31 789 Staatsdeelnemingen Fortis en ABN AMRO

Nr. 52 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 1 april 2015

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over de salarisverhoging van het bestuur van ABN AMRO.

De vragen en opmerkingen zijn op 25 maart 2015aan de Minister van Financiën voorgelegd. Bij brief van 31 maart 2015 zijn de vragen beantwoord.

De voorzitter van de commissie, Duisenberg

De griffier van de commissie, Berck

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de VVD

De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat banken meer rekening moeten houden met hoe dit soort salarisverhogingen leven bij de mensen in het land en bij de medewerkers van de bank. Deze leden vinden dat een dergelijke salarisverhoging slecht is uit te leggen als de medewerkers al jaren op de nullijn staan. Wat ABN AMRO doet past binnen de Wet aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM en het bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen, die destijds breed gesteund is in de Tweede Kamer. Alles wat wettelijk mag, hoef je overigens niet te doen.

De leden van de fractie van de VVD hebben daarnaast nog een aantal (feitelijke) vragen.

Wat vindt de Minister van de salarisverhogingen bij de top van ABN AMRO? Wat vindt de aandeelhouder van de salarisverhogingen bij de top van ABN AMRO?

Gaat het bij ABN AMRO om een incidentele verhoging van het salaris in 2014 of gaat het hier om een structurele verhoging?

Wat is de onderbouwing van de verhoging van het salaris van de top van ABN AMRO, mede in het licht van het feit dat de medewerkers van ABN AMRO al gedurende langere tijd op de nullijn staan? Is er een relatie tussen de recente prestaties van de bank en de salarisverhoging? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Hoe hebben de salarissen van de top van ABN AMRO zich de afgelopen jaren ontwikkeld sinds de nationalisatie? Wat is de ontwikkeling van salarissen in vergelijkbare functies in de bankensector geweest?

Is bij de salarisverhoging van de top van ABN AMRO ook gekeken naar de eventueel komende beursgang? Hoe heeft dit meegewogen?

Hoe past de salarisverhoging van de top van ABN AMRO in het uitgangspunt dat de kosten moeten worden beperkt?

Wat zijn de doelen van ABN AMRO als het gaat om return on equity ROE (rentabiliteit) en cost-income ratio (verhouding kosten en inkomsten)? Wat zijn deze beide op dit moment? Hoe past de salarisverhoging van de top van ABN AMRO daarin?

Hoe en wanneer is de Minister c.q. de aandeelhouder betrokken geweest dan wel geïnformeerd over de salarisverhoging bij ABN AMRO?

Waarom voldoet wat ABN AMRO heeft gedaan aan de Wet aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM en bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen? Wanneer is de salarisverhoging van de top van ABN AMRO ingegaan en wanneer is de verhoging feitelijk geëffectueerd?

In hoeverre voldoet wat ABN AMRO doet aan de bankierseed die de top van ABN AMRO heeft moeten afleggen, bijvoorbeeld het punt «ik zal mij inspannen om het vertrouwen in het bankwezen te behouden en te bevorderen» en »ik maak een zorgvuldige afweging tussen de belangen van alle partijen die bij de onderneming zijn betrokken, te weten die van de klanten, de aandeelhouders, de werknemers en de samenleving waarin de onderneming opereert»? Welke (zorgvuldige) afweging heeft ABN Amro gemaakt c.q. wat heeft het zwaarst gewogen? Wat is het nut van een bankierseed in dit licht?

In hoeverre voldoet wat ABN AMRO doet aan het nog niet zo lang geleden door de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) zelf gepresenteerde maatschappelijk statuut, gedragsregels en nieuwe code banken (onder de titel «Toekomstgericht bankieren»), met daarin bijvoorbeeld het punt dat het beloningsbeleid van banken wordt versoberd, dat een bank een zorgvuldig, beheerst en duurzaam beloningsbeleid heeft, dat het gekenmerkt wordt door evenwichtige verhoudingen, waarbij de verwachtingen van de verschillende stakeholders, het maatschappelijk draagvlak in ogenschouw worden genomen en rekening wordt gehouden met de relevante internationale context? Hoe zijn deze zaken (af-)gewogen door ABN AMRO c.q. wat heeft het zwaarst gewogen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PvdA

Deelt de Minister de mening dat deze riante salarisverhoging ongepast en ongewenst is, mede gelet op het feit dat het personeel bij ABN AMRO al jaren op de nullijn staat en in de sector veel gewone bankmedewerkers worden ontslagen?

Waarom heeft de Raad van Commissarissen van ABN AMRO ervoor gekozen om de salarisverhoging van de leden van de Raad van Bestuur nu wel door te voeren, terwijl daar in 2012 en 2013 nog vanaf werd gezien?

Hoe beoordeelt de Minister de interviews met de bestuursvoorzitter van ABN AMRO, waarin hij deze riante salarisverhoging uitlegt en verdedigt als een salarisverlaging? Is de Minister het met hem eens dat er sprake is van een «inlevercultuur»? Hoe verhouden dergelijke opmerkingen zich tot de maatschappelijk verantwoorde positie die banken zeggen in te nemen en het streven naar dienstbaar bankieren aan de samenleving?

ABN AMRO heeft een ethische commissie om de organisatie te adviseren hoe om te gaan met dergelijke dilemma's; is de ethische commissie betrokken geweest bij het besluit de salarissen in van de Raad van Bestuur te verhogen? Zo ja, wat was dan haar advies? Zo nee, is ABN AMRO alsnog bereid hierover een advies aan de commissie te vragen?

Is de Minister bereid de morele oproep van de leden van de fractie van de PvdA te ondersteunen en te doen aan de leden van de Raad van Bestuur van ABN AMRO om af te zien van de salarisverhoging van 100.000 euro?

Wat vindt de Minister van het feit dat de recent in werking getreden bonuswetgeving die de bonussen aan banden legt nu wordt aangegrepen om de salarissen in de top van de financiële sector fors te verhogen?

Bij de wetsbehandeling gaf de Minister aan aanvullende maatregelen te zullen nemen indien bankiers niet naar de geest van de wet handelen; is de Minister bereid de recente salarisverhogingen van ING, NN en andere financiële instellingen in kaart te brengen en het gedrag van financiële instellingen inzake het beloningsbeleid kritisch tegen het licht te houden?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de SP

De leden van de SP-fractie hebben naar aanleiding van de salarisverhoging van het bestuur van ABN AMRO de volgende vragen aan de Minister van Financiën.

Wanneer is de Minister op de hoogte gebracht van de beslissing van de Raad van Bestuur van ABN AMRO om een salarisverhoging van een ton door te voeren?

Vindt de Minister een salarisverhoging van een ton voor zes van de zeven bestuursleden wenselijk? Zo nee, is hij het met de leden van de SP-fractie eens dat er wettelijke beperkingen moeten komen voor vaste salarissen van bankbestuurders?

Kan de Minister bevestigen dat de huidige Raad van Bestuur, met uitzondering van de voorzitter, aangetreden is na de inwerkingtreding van het bonusverbod bij staatsgesteunde banken? Kan de Minister ook bevestigen dat aan de huidige Raad van Bestuur nooit bonussen zijn uitgekeerd? Zo ja, is de Minister het dan met de leden van de SP-fractie eens dat het argument van ABN AMRO dat de salarisverhoging is bedoeld ter compensatie van misgelopen bonussen, niet opgaat?

Gaat de Minister erop aandringen dat de bestuurders van ABN AMRO afzien van deze salarisverhoging, zeker gezien het feit dat ABN AMRO nog steeds een staatsbank is? Zo nee, waarom niet?

Hoe valt deze salarisverhoging te rijmen met de vele reorganisaties binnen ABN AMRO waarvan de laatste ronde ongeveer duizend banen heeft gekost?

Hoe valt deze salarisverhoging te rijmen met het feit dat veel gewone werknemers, voor zover ze nog zeker zijn van een baan, al jaren op de nullijn staan?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fracties van het CDA, D66, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, 50PLUS, de groep Bontes/Van Klaveren en de heer van Vliet

De leden van de fracties van het CDA, D66, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, 50PLUS, de groep Bontes/Van Klaveren en de heer Van Vliet vinden het ongepast dat de ABN AMRO bank effectief de salarissen van zes leden van de Raad van Bestuur verhoogd heeft met € 100.000, terwijl de salarissen van gewone werknemers bevroren zijn, de problemen met derivaten voor MKB’ers niet zijn opgelost en er grote onregelmatigheden in het kantoor in Dubai ontdekt worden.

Deze leden vragen hoe er sprake kan zijn van dergelijke loonsverhogingen (als beloning voor goede prestaties), terwijl er tegelijkertijd duizenden werknemers van ING en ABN AMRO ontslagen worden? Hoe hebben de Raden van Commissarissen deze afweging gemaakt en hoe is de Minister daarbij betrokken?

Deze leden hebben een groot aantal vragen over de salarisverhogingen. Graag vernemen zij van de Minister wanneer hij voor het eerst vernam dat de salarissen in 2014 zouden stijgen.

Kan de Minister verder uitleggen waarom de Algemene Rekenkamer expliciet op haar website vermeldt dat ABN AMRO, ING en SNS Reaal hebben vanaf 2010 geen verhoging van het vaste inkomen toegekend hebben?

In 2011 en 2012 behandelde de Staten-Generaal de «Wet aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM en bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen». Deze wet verbiedt elke bonus bij staatsgesteunde ondernemingen, maar biedt wel de mogelijkheid om de bezoldiging eenmalig met maximaal 20% te verhogen. Om de toelichting aan te halen: «Ten tweede bevat het overgangsrecht een bepaling over de vaste beloning die wordt «bevroren» bij financiële ondernemingen die al steun hebben op het moment van inwerkingtreding. De vaste beloning wordt bevroren zoals die voor die bestuurder gold op het moment van inwerkingtreding van deze wet. In de periode tussen indiening van deze wetswijziging bij de Tweede Kamer en het moment van inwerkingtreding mag de vaste beloning met maximaal 20% stijgen. «(bron: Kamerstuk 33 058, nr. 5, de officiële toelichting bij de nota van wijziging waarin het bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen geregeld wordt, inclusief het van toepassing zijnde overgangsrecht)». Deze overgangsregeling is van toepassing op ABN AMRO dat volledig in handen is van de Nederlandse staat en dat al was voor de indiening van de wet bij de Tweede Kamer.

De leden van genoemde fracties hebben drie specifieke vragen over de toepassing van het bonusverbod in deze specifieke casus. De eerste gaat over het tijdstip van ingang. Deze leden begrijpen dat de Raad van Commissarissen de verhoging in 2012 en 2013 heeft toegekend. In het vragenuurtje van 24 maart 2015 meldde de Minister van Financien dat de Raad van Commissarissen daarop in 2012 en in 2013 een beroep gedaan heeft op de Raad van Bestuur om die verhoging/bonus vervolgens niet te accepteren. Dat is een uiterst merkwaardige gang van zaken, namelijk een werkgever die een beloning toekent en vervolgens het personeel dringend vraagt er voorlopig vanaf te zien. Nu dit toch het geval is, vragen genoemde leden zich af op de verhoging wel is ingegaan in de tijdsperiode dat dit mocht, namelijk voor 1 juli 2012? Zij vragen hier een uitgebreide juridische onderbouwing voor. En waarom heeft de Raad van Commissarissen van ABN AMRO besloten om de loonsverhoging in 2014 wel door te voeren, terwijl daar in 2012 en 2013 van af was gezien?

Ten tweede heet de beloning een «temporary fixed income», een tijdelijk vast inkomen. Dat lijkt de leden van de fracties van het CDA, D66, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, 50PLUS, de groep Bontes/Van Klaveren en de heer Van Vliet een contradictio in terminis. Het is een tijdelijk inkomen of een vast inkomen. Het inkomen is niet genoten in 2012 en 2013, maar wel in 2014. Daardoor is het gewoon een variabel inkomen. Deelt de Minister die opvatting? En zo ja, is het een variabel inkomen in de zin van artikel 1:128 van de Wet op het financieel toezicht? Kan de Minister daarbij ook een precieze beschrijving geven wanneer iets een variabel inkomen is in de zin van dat artikel? En nu het een variabel inkomen is, zou het niet op 0 gesteld moeten worden conform het genoemde artikel? En hoe verhoudt de loonsverhoging van 28% van de CEO van ING zich tot de maximale loonsverhoging van 20% die geldt sinds het bonusverbod voor staatsgesteunde banken?

Ten derde zijn genoemde leden nog extra verbaasd over het feit dat ook het lid van de Raad van Bestuur van ABN AMRO dat is aangetreden in 2013, dus na ingang van het bonusverbod, een verhoging/bonus toegekend krijgt ter compensatie van een variabele beloning die nooit in zijn contract gestaan kan hebben. Kan de Minister nader aangeven welk beloningsbeleid van toepassing is op dit aangetreden lid, nu het eerdere beloningsbeleid uit de brief van de toenmalige Minister van Financiën, de heer Bos, van 2009 niet van toepassing kan zijn? En wanneer is dat beleid goedgekeurd door de Minister? Deze leden menen dat de belangrijkste vraag is: op welke juridisch gronden kan dit lid van de Raad van Bestuur een verhoging krijgen, terwijl hij helemaal geen arbeidscontract had in 2012 en dus geen recht had op een variabele beloning? Graag een uitgebreide juridische onderbouwing waarom het recht op deze stijging van € 100.000 zou bestaan. De leden van genoemde fracties vermoeden namelijk dat de bonus voor dit ene lid echt contra legem is en dus van rechtswege 0 omdat hij geen bonus had, omdat zijn arbeidscontract pas in 2013 inging en omdat hij dus met geen mogelijkheid en met geen enkele juridische truc onder het overgangsrecht gebracht kon worden.

Kan de Minister de stukken openbaar maken die door de vergadering van aandeelhouder(s) zijn vastgesteld over het beloningsbeleid van de Raad van Bestuur in de afgelopen vijf jaar? Graag zouden de leden van de fracties van het CDA, D66, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, 50PLUS, de groep Bontes/Van Klaveren en de heer Van Vliet horen wanneer de volgende vergadering van aandeelhouders plaatsvindt, waarop onder meer het jaarverslag besproken wordt en zouden zij de antwoorden op de hier gestelde vragen ten minste tien dagen voor aanvang van die vergadering willen ontvangen, zodat de Minister ook een mandaat kan meekrijgen?

Tot slot vragen deze leden of de Minister bereid is aan DNB te vragen of er juist gehandeld is bij de toegekende verhogingen van de beloningen en welke juridische mogelijkheden ziet de Minister om dergelijke exorbitante loonsverhogingen bij staatsgesteunde banken in de toekomst te voorkomen?

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de PVV

De leden van de PVV-fractie hebben met afschuw kennisgenomen van het gegeven dat ABN AMRO de salarissen van zijn bestuurders, op de heer Gerrit Zalm na, in 2014 met 100.000 euro per persoon heeft verhoogd.

Naar aanleiding van het genoemde punt brengen de leden van de PVV-fractie het volgende naar voren.

Allereerst willen de leden van de PVV-fractie weten of de Minister hun mening deelt dat het moreel verwerpelijk is dat ABN AMRO, een staatsbank die de belastingbetaler 22 miljard euro heeft gekost, in 2014 een salarisverhoging van 100.000 euro per persoon aan zes van de zeven leden van de Raad van Bestuur heeft toegekend.

Voorts merken de leden van de PVV-fractie op dat de «Wet aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM en bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen» staatsgesteunde ondernemingen de mogelijkheid biedt om ter compensatie van de verloren variabele beloning de vaste salarissen tussen oktober 2011 en juli 2012 eenmalig met maximaal 20 procent te verhogen.

De leden van de PVV-fractie willen graag weten of ABN AMRO hier gebruik van heeft gemaakt bij het verhogen van de salarissen van de leden van de Raad van Bestuur in 2014.

Zo ja, hoe komt het precies dat de salarissen pas in 2014 zijn verhoogd en dus na de deadline van juli 2012?

De leden van de PVV-fractie willen tevens weten of het klopt dat de Raad van Commissarissen de salarissen destijds heeft verhoogd, maar dat deze niet zijn uitgekeerd in 2012 en 2013? Zo ja, waarom niet?

Hoe kan het dat deze verhoging dan toch nog in 2014 kan wordt uitgekeerd? Was dit met instemming van de Raad van Bestuur? Waarom heeft dit niet in de jaarverslagen van 2012 en 2013 van ABN Amro gestaan en is de Kamer hier niet van op de hoogte gesteld? Wanneer is de Minister hier voor het eerst van op de hoogte gesteld?

Daarnaast willen de leden van de PVV-fractie weten hoe hoog de salarissen van de leden van de Raad van Bestuur in 2015 zullen zijn. Is hier ook sprake van een verhoging van de vaste salarissen?

Verder merken de leden van de PVV-fractie op dat de heer Van Dijkhuizen pas in 1 juni 2013 is aangetreden als CFO in de Raad van Bestuur van ABN AMRO. De leden van de PVV-fractie willen weten hoe het mogelijk is dat de heer Van Dijkhuizen op grond van de bovengenoemde wet, die het slechts mogelijk maakt de vaste salarissen tussen oktober 2011 en juli 2012 te verhogen, alsnog een salarisverhoging uitgekeerd heeft gekregen.

Tevens willen de leden van de PVV-fractie weten of de Minister het moreel verantwoord vindt dat de topman Gerrit Zalm weliswaar geen salarisverhoging in 2014 heeft gekregen, maar alsnog een salaris van 760.000 euro per jaar ontvangt. Wat is er bij het aantreden van de CEO, de heer Zalm, afgesproken over een variabele beloning/bonus bij een eventuele verkoop of beursgang van ABN AMRO? Zijn deze afspraken nu nog steeds van kracht?

Tenslotte willen de leden van de PVV-fractie weten waarom de Minister aangeeft «moeite te hebben met de verhoging van de salarissen bij ABN AMRO» maar in zijn rol als aandeelhouder verder geen maatregelen wil treffen of heeft getroffen. Bestaat er geen enkele mogelijkheid om het besluit met terugwerkende kracht te corrigeren? Kan de Minister wel maatregelen treffen ten aanzien van salarisverhogingen in 2015?

Voorts merken de leden van de PVV-fractie op dat de Minister heeft aangegeven dat indien de vaste salarissen weer de pan uit rijzen, de wetgeving toch moet worden aangescherpt. Aan welke aanscherping denkt de Minister? Wat zijn de mogelijkheden en hoe staat hij daar tegenover?

De leden van de PVV-fractie willen weten hoeveel meer de vaste salarissen nog moeten stijgen om de Minister het besluit te laten nemen hier aanvullende maatregelen tegen te treffen.

Vragen en opmerkingen van de heer Klein

Wat is de reden dat medewerkers van ABNAMRO die onder de cao vallen twee jaar op de nullijn zitten en de leden van de Raad van Bestuur er 100.000 euro bij krijgen? Functioneren deze leden buitenproportioneel goed vergeleken met de gewone medewerker? Zou het niet logischer en eerlijker zijn dat ook de leden van het Raad van Bestuur op de nullijn zitten? Wat is de reden daarvan?

In het jaarverslag 2014 van ABNAMRO wordt vermeld dat de gestelde doelen zijn behaald en dat dit de reden is voor een beloning. Betekent dit dat alle andere medewerkers van de ABNAMRO de gestelde doelen niet hebben gehaald? Zij krijgen immers de nullijn aangeboden? In hoeverre wordt hier met twee maten gemeten?

Deelt de Minister de mening dat ondanks als het eventueel formeel mogelijk is een beloning uit te keren, dit niet altijd gepast is gezien de recente bancaire geschiedenis?

In hoeverre vindt de Minister deze beloning passen binnen de door ABNAMRO onderschreven doelstellingen van maatschappelijk verantwoord ondernemen als partner bij MVO Nederland, zeker bij een bedrijf waarvan alle aandelen in handen van de Staat zijn? Hoe kijkt de Minister daar tegenaan?

II Reactie van de Minister van Financiën

Naar aanleiding van de recente salarisverhoging voor de Raad van Bestuur van ABN AMRO heeft uw Kamer een reeks vragen gesteld. Hieronder zal ik per onderwerp ingaan op de gestelde vragen.

Het feit dat zondag 29 maart jl. de Raad van Bestuur (RvB) heeft besloten af te zien van de salarisverhoging heb ik verwelkomd als een bijdrage aan het herstel van rust en vertrouwen rond de bank.

Ter inleiding is het van belang het verloop van de gesprekken met de top van ABN AMRO gedurende het afgelopen jaar te schetsen. Vanaf maart 2014 hebben hierover gesprekken plaatsgevonden. Toen is gesproken over twee beloningskwesties. In de eerste plaats was er sprake van een (uitgestelde) variabele beloning over het jaar 2010 ter waarde van € 200.000, waarvan ABN AMRO meende dat deze rechtmatig was toegekend, maar waarvan ik de passendheid en de grondslag betwistte. In de tweede plaats hebben we gesproken over de verhoging van het vaste salaris met 16,7% ter gedeeltelijke compensatie van de variabele beloning (maximaal 60%), waartoe medio 2012 was besloten maar waar vervolgens de leden van de RvB vrijwillig twee jaar van af hebben gezien.

Naar aanleiding van de gesprekken heeft de RvB in maart vorig jaar tot mijn tevredenheid besloten geheel af te zien van de variabele beloning over het jaar 2010. Hierover heb ik u geïnformeerd tijdens het debat over de Wet beloningen financiële onderneming op 2 oktober 2014.1

Over de salarisverhoging hebben we vastgesteld dat deze volgens de regels is toegekend, conform wet- en regelgeving en goedgekeurd door de aandeelhouder. Ik heb er in die gesprekken geen misverstand over laten bestaan wat ik vind van een dergelijke salarisverhoging en gewaarschuwd voor de schade voor de bank. Tegelijkertijd heb ik erkend dat het juridisch en bestuurlijk correct is verlopen en aangegeven dat ik het in dat licht zal verdedigen. Dit is wat ik richting uw Kamer ook in het recente vragenuur van 24 maart jl. heb gedaan (Handelingen II 2014/15, nr. 66, vragen van het lid Merkies over enorme verhogingen van directiesalarissen bij banken).

Ik leg vertrouwelijk2 ter inzage de briefwisseling die ik hierover met de heer Zalm heb gevoerd. Op 7 maart 2014 voerden wij een eerste gesprek over de uitgestelde variabele beloning over 2010 en het besluit uit 2012 over de salarisverhoging. Op 19 maart 2014 bevestigde de heer Zalm mij dat de bestuurders afzagen van de uitgestelde variabele beloning over 2010. Tegelijk memoreerde de heer Zalm dat in het gesprek was vastgesteld dat de verhoging van het vaste salaris in 2012 volgens alle regels was toegekend en dat ik dat zou verdedigen. De heren Zalm en Van Slingelandt (voorzitter van de Raad van Commissarissen) schreven in hun brief van 11 augustus 2014 aan NLFI: «De Minister heeft daarop toegezegd dat hij de uitkering van deze toeslag zal verdedigen en heeft zijn tevredenheid geuit over de wijze waarop de beloningsdiscussie is opgelost». De heer Zalm noemde de verhoging van het vaste salaris in de brief van 19 maart 2014 overigens ook een «vervanging» van de uitgestelde variabele beloning over 2010. In mijn antwoordbrief van 14 april 2014 heb ik gemarkeerd dat het ging om twee verschillende onderwerpen: afzien door de bestuurders van de uitgestelde variabele beloning én de constatering dat de verhoging van het vaste salaris in 2012 juridisch en bestuurlijk correct was verlopen. Ik noemde om die reden in mijn brief dat van «vervanging» dus geen sprake was. Tot slot schreef ik dat ik tevreden was dat de beloningskwestie was opgelost. De bestuurders zagen immers af van hun uitgestelde variabele beloning. Op 22 en 29 september 2014 tenslotte spraken de wij opnieuw over de salarisverhoging. Ik heb in deze gesprekken wederom aangegeven de salarisverhoging slecht verdedigbaar te vinden, maar aangezien de RvC eraan vasthield, het op juridische en bestuurlijke gronden te zullen verdedigen.

Salarisverhoging bestuur ABN AMRO

De leden van de fracties van de VVD, de PvdA, de SP, het CDA, D66, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, 50PLUS, de groep Bontes/Van Klaveren, de PVV en de heer Klein vragen naar de onderbouwing van de verhoging van het salaris van de top van ABN AMRO, mede in het licht van het feit dat de medewerkers van ABN AMRO al gedurende langere tijd op de nullijn staan. Verder vragen deze leden naar de relatie tussen de recente prestaties van de bank en deze salarisverhoging. Hierbij is tevens gevraagd naar de opvattingen over en betrokkenheid bij deze salarisverhoging als Minister en aandeelhouder. De leden van de fractie van de VVD vragen of bij de salarisverhoging ook gekeken is naar de eventueel komende beursgang, het uitgangspunt dat de kosten moeten worden beperkt en de huidige rentabiliteit en de verhouding tussen kosten en inkomsten.

De leden van de fractie van de PvdA vragen steun voor een morele oproep aan de leden van de Raad van Bestuur van ABN AMRO om af te zien van de salarisverhoging van 100.000 euro. De leden van de fractie van de VVD vragen of het gaat om een incidentele verhoging van het salaris in 2014 of om een structurele verhoging en wanneer deze verhoging is ingegaan. De leden van de fractie van de PvdA vragen waarom de Raad van Commissarissen van ABN AMRO ervoor heeft gekozen om de salarisverhoging van de leden van de Raad van Bestuur nu wel door te voeren, terwijl daar in 2012 en 2013 nog vanaf werd gezien. De leden van de fractie van de PVV vragen of het uitkeren van de verhoging in 2014 met instemming van de Raad van Bestuur heeft plaatsgevonden.

De heer Klein vraagt of er een relatie is tussen het functioneren van de Raad van Bestuur en deze verhoging, mede in relatie tot het functioneren van medewerkers. Verder vragen de leden van de fractie van de PVV waarom het afzien van de verhoging van de Raad van Bestuur in 2012 en 2013 niet in de jaarverslagen van 2012 en 2013 van ABN Amro heeft gestaan. Daarnaast vragen de leden van de fractie van de PVV hoe hoog de salarissen van de leden van de Raad van Bestuur in 2015 zullen zijn. De leden van de fractie van de PVV vragen verder of voor 2015 maatregelen getroffen zouden kunnen worden getroffen ten aanzien van salarisverhogingen.

Op 26 oktober 2011 is de Wet bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen door de toenmalige Minister van Financiën ingediend bij de Tweede Kamer. Deze wet is op 14 februari 2012 met algemene stemmen door de Tweede Kamer aangenomen en op 5 juni 2012 met algemene stemmen door de Eerste Kamer aangenomen. Op 20 juni 2012 is deze wet in werking getreden. Met deze wet werden variabele beloningen verboden voor bestuurders van financiële instellingen die in het kader van financiële stabiliteit steun ontvangen. De wet is ook van toepassing op bestuurders van financiële ondernemingen die op of na 6 oktober 2011 – het moment van aankondiging van de wet – staatssteun hebben ontvangen. Op basis van de wet mocht de vaste beloning met maximaal 20% worden verhoogd ten opzichte van de vaste beloning op het moment van inwerkingtreding van het bonusverbod, ter gedeeltelijke compensatie voor het verlies van voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet bestaande aanspraken op variabele beloning. Deze verhoging moest dan wel voor het moment van inwerkingtreding – 20 juni 2012 – worden toegekend.3

Voordat de Wet aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM en bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen werd ingediend, hadden de leden van de RvB van ABN AMRO (exclusief de bestuursvoorzitter) volgens het toen vigerende beloningsbeleid recht op een vaste beloning van € 600.000 en een maximale variabele beloning van 60% (i.c. € 360.000). Het «at target percentage» van de variabele beloning bedroeg 50% (i.c. € 300.000). Bij het behalen van de vooraf gestelde targets hadden de zes leden van de RvB dus recht op een vaste beloning van € 600.000 en een variabele beloning van € 300.000. Het totale salaris (vast plus variabel) bedroeg bij het behalen van de vooraf gestelde targets derhalve € 900.000. Bij overpresteren werd dat € 960.000.

Toekenning van de variabele beloning van maximaal € 360.000 was door het wettelijke bonusverbod niet langer toegestaan. De raad van commissarissen (RvC) van ABN AMRO heeft, op basis van de mogelijkheid die de wet bood, op 12 mei 2012 het besluit genomen om door middel van aanpassing van het beloningsbeleid voor alle leden van de RvB – exclusief de voorzitter – met ingang van 2012 een verhoging van het vaste jaarsalaris toe te kennen van 16,7% van de vaste beloning. Dat is een verhoging van € 100.000 per persoon. Deze zou gaan gelden gedurende de gehele periode waarin staatssteun wordt ontvangen. Dit besluit en de daarmee gepaard gaande aanpassing van het beloningsbeleid is op 6 juni 2012 door de aandeelhouder (NL financial investments; NLFI) goedgekeurd, na instemming van de toenmalige Minister van Financiën. Op dat moment is de verhoging formeel ingegaan. De betrokken leden van de RvB zagen in 2012 en 2013 vrijwillig af van deze verhoging van de vaste beloning. Dit is ook vermeld in de jaarverslagen over die jaren. In het jaarverslag over 2014 is vermeld dat de RvC heeft besloten dat de in 2012 toegekende verhoging vanaf 2014 wel wordt uitbetaald aan de RvB-leden. De RvC heeft aangegeven dat hij het uit oogpunt van goed werkgeverschap belangrijk vindt om gemaakte afspraken na te komen en dat hij het niet meer acceptabel vindt dat de RvB hiervan afziet.

Ik heb de Tweede Kamer op 1 juli 2013 geïnformeerd over het besluit van de RvC om gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid tot verhoging van het vaste salaris. Dat was bij de beantwoording van Kamervragen van het lid Merkies over beloningen in de financiële sector4. Daarbij heb ik ook gemeld dat de RvB in 2012 en 2013 van de toegekende verhoging heeft afgezien. Anderhalf jaar later heb ik dit nogmaals gemeld tijdens het debat over de Wet beloningen financiële onderneming op 2 oktober 2014.

In maart 2014 ben ik geïnformeerd over het feit dat de bestuurders met ingang van 2014 de salarisverhoging zouden ontvangen. Ik heb toen geconcludeerd dat de salarisverhoging volgens de regels en op basis van de wet is toegekend, daardoor juridisch en bestuurlijk correct is verlopen en in dat licht verdedigbaar. Het voor mij als aandeelhouder en Minister relevante besluitvormingsmoment is immers de door de RvC toegekende verhoging uit 2012, die zijn basis vindt in de wet. Ik kon dit besluit als Minister noch als aandeelhouder terugdraaien. Ik heb er echter geen misverstand laten bestaan over wat ik vind van een dergelijke salarisverhoging. De salarisverhoging is niet goed voor het vertrouwen in de financiële sector in het algemeen en in ABN AMRO in het bijzonder en stuit op onbegrip bij klanten, medewerkers en andere burgers. Ik heb de leiding van de bank gewezen op deze maatschappelijke context.

Een oproep aan de RvB om af te zien van de verhoging van € 100.000 is nu niet meer aan de orde. De leden van de RvB hebben zondag 29 maart jongstleden bekend gemaakt af te zien de verhoging. De RvC respecteert deze beslissing. Ik vind dit een verstandige beslissing. De bestuurders leveren daarmee een belangrijke bijdrage aan het herstel van rust en vertrouwen rond de bank. De goede resultaten van ABN AMRO, die dankzij de inzet van de medewerkers en bestuurders van de bank zijn bereikt, kunnen nu weer de aandacht en waardering krijgen die zij verdienen.

Het salaris van de zes leden van de RvB zal in 2015, na indexatie met 1% (conform de Algemene Banken CAO), € 613.575, bedragen.

Juridisch staat deze verhoging uit 2012 los van de huidige nullijn van medewerkers van ABN AMRO en is er geen directe relatie met de prestaties van de RvB en de bank, de beursgang en het streven tot kostenbeperking.

De leden van de fractie van de VVD vragen in hoeverre wat ABN AMRO doet voldoet aan de bankierseed die de top van ABN AMRO heeft moeten afleggen. De leden van de fracties van de VVD en de PvdA vragen verder hoe het handelen van ABN AMRO zich verhoudt tot de door de bancaire sector gepresenteerde ambities met betrekking tot «Toekomstgericht bankieren». Ook vragen de leden van de fractie van de PvdA naar de rol van de ethische commissie van ABN AMRO.

Het nut van de bankierseed is dat de aflegger van de eed zich bewust wordt van zijn rol en van de gevolgen van zijn handelen. De inhoudelijke elementen van de eed of belofte hebben een link met bestaande toezichtnormen inzake de integere en beheerste bedrijfsvoering en inzake «het klantbelang centraal».

Met het document «Toekomstgericht Bankieren» willen de banken aangeven waar zij voor staan en waar zij op aanspreekbaar willen zijn. De nieuwe Code, die onderdeel daarvan is, is gericht op borging van goed bestuur binnen iedere bank. Banken en hun bestuurders zijn daardoor maatschappelijk aanspreekbaar op de intenties die zij weergeven in het document «Toekomstgericht Bankieren». Veel van de bepalingen over beloningen die in de vorige Code Banken waren vervat zijn overigens inmiddels in wetgeving opgenomen (de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen). De beslissing van de leden van de RvB om af te zien van de verhoging past goed binnen het kader dat wordt geboden door de bankierseed en de ambities van de sector met betrekking tot duurzaam bankieren.

Ik heb van ABN AMRO begrepen dat de ethische commissie niet betrokken is geweest bij het besluit, aangezien deze binnen ABN AMRO daartoe geen mandaat heeft. De RvC is binnen ABN AMRO het bevoegde orgaan voor de toekenning van beloningen aan de RvB.

De leden van de fractie van de PvdA vragen een oordeel over de interviews met de bestuursvoorzitter van ABN AMRO, waarin hij deze riante salarisverhoging uitlegt en verdedigt als een salarisverlaging, ook vragen deze leden of de mening van de bestuursvoorzitter dat er sprake is van een «inlevercultuur» gedeeld wordt.

Op basis van het wettelijk bonusverbod bij staatssteun is de variabele beloning niet langer toegestaan gedurende de periode dat ABN AMRO staatssteun geniet. Ter compensatie voor de inperking van de contractuele aanspraken op de variabele beloning is de vaste beloning in 2012 met € 100.000 verhoogd, resulterend in een totale beloning van € 708.000 over het jaar 2014 (zoals volgt uit het jaarverslag van ABN AMRO.) Inmiddels is bekend geworden dat de leden van de RvB afzien van de verhoging van € 100.000 waardoor de totale beloning € 608.000 zal bedragen. In die zin constateer ik dat als gevolg van de Wet Bonusverbod sprake is van lagere beloningsaanspraken voor de leden van de RvB dan het geval was bij het aantreden van de betrokken leden van de RvB. Dat is echter het expliciete doel van de wet en het gevolg van de genoten staatssteun. Er zijn ook geen bonussen uitbetaald aan de betrokken leden van de RvB. Een verlaging van ontvangen salaris heeft naar mijn oordeel niet plaats gevonden.

De leden van de fracties van het CDA, D66, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, 50PLUS, de groep Bontes/Van Klaveren hebben drie specifieke vragen over de toepassing van het bonusverbod in deze specifieke casus. De eerste gaat over het tijdstip van ingang. Deze leden begrijpen dat de Raad van Commissarissen de verhoging hebben toegekend, maar dat de leden van de RvB van de verhoging hebben afgezien in 2012 en 2013. Nu dit het geval is, vragen genoemde leden zich af of de verhoging wel is ingegaan in de tijdsperiode dat dit mocht, namelijk voor 1 juli 2012. Zij vragen hier een uitgebreide juridische onderbouwing voor. Ook de leden van de fractie van de PVV vragen hiernaar.

Op 12 mei 2012 is de verhoging van het vaste salaris toegekend door de RvC binnen de ruimte die artikel V van de Wet bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen daarvoor biedt. Vanaf dat moment is het jaarlijkse vaste salaris van de bestuurders van ABN AMRO verhoogd met € 100.000. Dat bestuurders in bepaalde jaren hebben gekozen om afstand te doen van dit bedrag, doet niets af aan hun juridische recht op dit bedrag aan vaste beloning. De bestuurders kunnen te allen tijde zelf de keuze maken om al dan niet afstand te doen van dit bedrag, of ieder willekeurig ander deel van hun beloning.

De leden van de fracties van het CDA, D66, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, 50PLUS, de groep Bontes/Van Klaveren en de heer Van Vliet en de leden van de fractie van de PVV vragen om aan te geven welk beloningsbeleid van toepassing is op het lid van de Raad van Bestuur dat in 2013 is aangetreden en wanneer dat beleid is goedgekeurd. De leden stellen verder de vraag op welke juridische gronden dit lid van de Raad van Bestuur een verhoging kan krijgen, terwijl hij helemaal geen arbeidscontract had in 2012 en dus geen recht had op een variabele beloning.

Eén lid van de RvB is aangetreden na de inwerkingtreding van de Wet bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen. Deze wet stelt geen grenzen aan de hoogte van de vaste beloning die met bestuurders kan worden overeengekomen bij aanstelling ná inwerkingtreding van deze wet. De hoogte van de vaste beloning voor nieuwe bestuurders wordt wel begrensd door het beloningsbeleid dat door de aandeelhouder is vastgesteld. Op 6 juni 2012 is door de aandeelhouder, NLFI, na instemming van toenmalige Minister van Financiën het beloningsbeleid gewijzigd door de vaste beloning te verhogen met € 100.000. Deze aanpassing van de vaste beloning van de RvB geldt hiermee voor alle RvB-leden, ook voor leden die na de inwerkingtreding van het wettelijke bonusverbod bij staatssteun zijn aangetreden.

De leden van de fracties van het CDA, D66, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, 50PLUS, de groep Bontes/Van Klaveren en de heer Van Vliet vragen naar de term «temporary fixed income», een tijdelijk vast inkomen.

Deze leden zijn van mening dat een inkomen een tijdelijk inkomen is of een vast inkomen. Omdat het inkomen niet is genoten in 2012 en 2013, maar wel in 2014, zijn deze leden van mening dat het inkomen variabel is. Deze leden vragen of deze mening gedeeld wordt. Verder vragen deze leden of sprake is van een variabel inkomen in de zin van artikel 1:128 van de Wet op het financieel toezicht. Ook vragen deze leden een precieze beschrijving wanneer iets een variabel inkomen is in de zin van dat artikel. Deze leden vragen verder of, wanneer sprake is van een variabel inkomen, het inkomen op nul gesteld zou moeten worden conform het genoemde artikel.

Het onderdeel «tijdelijk» in deze term is verklaarbaar. Het gewijzigde beloningsbeleid noemt de verhoging ook zo. Het overgangsrecht in de Wet aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM en bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen op grond waarvan bij dagelijks beleidsbepalers mag worden uitgegaan van maximaal 120% van de waarde van de vaste beloning op 26 oktober 2011, bepaalt namelijk dat deze verhoging alleen geldt tijdens de periode van staatssteun. Na die periode is het aan de onderneming om een vaste beloning voor deze dagelijks beleidsbepalers te bepalen.

In het kader van de Wbfo is of sprake van een vaste beloning of van een variabele beloning. Een variabele beloning in de zin van artikel 1:128 van de Wet op het financieel toezicht is een variabele beloning zoals gedefinieerd in artikel 1:111 van diezelfde wet. Het begrip variabele beloning wordt a contrario gedefinieerd als iedere beloning die niet vast is. Onder een vaste beloning wordt verstaan: het deel van de totale beloning dat bestaat uit onvoorwaardelijke financiële of niet-financiële voordelen zoals uitgewerkt in het beloningsbeleid van de financiële onderneming of in de overeenkomst ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden voor de financiële onderneming. Het «tijdelijke vaste inkomen» waar ABN AMRO over schrijft is onvoorwaardelijk. De definitieve toekenning heeft al plaatsgevonden, zonder dat daar prestaties of andere voorwaardelijke doelstellingen aan ten grondslag lagen.

De leden van de fractie van de SP vragen bevestiging dat de huidige Raad van Bestuur, met uitzondering van de voorzitter, aangetreden is na de inwerkingtreding van het bonusverbod bij staatsgesteunde banken, en bevestigen dat aan de huidige Raad van Bestuur nooit bonussen zijn uitgekeerd. Ook vragen deze leden een reactie op het argument van ABN AMRO dat de salarisverhoging is bedoeld ter compensatie van misgelopen bonussen.

De Wet Bonusverbod voor staatsgesteunde financiële ondernemingen is op 20 juni 2012 inwerking getreden. Nadien is slechts één lid van de huidige RvB aangetreden, de overige bestuursleden waren reeds daarvoor lid van de RvB. Het is daarom onjuist dat – zoals in de vraagstelling wordt gesuggereerd – de huidige leden (met uitzondering van de voorzitter) zijn aangetreden na inwerkingtreding van de wet. Ik kan daarentegen wel bevestigen dat de huidige leden van de RvB sinds het wettelijk bonusverbod geen variabele beloning hebben ontvangen. Dit blijkt ook uit het hieronder opgenomen overzicht van feitelijke salarissen.

Desondanks ben ik het niet eens met de leden van de fractie van de SP dat het argument van ABN AMRO (dat de salarisverhoging is bedoeld ter compensatie van misgelopen bonussen) niet opgaat. De verhoging van de vaste beloning met € 100.000 is destijds toegekend ter compensatie voor het door inwerkingtreding van het bonusverbod wegvallen van contractuele aanspraken op een variabele beloning van maximaal € 360.000. Het feit dat er in de praktijk niet een variabele beloning is uitbetaald aan de huidige bestuursleden doet niets af aan bestaande contractuele afspraken.

De leden van de fracties van het CDA, D66, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, 50PLUS, de groep Bontes/Van Klaveren en de heer Van Vliet vragen of aan DNB gevraagd kan worden of er juist gehandeld is bij de toegekende verhogingen van de beloningen en welke juridische mogelijkheden er zijn om dergelijke exorbitante loonsverhogingen bij staatsgesteunde banken in de toekomst te voorkomen.

DNB houdt als toezichthouder toezicht op de uitvoering van de regelgeving met betrekking tot het beloningsbeleid door financiële ondernemingen. De regelgeving vormt het kader voor het toezicht door DNB. Op grond van de regelgeving, en specifiek het in deze regelgeving opgenomen overgangsrecht, mocht de vaste beloning van dagelijks beleidsbepalers bij inwerkingtreding van de wet, worden vastgesteld op maximaal 120% van de waarde van de vaste beloning op 26 oktober 2011. Dit overgangsrecht is niet van toepassing op toekomstige steunverlening. Voor nieuwe steunaanvragen geldt artikel 1:128 van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen, die geen uitzondering bevat op de regel dat de vaste beloning wordt bevroren.

Salarisontwikkeling top ABN en bancaire sector

De leden van de VVD-fractie vragen hoe de salarissen van de top van ABN AMRO zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld sinds de nationalisatie en wat de ontwikkeling van salarissen in vergelijkbare functies in de bankensector is geweest. De leden van de fractie van de PVV vragen of het moreel verantwoord is dat de topman Gerrit Zalm weliswaar geen salarisverhoging in 2014 heeft gekregen, maar alsnog een salaris van 760.000 euro per jaar ontvangt. In het kader daarvan vragen de leden van de fractie van de PVV wat bij het aantreden van de CEO, de heer Zalm, afgesproken is over een variabele beloning/bonus bij een eventuele verkoop of beursgang van ABN AMRO. Ook vragen deze leden of deze afspraken nu nog steeds van kracht zijn.

De holding van ABN AMRO in haar huidige vorm bestaat sinds 1 april 2010. De onderstaande tabel bevat de feitelijke vaste salarissen (x € 1.000) van de leden van de RvB van ABN AMRO vanaf dat moment. De kolom voor 2014 is afgeleid uit het jaarverslag, maar zal voor de leden van de RvB worden gewijzigd in die zin dat het bedrag € 608.000 wordt.

(€x1.000)

20101

2011

20122

2013

2014

G. Zalm

563

750

759

759

759

J. van Hall

450

600

608

608

708

C. van Dijkhuizen3

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

405

708

C.E. Princen

450

600

608

608

708

W. Reehoorn

450

600

608

608

708

C.F.H.H. Vogelzang

450

600

608

608

708

J.G. Wijn

450

600

608

608

708

J.C.M. van Rutte4

450

600

608

253

n.v.t.

X Noot
1

Het jaarsalaris over 2010 van de Raad van Bestuur is op basis van het beloningsbeleid 600.000 euro. De opgenomen bedragen zijn de salarissen over 9 maanden (sinds 1 april 2010).

X Noot
2

Volgens het geldende beloningsbeleid mag de vaste beloning van alle RvB-leden verhoogd worden met CAO verhoging volgens de Algemene Bank CAO. In 2012 is daarom de vaste beloning met het salaris met 1.25% verhoogd per 1 januari 2012.

X Noot
3

De heer Van Dijkhuizen is per 1 mei 2013 lid van de Raad van Bestuur.

X Noot
4

De heer Van Rutte is per 31 mei 2013 geen lid meer van de Raad van Bestuur.

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel is het vaste salaris voor de heer Zalm in 2010 vastgesteld op € 750.000 en voor de overige leden van de RvB op € 600.000 euro. De vaste beloning van de heer Zalm is bij zijn aantreden afgesproken en past binnen het geldende beloningsbeleid en de van toepassing zijnde regelgeving.

Ook in 2009 golden deze bedragen voor het vaste salaris van de leden van de RvB. In 2009 hebben veel wisselingen in de RvB plaatsgevonden waardoor de salarissen afwijkende periodes beslaan. Ten behoeve van de overzichtelijkheid van bovenstaande tabel is het jaar 2009 niet opgenomen. Voor de feitelijke salarissen in 2009 wordt verwezen naar het jaarverslag over 2009 van ABN AMRO zelf. De variabele beloning is over de jaren 2010 en 2011 niet uitgekeerd.

De variabele beloning gold niet voor de voorzitter van de RvB, de heer Zalm. Met de heer Zalm was een variabele beloning afgesproken die afhankelijk was van de verkoopprijs van ABN AMRO. Tijdens het debat over de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen op 2 oktober 2014 heb ik gezegd dat de heer Zalm af heeft gezien van deze afspraak.

Bij verschillende grote banken was de afgelopen jaren het bonusverbod bij staatsteun van toepassing. Het beeld van de salarisontwikkeling aan de top is daarom niet geheel representatief. Voor de salarisontwikkelingen in de top van de grote banken wordt verwezen naar de jaarverslagen van deze banken.5 Voor een meer internationaal beeld van de salarisontwikkelingen bij banken is de benchmark rapportage van EBA over 2010 tot 2012 van belang.6 EBA zal deze zomer rapporteren over 2013 en eind dit jaar over 2014.

Jaarverslag en besluitvorming ABN AMRO

De leden van VVD-fractie hebben gevraagd wat de doelen van ABN AMRO zijn als het gaat om return on equity ROE (rentabiliteit) en cost-income ratio (verhouding kosten en inkomsten) en wat deze beide zijn op dit moment.

ABN AMRO heeft de volgende doelen gepubliceerd in haar jaarverslag over 2014:

  • Return on Equity («ROE» – de rentabiliteit van de bank) van 9–12%;

  • Cost/income ratio («C/I-ratio» – de verhouding tussen kosten en inkomsten, de graadmeter voor efficiëntie van de bank) van 56–60%;

  • Common Equity Tier 1 («CET1-ratio» – de solvabiliteit van de bank) van 11,5–12,5%.

De doelen moeten in 2017 worden bereikt. Eind 2014 had ABN AMRO een ROE van 10,9%, een C/I-ratio van 60% en een CET1-ratio van 14,1%.

De leden van de fracties van het CDA, D66, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, 50PLUS, de groep Bontes/Van Klaveren en de heer Van Vliet vragen of de stukken die door de vergadering van aandeelhouder(s) in de afgelopen vijf jaar zijn vastgesteld over het beloningsbeleid van de Raad van Bestuur openbaar gemaakt kunnen worden.

Deze zal ik openbaar maken7. Tevens zal ik de briefwisseling tussen ABN AMRO, NLFI en het Ministerie van Financiën uit 2014 inzake de verhoging van het vaste salaris vertrouwelijk ter inzage leggen.

Daarnaast zouden de leden van de fracties van het CDA, D66, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, 50PLUS, de groep Bontes/Van Klaveren en de heer Van Vliet willen horen wanneer de volgende vergadering van aandeelhouders plaatsvindt.

De volgende aandeelhoudersvergadering vindt plaats op donderdag 2 april.

Verhogingen salarissen top financiële sector algemeen

De leden van de fractie van de PvdA vragen een reactie op het feit dat de recent in werking getreden bonuswetgeving die de bonussen aan banden legt nu wordt aangegrepen om de salarissen in de top van de financiële sector fors te verhogen.

Met betrekking tot de verhoging bij de top van ABN AMRO wordt verwezen naar de paragrafen hierboven. Op 7 februari jongstleden is de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen in werking getreden. Onderdeel van deze wet is het bonusplafond van 20% voor de financiële sector in Nederland. In de toelichting van deze wet is ingegaan op mogelijke omzettingen van variabele beloningen naar vaste beloningen als gevolg van de beperking van het bonusplafond.8 Dat een zekere compensatie voor verlies van (potentiële) variabele beloningen zou plaatsvinden, was de verwachting. Daarbij is ook opgemerkt dat er vanuit werd gegaan dat compensatie een gepaste omvang zal hebben, waarbij door de onderneming niet alleen acht wordt geslagen op de hoogte van het verlies aan (potentiële) beloning, maar vooral ook op de uitdagingen waar de sector voor staat, de reeds hoge vaste beloningen binnen de financiële sector in vergelijking tot andere sectoren en de maatschappelijk context rond het beloningsbeleid in de financiële sector.

Zeker voor de top van een onderneming die geconfronteerd wordt met forse uitdagingen zou het gepast zijn om het goede voorbeeld te geven richting personeel, klanten en samenleving. Met de leden van de PvdA-fractie vind ik de recente salarisverhogingen bij ondernemingen die geen staatssteun meer ontvangen derhalve een teleurstellend signaal.

De leden van de fracties van het CDA, D66, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, 50PLUS, de groep Bontes/Van Klaveren en de heer Van Vliet vragen hoe de loonsverhoging van 28% van de CEO van ING zich verhoudt tot de maximale loonsverhoging van 20% die geldt sinds het bonusverbod voor staatsgesteunde banken.

ING valt sinds de aflossing van de laatste staatssteun op 6 november 2014 niet langer onder het bonusverbod voor staatsgesteunde ondernemingen. Er kunnen daardoor bij ING vanaf die datum weer variabele beloningen worden toegekend en de vaste beloning kan stijgen. Wel valt ING onder de Wbfo op grond waarvan de variabele beloning niet hoger mag zijn dan 20%. De genoemde loonsverhoging van de CEO van ING betreft het totale loon (zowel vast als variabel), de variabele beloning van de CEO van ING blijft onder de 20% en voldoet daarmee aan de Wbfo. Ook in het geval van ING passen de beloningen derhalve binnen de juridische kaders maar kan zeker de vraag gesteld worden of deze beloning past binnen het streven om een maatschappelijk verantwoord beloningsbeleid op te stellen.

De leden van de fractie van de PvdA vragen verder naar de toezegging die tijdens de behandeling van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen is gedaan om de ontwikkeling van vaste salarissen te monitoren. Deze leden vragen in dat kader om de recente salarisverhogingen van ING, NN en andere financiële instellingen in kaart te brengen en het gedrag van financiële instellingen inzake het beloningsbeleid kritisch tegen het licht te houden.

Mijn toezegging om één jaar na inwerkingtreding van de Wbfo te toetsen wat het effecten van deze wet is op de vaste salarissen staat nog steeds.9 Hoewel deze eerste signalen mij, net als uw Kamer verre van positief stemmen, hecht ik er wel aan om daadwerkelijk een volledig jaar van werking van deze wet in de praktijk mee te nemen, aangezien dan een breder beeld kan worden gegeven van de salarisontwikkelingen van zowel bestuur als de overige medewerkers. Aanvullend aan mijn eerdere toezegging, zal ik in de weergave van de ontwikkelingen onderscheid maken tussen de beloningen van het bestuur en de overige medewerkers.

De leden van de fractie van de SP vragen of er wettelijke beperkingen moeten komen voor vaste salarissen van bankbestuurders. Ook de leden van de fractie van de PVV merken op dat eerder is aangegeven dat de wetgeving kan worden aangescherpt als de stijgingen van de vaste salarissen de pan uit rijzen. Deze leden vragen aan welke aanscherpingen gedacht wordt, wat de mogelijkheden zijn en welke overwegingen daarbij van belang zijn.

In de Wbfo is gekozen voor maatregelen met betrekking tot de variabele beloning, aangezien van hoge variabele beloningen perverse prikkels kunnen uitgaan, die bij vaste beloningen niet van toepassing zijn. Over eventuele maatregelen die de vaste salarissen in de financiële sector zouden raken is uitgebreid gesproken tijdens de behandeling van de Wbfo. Tijdens die behandeling heb ik toegelicht dat regulering van vaste salarissen in een private sector in het algemeen niet voor de hand ligt. Wel kunnen er redenen zijn om toch in te grijpen, maar deze vergen een zeer stevige motivering mede gezien de ook door de Raad van State geuite juridische bezwaren tegen een eerder opgenomen delegatiegrondslag met betrekking tot vaste salarissen. Bij de Wbfo was in de versie die aan de Raad van State is voorgelegd een delegatiebepaling opgenomen op grond waarvan maatregelen genomen zouden kunnen worden wanneer zou blijken dat bij de conversie van variabele beloningen naar vaste beloningen als gevolg van deze wet «bijzonder ruim» zou worden omgegaan. Naar aanleiding van opmerkingen van de afdeling advisering van de Raad van State is deze bepaling verwijderd uit het voorstel. De afdeling advisering merkte op dat «het feit dat een beperkte compensatie een bijdrage kan leveren aan het vergroten van het vertrouwen in de financiële sector op zichzelf een onvoldoende motivering is voor een zo verregaande ingreep in private verhoudingen. Dit is te meer van belang nu de mogelijkheid van compensatie van belang is in het licht van verenigbaarheid van dit voorstel met het in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EP), alsook artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, geregelde recht op ongestoord genot van eigendom.» Vergelijkbare overwegingen spelen mogelijk wederom een rol wanneer uit de uitkomsten van de door mij toegezegde toetsing van de effecten van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen op het vaste salaris een jaar na inwerkingtreding van de wet beschikbaar zijn.10 Daarbij hecht ik eraan om – door middel van die toetsing – eerst een breder beeld te krijgen van de gevolgen van de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen, aangezien een dergelijk beeld ook nuttig en nodig is bij de onderbouwing als juridische maatregelen vereist zouden zijn. Hierbij wordt volledigheidshalve aangetekend dat bij het bonusplafond tot 31 december 2015 nog overgangsrecht van toepassing is, waardoor de informatie met betrekking tot de vaste beloningen mogelijk nog geen volledig beeld zal geven.

Overigens bestaan er bij staatsgesteunde ondernemingen al maatregelen met betrekking tot het vaste salaris. Naast het bonusverbod is het vaste salaris namelijk bevroren (met uitzondering van normale CAO-verhogingen). Het vaste salaris van de RvB van ABN AMRO valt echter ook onder de bijbehorende overgangregeling die is opgenomen bij introductie van het bonusverbod, waardoor van 120% van het vaste salaris uitgegaan mocht worden. Wanneer nu steun wordt toegekend is een dergelijke overgangsregeling niet van toepassing en is het vaste salaris meteen bevroren in combinatie met het bonusverbod.11 Deze regelgeving is een voorbeeld van regelgeving met betrekking tot het vaste salaris die een stevige motivering kent.

Deze leden van de fractie van het CDA, D66, de ChristenUnie, GroenLinks, de SGP, 50PLUS, de groep Bontes/Van Klaveren en de heer van Vliet vragen hoe er sprake kan zijn van dergelijke loonsverhogingen, terwijl er tegelijkertijd duizenden werknemers van ING en ABN AMRO ontslagen worden. In het kader daarvan vragen de leden ook naar de Raden van Commissarissen die deze afweging hebben gemaakt. Tot slot vragen de leden wanneer ik voor het eerst heb vernomen dat de salarissen in 2014 zouden stijgen.

Deze vraag is met betrekking tot de verhoging bij de RvB van ABN AMRO hierboven beantwoord. ING is na de laatste aflossing van staatssteun een private onderneming waar met betrekking tot beloningsbeleid de Wbfo op van toepassing is. Het beloningsbeleid van ING hoeft derhalve niet aan mij voorgelegd te worden. Wel ben ik van mening dat een soberder invulling van de beloning van de RvB ook bij ING passender zou zijn geweest.

Overig

Deze leden vragen uitleg over de vraag waarom de Algemene Rekenkamer expliciet op haar website vermeldt dat ABN AMRO, ING en SNS Reaal vanaf 2010 geen verhoging van het vaste inkomen toegekend hebben.

Voor vragen over de Algemene Rekenkamer verwijs ik naar de Rekenkamer zelf.


X Noot
1

Handelingen II, 2014/15, nr. 9, item 7, blz. 23.

X Noot
2

In verband met concurrentiegevoelige en privacygevoelige informatie. Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

X Noot
3

Kamerstuk 33 058, nr. 6, blz. 3.

X Noot
4

Aanhangsel Handelingen II 2012/13, nr. 2722.

X Noot
7

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
8

Kamerstuk 33 964, nr. 3, blz. 37.

X Noot
9

Handelingen II 2014/15, nr. 9, item7, blz.23.

X Noot
10

Hierbij wordt wel aangetekend dat het bonusplafond uit de Wet beloningsbeleid financiele ondernemingen een overgangstermijn tot 31 december 2015 kent voor de aanpassingen van contracten.

X Noot
11

Met uitzondering van normale CAO-verhogingen die ook aan het overige personeel toekomen.

Naar boven