Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 januari 2011
In juli 2010 verschenen de eerste persberichten die de geloofwaardigheid ter discussie stelden van CO2 reductie kredieten
van HFK projecten1 onder het CDM (Clean Development Mechanism). Sommige persberichten spraken zelfs van misbruik of fraude. Mede in samenhang
met vragen vanuit het parlement heeft mijn ambtsvoorganger u op 14 juli 2010 schriftelijk geïnformeerd over de stand van zaken
en daarbij toegezegd u te informeren zodra de resultaten van een nader door de CDM Executive Board (EB) in te stellen onderzoek
beschikbaar zijn. Met dit schrijven kom ik die toezegging na.
De negatieve berichtenstroom kwam op gang door een publicatie van de NGO CDM Watch. Deze NGO heeft de EB tevens verzocht de
onderliggende methodologie voor HFK projecten aan te scherpen.
De EB heeft na een eerste bespreking opdracht gegeven tot een uitgebreid nader onderzoek naar de geuite beschuldigingen, uit
te voeren door het onder haar gezag opererende Methodology Panel.
Op 16 november 2010 heeft het Methodology Panel haar (vertrouwelijke) eindrapport aan de EB aangeboden en in de week van 22
tot 26 november 2010 heeft de EB zich daarop in haar 58e vergadering beraden.
In de aanloop naar deze EB vergadering zijn uit voorzorg ook verzoeken ingediend door individuele Board leden om de uitgifte
van kredieten naar HFK bedrijven vooralsnog tegen te houden.
Het is van belang te benadrukken dat een vertrouwelijke behandeling van de verstrekte bedrijfsgegevens voorwaarde was voor
medewerking van HFK projecteigenaren aan het ingestelde onderzoek. De Board heeft daarom tijdens haar 58e vergadering een mondelinge maar wel openbare presentatie gegeven over de bevindingen (terug te zien onder EB58 «webcast»
op http://cdm.unfccc.int/EB/index.html) en bij haar verslag van EB58 alleen een «Executive Summary» openbaar kunnen maken
(een afschrift daarvan is als bijlage 1 bij dit schrijven gevoegd)2. Er wordt momenteel onderzocht of het uitbrengen van een «gekuiste versie» van het hoofdrapport van het Methodology Panel
mogelijk is, doch dat stuit tot nu toe op problemen, omdat door het verwijderen van vertrouwelijke bedrijfsgegevens de samenhang
uit het rapport verdwijnt.
De conclusies van het onderzoek en de door de EB over HFK projecten genomen besluiten komen samengevat op het volgende neer:
– Er zijn diverse aanwijzingen dat door sommige HFK projecten meer HFK-23 uitstoot kan zijn veroorzaakt (en vervolgens vernietigd,
wat kredieten oplevert) dan wat zonder het bestaan van CDM zou zijn gebeurd. Echter hard bewijs dat dit daadwerkelijk is gebeurd
ontbreekt.
– Er zijn ook aanwijzingen dat diverse HFK projecten door zijn gegaan met het vernietigen van HFK-23, zonder dat daarvoor kredieten
konden worden geclaimd. Dit kan de eventuele aanwezigheid van niet-geloofwaardige HFK-23 kredieten in het CDM systeem hebben
gecompenseerd. Ook hier ontbreekt echter gedetailleerd bewijs.
– De beschuldigingen van de NGO CDM Watch en de daarop gebaseerde persberichten blijken ongenuanceerd te zijn geweest; hoewel
sommige HFK projecten een opvallend gedrag vertonen aangaande het mogelijk maximeren van kredieten is dat gedrag bij andere
HFK projecten niet waarneembaar. Er is géén sprake geweest van fraude.
– Het onderzoek heeft de EB wel aanleiding gegeven de onderliggende methodologie, nodig voor de berekening van de hoeveelheid
kredieten van deze HFK projecten, met onmiddellijke ingang terug te trekken, waarna deze moet worden herzien. Omdat toepassing
van nieuwe regels met terugwerkende kracht niet is toegestaan zal zo’n herziening alleen betrekking kunnen hebben op HFK projecten
die hun 7-jaars krediet periode willen verlengen met de volgende 7 jaar.
– Alle bestaande HFK projecten hebben zich strikt aan de officiële spelregels van het CDM gehouden. Omdat retroactieve toepassing
van nieuwe regels niet is toegestaan heeft de EB niet anders kunnen besluiten dan de (vooralsnog stopgezette) uitgifte van
kredieten voor deze HFK projecten te continueren.
Tot slot nog dit: CDM is een van de meest succesvolle instrumenten onder het Kyoto Protocol. Dit succes kent ook zijn keerzijde,
namelijk vertragingen in de goedkeuringsprocessen door de EB.
Omdat kredieten pas geldig zijn vanaf de datum van EB goedkeuring blijken vele CDM projecten al maanden in bedrijf te zijn
– en dus bij te dragen aan CO2 emissiereducties – zonder dat daarvoor kredieten kunnen worden geclaimd. Ook dit draagt bij
aan de geloofwaardigheid van het gebruik van CDM kredieten.
Inmiddels zijn op 30 november 2010 ook vragen gesteld door het lid van Veldhoven over de door Nederland aangekochte emissierechten
van dit soort projecten, mede in samenhang met het voornemen van de Europese Commissie het gebruik daarvan binnen de Europese
Emissiehandel aan banden te leggen (Aanhangsel der Handelingen II, vergaderjaar 2010–2011, nr. 1081).
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
J. J. Atsma