toe zijn genomen, gretig worden opgesomd. Daarna wordt er vooruitgekeken en formuleert de Staatssecretaris zijn grootste ambitie en die deel ik. Het gaat erom dat jongeren niet meer beginnen met roken. Dit is een belangrijke ambitie als je weet dat volgens het KWF ongeveer honderd kinderen per dag met roken beginnen. Als dit echt de ambitie van het kabinet is, dan moeten de maatregelen daar beter op aansluiten. Mijn fractie wil dat de maatregelen effectiever zijn, dat de Staatssecretaris daadkrachtiger is en dat hij leiderschap toont.

De nalevingscijfers die afgelopen week naar buiten zijn gekomen, zijn dramatisch. In de brief lezen wij dat er een verkenning zal plaatsvinden naar de mogelijkheid van extra maatregelen. Mijn fractie vindt dat absoluut te mager. Ik wijs in dit verband op de initiatiefwet van mijn collega Joël Voordewind voor verbetering van de handhaving van de leeftijdsgrenzen voor alcohol en tabak. In het interruptiedebatje met de woordvoerder van de PvdA gaf ik al aan dat mijn fractie staat voor een verbod op sigarettenautomaten. Er zijn 15.000 sigarettenautomaten in ons land die bijna allemaal in de horeca staan. De horeca is 100% rookvrij. Bovendien is de slaagkans voor minderjarigen om via een tabaksautomaat sigaretten te kopen ook 100%. Genoeg redenen om die automaten uit de horeca te halen en er gewoon mee te stoppen.

Mijn fractie pleit al jaren voor een display ban. Zien roken, doet roken. De Staatssecretaris heeft de aanbevelingen van het Trimbos-instituut gelezen. Helaas verbindt hij daar geen consequenties aan. Mijn fractie betreurt dat. De kans voor de jeugd om te beginnen met roken is twee keer zo groot als hij in de supermarkt wordt geconfronteerd met pakjes sigaretten die in het zicht staan. Nu worden pakjes prominent gepresenteerd in de zogenaamde powerwalls. Daar moeten wij van af. Mijn fractie heeft er vaker voor gepleit dat de verkoop van tabak onder de toonbank moet plaatsvinden. Volgens mij is het draagvlak voor deze maatregel gestegen. Bijna 60% van de bevolking steunt dit. De Europese richtlijn voor tabaksproducten biedt hiervoor ook een kans. In Europa zijn IJsland, Finland, Engeland en Hongarije ons op dit terrein voorgegaan. Waar wacht de Staatssecretaris nog op?

Mijn fractie wil ook het aantal verkooppunten terugdringen. Net hoorde ik de woordvoerder van de PvdA tussen neus en lippen door zeggen dat met al die verkooppunten de handhaving ook wel erg ingewikkeld is. Als wij het aantal verkooppunten terugdringen, dan verbetert de handhaving. Ik heb dit eerder samen met de SP in de vorm van een amendement voorgesteld, maar helaas hebben wij daarvoor geen steun gekregen. In de stukken heb ik gelezen dat er landen zijn die een vergunningenstelsel overwegen. Is dat iets waar de Staatssecretaris ook oren naar heeft?

Mijn laatste punt is de kennisachterstand. In vergelijking met andere landen blijft de kennis over de gevaren van meeroken in Nederland achter. Wij hebben natuurlijk de campagne NIX18 die vertelt dat je niet mag roken en drinken, maar die laat kansen liggen om te vertellen waarom het een slecht idee is om een sigaret op te steken of een wijntje te bestellen. In deze waaromvraag zijn jongeren echt geïnteresseerd. Graag een reactie.

Mijn allerlaatste punt is de motie over 100% rookvrije schoolpleinen. Ik heb in de brief van de Staatssecretaris gelezen dat de schoolpleinen over enkele jaren rookvrij zijn. Was het maar waar. Waar baseert de staatsecretaris deze verwachting op?

De voorzitter: Dat was de laatste zin van uw betoog. De heer Ziengs heeft een vraag voor u.

De heer Ziengs (VVD): Mevrouw Dik gaf met nadruk aan dat er geen tabaksautomaten in horecabedrijven moeten staan omdat daar niet gerookt wordt. Is zij ermee bekend dat heel veel horecabedrijven zwaar geïnvesteerd hebben in rookruimtes? Het is merkwaardig dat zij dit argument van de rookvrije horecabedrijven gebruikt terwijl er volgens mij in tabakswinkels ook niet wordt gerookt. Daarvoor zou dit argument ook gebruikt kunnen worden. Is dat geen vreemde redenering?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Laten we vooropstellen dat die rookruimtes niet mijn idee waren. Die ruimtes zijn er nu. Ik stel vast dat in de horeca veel mensen bij elkaar komen en dat er ook jongeren komen. In mijn betoog heb ik gezegd: zien roken, doet roken. Laten wij niet de kat op het spek binden. Laten wij de tabaksautomaten waarbij de handhaving van de leeftijdsgrens zo beroerd is, gewoon weghalen. Ik heb mijn argumenten naar voren gebracht. Ik begrijp dat de heer Ziengs voor de belangen van de tabaksindustrie en de horeca staat. Ik sta voor de belangen van onze jongeren. Ik wil dat zij gezond opgroeien. Dus weg met die tabaksautomaten.

De heer Ziengs (VVD): Dat is natuurlijk weer een opmerking die wel een beetje onder de gordel is. Als ik opkom voor de ondernemers die geïnvesteerd hebben in hun bedrijf, dus in rookruimtes maar ook in de artikelen die daar verkocht worden, dan is dat vanuit het belang van het ondernemerschap. Ik heb er moeite mee dat ik dan onmiddellijk op deze manier wordt neergezet.

De voorzitter: Wat is uw vraag aan mevrouw Dik?

De heer Ziengs (VVD): Waarom is een dergelijke stoot onder de gordel nodig? Ik dacht dat wij hier een normaal debat voeren.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Volgens mij hebben we hier te maken met een ethische afweging. Ik zie aan de ene kant dat bedrijven geïnvesteerd hebben, zeker. Aan de andere kant zie ik dat honderd jongeren per dag beginnen met roken. Dan is voor mijn fractie de keuze helder. Ik kies voor de laatste groep. Als de VVD zo hecht aan de investeringen, laten wij dan met elkaar tot een voorstel komen. De VVD kan de handschoen oppakken door ermee in te stemmen dat de tabaksautomaten over vijf jaar uit de horeca zijn. Dan heeft iedereen zijn investering kunnen terugverdienen. Daarmee kunnen wij gezondheidswinst pakken. Wat mij betreft, gebeurt dit vandaag nog vanwege het ethische dilemma dat ik geschetst heb. Als die investeringen zo superbelangrijk zijn voor de VVD, dan kunnen wij samen optrekken: over vijf jaar alle tabaksautomaten de horeca uit.

Mevrouw Leijten (SP): Voorzitter. Tabaksontmoedigingsbeleid dient om te voorkomen dat de jongeren van nu gaan roken en verslaafd raken aan sigaretten. Iedere roker zegt: als ik daaraan mee kan werken, doe ik dat graag. Het tabaksontmoedigingsbeleid moeten wij niet zien als pesten van rokers, maar als het voorkomen dat jongeren gaan roken. Daar moeten wij ons op richten. Er zijn stappen in de goede richting gezet. Er roken nu minder mensen dan een paar jaar geleden, maar wij zijn er nog lang niet. 52% van de schoolpleinen is bijvoorbeeld niet rookvrij. Wij zien nog steeds dat een kwart van de Nederlanders rookt. Alle goede initiatieven ten spijt, is het plan van aanpak van de Staatssecretaris een beetje te laat, een beetje te weinig en vooral te laf. Er worden geen echte maatregelen genomen. Het lijkt wel alsof de Staatssecretaris met de zogenaamd stoere maatregelen van de verhoging van de leeftijdsgrens vindt dat hij genoeg gedaan heeft. Ik mis nog heel veel dingen, zoals het rookvrij maken van schoolpleinen. In de horeca mag niet gerookt worden ter bescherming van andere aanwezigen, waarom wordt het dan nog toegestaan op schoolpleinen? Van de aanwezigen daar willen wij juist dat zij niet gaan roken. Waarom wil de Staatssecretaris dat via allerlei afspraken regelen, terwijl hij ook kan zeggen: als het over een jaar niet geregeld is, dan komen wij met duidelijke regelgeving?

De inhoudelijke reactie van de Staatssecretaris op het 140 pagina's tellende rapport van het Trimbos-instituut vond ik erg mager. Het viel mij wel op dat de Staatssecretaris concludeert dat er op basis van de resultaten een positief verband is tussen de uitstalling van tabaksproducten en het rookgedrag, en tussen de frequentie van de confrontatie met tabaksproducten en het risico op beginnen met roken en op het opnieuw beginnen met roken. De pakjes zijn gewoon nieuw reclamemateriaal geworden. Ik zeg al heel lang: neem deze vergiftigende industrie, de nicotine-industrie haar marketinginstrument af. Ik wil graag dat er een display ban komt, dus uit het zicht verkopen. Je kunt er ook voor zorgen dat alle pakjes er hetzelfde uitzien. Daarmee is er geen reclame meer. Je kunt ook regelen dat er minder verkooppunten zijn. Graag een reactie van de Staatssecretaris.

Ik vind het eigenlijk een beetje jammer dat de PvdA al heeft gezegd dat zij een convenant met de sector wil, terwijl wij hebben gezien dat de cijfers over de handhaving van het verbod op verkoop aan jongeren onder de 18 echt zeer teleurstellend zijn. Verder overleg met het veld vind ik niet meer kunnen. De Staatssecretaris wil het veld een kans geven en als het die niet pakt, dan gaan we voor een sluitend verificatiesysteem. Uit het rapport van het Trimbos-instituut Leeftijdsverificatie in het vizier blijkt dat er een sluitend systeem is. Als wij dat voor iedereen invoeren, wordt ook de valse concurrentie die de VVD zo graag wil voorkomen, onmogelijk gemaakt. Iedereen moet eraan meedoen want anders mag men de producten niet verkopen. Het lijkt mij goed om dat systeem in te voeren. De Staatssecretaris heeft gezegd dat hij de sector een kans wilde geven. Die kans heeft de sector niet gegrepen. Sterker nog, de cijfers hollen achteruit. Het wordt nu tijd om met maatregelen te komen. Dus voer een sluitend leeftijdsverificatiesysteem in. Dat is mijn oproep.

Mevrouw Agema (PVV): Voorzitter. Roken is verschrikkelijk en de gevolgen ervan zijn desastreus. De vraag is of dit een rechtvaardiging is voor een doorgeslagen betutteling. Dit brengt mij bij de enorme hypocrisie van diverse Kamerfracties en de regering. Zij roeptoeteren dat het allemaal zo erg is, dat roken zo ongezond is, dat verkooppunten moeten worden teruggebracht, dat tabak niet meer zichtbaar in de winkel mag liggen en ga zo maar door. Er gaan zelfs geluiden op om een rookverbod op terrassen in te voeren. Het moet echt niet gekker worden. Geen van deze partijen heeft de ballen om dat verschrikkelijke roken dan maar helemaal te verbieden, gewoon een algeheel rookverbod. Dat doen ze niet want dan loopt de schatkist 2,6 miljard euro per jaar mis. Daarvoor heeft geen van de partijen dan ook maar de minste dekking. Zo erg is het dus ook weer niet. Betutteling zo lang het maar geen geld kost.

Het is onwijs mooi dat er een duidelijke daling te zien is van het aantal jongeren dat dagelijks rookt. De vraag is alleen of dit het gevolg is van het ontmoedigingsbeleid of dat deze trend al langer gaande was. Ik denk het laatste. Roken is gewoon niet cool meer. Misschien is het nog wel gevaarlijker dat jongeren tegenwoordig liever voor een pilletje kiezen of naar een shishalounge gaan om aan een waterpijp te lurken. Laten wij het weer eens over die waterpijp hebben. Het is mij werkelijk een doorn in het oog dat ondanks al het ontmoedigen van de overheid in toenemende mate shishalounges, waterpijpcafés, worden geopend. Die zijn populair onder jongeren. Deze shishalounges schieten werkelijk als paddenstoelen uit de grond. Zij lappen niet alleen op grote schaal de Tabakswet aan hun laars, maar zorgen ook steeds vaker voor overlast en incidenten. Daar snap ik werkelijk niets van. De kleine kroeg kapot, maar de shishalounges schieten als paddenstoelen uit de grond. Hoewel het roken van een waterpijp onschuldig lijkt voor de gezondheid heeft het toch heel wat nadelige effecten. Het is net zo slecht als het roken van een sigaret. Toxische stoffen zoals teer worden helemaal niet tegengehouden door het water van de waterpijp. Het water zorgt ervoor dat de tabaksrook afgekoeld wordt en dus minder irriterend is voor de mond, de keel en de longen. Het gevolg is echter dat de waterpijproker langer en dieper kan inhaleren, wat natuurlijk ook heel erg slecht is. Ook bij shishalounges is passief roken schadelijk. Als je alles bij elkaar optelt, kan je maar tot één conclusie komen. De Staatssecretaris heeft op 24 juni 2014, dus een jaar geleden, in mijn richting geantwoord dat het juist is dat de waterpijp onder de Tabakswet valt. In de rapportage lezen wij dat de NVWA voor de eerste keer controles doet in shishalounges. Er hebben 68 inspectie bij 45 lounges plaatsgevonden. Er zijn 21 boeterapporten. Dat is raar. Er worden toch ook geen bezoekjes aan rookcafés afgelegd. Rookcafés mogen niet, dus shishalounges ook niet. Die 21 boeterapporten slaan nergens op. De shishalounges moeten dicht. Ik lees graag in de rapportages hoeveel shishalounges er gesloten worden. Ik krijg ook graag een toezegging van de Staatssecretaris op dit punt. Het is raar dat het rookverbod wordt gehandhaafd voor het bruine café op de hoek dat inmiddels verdwenen is, maar dat er niets wordt gedaan aan deze waterpijpcafés. Hoeveel shishalounges zijn er? Ik wil dat in iedere rapportage wordt bijgehouden hoeveel er gesloten zijn. Of de lounges worden aangepakt of het rookcafé wordt weer geopend. Met twee maten meten is onacceptabel.

Mevrouw Bruins Slot (CDA): Voorzitter. Jaarlijks beginnen nog te veel jongeren met roken, ondanks dat dit een aantoonbaar effect heeft op zowel het welzijn als de levensverwachting. Het is daarom heel erg belangrijk om te voorkomen dat jongeren gaan roken. De Staatssecretaris heeft een prima brief geschreven. Het CDA moedigt hem aan om een paar stappen extra te zetten. De kennis over de gevolgen van roken en meeroken is in Nederland laag in vergelijking met andere landen. De Jonge Gezondheidsraad heeft enkele weken terug een mooie publicatie uitgegeven, waarin wordt onderbouwd dat meerjarige publiekscampagnes echt effectief kunnen zijn. Is de Staatssecretaris het met het CDA eens dat een nieuwe meerjarige publiekscampagne gericht op jongeren wenselijk is? De doelstelling moet zijn om de kennis te vergroten dat roken ontzettend schadelijk is en dat roken enorm niet-cool is. Gisteren is het wetsvoorstel voor de implementatie van de tabaksrichtlijn bij de Kamer ingediend. Het is een stap in de goede richting dat met die wet onder andere wordt vastgelegd dat 65% van de tabaksverpakkingen een gecombineerde gezondheidswaarschuwing moet bevatten. Expliciet wordt in de richtlijn ook de mogelijkheid van neutrale sigarettenverpakking aan de lidstaten gelaten, in het Engels «plain packaging». Wat het CDA betreft, volgen wij het voorbeeld van Australië, Engeland en Ierland en voeren wij een neutrale sigarettenverpakking in. Is de Staatssecretaris bereid om het wetsvoorstel op dit punt aan te passen?

Dan de display ban, het uitstallingsverbod. Nederland heeft zich via de internationale verdragen gecommitteerd aan een volledig verbod op tabaksreclame, -promotie en -sponsoring. Toch staan er in supermarkten nog steeds hele rekken vol met kleurrijke pakjes sigaretten. In een eerder debat gaf de Staatssecretaris, volgens mij in reactie op vragen van de SP, aan dat het geen zin heeft om enerzijds waarschuwende foto's op pakjes te plaatsen en er anderzijds een gordijntje voor te hangen. Die redenering gaat er bij mij toch niet in. Een verbod op uitstallen is vooral bedoeld om jongeren zo min mogelijk met tabak in aanraking te laten komen. Het Trimbos-instituut heeft goed onderbouwd dat dit ertoe leidt dat jongeren minder snel gaan roken. De foto's zijn bedoeld om rokers aan het denken te zetten over de schadelijke gevolgen van het roken. Dat is iets compleet anders. Is de Staatssecretaris nog steeds van mening dat een uitstallingsverbod en de foto's elkaar uitsluiten? Normaal gesproken is de Staatssecretaris erg scherp in zijn analyse, maar op dit punt vind ik hem zwak.

In de brief staat niets over het tegengaan van illegale handel in sigaretten. Kan de Staatssecretaris aangeven wat de inzet van de regering op dit terrein is?

Voorzitter: Rebel

Mevrouw Pia Dijkstra (D66): Voorzitter. Een kwart van de Nederlandse bevolking rookt. 80% daarvan geeft aan ooit te willen stoppen met roken. Uit het onderzoek blijkt dat er dagelijks zo'n 120 jongeren beginnen met roken. Daarnaast zie je dat de daling onder tabaksverslaafden afvlakt. De gevolgen van roken zijn verstrekkend. D66 hecht daarom waarde aan een goed en stevig preventiebeleid met het oog op de gevaren van tabak. Nederland loopt achter vergeleken met andere landen. Er is dus werk aan de winkel. Te lang is gezegd: rookvrij daar komen wij wel uit. We zien dat het veld er niet uit komt. De minimale verkoopleeftijd is hier een voorbeeld van. De Staatssecretaris schreef al dat zelfregulering de afgelopen jaren niet heeft geleid tot betere naleving van de leeftijdsgrenzen bij verkoop. Wij zien in de cijfers ook dat de handhaving volstrekt tekortschiet. Wat gaat de Staatssecretaris hieraan doen? D66 heeft hier voortdurend op gehamerd. Je kunt maatregelen nemen zo veel je wilt, maar als je niet handhaaft heeft dat geen zin.

Ik ben verheugd dat wij de resultaten van het Trimbos-instituut hebben. Het verminderen van zichtbare tabaksproducten in winkels verkleint de kans op roken met 50%. Momenteel hebben meerdere Europese landen al zo'n display ban. Ik hoor graag wat de Staatssecretaris gaat doen naar aanleiding van deze resultaten.

Het onderzoek geeft ook inzicht in de toegang tot tabak. Hierbij komen onder meer het verminderen van het aantal verkooppunten en een vergunningenstelsel aan bod. Het rapport geeft geen definitief advies en kan de beleidsgevolgen niet overzien. Ik ben dus erg benieuwd of de Staatssecretaris al wel een idee heeft of en, zo ja, hoe hij aan de slag gaat met de genoemde opties. D66 heeft al eerder gepleit voor een gefaseerde reductie van het aantal verkooppunten.

Voorlichting is een krachtig middel voor tabaksontmoediging. Ruim twee derde van de bevolking vindt dat de overheid ook een taak heeft om inwoners voor te lichten over gezondheid en over de gevaren voor de gezondheid. Feit is dat het kennisniveau van de Nederlandse samenleving nog te laag is. Dat schrijft de Staatssecretaris ook. Ik wil graag weten welk plan de Staatssecretaris heeft om dat te verbeteren. Ik heb nog eens rondgevraagd onder jongeren of op de sociale media hiervoor wordt gewaarschuwd. Ik was benieuwd of daar een beetje actie is en of er campagne wordt gevoerd. Daar is echter geen sprake van. Althans deze jongeren hebben het totaal niet meegekregen. Als het er is, werkt het niet. Hoe wil de Staatssecretaris gedegen informatievoorziening onder jongeren oppakken en, als hij dat doet, hoe wil hij dat vorm geven?

Verhogen van accijnzen is volgens de Wereldgezondheidsorganisatie hét middel in de strijd tegen tabak. Een hogere prijs van sigaretten weerhoudt niet alleen kinderen van roken, maar beïnvloedt ook het gebruik onder volwassenen. Ik ben erg benieuwd hoe de Staatssecretaris dit ziet en of hij bereid is om naar verdere verhoging van de accijnzen te kijken.

Voorzitter: Pia Dijkstra

De vergadering wordt van 17.20 tot 17.25 uur geschorst.

Staatssecretaris Van Rijn: Voorzitter. Ik denk dat we het op een aantal punten met elkaar eens zijn. Roken is dodelijk. Hoe jonger je ermee begint, des te moeilijker het is om ervan af te komen. Daarom moeten wij met elkaar keihard inzetten op het voorkomen dat jongeren gaan roken. Mevrouw Leijten zei het al. Het antirookbeleid is niet het pesten van rokers maar het voorkomen dat jongeren gaan roken. Het streven is dat de droom van een generatie die rookvrij opgroeit, dichterbij komt. Dat zal ongelooflijk moeilijk zijn. Letterlijk en figuurlijk is het een zaak van lange adem, maar daar moet het beleid op gericht zijn.

De afgelopen twee jaar hebben wij zeker niet stilgezeten. Er zijn belangrijke stappen gezet. Ik zie dat als een goede basis om tot een rookvrije generatie te komen. Wij zijn er echter nog lang niet. Ik ga straks in op de punten die wij met name aandacht moeten geven. In de brief die de Kamer heeft gekregen, is uitgebreid geïllustreerd dat wij niet stil hebben gezeten. Er is een eenduidig rookverbod voor de horeca. Stoppen met roken is weer onderdeel van de Zorgverzekeringswet. Er zijn campagnes gestart, zoals Stoptober. Er wordt geen tabak verkocht aan jongeren onder de 18. Er is een verscherpte handhaving op het punt van de boetes en three strikes you're out. Er vindt een verkenning plaats van wat er nog meer mogelijk is op het gebied van wet- en regelgeving. Er wordt fors ingezet op rookvrije schoolpleinen. Last but not least wijs ik op de implementatie van diverse aanbevelingen van de Europese Commissie. Die leidt tot het opnemen van afschrikwekkende plaatjes op pakjes sigaretten, het voorkomen dat er allerlei smaakstoffen aan sigaretten worden toegevoegd en ook een reclameverbod voor de e-sigaret. Wat mij betreft, komt er ook aandacht voor andere rookwaren zoals de waterpijp.

De discussie vandaag gaat niet over de maatregelen die al zijn genomen. Ik constateer dat men daar wisselend tevreden mee is. De discussie gaat wel over de vraag of het genoeg is. Doen wij met deze maatregelen voldoende om ervoor zorgen dat het ideaal van de rookvrije generatie dichterbij komt? Volgens mij is dit voortdurend een kwestie van de balans zoeken. Vanuit de optiek van de volksgezondheid kan een antirookbeleid niet hard genoeg zijn. Tegelijkertijd moet je echter rekening houden met het draagvlak in de samenleving, de wijze waarop het beleid nageleefd kan worden en de handhaving. Wij hebben er niets aan als wij allerlei maatregelen nemen waarvan wij later moeten constateren dat er problemen zijn met de naleving en de handhaving. Dan komen wij niet tot een beleid dat steeds verder gaat, maar zitten wij voor wij het weten te discussiëren over de cijfertjes en de naleving. Daarmee komt het doel dat wij willen bereiken, namelijk minder jongeren die gaan roken, niet dichterbij. Ik wil voorkomen dat wij het de komende jaren vooral hebben over de vraag of er nog meer maatregelen moeten worden genomen met alle discussies over naleving en handhaving van dien. In plaats daarvan moeten wij het voortdurend hebben over de vraag welke stappen wij kunnen zetten om het doel dichterbij te brengen.

Wij hebben nu een goede basis. Als ik met ouders, jongeren en scholen praat, constateer ik dat er een andere attitude ten aanzien van roken ontstaat. Ouders hebben op dit punt een andere houding ten opzichte van hun kinderen. Het is niet meer normaal om te roken. Langzaam maar zeker is er een bewustzijnsverandering gaande. Dat is goed. De campagne is daarop gericht. Het is belangrijk om te constateren dat er daarvoor langzaam maar zeker een goede basis is ontstaan.

Mevrouw Bruins Slot (CDA): Ik volg het betoog van de Staatssecretaris niet helemaal. Het is net alsof hij op twee gedachten hinkt. Hij zei expliciet dat wij moeten voorkomen dat wij nog meer maatregelen nemen. Wij moeten ons richten op de stappen die wij moeten zetten om het doel dichterbij te brengen. Is dat een eufemisme voor een pas op de plaats? Doen wij nu even niets meer?

Staatssecretaris Van Rijn: Nee, wat mij betreft niet. Ik had het over de balans. Welke maatregelen moet je nemen en hoe verhoudt zich dat tot handhaving en naleving? Die discussie zullen wij altijd moeten voeren. In die zin is het rookbeleid nooit klaar. Dat geldt ook voor de maatregelen die wij in dat kader nemen. Wij moeten altijd een balans hebben tussen de wetgeving die willen invoeren enerzijds en de naleving en de handhaving anderzijds. Wij moeten nagaan hoe die wetgeving uitwerkt en ons afvragen op basis waarvan wij een volgende stap kunnen zetten. Om te voorkomen dat een nieuwe generatie gaat roken, is ambitie nodig. Ik wil ook nagaan hoe maatregelen uitwerken en wat dat betekent voor naleving, handhaving en bewustwording.

Wij hebben bewustwordingscampagnes gehad om erop te wijzen dat roken heel slecht is, dat het zelfs dodelijk is. In de afgelopen tien jaar is de attitude ten aanzien van roken zeer sterk veranderd. Ik geef zelf altijd het voorbeeld dat op verjaardagen van mijn grootouders bierglazen met sigaretten stonden. Dat gaf een gastvrije indruk op zo'n verjaardag. Dat doen wij niet meer. Dat geeft aan dat de attitude ten aanzien van roken aan het veranderen is. Als wij een volgende stap willen zetten om de kennis onder jongeren te vergroten over de ongezondheid van roken, moet je eerst nagaan wat daarvoor nodig is. Daar is wetgeving voor nodig. Daar is bewustwording voor nodig. Er zijn echter ook een adequate naleving en handhaving nodig. Die moeten werken, want anders kun je de volgende stap niet zetten. Dit is geen pleidooi voor een pas op de plaats, maar wel voor het in perspectief plaatsen van de maatregelen die nodig zijn om het volgende doel te bereiken. Je moet blijven kijken of de maatregelen worden nageleefd, of er voldoende draagvlak is en of er voldoende steun is. Dat is nodig om de volgende stap te kunnen zetten.

Hoe scoren we in internationaal opzicht? Sommige landen nemen meer maatregelen dan wij, maar daarvan is nog niet zo duidelijk wat de effecten zijn. Sommige landen komen ook van verder. Volgens de Eurobarometer gemeten onder 29 landen staan wij op een gedeelde tiende plaats met Denemarken wat betreft rookprevalentie. In 2012 rookte 24% van de Nederlanders. Dat is nu heel licht gedaald. De voorzitter zei al in haar bijdrage als lid van D66 dat een kwart van de bevolking rookt. Dit percentage komt in de buurt van het aantal rokers in Ierland en het Verenigd Koninkrijk. Er zijn landen die meer maatregelen nemen, maar die gaan vaak niet gepaard met een goede introductie. Op dat punt zijn wij zorgvuldiger. Die landen komen echt van verder. Ierland en Frankrijk hebben inderdaad stevige maatregelen genomen, maar zij komen van een rookprevalentie van rond de 30%. Daarom hadden zij meer te doen dan wij in Nederland. Mijn excuses voor het lange antwoord.

Mevrouw Bruins Slot (CDA): Het was inderdaad een enorme woordenbrij van de Staatssecretaris. Samengevat maak ik er het volgende uit op. Geen pas op de plaats, maar hij wil wel de balans tussen de maatregelen en de naleving en de handhaving in het oog houden. Volgens de Staatssecretaris is die balans op dit moment eigenlijk perfect. Dit komt erop neer dat hij het nu wel goed vindt. Een meerderheid van de Kamer heeft echter gezegd dat de Staatssecretaris nog een stap moet zetten. Het momentum moet gebruikt worden om jongeren verder te ontmoedigen om te beginnen met roken. Is de Staatssecretaris bereid om nu verdere maatregelen te nemen?

Staatssecretaris Van Rijn: Die bereidheid om nog verdere maatregelen te nemen om te voorkomen dat jongeren gaan roken is er. De vraag is echter in welk tempo wij dat moeten doen. Ik wil daarbij de consequenties voor het draagvlak, de naleving en de handhaving meewegen. Wij hebben niets aan een wedstrijd wie de meeste maatregelen kan verzinnen als wij niet nagaan of die wel werken. Dat is heel belangrijk.

Mevrouw Leijten (SP): Ik wil de Staatssecretaris eraan herinneren dat hij Staatssecretaris van Volksgezondheid is en niet van Economische Zaken. Hij zegt dat wij een balans moeten zoeken tussen het gezondheidsaspect en het draagvlak in de samenleving. Ik vraag mij af welk draagvlak hij bedoelt. Ik merk dat er steeds meer draagvlak komt, zelfs voor het onder de toonbank verkopen van sigaretten. Iedereen weet dat merk X en merk Y collectorsitems zijn en dat jongeren worden geprikkeld om die pakjes te kopen. De Staatssecretaris heeft daar niets over in zijn plannen staan. Wij zeggen allemaal: nu de horeca rookvrij is, moeten de schoolpleinen het ook worden. De Staatssecretaris zegt echter: rustig aan, ik geef ze nog twee jaar de tijd. Wij weten dat de leeftijdseis niet goed wordt nageleefd. De Staatssecretaris gaf de sector de kans om dat verbeteren, maar de cijfers zijn nu slechter. Hij zegt nu dat hij een balans moet vinden en dat hij maatregelen op maat moet nemen. Hij zou met een plan komen, met aanvullende maatregelen om het tabaksgebruik onder jongeren te ontmoedigen. In dat plan staat niets nieuws. Het moddert voort op dezelfde weg. Wat wil de Staatssecretaris concreet doen als hij het heeft over het zoeken van de balans?

Staatssecretaris Van Rijn: Ik zie het niet als voortmodderen op dezelfde weg, maar als voortgaan op de lange weg die wij met elkaar te gaan hebben om tot die rookvrije generatie te komen. Daarbij hebben wij te wegen welke maatregelen er zijn genomen en welke maatregelen er nog aankomen. Dat zijn er overigens nogal wat. Niet ontkend kan worden dat het pakket maatregelen dat wij nemen, inclusief de implementatie van de Europese richtlijn, stevig is. Ik wijs erop dat wij voortdurend moeten kijken hoe het zit met de naleving en de handhaving. Anders nemen wij maatregelen die geen of onvoldoende effect hebben. Daarmee is er onvoldoende draagvlak en ontvalt de basis aan het beleid. Ik ben zeer bereid om te blijven nadenken en maatregelen te nemen die het ideaal dichterbij brengen. Tegelijkertijd moeten wij ook realistisch zijn en nagaan hoe het staat met de naleving en handhaving.

Ik heb een vrij ernstig gesprek met de branches gehad over de naleving. Ik heb er nog wel enig begrip voor dat in dit jaar de leeftijdsgrens is verhoogd. De verhoging van 16 naar 18 jaar zal enig effect hebben. De naleving is gewoon slecht. Dat moet beter. Ook de branches zijn van de cijfers geschrokken. Op onderdelen zijn de nalevingspercentages hoog, soms tot 80%. Op andere onderdelen zijn de percentages echter zeer laag, want anders kom je niet op die gemiddelden uit. Wij moeten beter kijken naar de precieze cijfers van de verschillende onderdelen. Dan kunnen wij overgaan tot naming-and-shaming. De branches moeten ervoor zorgen dat de praktijk van onderdelen waar het goed gaat, gemeengoed wordt in de hele sector. Ik heb tegen de sector gezegd dat de cijfers erg slecht zijn en dat dit zo niet langer kan. Ik wil van de sector horen op welke termijn de nalevingscijfers zullen verbeteren, inclusief een tijdpad. De branches moeten de maatregelen nemen die nodig zijn om de nalevingscijfers substantieel te verbeteren. Wij zijn het erover eens dat die nu niet goed en niet goed genoeg zijn.

De voorzitter: Mevrouw Leijten, u kunt uw vervolgvraag stellen, maar wel kort graag.

Mevrouw Leijten (SP): Misschien kan de Staatssecretaris dan gewoon antwoorden met ja of nee. Wanneer is het klaar met het wachten op de sector bij de naleving? In januari stonden wij tegenover elkaar en toen zei de Staatssecretaris dat hij met een plan van aanpak en met concrete maatregelen zou komen. Het plan van aanpak bevat echter geen concrete maatregelen. Het gaat over meer onderzoek en het wordt aan de sector overgelaten, terwijl de resultaten fors achterblijven. Wanneer is voor de Staatssecretaris de grens bereikt?

De voorzitter: Die vraag is moeilijk met ja of nee te beantwoorden.

Staatssecretaris Van Rijn: Zoals ik al zei: het is nooit klaar. Elke maatregel die wij nemen, kent een nalevings- en een handhavingsaspect die voortdurend gemeten moeten worden. Naarmate wij meer maatregelen nemen, wordt de druk op de naleving en de handhaving groter. Daarom pleit ik ook voor enig maatgevoel. Ik ben daar niet tevreden over. De verhoging van de leeftijdsgrens tot 18 jaar is een vrij heldere maatregel. Nogmaals, ik heb er begrip voor dat wij in het eerste jaar van de invoering zitten en dat het best lastig kan zijn, maar het moet gewoon verbeteren. Ik wil het komende jaar voorstellen van de sector die ervoor zorgen dat de cijfers volgend jaar substantieel zijn verbeterd en wij deze discussie niet meer hoeven voeren. Ik wil de sector die kans geven, mevrouw Rebel noemde het de laatste kans. De sector heeft heel goed begrepen dat dit de laatste kans is. De branches zijn geschrokken van de slechte cijfers en zij hebben er begrip voor dat daar de nodige druk op gezet moet worden. Overigens zijn zij ook van mening dat die cijfers substantieel verbeterd moeten worden. Dat is niet alleen mijn wens, maar ook die van de branches.

Mevrouw Rebel (PvdA): Ik ken de Staatssecretaris als een zorgvuldig man. Het is fijn dat hij niet inzet op een wedstrijdje verplassen. Er is nu draagvlak voor de display ban. De handhaving is relatief eenvoudig. De naleving is zo mogelijk nog eenvoudiger. Ik ben blij dat de Staatssecretaris ook zegt dat het wat hem betreft ook de laatste kans is. Wat gebeurt er echter als de nalevingscijfers volgend jaar niet beter zijn?

Staatssecretaris Van Rijn: Dat zou een discussie over de display ban kunnen zijn. Mevrouw Rebel deed de suggestie om die maatregel indringend met de sector te bespreken. Ik ben daar graag toe bereid. Wij hebben vorige keer een discussie gevoerd over de display ban in relatie tot de implementatie van de Europese richtlijn. In het kader van de Europese richtlijn wordt met nadruk ingezet op grotere waarschuwingen en afschrikwekkende plaatjes. Het effect daarvan ken ik nog niet. Die maatregelen moeten nog ingevoerd worden. Ik ga ervan uit dat die maatregelen niet voor niets in de Europese richtlijn terecht zijn gekomen. Iedereen verwacht dat mensen daardoor niet alleen aan het denken worden gezet – zoals mevrouw Bruins Slot zei – maar dat dit ook invloed kan hebben op het aankoopbeleid. Mensen worden niet alleen aan het denken gezet als ze een pakje sigaretten hebben gekocht, maar ook voordat zij dat pakje hebben gekocht. Wij staan nu aan de vooravond van de invoering van de pakjes met grotere waarschuwingen en afschrikwekkende plaatjes. Het zou dan merkwaardig zijn om dan tegelijkertijd te besluiten dat je die pakjes niet kunt zien als je ze wilt kopen. Ik ben zeer bereid om met de sector te praten over verdergaande maatregelen, maar ik wil even kijken wat de effecten zijn van de invoering van de afschrikwekkende plaatjes op de pakjes sigaretten. Dat doen wij niet voor niets. Ik denk dat die invloed zullen hebben op het verkoop- en aankoopgedrag van mensen.

Mevrouw Rebel (PvdA): Ik waardeer enorm dat de Staatssecretaris in gesprek gaat met het veld over de display ban. Een display ban draagt bij het bemoeilijken van kopen van tabak door jongeren. Een display ban zorgt ook voor minder reclame die van invloed is op komende generaties rokers. Je kunt ook beide doen. De plaatjes zullen wellicht van invloed zijn op degenen die al roken. Wij weten dat die niet van invloed zijn op jonge, aankomende rokers. Dat stukje van hun hersenen hebben zij vaak nog niet ontwikkeld. Waarom niet en-en?

Staatssecretaris Van Rijn: Ik kom terug op het verhaal van de maatregelen die je wilt nemen en het effect daarvan op de naleving en de handhaving. Daarnaast wil ik simpelweg weten wat het effect is van die afschrikwekkende plaatjes op mensen die sigaretten willen kopen, maar ook op degenen die ze al gekocht hebben. Daar weten wij nog onvoldoende van, zeker in de Nederlandse context. Ik denk dat een display ban een toegevoegde waarde kan hebben. Voordat wij daar eventueel toe kunnen overgaan, wil ik eerst weten wat het effect is van de invoering van de EU-maatregelen. Nogmaals, ik ben bereid om met de sector te kijken of daar een gezamenlijk beleid op te ontwikkelen is.

Hetzelfde geldt voor de schoolpleinen. Ik vind dat schoolpleinen 100% rookvrij moeten zijn. Via projecten proberen wij scholen te stimuleren tot een gezonde school te komen, waaronder een rookvrij schoolplein. Het blijkt dat het realiseren van een rookvrij schoolplein sterk afhankelijk is van de inzet van leerkrachten, soms in goed overleg met actieve leerlingen en hun ouders. Het moet ingebed zijn in het bredere streven naar een gezonde school. Ouders, leerlingen en leerkrachten moeten achter het beleid staan zodat het echt gehandhaafd kan worden. Er zijn voorbeelden van rookvrije schoolpleinen waarbij jongeren vijf meter buiten het schoolplein een sigaret staan te roken. Dan heb je wel een rookvrij schoolplein, maar dan is er eigenlijk niets bereikt. Het rookvrije schoolplein moet zijn ingebed in een totaalbeleid waarin duidelijk gemaakt wordt hoe slecht het is om te roken. Met ouders, leerlingen en leerkrachten moet ervoor gezorgd worden dat dit beleid een diepere werking heeft. De verleidingsstrategie werkt. Steeds meer scholen beginnen erover na te denken waardoor het rookvrije schoolplein als het ware een logische beslissing is. Ook ik wil 100% rookvrije schoolpleinen. Ik kan mij het volgende voorstellen. Over een jaar kan blijken dat de verleidingsstrategie in zoverre heeft gewerkt dat alle scholen die hier vrijwillig toe zijn overgegaan, zijn bereikt. De scholen die het niet willen, moeten dan daartoe gedwongen worden. Dan moeten wij daar maatregelen voor nemen. Ik ben zeer bereid om met mijn collega van OCW te kijken hoe wij dat kunnen bewerkstelligen. Je kunt het opschrijven of zelfs een wet maken om schoolpleinen rookvrij te maken, maar ik wil niet dat er dan 5 meter buiten het schoolplein wel gerookt wordt. Als onderdeel van een breder beleid is een rookvrij schoolplein zeer essentieel.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Over dit onderwerp is een motie van mij door de Kamer aangenomen. Het onderwerp gaat mij zeer aan het hart. De omgeving waar jongeren opgroeien, moet zo gezond mogelijk zijn. De Staatssecretaris schrijft in zijn brief dat hij verwacht dat de schoolpleinen binnen twee jaar rookvrij zijn. Waar baseert hij die verwachting op? Ik hoor hem nu vooral spreken over pogingen en over inzet.

Staatssecretaris Van Rijn: Die verwachting is voor een deel gebaseerd op een missie en voor een ander deel op de ervaringen. Als scholen ermee aan de slag gaan en er is een energieke inzet van ouders, leerkrachten en leerlingen kan het heel snel gaan. Bij gesprekken met jongeren over rookvrije schoolpleinen heb je soms een heel moeizame discussie en gaat het in die zin heel gemakkelijk dat zij zeggen: verbied het nu maar gewoon, dan houden wij ons eraan. In dat laatste geval kan het heel snel gaan. Soms is er heel veel discussie, die ook te maken kan hebben met het aantal rokers in het docentkorps, zo vrees ik. Dan moet je nog wel wat muren slechten.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Ik heb de Staatssecretaris nog niet een echt helder antwoord horen geven op de vraag. Het blijft een boterzachte verwachting. Kan de overheid niet via wetgeving een steun in de rug zijn voor ouders en leerkrachten om de schoolpleinen rookvrij te krijgen?

Staatssecretaris Van Rijn: U vroeg mij waar ik mijn optimisme op baseer. Er is een positieve trend. In 2012 was 26% van de schoolpleinen in het voortgezet onderwijs rookvrij. Inmiddels is dat 48%, waaronder ook veel vmbo-scholen. Samen streven wij naar 100% rookvrije schoolpleinen. Ik doe er de komende jaren nog een flinke schep bovenop. De drie onderwijsraden, het Longfonds, de GGD en het Trimbos-instituut hebben een gezamenlijke doelstelling van 100% rookvrije schoolpleinen, ook in het mbo. Ik verwacht dat wij met deze inzet dat doel ook echt gaan bereiken. Het is bij het mbo veel lastiger om rookvrije schoolpleinen te realiseren dan in de rest van het voortgezet onderwijs. Alle partijen die ermee aan de gang zijn, willen met een zeker optimisme en met ambitie de doelstelling van 100% rookvrije schoolpleinen nastreven. Ik ben daar positief over gestemd. Het is nu een verleidingsstrategie die volgens mij werkt. Blijkt dat wij over een of twee jaar nog de laatste hobbel moeten nemen, dan moeten wij misschien via wet- en regelgeving proberen te bereiken dat er niet meer gerookt wordt op schoolpleinen.

De sigarettenautomaten staan vooral in de horeca. Ik heb de verstrekkers van die automaten zelf aangesproken op de slechte naleving. Samen met de NVWA ga ik een plan maken voor verscherpte handhaving, waarbij ik extra aandacht wil geven aan de handhaving ten aanzien van automaten. Ook hier is het weer zoeken naar de balans. Het gaat er niet om, mensen van boven de 18 bij voorbaat al een verkooppunt te ontnemen, maar als de leeftijdsgrens slecht wordt nageleefd en age coins bovenop de automaten liggen, dan gaat het niet goed. Ook op dit punt moet een beleid worden gevoerd dat echt een bijdrage levert aan het voorkomen dat jongeren gaan roken. Als de naleving zo slecht blijft, zullen de automaten als verkooppunt moeten verdwijnen.

De heer Ziengs (VVD): Ik heb nog een vraag over. Uit het antwoord maak ik op dat als zich problemen voordoen bij een aantal ondernemers, een hele groep ondernemers daaronder moet lijden. Werkt het principe van 3SO niet veel beter? Een ondernemer die een sigarettenautomaat heeft staan en die zich niet aan de regels houdt, wordt daarmee geconfronteerd. De afschrikwekkende werking daarvan zal ertoe leiden dat andere ondernemers sterker gaan sturen op naleving.

Staatssecretaris Van Rijn: Ja dat klopt. Dat is ook de reden dat ik, gelet op de handhavingscijfers, tot de conclusie ben gekomen dat dit niet zo kan. In eerste instantie ga ik met de NVWA over tot een verscherpte handhaving ten aanzien van de automaten. Blijven de cijfers zoals ze nu zijn, dan kan niet gesproken worden van een probleem dat bij enkele ondernemers speelt en dan moeten wij breder beleid ontwikkelen. De slechte naleving speelt een rol bij de verkoop van tabak aan jongeren. Ik zal de handhaving versterken. Werkt dat niet, dan moeten wij verdergaande maatregelen nemen. De naleving ten aanzien van automaten is 9% en dat is veel te laag.

De NIX-campagne is gestart om mensen duidelijk te maken dat de wet- en regelgeving zijn veranderd. Geen verkoop van tabak meer aan jongeren onder de 18. Daarnaast dient de campagne om de bewustwording te versterken. Onder de 18 moet je niet roken en niet drinken. Veel woordvoerders hebben gesproken over de kennis van de schadelijke effecten van roken. Zij vroegen naar de impact van de campagne op de jongeren. In de volgende fase van de campagne moeten wij twee dingen doen. Enerzijds moeten wij nadenken over de vraag hoe wij de kennis over de schadelijkheid van roken verder kunnen vergroten, met name onder jongeren. Anderzijds moeten wij nadenken over de vraag hoe wij de campagne inbedden in een wat bredere aanpak. Er kan niet worden volstaan met de filmpjes op tv, maar wij moeten nagaan hoe wij via social media jongeren beter kunnen bereiken. De campagne wordt veel meer gericht op het vergroten van de kennis over de schadelijke effecten van roken, met name gericht op jongeren. Daarbij worden ook andere media ingezet, waaronder social media.

Mevrouw Bruins Slot (CDA): Wanneer gaat de tweede fase van de campagne in?

Staatssecretaris Van Rijn: Dit najaar, zegt mijn geweten.

Mevrouw Rebel (PvdA): Ik wil daar toch een kanttekening bij plaatsen. Wij weten dat dit een groep is die zich zeer moeilijk laat sturen, laat staan beïnvloeden. Dat hoort bij de leeftijd en de beperkte rijping van de hersenen. Vanmorgen is een rapport van het Trimbos-instituut uitgekomen dat laat zien dat het inzetten van rolmodellen meerwaarde heeft. Die suggestie wil ik de Staatssecretaris meegeven. Ik wijs op de campagnes die in Engeland zijn gevoerd waarbij vervolgens ook hulp wordt aangeboden. Het gaat dan niet alleen om bewustwording, maar ook om ondersteuning, bijvoorbeeld hulp bij het stoppen met roken en doorgeleiding naar de juiste plekken. Neemt de Staatssecretaris dit mee bij de verdere ontwikkeling van de campagne?

Staatssecretaris Van Rijn: Dat zullen wij zeker doen. Er is ook geconstateerd dat wij moeten proberen om niet alleen in overheidstaal jongeren te overtuigen. Rolmodellen kunnen een zeer positieve invloed hebben op het gedrag van jongeren. Het is ook goed om aan te geven wat je moet doen als je wilt stoppen.

Ik kom nu op de specifieke vragen. De vragen van mevrouw Rebel heb ik al beantwoord. De heer Ziengs legde een soort verantwoording af van zijn contacten met de tabaksindustrie. Hij vroeg of er wel voldoende informatie is over de implementatie van de EU-richtlijn bij de tabaksindustrie. Mijn uitgangspunt is dat artikel 5.3 van het WHO-verdrag vereist dat wij zeer terughoudend zijn in de contacten met de tabaksindustrie. Daar hebben wij een verdrag over gesloten. Het enig noodzakelijke contact met de tabaksindustrie is gericht op uitvoeringstechnische kwesties die het gevolg zijn van gewijzigde wet- en regelgeving. Zo zullen wij het ook blijven doen. Als straks de algemene maatregel van bestuur die de implementatie van de richtlijn behelst in consultatie gaat, gaat die naar alle betrokken partijen, dus ook naar de tabaksindustrie. Daar kunnen reacties op worden gegeven. In dat verband wordt de tabaksindustrie tijdig op de hoogte gesteld van wat er van haar wordt verwacht bij de implementatie van de richtlijn. Wij voorzien dat er voldoende tijd is om daarop te kunnen reageren.

De heer Ziengs (VVD): De Staatssecretaris verwijst naar artikel 5.3 van het verdrag. Er is volgens mij nogal wat discussie over dit artikel, met name over de wijze waarop het uitgevoerd moet worden. Er loopt op dit moment ook een procedure over dit artikel. Ik krijg de indruk dat het ministerie daardoor terughoudend is om de technische vragen te beantwoorden. Ik heb daar signalen van gekregen. Herkent de Staatssecretaris dit? Is er inderdaad terughoudendheid in verband met de procedure die over dit artikel gevoerd wordt?

Staatssecretaris Van Rijn: Ik herken dit in die zin dat wij nog eens goed hebben gekeken wat nu precies de voorschriften zijn. Er is geen discussie over dat technische kwesties gewoon besproken moeten kunnen worden en wel zodanig tijdig dat iedereen zich op de veranderingen kan voorbereiden. Met het Ministerie van Financiën hebben wij nog eens opgeschreven hoe artikel 5.3 geïnterpreteerd moet worden. Wij zullen dit bij de andere overheden nog eens onder de aandacht brengen, zodat wij op dit punt een eenduidig beleid hebben. Wij zijn terughoudend in de contacten met de tabaksindustrie. Dat neemt niet weg dat zij zich wel tijdig moet kunnen voorbereiden op veranderende regelgeving. Daarover moet normaal technisch overleg mogelijk blijven.

De heer Ziengs (VVD): Behelst dit ook het beantwoorden van brieven waarin technische vragen worden gesteld?

Staatssecretaris Van Rijn: Brieven worden zo veel mogelijk beantwoord, zeker als zij over technische kwesties gaan. Conform het verdrag wordt er bij ontwikkeling van beleid en van beleidsopvattingen terughoudendheid betracht. Vragen over technische kwesties moeten altijd beantwoord worden.

Ik zeg tegen mevrouw Dik dat wij nooit klaar zullen zijn met het rookbeleid. Ik heb aandacht gevraagd voor hetgeen wij hebben gedaan en voor wat er nog op stapel staat. Ik heb uitgelegd hoe ik aankijk tegen de nieuwe voorstellen zoals die voor de automaten, de schoolpleinen en de display ban.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): De Staatssecretaris zegt dat we nooit klaar zullen zijn met het rookbeleid. Ik hoop wel dat dat moment een keer aanbreekt. Verslaving aan roken is niet in het belang van de volksgezondheid.

Ik had nog een vraag gesteld over het vergunningenstelsel waarmee een aantal landen aan de slag is gegaan. Via vergunningen wordt het aantal verkooppunten direct beperkt. Ondernemers zullen ervan afzien om een vergunning aan te vragen. Dat lijkt mij een goede zaak. Wil de Staatssecretaris dit in overweging nemen? Wellicht wil hij een onderzoekje uitzetten of dit in Nederland ook de moeite waard is, want zo werkt hij graag.

Staatssecretaris Van Rijn: We hebben nu verkooppunten en wetgeving die bepaalt dat er geen tabak aan jongeren onder de 18 mag worden verkocht. Een eventuele vergunning zou je moeten hebben voordat je gaat verkopen. Dat geldt dan weer voor nieuwe verkooppunten. Dat kun je overwegen. Ik vind het prettiger om met de capaciteit, kennis en kunde die wij nu hebben, ervoor te zorgen dat wij de naleving verbeteren en dat wij de handhaving versterken. Bij een vergunningenstelstel moet je eerst criteria opstellen en daarna kijken wie daaraan voldoen. Vervolgens krijgen wij dezelfde handhavingskwestie met de leeftijdsgrens bij verkoop. Daarmee vergeleken kies ik nu voor de korte weg. Er zijn verkooppunten. Wij hebben een duidelijke wet. Laten wij ervoor zorgen dat wij de naleving en de handhaving verbeteren voordat wij over een ander stelsel gaan nadenken. Dan zijn wij heel veel tijd kwijt aan het systeem en te weinig aan naleving en handhaving.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Ik zie niet de moeite die de Staatssecretaris ziet. We kunnen met elkaar afspreken dat voor de plekken waar tabak verkocht wordt, een vergunning aangevraagd moet worden. Doen bedrijven dat niet, dan zullen zij moeten stoppen met het verkopen van tabak. Ik zie hierin veel kansen om de handhaving te verbeteren. Als er meermalen sprake is van een overtreding kan de vergunning worden ingetrokken. De overheid creëert voor zichzelf een instrument om de tabaksverkoop veel beter te reguleren. Dat levert direct gezondheidswinst op. Laten wij kijken wat de mogelijkheden zijn in plaats van op voorhand al te zeggen dat het ingewikkeld is.

Staatssecretaris Van Rijn: Als ik zeg dat het ingewikkeld is, moet ik dat even uitleggen. Wij stonden voor de volgende afweging: gaan we inzetten op goede handhaving en naleving of gaan we nieuwe wet- en regelgeving maken waarmee als het ware een nieuw handhavingsstelsel wordt geïntroduceerd. Aan dat laatste zijn wij veel tijd kwijt. Het duurt enige tijd voordat de wet- en regelgeving gemaakt is. Vervolgens sta je voor hetzelfde vraagstuk. De gemeenten moeten de vergunningen gaan verstrekken en vervolgens moeten die gehandhaafd worden. Ik zie wel dat een vergunningstelsel kan helpen als je aan het begin van nieuw beleid staat, maar wij hebben al wet- en regelgeving en wij hebben al eisen gesteld aan de verkoop. Ik zet dan liever in op betere naleving en handhaving dan dat wij een nieuw handhavingsstelsel gaan maken.

Mevrouw Leijten heeft gevraagd waarom er geen leeftijdsverificatiesysteem wordt ingevoerd. Wij hebben daar al vaker over gesproken. Er zijn verschillende suggesties gedaan voor een systeem waarmee de leeftijd gecontroleerd kan worden. Ik heb mij daar altijd verre van gehouden. Er is een wet en die moet gehandhaafd worden. Het maakt niet uit of dat via de kassière, een verificatiesysteem of een ID-scanner wordt gedaan. Wij moeten zorgen dat de wet wordt nageleefd en wordt gehandhaafd. Ik ben niet ingegaan op de vraag welk systeem het beste is. Op dat punt wil ik niets voorschrijven. Eigenaren van horecabedrijven moeten dat zelf uitmaken. Ik zie wel dat een systeem kan helpen om de naleving te verbeteren, maar ik moet ervoor zorgen dat er een goede wet is die nageleefd wordt en gehandhaafd kan worden. Ik heb tegen de branches gezegd: het interesseert mij niet hoe jullie het doen, als het maar gebeurt.

Mevrouw Leijten (SP): De nalevingscijfers zijn zeer teleurstellend. Dat hebben we zelf van de Staatssecretaris gehoord. Hij heeft ook gezegd dat hij de branche de tijd geeft. Ik zit nu al bijna negen jaar in de Kamer en ik hoor dat al die tijd. Wij geven de branche de tijd. De sector heeft het niet opgelost. Het is niet verbeterd. Wanneer komt de Staatssecretaris met maatregelen nu het nog steeds niet is opgelost? Over een jaar, over twee jaar? Wat is zijn streven? Wij hebben niets aan een goede wet als de naleving en de handhaving te moeilijk zijn.

Staatssecretaris Van Rijn: Daar ben ik het eigenlijk wel mee eens. In mijn gesprekken met de sector heb ik gezegd dat er volgend jaar andere cijfers uit het onderzoek moeten komen. Dan kunnen wij de afweging maken of het pakket maatregelen dat wij nu hebben bedacht voldoende is. Zo niet, dan moeten wij verdergaande maatregelen nemen.

Mevrouw Leijten (SP): Dus als er volgend jaar wordt geconcludeerd dat de naleving nog steeds slecht is, dan komt u met wetgeving.

Staatssecretaris Van Rijn: Dan moeten we met nadere wet- en regelgeving komen op die punten waarop verbetering nodig is.

De NVWA houdt toezicht op de naleving van het rookverbod in shishalounges. Ik wijs erop dat een waterpijp soms wel en soms geen tabak bevat. Een waterpijp met tabak valt gewoon onder de Tabakswet, maar soms bevat een waterpijp kruidenmelanges of andere stoffen. In reguliere cafés worden soms ook waterpijpen gebruikt. Ik geef mevrouw Agema toe dat wij er meer van zouden moeten weten. Het is niet altijd duidelijk wat er in waterpijpen zit en of het gebruik ervan schadelijk is. Mevrouw Agema wees er terecht op dat er schadelijke stoffen in kunnen zitten. Om die reden heb ik het RIVM gevraagd om daar nader onderzoek naar te doen. Dan hebben wij meer inzicht in wat er in waterpijpen zit en welke schadelijke effecten er zijn. Wij hebben dit ook bij de e-sigaret en de samenstelling van tabak gedaan. Als er meer bekend is, kunnen wij ons handhavingsbeleid daarop aanpassen. Ik vat de opmerkingen van mevrouw Agema op als een aansporing om dit voort te zetten.

Mevrouw Agema (PVV): Ik vind dit een heel raar antwoord. Er zullen wel mengsels zijn waar geen tabak in zit, maar in heel Nederland is er geen shishalounge met waterpijpen zonder tabak. Dit is een knotsgek antwoord. De wil om het aan te pakken is er niet. Ik stel voor dat ik een café begin en dat ik met grote letters «rookcafé» op de gevel zet. Op tafel zet ik van die gezellige glaasjes met allemaal sigaretten. Ik maak een menu van alle sigaretten die ik verkoop. Dat kan dus niet meer in deze tijd. Ik probeer duidelijk te maken dat het belachelijk is dat die shishalounges open zijn. Het worden er steeds meer. Er is geen shishalounge in Nederland waar mengsels zonder tabak worden aangeboden.

Staatssecretaris Van Rijn: Dat weet u dan beter dan ik. Ik constateer dat er een grote variëteit is. Wij moeten er meer van weten. Als er tabak in zit, valt een waterpijp onder de Tabakswet. Er zijn controles van de NVWA en er worden boetes uitgedeeld. Uit een oogpunt van volksgezondheid wil ik weten wat er allemaal voorkomt. Welke trends zijn er? Het RIVM doet onderzoek naar de schadelijke stoffen zoals ook bij de e-sigaret is gebeurd. Ik probeer zo veel mogelijk dezelfde lijn te hanteren. Als er een vermoeden is dat het schadelijk is voor de volksgezondheid doen wij daar onderzoek naar. Op basis daarvan nemen wij eventueel nadere maatregelen. Als waterpijpen onder de Tabakswet vallen, dan zijn de controles van de NVWA van toepassing.

Mevrouw Agema (PVV): Wanneer is dat onderzoek klaar? Ik heb al gezegd dat er geen shishalounge of waterpijpcafé is waar geen tabak wordt aangeboden. Er geldt een algeheel rookverbod voor de horeca in ons land. Een waterpijpcafé kan niet bestaan. De Staatssecretaris zoekt nu een uitvlucht waardoor die zaken toch kunnen bestaan. Hij wil onderzoek doen. De e-sigaret is ook al aan banden gelegd. Hij zal vaart moeten maken met dat onderzoek. In september zullen we de uitkomsten daarvan moeten hebben. Het kan niet dat het kleine café op de hoek verdwijnt en op dezelfde hoek een shishalounge wordt geopend.

De voorzitter: Wat is uw vraag precies?

Mevrouw Agema (PVV): Wanneer ze allemaal gesloten zijn.

Staatssecretaris Van Rijn: Wij houden niet bij of ze allemaal gesloten zijn. Ik constateer dat er gewoon inspecties plaatsvinden. Mevrouw Agema zei zelf al dat er in 2014 bij 45 shishalounges 68 inspecties zijn uitgevoerd. In 31% van de gevallen was er een boeterapport en in 7% volgde er een schriftelijke waarschuwing. Het onderzoek van het RIVM naar de schadelijke stoffen is eind 2015 klaar.

Ik heb de meeste vragen van mevrouw Bruins Slot al beantwoord, behalve die over plain packaging. Daarvoor geldt dezelfde argumentatie als voor de display ban. De afschrikwekkende plaatjes worden nog ingevoerd. Het is beetje lastig om dan een andere verpakking voor te schrijven die weer een ander effect heeft. Wij hebben in Europa afgesproken om die afschrikwekkende plaatjes in te voeren en dat gaan wij nu implementeren. Het is goed om dat af te wachten voor wij andere maatregelen gaan overwegen.

Mevrouw Bruins Slot (CDA): Die redenering gaat natuurlijk niet helemaal op. In de Europese richtlijn is hier met opzet ruimte voor gelaten. Dat was onderdeel van de discussie in Europa. Waarom gebruikt de Staatssecretaris nu een ander argument?

Staatssecretaris Van Rijn: Het is in mijn ogen geen ander argument. De richtlijn voor tabaksproducten bepaalt dat pakjes sigaretten niet extra aantrekkelijk voor jongeren moeten worden gemaakt. Dat is geen verplichting tot plain packaging. Wij nemen nu juist andere maatregelen. Er komen grote gezondheidswaarschuwingen op de voor- en achterkant van pakjes. Die beslaan 65% van de oppervlakte. Er komt een verbod op de kenmerkende aroma's en er komen afschrikwekkende plaatjes op de pakjes. Er moet eerst naar het effect van die maatregelen worden gekeken alvorens een andere maatregel te overwegen. Voor de toekomst sluit ik niets uit, maar ik pleit ervoor om eerst af te wachten wat de effectiviteit is van de maatregelen die nu op stapel staan.

Mevrouw Bruins Slot (CDA): Het lijkt alsof de Staatssecretaris een balansdag heeft. Ik vraag mij af waartussen hij steeds balanceert. Welke belangen weegt hij? Wat houdt hem tegen om op een aantal punten een duidelijke lijn te kiezen?

Staatssecretaris Van Rijn: Het is niet mijn beleid om na te gaan wie er nog een maatregel kan verzinnen. Ik wil weten welke maatregelen effectief zijn voor het ontmoedigen van roken door jongeren. Naar die maatregelen zijn en blijven wij naarstig op zoek. De naleving en de handhaving moeten ook goed zijn. Ik ben steeds op zoek naar het meest effectieve pakket. Ik heb aangegeven dat wij veel gedaan hebben, dat er nog veel op stapel staat en dat wij nog een aantal maatregelen kunnen overwegen op het moment dat de naleving en handhaving onvoldoende blijken te zijn. Dat is beste manier van opereren. Wij moeten voorkomen dat wij elke keer discussie krijgen over de vraag wie er nog een maatregel kan verzinnen. Het gaat juist om maatregelen die effectief zijn qua bewustwording, naleving en handhaving.

Mevrouw Agema (PVV): Ik begrijp iets niet. Een waterpijp met een kruidenmengsel valt kennelijk niet onder de handhaving. Als een sigarettenfabrikant dat kruidenmengsel in een sigaret stopt, is het dan geen probleem dat die massaal wordt opgestoken in cafés?

Staatssecretaris Van Rijn: Wij hebben de Tabakswet met het oog op de slechte gevolgen van het roken van tabak op de volksgezondheid. Daar is de hele wetgeving op gebaseerd. Als er kruiden aan worden toegevoegd, blijft staan dat de teer en andere schadelijke stoffen de gezondheid van jongeren bedreigen. Hetzelfde geldt voor de waterpijp.

Mevrouw Agema (PVV): Ik heb het niet over toevoegen van kruidenmengsel. De waterpijp valt onder de Tabakswet, behalve als er een kruidenmengsel zonder tabak in zit. Ik had het over een sigaret met alleen dat kruidenmengsel, zonder tabak dus. Wat gebeurt er als die sigaret massaal wordt opgestoken in een café?

Staatssecretaris Van Rijn: Ik weet niet zeker of ik mevrouw Agema goed begrijp.

Mevrouw Agema (PVV): Gewoon een sigaret zonder tabak. Papier moet je overigens ook niet roken, want dat is ook slecht voor je.

Staatssecretaris Van Rijn: Dat is dan ongeveer de e-sigaret. Daar is onderzoek naar gedaan. De conclusie was dat een e-sigaret kan helpen bij mensen die proberen van het roken af te komen. Bij intensief gebruik van sommige e-sigaretten komen er echter schadelijke stoffen vrij. Dat is de reden dat ik voor e-sigaretten dezelfde reclamebeperkingen heb laten gelden als voor sigaretten. Als uit het waterpijponderzoek dezelfde conclusie wordt getrokken, zal een soortgelijke maatregel nodig zijn.

Mevrouw Agema (PVV): En tot die tijd gaat het roken van waterpijpen met tabak gewoon door.

Staatssecretaris Van Rijn: Er is geen verbod op roken. Er is een verbod op roken in de horeca en er is een verkoopverbod voor tabak voor jongeren onder de 18. Wij proberen die verboden bij alle producten op dezelfde manier te handhaven.

Mevrouw Dijkstra zei dat een accijnsverhoging met name effectief is voor jongeren. Als je de prijs van een product verhoogt, zal dat een rem zijn op de verkoop ervan. Dat geldt voor elk product. Er zijn echter ook andere effecten. Als het accijnsbeleid van Nederland erg uit de pas loopt met dat van andere landen, treden er allerlei grenseffecten op en kan er illegale handel in sigaretten ontstaan. Daar komt bij dat dit een gevoelig onderwerp is. Ik wil graag een breder debat voeren en het hele pakket bekijken. Het gaat niet om het plagen van mensen die roken, maar om het ontmoedigen van jongeren om te gaan roken. Het ideaal is een rookvrije generatie. In dat streven wil ik samen optrekken met heel veel partijen waaronder de Alliantie Nederland Rookvrij!. Verhogen van de accijns heeft ongetwijfeld effect op de verkoop, maar er zitten ook internationale en draagvlakaspecten aan. Al met al is dit niet de meest effectieve maatregel.

Voorzitter: Rebel

Mevrouw Pia Dijkstra (D66): De Staatssecretaris noemt een aantal knelpunten die iedereen kent. Als je jongeren vraagt waardoor zij minder gaan roken, dan zeggen ze allemaal: als de sigaretten zo duur worden dat ik ze niet meer kan betalen. Als sigaretten echt flink duurder worden, heeft dat een heel goed effect. Dat wetend, zou je goed moeten kijken of het mogelijk is om daar iets mee te doen.

Staatssecretaris Van Rijn: Tegelijkertijd heeft dit ook een effect op niet-jongeren en dat moet je meewegen in je beleid terzake. Ik constateer dat de fractie van D66 bij de behandeling van de belastinghervormingen een voorstel zal doen. Dat wachten wij met spanning af.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66): Ik zal onze financieel woordvoerder daartoe aanzetten.

Voorzitter: Pia Dijkstra

Staatssecretaris Van Rijn: De douane en de FIOD zijn verantwoordelijk voor de bestrijding van de illegale productie en handel. Er wordt op internationaal niveau samengewerkt, bijvoorbeeld in EU-verband. De Nederlandse douane heeft de mededeling van de Europese Commissie over de intensivering aanpak sigarettensmokkel onderschreven. Onlangs heeft de douane een meldpunt voor accijnsfraude opgezet, met name gericht op het bestrijden van de illegale sigaretten. Mevrouw Rebel heeft hierover Kamervragen gesteld die onlangs door mij zijn beantwoord.

De voorzitter: Wij gaan over tot de tweede termijn. De spreektijd is anderhalve minuut per fractie.

Mevrouw Rebel (PvdA): Voorzitter. We mogen constateren dat er bij een aantal partijen ongeduld is. De Staatssecretaris is een zorgvuldig man, een man van de balans, maar we willen zo graag meer richting de rookvrije generatie. Nu moet het veld een laatste mogelijkheid geboden worden om tot een aantal maatregelen te komen. Het veld moet worden aangesproken op zijn zelfreinigend vermogen en op zijn rol om tot de rookvrije generatie te komen. Dit moet echt een laatste kans zijn. De Staatssecretaris had het over volgend jaar. Dat is nog anderhalf jaar. Ik hoor graag wat de termijnen zijn. Mijn partij hecht eraan dat wij voortgang boeken. Wij maken ons zorgen over de cijfers van volgend jaar. Het is wel laat als wij dan pas gaan onderzoeken welke mogelijkheden van wetgeving en sancties er zijn. Ik hecht eraan dat er iets meer druk achter komt. Dan weet het veld wat de gevolgen zijn als het de handschoen niet oppakt.

Mevrouw Leijten (SP): Ik ben wel benieuwd wat de PvdA-fractie gaat doen. De oproep was om dit jaar met een convenant te komen. De Staatssecretaris is in balans bezig, maar hij heeft dat niet echt toegezegd. Gaat de PvdA het nu zelf voorstellen? Of zegt zij: als er geen convenant komt, komt er wetgeving.

Mevrouw Rebel (PvdA): Volgens mij ben ik in eerste termijn vrij duidelijk geweest. Wat ons betreft, zetten wij dit jaar in op een convenant. Als dat aan het eind van dit jaar niet geregeld is, is wat ons betreft wetgeving aan de orde voor een display ban in supermarkten.

Mevrouw Leijten (SP): Als je duidelijk bent in eerste termijn dan is het logisch dat je dat in tweede termijn herhaalt. Als de reactie negatief is, dan is het ook logisch dat er een motie wordt ingediend. Gaat de PvdA dat doen?

Mevrouw Rebel (PvdA): Het is een net gebruik om de Staatssecretaris de mogelijkheid te geven om hierop te reageren. Mocht dat voor mijn partij onvoldoende zijn, dan is een motie zeker een optie.

Mevrouw Bruins Slot (CDA): Dit is een goede verheldering van mevrouw Rebel. Mij is echter het volgende nog onduidelijk. Je kunt ook een convenant sluiten waarin staat dat je het met elkaar eens bent en dat je iets probeert, maar het niet hoeft te bereiken. De vraag is dus welke ambitie in het convenant moet worden opgenomen. Wat moeten supermarkten bereiken?

Mevrouw Rebel (PvdA): Volgens mij is dat ten aanzien van een display ban heel eenvoudig. Dat betekent dat de rookwaren niet meer worden uitgesteld. Dat hoef je niet te proberen, maar dat moet je gewoon doen.

Mevrouw Bruins Slot (CDA): Ik vraag dat omdat bij het zwangerschapslogo voor een ingroeimodel is gekozen waarbij eerst 60% van de sector eraan moest voldoen. Ik begrijp nu van mevrouw Rebel dat zij voor de volle 100% hierop inzet. Heb ik dat goed verstaan?

Mevrouw Rebel (PvdA): Met het oog op de zorgen van mijn coalitiepartner over het level playing field wil ik in het convenant een 100% display ban opnemen en niet voor 60%.

De heer Ziengs (VVD): Voorzitter. Ik moet de Staatssecretaris toch complimenteren dat hij niet meteen in de kramp is geschoten door de slechte cijfers. Hij vervolgens met de branches om de tafel gaan zitten om op basis van argumenten over en weer te bezien hoe het doel bereikt kan worden. Dat doel willen wij allemaal bereiken. Er mag geen tabak verkocht worden aan jongeren beneden 18. Uiteindelijk willen wij bereiken dat jongeren niet aan het roken slaan. Daar zijn wij het allemaal over eens.

De Staatssecretaris heeft gezegd geen rokers te willen pesten. Uit de beantwoording maak ik op dat hij ook de ondernemers die zich aan de regels houden niet wil pesten. Hij wil zich echt op het handhavingstraject richten. Degenen die zich niet aan de regels houden, moeten worden aangepakt. Het doet mij deugd om dat te horen.

De bijdrage van de fractie van D66 doet mij het volgende opmerken. Plenair wordt vaak gepleit om alle effecten van accijnsverhogingen in het oog te houden, dus ook grenseffecten. Nu wordt hier gepleit voor een instrument dat voor de sector in de grensstreek net zo desastreus kan uitpakken als voor de groep ondernemers die benzine in de grensstreek levert. Ik wil dat toch nog even kwijt. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretaris dat ziet.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Voorzitter. Bijna aan het eind van de termijn van de Staatssecretaris zei hij dat het niet zijn beleid is om iedere keer weer nieuwe maatregelen te verzinnen. Hij heeft dat ongetwijfeld niet bedoeld als een reactie op de inbreng van Kamerleden, maar ik wil toch gezegd hebben dat het absoluut niet mijn intentie is om iedere keer nieuwe maatregelen te verzinnen die nergens landen. Uit cijfers die van verschillende organisaties tot mij zijn gekomen, zie ik dat er draagvlak is om een stap verder te zetten. Ik constateer dat de Staatssecretaris dat niet doet. Ik hoor graag van hem welke concrete maatregelen hij wel voorstelt. Hij wil toch een stap verder zetten. Het enige is dat hij aan de slag gaat met de implementatie van de Europese richtlijn en er komt een tweede fase van de campagne NIX18. Verder zie ik vrij weinig. Het moet uit de Kamer komen om de Staatssecretaris ertoe te bewegen dat de maatschappelijk gewenste stap gezet wordt. Ik denk aan de display ban. Ik hoop dat er een meerderheid is voor het weghalen van sigarettenautomaten. De naleving ten aanzien van die automaten is echt niet op orde. De betrokkenen moeten laten zien dat die op orde is. Zo niet, dan moeten de sigarettenautomaten er uit. Dat zijn verdere stappen die gezet kunnen worden. Het is niet mijn bedoeling om allerlei nieuwe maatregelen te verzinnen, maar wij willen gezondheidswinst bereiken nu er draagvlak voor is. Dat is waar de ChristenUnie voor staat. Ik wil dit graag nog even meegeven aan de Staatssecretaris. Ik zou zeggen: zet «m op, toon leiderschap en wees een echte Staatssecretaris van Volksgezondheid voor onze jongeren.

Mevrouw Leijten (SP): Voorzitter. Ik noemde het plan van aanpak om het gebruik van tabak onder jongeren te ontmoedigen te laat, te weinig en laf. Als je ziet dat de PvdA ontevreden is en de VVD complimenten geeft, weten wij hoe laat het is. Er is nog een kans voor de sector die al jaren niet voldoet aan de handhaving van de leeftijdsgrens. Er komt een verleidingsstrategie voor rookvrije schoolpleinen omdat er misschien leerkrachten zijn die roken. Dat werkt de rookindustrie in de hand. De Staatssecretaris zoekt hier de verkeerde balans. Naleving en handhaving zijn de steekwoorden. Die termen heeft hij wel honderd keer gebruikt, vaak in samenhang met de term «effectief». Ik wijs erop dat het Trimbos-instituut in 2014 een effectief systeem voor leeftijdscontrole heeft beschreven waarmee naleving en handhaving veel makkelijker worden. Daar kan voor gekozen worden. Vermindering van het aantal verkooppunten maakt de naleving veel gemakkelijker. Dat is een effectieve maatregel. Uit het zicht verkopen is een effectieve maatregel gebleken in de landen waar dat is ingevoerd. Jongeren worden dan niet verleid door de kleurige pakjes. Plain packaging is daarbovenop interessant. Een mooi pakje kan uit het zicht worden verkocht, maar het kan wel in het zicht van kinderen liggen en daarmee een marketinginstrument zijn.

De Staatssecretaris wil onderzoeken wat effectief is, maar onderzoeken is het nieuwe wegkijken. Ik had gewild dat hij op andere dossiers net zo behoedzaam was omgegaan met de invoering als met de maatregelen in het kader van het rookbeleid. Ik zie hier onwil. De Kamer moet dan maar druk uitoefenen. In de columns van mevrouw Rebel op allerlei websites lees ik dat zij meerderheden zoekt. Die zoeken wij ook. Wij nodigen de PvdA uit om zich bij meerderheden aan te sluiten of meerderheden te maken als de Staatssecretaris toch VVD-beleid blijft uitvoeren.

Mevrouw Agema (PVV): Voorzitter. Bedankt voor de beantwoording Staatssecretaris, maar ik blijf in hoge mate zitten met de shishalounges. Ik vind het een bizar verhaal. De waterpijp valt onder de Tabakswet, maar er wordt niet gehandhaafd. Een shishalounge in deze tijd is net zo knotsgek als een rookcafé. Het kan allemaal maar. De Staatssecretaris gaat onderzoek doen. Iedereen weet dat als je het kruidenmengsel dat zonder tabak in een waterpijp wordt gebruikt, in een sigaret stopt en die opsteekt in een café, het rookverbod gehandhaafd zal worden. Ik kan mij voorstellen dat het roken van papier en dergelijke ook ongezond en kankerverwekkend is en dat je die stoffen ook niet mee moet roken. Dat onderzoek is gewoon slappe hap. Het kan niet dat alles en iedereen de zweep van een algeheel rookverbod over zich heen krijgt, maar dat shishalounges overal geopend worden. Dat kan gewoon niet. Dat is echt slappe hap. De Staatssecretaris moet in de benen komen en handhaven.

Mevrouw Bruins Slot (CDA): Voorzitter. Ik dank de Staatssecretaris voor zijn antwoorden. In een interruptie heb ik gezegd dat de Staatssecretaris een balansdag had. Ik vroeg hem waartussen hij moest balanceren. Toen had hij het weer over effectiviteit, handhaving en naleving. Mij is inmiddels duidelijk geworden waar hij tussen balanceert. Hij hangt in de touwen tussen de PvdA-fractie en de VVD-fractie. De ene fractie zet de gezondheid voorop en de andere fractie dient nog steeds heel andere belangen. Als de Staatssecretaris echt de jeugd wil ontmoedigen om te beginnen met roken, is het dan niet verstandig om nog eens goed na te gaan wat echt effectief is? Het gaat erom jongeren een gezond leven, een gezonde kans te bieden.

Ik heb nog een aantal vragen. Is de Staatssecretaris bereid om een convenant voor het uitstallingsverbod te sluiten? Gaat hij dan ook voor de volle 100%? Ik heb de Staatssecretaris een aantal keren horen zeggen dat dit de laatste kans is. De sector moet het nu doen. Tot wanneer hebben de branches de laatste kans. Als die kans niet gegrepen wordt, wat gaat de Staatssecretaris dan doen? Dat blijft steeds boven de markt hangen.

De Staatssecretaris neemt wel degelijk een aantal maatregelen die volgens het CDA een positieve bijdrage kunnen leveren aan het ontmoedigen van roken. Het is goed dat dit gebeurt, maar op een aantal punten zien wij de Staatssecretaris graag nog net een stapje extra doen.

De heer Ziengs (VVD): In de discussie kwam via D66 naar voren dat accijnsverhoging een goed instrument zou zijn. Hoe denkt het CDA daarover? Is dat een goed instrument om het roken onder jongeren te ontmoedigen?

Mevrouw Bruins Slot (CDA): De laatste tijd zijn er enorm veel moties ingediend om de accijns op diesel te verlagen. Die moties hebben wij allemaal gesteund. Wij hebben geen enkele motie gesteund om de accijns op tabak te verlagen.

De heer Ziengs (VVD): Mag ik daaruit concluderen dat dezelfde pomphouder aan de ene kant door het CDA geholpen wordt met moties voor verlaging van de accijns op diesel, maar aan de andere kant straks getrakteerd wordt op moties over verhoging van de accijns op rookwaren?

Mevrouw Bruins Slot (CDA): De VVD-fractie heeft de pomphouders in de grensstreek echt de goot in geholpen door de accijns op de diesel te verhogen. Dat heeft de regering helemaal niets opgeleverd. Nog steeds gaan die ondernemers daar kapot. Dat is de schuld van de VVD. Het zou goed zijn als de VVD die maatregel eindelijk zou terugdraaien.

De heer Ziengs (VVD): Ik heb u geen antwoord horen geven op mijn vraag.

De voorzitter: Iedereen gaat over zijn eigen antwoorden.

Voorzitter: Rebel

Mevrouw Pia Dijkstra (D66): Voorzitter. Ik ben best goed in multitasken, maar het is niet echt eenvoudig om het voorzitterschap te combineren met het voorbereiden van een tweede termijn. In eerste termijn heb ik al aangegeven dat de Staatssecretaris zelf heeft geschreven dat de zelfregulering de afgelopen jaren niet goed heeft gewerkt. Hij blijft daarop inzetten hoewel hij er een soort deadline aan verbindt, zo heb ik hem tenminste begrepen. Waar gaat dat toe leiden? Wij hebben geconstateerd dat de cijfers slecht zijn. De afgelopen jaren heeft het beleid niet geleid tot daadwerkelijke vermindering van de beschikbaarheid van tabak.

Mij is niet duidelijk op welke manier de Staatssecretaris ervoor gaat zorgen dat de handhaving beter zal plaatsvinden. 90% van de 14- en 15-jarigen slaagt erin om in een horecagelegenheid tabak te krijgen. Dat zijn cijfers waar je steil van achterover slaat. Ik wil toch duidelijker van de Staatssecretaris horen hoe hij de handhaving vorm gaat geven.

Dan nog even over de display ban en plain packaging. Dertien keer per dag worden pakjes sigaretten tevoorschijn gehaald. Dat is een marketinginstrument op zichzelf. Ik kan mij voorstellen dat de Staatssecretaris zegt dat hij eerst wil kijken hoe het gaat met die afschrikwekkende afbeeldingen, maar ik denk dat hij niet te lang moet wachten met alvast na te denken over de wijze waarop wij een stap verder kunnen zetten.

Er is veel over onderzoek gesproken. Wij weten heel veel uit het buitenland. Ik hoorde de Staatssecretaris zeggen dat wij moeten kijken hoe het in Nederland uitwerkt. Is het hier echt zo anders dan in andere landen, vooral in Europa?

Voorzitter: Pia Dijkstra

Staatssecretaris Van Rijn: Voorzitter. Ik zal proberen antwoord te geven op specifieke vragen. Ik heb veel over de balans gesproken. Daarmee probeer ik aan te geven dat er een balans moet zijn tussen de maatregelen en de naleving en de handhaving. Vanuit het oogpunt van volksgezondheid wil ik ervoor ijveren en vechten dat wij straks een generatie hebben die niet opgroeit met de gewoonte van het roken van sigaretten. Roken is dodelijk. Roken is dus heel slecht, zeker als je er als jongere mee begint en er daarna niet meer van afkomt. Alle maatregelen staan in het teken van het bereiken van dat doel. Wij moeten niet alleen maatregelen bedenken, maar het gaat er vooral om dat die goed nageleefd en gehandhaafd kunnen worden, zodat zij effectief zijn. Mevrouw Dik merkte terecht op dat het haar er ook niet om gaat om zo veel mogelijk maatregelen te verzinnen. Wij hebben een gemeenschappelijk doel, namelijk voorkomen dat de jeugd gaat roken. Dat is het allerbelangrijkste.

Er is de afgelopen jaren veel beleid in gang gezet en dat zal de komende periode ook gebeuren. De horeca is rookvrij. Er is een leeftijdsgrens van 18 jaar. De inzet is om schoolpleinen 100% rookvrij te maken. De handhaving wordt verscherpt. De Europese richtlijn wordt in de vorm van waarschuwingen op pakjes en het verbieden van het toevoegen van geur- en smaakstoffen geïntroduceerd. De naleving wordt verder versterkt. Dit is een taak van de NVWA en van de gemeenten als het gaat om de Drank- en Horecawet. Dit zijn geen maatregelen waarvan je kunt zeggen dat het wel meevalt. Het zijn substantiële maatregelen die in de praktijk de nodige implementatie vergen. Dat blijkt ook wel uit de nalevingscijfers. In dit stadium is de naleving niet goed genoeg. Om die te verbeteren moeten er maatregelen worden genomen. Wij zijn bezig met het creëren van een effectieve basis waarmee wij toekomstige generaties kunnen helpen om niet te gaan roken. Als uit de komende cijfers blijkt dat de naleving nog steeds onvoldoende is, ben ik bereid om eventueel verdergaande maatregelen te treffen en dat geldt ook voor de Kamer als ik de woordvoerders zo hoor. Ik wil dit wel in deze volgorde doen omdat dat het meest effectief is.

Volgend jaar om ongeveer deze tijd zullen wij weer cijfers over de naleving krijgen. Die zijn voor mij bepalend voor de vraag of wij verdere stappen moeten zetten. Volgend jaar rond deze tijd zitten wij weer aan tafel om aan de hand van de cijfers te bepalen of verdere stappen noodzakelijk zijn.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): We hebben de afgelopen jaren debatten gehad met de Staatssecretaris over het rookbeleid in Nederland. De ChristenUnie heeft in dat kader een aantal voorstellen gedaan, bijvoorbeeld om het aantal verkooppunten terug te dringen. De Staatssecretaris heeft echter steeds gezegd: wacht nou even, ik kom met een totaalpakket; ik stuur de Kamer een brief met mijn visie op de manier waarop wij het roken kunnen verder terugdringen. Die brief bespreken wij vandaag. Het zijn echter allemaal maatregelen die in het verleden zijn genomen en waarbij het nu vastloopt op de naleving en de handhaving. Ik heb destijds voorbereide moties niet ingediend of moties aangehouden omdat ik dacht dat de Staatssecretaris een stap zou zetten. Waar blijft die stap nu? Hij kan toch niet volhouden dat naast alle goede maatregelen die genomen zijn, het niet nodig is om nog een zeer effectieve maatregel te nemen die het doel dat wij allebei nastreven dichterbij brengt?

Staatssecretaris Van Rijn: Daarom proberen wij een pakket te maken in het kader waarvan zo goed mogelijke maatregelen worden genomen. De volgende stap is dat die ook echt nageleefd worden. Ik sluit geen verdere maatregelen uit. Ik vind wel dat er nu een vrij stevig pakket ligt. Niet alle maatregelen daaruit zijn ingevoerd, zoals de implementatie van de EU-richtlijn. Als de nalevingscijfers zo blijven, zullen wij verdergaande stappen moeten zetten. Het is heel belangrijk om voor de komende jaren in te zetten op de naleving en de handhaving. Aan de hand daarvan kan ik nagaan of er verdere stappen nodig zijn. Daar heb ik helemaal niet zo veel tijd voor gegeven. Volgend jaar zitten wij hier aan tafel met de nalevingscijfers en kunnen wij constateren of het beleid werkt of niet.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Nogmaals de ChristenUnie en ook andere fracties hebben aangedrongen op een volgende stap. We hebben het gehad over de display ban en beperking van de verkooppunten. De Staatssecretaris zei steeds: wacht nou even, ik kom met mijn brief en er komen rapporten aan. We hebben al veel langer op de brief en op dit debat gewacht dan wij eigenlijk gewild hadden. Er liggen goede rapporten. Er is maatschappelijk draagvlak en toch wil de Staatssecretaris de stap niet zetten. Ik heb een klein beetje het gevoel dat wij wel dezelfde richting op willen, maar dat de Staatssecretaris niet een tandje erbij wil zetten, terwijl dat toch zo nodig is. Ik wil een VAO aanvragen om een motie op dit punt te kunnen indienen.

Staatssecretaris Van Rijn: Dit was niet zozeer een vraag als wel een aankondiging. Ik herhaal dat wij een aantal maatregelen hebben genomen en dat er nog maatregelen genomen zullen worden. Nu gaat het erom de naleving verder te verscherpen. In mijn brief heeft men kunnen lezen dat er nog een scala aan maatregelen is waar wij uit kunnen putten als blijkt dat de naleving niet voldoende is. Ik heb die maatregelen niet voor niets in mijn brief opgenomen, maar ook als signaal aan alle branches. Er wordt nu een pakket aan maatregelen genomen. Met de implementatie daarvan kan best nog wel wat tijd gemoeid zijn. De branches hebben ook tijd nodig om de maatregelen te implementeren. Dat is nu aan de gang. Wij rekenen de sector echter wel af op de resultaten. Volgend jaar om deze tijd zitten wij om de tafel om te kijken of het voldoende is dan wel of wij verdergaande stappen moeten zetten. Wij kunnen dan kiezen uit het scala aan maatregelen dat ik niet voor niets in de brief heb opgenomen.

Mevrouw Leijten (SP): Ik steun het ongenoegen en het ongeduld van de ChristenUnie volledig. Wij hebben eerder te horen gekregen: als de nalevingscijfers niet goed zijn, dan ga ik stappen zetten. Nu zegt de Staatssecretaris dat de implementatie lastig is. Hij heeft begrip voor de sector. Als het volgend jaar niet goed is, gaat hij eventueel stappen zetten. Een uitspraak dat je eventueel stappen gaat zetten, is voor mij niet helder. Worden volgend jaar stappen gezet als de nalevingscijfers net zo erbarmelijk zijn als nu? Wanneer is de Staatssecretaris volgend jaar tevreden? Met een naleving van 100%, 80%, 60% of misschien zelfs wel met een percentage van onder de 50?

Staatssecretaris Van Rijn: Ik heb niet voor niets in mijn gesprekken met de sector aangegeven dat de naleving gewoon slecht is. Ik heb betrokkenen gevraagd wat zij er zelf van vinden, in welke mate die cijfers beter moeten worden en op welke termijn. Ik heb gezegd dat ik volgend jaar dezelfde meting doe. Ik wil ook met de sector tot een protocol komen zodat er geen enkele discussie over de cijfers is. Die discussie is overigens gelukkig al veel minder dan vroeger. Ik zal beoordelen of de voorstellen van de branches voldoende zijn en ik zal de Kamer daarover informeren. Dat lijkt mij de goede gang van zaken.

Mevrouw Leijten (SP): Ik vind het echt onder de maat om voorstellen te vragen van een sector die slecht presteert. Wij hebben een wet die gehandhaafd moet worden. Dat gebeurt niet goed genoeg. De wet is heel ingewikkeld en moeilijk handhaafbaar gemaakt. Nu blijkt dat de cijfers zwaar onvoldoende zijn, mag de sector zelf voorstellen maken. Als het de Staatssecretaris echt menens is, is hij dan bereid om in de tijd dat hij de sector de tijd geeft om tot een goede naleving te komen, wetgeving voor te bereiden? Als het volgend jaar niet geregeld is, kan er direct een wetsvoorstel bij de Kamer worden ingediend. Dan kunnen wij volgend jaar nog regelen dat er wel maatregelen worden genomen en wij niet opnieuw de sector drie jaar de tijd hoeven te geven.

Staatssecretaris Van Rijn: Ik heb niet voor niets een brief geschreven waarin ik aangeef wat er is gedaan en wat wij nog moeten gaan doen. Ik geef aan dat wij naar de naleving gaan kijken. Ik heb er een onderzoek aan toegevoegd waaruit blijkt wat er nog meer mogelijk is aan wet- en regelgeving, met inschatting van wat er wel en wat er niet effectief is. Dat doe ik niet voor niets. Ik wil daarmee laten zien welk scala aan mogelijkheden wij verder nog hebben. Als de naleving niet verbetert, kunnen wij daaruit putten. Ik zal niet schromen om ervoor te zorgen dat er snelheid in komt als de nalevingscijfers slecht blijven. Ik doe daar op voorhand geen uitspraken over. Ik herhaal dat de naleving en de handhaving erg belangrijk zijn. Er moet commitment bij de sector zijn om dit soort maatregelen door te voeren.

Mevrouw Rebel (PvdA): Ik begrijp dat de Staatssecretaris op de cijfers van volgend jaar wil wachten. In zijn eerste termijn heb ik een aantal toezeggingen gehoord die wij mogelijk in de categorie «toch meer doen» kunnen plaatsen. Hij gaat in gesprek met de branches over een display ban en over de mogelijkheid om dit door de sector zelf te laten oppakken. Fabrikanten van tabaksautomaten wordt gewezen op het belang van een betere leeftijdsverificatie; wellicht een systeem zonder muntjes. Ik heb ook gehoord dat de Staatssecretaris de campagne voor bewustwording onder jongeren wil intensiveren. Heb ik goed begrepen dat er toch meer gebeurt of wachten wij op de nalevingscijfers van volgend jaar?

Staatssecretaris Van Rijn: Naast mijn benadering van het verbeteren van de naleving en mijn plan om aan de hand van de cijfers van volgend jaar te beoordelen of verdere maatregelen nodig zijn, heb ik drie toezeggingen gedaan. Ik ga met de sector in gesprek over de vraag of een display ban wordt gesteund en of wij daar afspraken over kunnen maken. Ik ga met de automatenbranche in gesprek over de vraag hoe de handhaving versterkt kan worden omdat de nalevingscijfers zeer slecht zijn. De campagne wordt voortgezet en met name gericht op de kennisvergroting van de schadelijkheid van de effecten van roken. Door de inzet van andere media wordt de campagne meer gericht op jongeren. Samen met het pakket maatregelen en de verbetering van de nalevingscijfers, heb ik het idee dat er een vrij stevige basis is om het rookbeleid in Nederland weer een stap verder te brengen.

Mevrouw Rebel (PvdA): De Staatssecretaris zal inmiddels wel weten dat ik graag probeer om het uiterste voor elkaar te krijgen. Er was volgens mij nog een toezegging. De Staatssecretaris was bereid om met zijn collega te kijken naar de mogelijkheden om scholen zonder rookvrije schoolpleinen te sanctioneren. Wat mij betreft, gebeurt dat vanaf een nader overeen te komen datum.

Staatssecretaris Van Rijn: Dat heb ik inderdaad toegezegd. Ik zit een beetje met het punt van het sanctioneren. Het zou raar zijn als een school minder geld voor onderwijs krijgt als het schoolplein niet rookvrij is. Er is een goede ambitie om de schoolpleinen rookvrij te krijgen. Ik ben optimistisch over het verloop ervan. Ik ben van mening dat de schoolpleinen voor 100% rookvrij moeten worden. Tot nu toe hebben wij met een verleidingsstrategie gewerkt. Voor het laatste stukje hebben wij wellicht een ander instrument nodig. Ik heb mij bereid getoond om samen met mijn collega van Onderwijs te kijken wat de beste manier is om dat voor elkaar te krijgen.

De voorzitter: Mevrouw Agema heeft een punt gemaakt van de shishalounges.

Staatssecretaris Van Rijn: Ik kan niet genoeg benadrukken dat wij op dat punt eenzelfde beleid voeren als ten aanzien van de e-sigaret. De e-sigaretten zonder tabak vallen niet onder de Tabakswetswet. Ik heb laten onderzoeken of er niet toch schadelijke stoffen in de rook zitten. Dat blijkt bij intensief gebruik het geval te zijn. Om die reden heb ik daarop maatregelen genomen. Ik wil ten aanzien van de waterpijp precies hetzelfde doen. Als er geen tabak in zit en de waterpijp dus niet onder de Tabakswet valt, laat ik het RIVM onderzoeken of er schadelijke stoffen in de rook zitten. Mocht dat het geval zijn, dan nemen wij daar nadere maatregelen op.

Mevrouw Agema (PVV): Er zijn twee dingen die niet kloppen. De Staatssecretaris gaat er ten onrechte van uit dat in alle waterpijpen een kruidenmengsel zit waardoor hij dat onderzoek af kan wachten. Hij gaat er ook onterecht van uit dat niet gangbaar is dat er tabak in zit. In alle shishalounges zit er tabak in de waterpijpen, ook als ze kruidenmengsels aanbieden. De Staatssecretaris creëert rechtsongelijkheid als hij eerst het onderzoek naar de kruidenmengsels afwacht. Tot die tijd wordt er niet gehandhaafd en blijven de shishalounges gewoon open, terwijl een rookcafé vanwege het algehele rookverbod niet kan bestaan.

Staatssecretaris Van Rijn: Als uit de inspecties van de NVWA blijkt dat er boetes zijn uitgedeeld in shishalounges waar waterpijpen met tabak worden gebruikt, dan kunt u toch concluderen dat er wel gehandhaafd wordt. Anders zou die boetes niet zijn uitgedeeld. Er is nog een ander aspect. Als er geen tabak in zit, hebben wij hetzelfde vraagstuk als met de e-sigaret. Het RIVM onderzoekt de kruidenmengsels op schadelijke stoffen. Bovendien is er een ontwikkeling rondom het gebruik van de waterpijp die ons voor nadere vragen stelt. Daar laat ik ook onderzoek naar doen. Als er tabak in zit wordt er gehandhaafd, net als overal. Als er schadelijke stoffen in zitten, nemen wij ook nadere maatregelen.

Mevrouw Agema (PVV): Dat klopt dus ook al niet. Uit de rapportage blijkt dat een op de drie shishalounges een boete krijgt, terwijl in 100% van de lounges gerookt wordt. Er wordt gecontroleerd of er nog in cafés wordt gerookt. In 60% van cafés blijkt dit niet het geval en de andere krijgen boetes en noem maar op. In 100% van de shishalounges wordt gerookt. Het kan dan niet kloppen dat maar in 30% van de gevallen een boete wordt uitgedeeld. Daar ben ik vanaf het begin op aangeslagen. Dat is rechtsongelijkheid. De Staatssecretaris kan niet beweren dat in twee derde van shishalounges kruidenmengsels gerookt worden. In 100% van de zaken zijn tabaksproducten aanwezig, maar er wordt niet gecontroleerd.

Staatssecretaris Van Rijn: Ik weet niet of we nader tot elkaar komen. Als er tabak wordt gebruikt in de horeca wordt er gehandhaafd, ook in een shishalounge. Als er geen tabak in zit, is er sprake van een ander product à la de e-sigaret. Dan is er een ander vraagstuk, namelijk zitten er schadelijke stoffen in of niet. Dat zullen wij ook onderzoeken.

De fractie van D66 heeft nog naar de handhaving gevraagd. Ik ben er niet van overtuigd dat zelfregulering het hoogste goed is, maar commitment van de branches is heel belangrijk. Er is een wet die voorschrijft dat er geen tabak verkocht mag worden aan jongeren onder de 18. Die wet moet gehandhaafd worden. Het is niet de bedoeling om bij elke ondernemer een politieagent neer te zetten om te controleren. Ik eis commitment van de sector. De brancheorganisaties moeten ernaar streven dat de naleving bij al hun leden op orde is. Er is geen capaciteit voor een 100% controle. Daarom is de naleving door de branches zo ongelooflijk belangrijk. Ik zie dat men dat ook wel wil, maar mijn geduld is niet eindeloos. Vandaar dat ik gezegd heb dat de naleving het komende jaar op orde moet komen.

Ik ben samen met de NVWA bezig om de handhavingsplannen verder te verscherpen. Ik heb niet voor niets het onderzoek naar de maatregelen waar je nog meer aan zou kunnen denken bij de stukken gevoegd. Het denken staat niet stil. Wij gaan daar niet pas over nadenken op het moment dat de naleving niet deugt. Wij zijn nu al bezig met het denken over eventuele maatregelen als de nalevingscijfers daar aanleiding voor geven.

Mevrouw Bruins Slot (CDA): Ik heb een lijstje voor me liggen om te zien of alle belangrijke punten in de beantwoording aan de orde zijn gekomen. De PvdA, de SP en het CDA hebben nog vragen gesteld over het convenant. Wil de Staatssecretaris dat sluiten met de branches? Voor welk percentage moet een uitstallingsverbod gelden?

Staatssecretaris Van Rijn: Ik heb mij bereid getoond om met de branches te gaan praten over de vraag of wij afspraken kunnen maken over de display ban en andersoortige maatregelen. Ik wil niet vooruitlopen op het resultaat van die gesprekken. Begin volgend jaar zal ik de Kamer daarover informeren.

Mevrouw Bruins Slot (CDA): Ik weet dat het reces er aankomt. Ik weet ook dat de Staatssecretaris doorwerkt in het reces. Het lijkt mij dat hij heel goed in het najaar die brief kan sturen. Dan behandelen wij ook de wet en het is wel zo handig om dit gelijk op te laten lopen.

Staatssecretaris Van Rijn: Ik wil graag in overleg nagaan of dit mogelijk is. Ik kan mij voorstellen dat dit mogelijk is. Dit hoeft niet tot volgend jaar te wachten. Ik kan geen definitieve datum noemen zonder dat ik daarover heb kunnen overleggen.

De voorzitter: Mevrouw Dik heeft een VAO aangevraagd. Mevrouw Leijten heeft daar ook over gehad.

Ik vat kort de toezeggingen samen.

  • Eind 2015 ontvangt de Kamer het onderzoek van het RIVM naar de schadelijkheid van de waterpijp.

  • De Kamer wordt geïnformeerd over voorstellen van de branches om de naleving van de leeftijdsgrens substantieel te verbeteren, voorzien van een tijdpad.

  • In juni 2016 wordt de Kamer geïnformeerd over de nieuwe nalevings- en handhavingscijfers en besluitvorming over eventuele verdere maatregelen.

  • De Kamer wordt zo mogelijk nog in het najaar van 2015 geïnformeerd over het overleg met het veld over de display ban, de sigarettenautomaten en de versterking van de publiekscampagne.

  • De Kamer wordt geïnformeerd over de uitkomsten van het overleg met OCW over 100% rookvrije schoolpleinen.

Ik dank de Staatssecretaris voor zijn aanwezigheid, ik dank de leden voor hun inbreng en ik dank de mensen op de publieke tribune voor hun belangstelling.

Sluiting 18.55 uur.