Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201231920 nr. 23

31 920 Vergunningverlening natuur- en milieuwetgeving

Nr. 23 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juli 2012

Middels deze brief wil ik u op de hoogte brengen van mijn besluit om opnieuw een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) te verlenen aan RWE Eemshaven Holding BV voor het oprichten, in werking hebben en houden, en onderhouden van een energiecentrale in de Eemshaven.

Eerdere communicatie met de Tweede Kamer

Tijdens het AO EHS en Natuur op 7 september 2011 (Kamerstuk 30 825, nr. 108) heb ik toegezegd om de Kamer te informeren over de vergunningverlening door het Rijk in verband met de kolencentrale Eemshaven, na afronding van het proces, vóór het kerstreces 2011.

Op 23 september 2011 heb ik de Kamer per brief geïnformeerd over de redenen van vernietiging en over de verder voorziene procedure (Kamerstuk 31 920, nr. 6).

Op 8 september 2011 heeft het Lid Van Tongeren (GL) vragen gesteld over de energiecentrale. Deze heb ik op 3 oktober 2011 schriftelijk beantwoord (Aanhangsel Handelingen II 2011/12, nr. 197).

Op 13 oktober 2011 heeft een AO over de RWE centrale plaatsgevonden (Kamerstuk 31 920, nr. 14). Op vragen gesteld tijdens dit AO heb ik geantwoord bij brief van 16 november 2011 (Kamerstuk 31 920, nr. 15).

Op 23 december 2011 heb ik de Kamer bij brief geïnformeerd over mijn besluit om voortzetting van werkzaamheden voor de Uitbreiding Eemshaven door Groningen Seaports (GSP) te gedogen (Kamerstuk 31 920, nr. 17). De Nb-wet vergunning hiervoor was door de Raad van State eveneens, zonder zitting, vernietigd op 28 oktober 2011. Dit is een dossier dat samenhangt met de RWE centrale. Op 31 mei 2012 heeft overigens de Raad van State verzet van GSP tegen deze vernietiging toegekend en is de vernietigde Nb-wet vergunning opnieuw van kracht geworden.

Op 22 februari 2012 heb ik vragen, gesteld tijdens schriftelijk overleg op 24 januari 2012 (kamerstuknr. 31 920, nr. 17) schriftelijk beantwoord (Kamerstuk 31 920, nr. 20).

Op 29 maart 2012 tenslotte heeft een VSO over de RWE kolencentrale plaatsgevonden (Handelingen II 2011/12, nr. 70, item 10, blz. 42–45).

Voorgeschiedenis

Op 24 augustus 2011 heeft de Raad van State de Nb-wet vergunning voor de RWE centrale vernietigd.

De belangrijkste gronden waarop de vergunning werd vernietigd waren:

  • onjuiste projectdefinitie gehanteerd: (delen van) de aanleg en inrichting van de haven (vergund aan Groningen Seaports) zouden tot het project van RWE moeten worden toegerekend;

  • kennisleemtes op gebied van zeezoogdieren onvoldoende ingevuld;

  • onvoldoende duidelijkheid over effecten lozen van koelwater;

  • onduidelijkheid over de toetsing van stikstof op de Duitse eilanden;

  • onvoldoende objectieve norm voor het reguleren van lichtverstoring.

Een gedoogbeschikking voor het voortzetten van bouwwerkzaamheden is door de provincies Groningen en Fryslan aan RWE verleend op 23 september 2011.

Een nieuwe Nb-wet vergunning is door de provincies Groningen, Fryslan en Drenthe, ieder voor zover bevoegd, verleend op 19 juni 2012.

Op alle door de Raad van State aangevoerde gronden voor vernietiging, is de vergunning aangepast aan de betreffende uitspraak.

Nieuwe Nb-wet vergunning

Ook ik heb op 22 juni jl. besloten aan RWE een nieuwe Nb-wet vergunning te verlenen voor de energiecentrale in de Eemshaven, voor zover dit valt onder mijn bevoegdheid.

Op grond van het Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998 ben ik slechts ten dele bevoegd voor deze centrale, namelijk alleen voor zover het betreft het verspreiden van onderhoudsbagger uit het nieuwe havenbekken dat mede voor de bedrijfsvoering van de RWE centrale wordt aangelegd, het lozen van koel- en afvalwater, en mogelijk voor de depositie van stikstof op de Duitse eilanden. Aangezien over de bevoegdheid voor dit laatste geen jurisprudentie bestaat nemen provincie Groningen en ik hiervoor in overleg gezamenlijk bevoegdheid aan.

De door mij verleende nieuwe vergunning wijkt op een aantal punten af van de eerder verleende vergunning. Op alle door de Raad van State aangevoerde gronden voor vernietiging, voor zover die onder mijn bevoegdheid vallen, is de vergunning aangepast aan de betreffende uitspraak. Dit houdt concreet in:

1. Havenverdieping en toekomstig onderhoud onderdeel centrale

Een deel van de havenverdieping die direct toe te schrijven is aan RWE (de Verlengde Wilhelminahaven en de laad- en loskades voor RWE) en het toekomstig onderhoud ervan had onderdeel uit dienen te maken van de projectomschrijving van de kolencentrale.

Nieuwe vergunning: er is een nieuwe passende beoordeling opgesteld waarbij integraal naar de beide projecten is gekeken, als ook naar de projecten apart. RWE en GSP hebben in hun aanvraag vervolgens de keuze gemaakt om een deel van de werkzaamheden in de Verlengde Wilhelminahaven waaronder het toekomstig (bagger)onderhoud in de vergunning van RWE op te nemen. Wel zijn de projecten gezamenlijk beoordeeld in de passende beoordeling en door onderscheid te maken tussen de projecten zijn er geen effecten buiten beschouwing gelaten.

2. Koelwater

Onduidelijk is of de watertemperatuurstijging vanwege de koelwaterlozing van RWE binnen 2 graden Celsius blijft en dus effecten op Natura 2000-waarden uit te sluiten zijn.

Nieuwe vergunning: de effecten van de koelwaterlozing zijn in de passende beoordeling beter beschreven op basis van de al aanwezige onderzoeken. Hiermee is voldoende onderbouwd dat dit binnen de 2 graden Celsius zal blijven.

3. Stikstof op Duitse Eilanden (provincie Groningen mede bevoegd gezag)

De Raad van State komt tot het oordeel dat de toetsing van de effecten van stikstofdepositie op de Duitse eilanden onvoldoende diepgravend is uitgevoerd.

Nieuwe vergunning: er is aanvullend onderzoek gedaan naar het effect van stikstofdepositie op Duitse eilanden. Daarbij zijn de effecten in kaart gebracht en getoetst naar Nederlands en Duits recht. De conclusie van de bevoegde gezagen is dat er geen significante effecten op de Duitse eilanden zijn.

Procedureel

Voorafgaand aanmijn besluit op de vergunningaanvraag is aan mogelijk belanghebbende organisaties, waaronder alle eerdere bezwaarmakers, gelegenheid geboden een zienswijze op de aanvraag van RWE in te dienen.

Alle vragen in de ontvangen zienswijzen en de beantwoording daarvan zijn opgenomen in de bijlage bij de vergunning.

Tegen de verleende nieuwe vergunning met bijlagen staat opnieuw bezwaar en beroep open.

Tenslotte, ten aanzien van het vergroten van het aandeel bij te stoken biomassa in de kolencentrale kan ik u melden dat RWE inmiddels de intentie heeft uitgesproken om de centrale in 2020 voor 35% te stoken op biomassa.

Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, H. Bleker