Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201931765 nr. 426

31 765 Kwaliteit van zorg

34 104 Langdurige zorg

Nr. 426 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 juli 2019

Bijgaand stuur ik u de tussenrapportage toe van de commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen1. Het kabinet heeft de commissie gevraagd om advies uit te brengen over wat nodig is om de zorg voor thuiswonende ouderen ook in de toekomst op peil te houden, rekening houdend met demografische, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en de betaalbaarheid van de zorg. Uitgangspunt van de commissie is de gewijzigde motie van het lid Bergkamp c.s. (Kamerstuk 34 775 XVI, nr. 116).

De commissie geeft aan met name in te willen gaan op de vraag hoe herinrichting van de zorg en betere benutting van het samenlevingspotentieel om voor jezelf en voor elkaar te zorgen hieraan kunnen bijdragen. Daarbij wil zij onderscheid maken tussen ouderen die prima zelf hun weg kunnen vinden en hen die dat niet (meer) kunnen. De tussenrapportage stelt dat verbeteringen mogelijk zijn zowel binnen de huidige stelselwetten als in de manier waarop de grenzen tussen de verschillende stelselwetten getrokken zijn. Zij wijst daarbij op een aantal perspectieven die in haar ogen kunnen bijdragen aan doelmatigheid, vereenvoudiging («onthobbelen») van het zorgpad van ouderen, consequenter uitgaan van wat ouderen nodig hebben en betere integratie van het medisch en sociaal domein.

De commissie geeft aan dat haar streven blijft om haar advies eind dit jaar uit te brengen conform het verzoek van het kabinet. Daarnaast kondigt de commissie aan dat zij haar advies vergezeld laat gaan van een uitnodiging tot (digitaal) reageren aan geïnteresseerden, waarna zij het advies voor de zomer van 2020 waar nodig en mogelijk zal actualiseren.

Ik ben de commissie erkentelijk voor haar tot nu toe verrichte werkzaamheden, de herkenbare noties die zij op dit moment heeft gedeeld en de wijze waarop zij in dialoog met partijen in de samenleving wil treden. Ik zie het uiteindelijke advies met belangstelling tegemoet.

Met deze brief reageer ik tevens op het verzoek van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 24 april jl. inzake het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau «Zorgen voor thuiswonende ouderen». Zoals ik u heb geschreven in mijn brief van 17 april 2019 (Kamerstukken 31 765 en 34 104, nr. 407) inzake de benoeming van de nieuwe voorzitter van de commissie, heb ik bij de start van de werkzaamheden van de commissie het Sociaal Cultureel Planbureau gevraagd een beeld te schetsen van hoe de zorg thuis voor 75-plussers er nu uitziet en welke trends en ontwikkelingen gevolgen zullen hebben voor die zorg. Mede op basis van dit rapport zal de commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen adviseren over wat nodig is om de zorg voor thuiswonende ouderen ook in de toekomst op peil te houden. Ik heb het rapport in handen van de commissie gesteld. Uit de tussenrapportage blijkt ook dat de commissie het rapport bij haar werkzaamheden heeft betrokken. Ik acht het minder passend daarop vooruitlopend reeds te reageren.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl