Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juli 2018
Hierbij bied ik u het rapport «Zelfredzaamheid van ouderen» van de Gezondheidsraad
(Publicatienummer 2018/12) aan1. De raad kijkt in dit rapport naar de internationale stand van de wetenschap met
betrekking tot zelfredzaamheid van kwetsbare ouderen, vergelijkt deze met de uitkomsten
van het Nationaal Programma Ouderenzorg (NPO) en doet op grond daarvan onderzoeksaanbevelingen.
Het advies is opgesteld op verzoek van VWS in verband met de evaluatie van het NPO,
u toegezonden bij de brief van 19 mei 2017 (Kamerstukken 31 765 en 34 104, nr. 272).
Het NPO liep van 2008 tot en met 2017 en had als doel de zorg en ondersteuning voor
thuiswonende ouderen te verbeteren en de wetenschappelijke onderbouwing ervan te versterken.
De Gezondheidsraad concludeert dat het NPO heeft bijgedragen aan het tot stand komen
van nieuwe samenwerkingsverbanden op lokaal en regionaal niveau en aan verbeteringen
in de organisatie van de extramurale zorg en ondersteuning voor zelfstandig wonende
ouderen. Ook is de betrokkenheid van ouderen bij het opzetten en uitvoeren van onderzoek
en beleid vergroot. De regionale netwerken die zijn opgezet worden over het algemeen
beschouwd als waardevolle infrastructuur voor kennisontwikkeling en samenwerking.
De Gezondheidsraad concludeert ook dat het beschikbare wetenschappelijk onderzoek
naar effectieve interventies om kwetsbare ouderen zelfredzaam te houden of te maken
tot nu toe over het algemeen weinig significante uitkomsten oplevert. Dit geldt zowel
voor het onderzoek dat is verricht binnen het NPO als voor de internationale stand
van de wetenschap. Het uitgevoerde onderzoek is overwegend medisch georiënteerd, terwijl
zelfredzaamheid ook gaat om ervaren welbevinden, een betekenisvol bestaan en de regie
over het eigen leven. De studiepopulatie is over het algemeen te heterogeen van aard
om effecten aan te tonen. Ook past de vorm van het onderzoek vaak niet bij de onderzochte
complexe interventies. Ten slotte wijst de raad op de betrekkelijke meerwaarde van
programma’s in gezondheidszorgsystemen die al redelijk tot goed zijn toegerust; zij
constateert dat een bredere insteek nodig is.
Op grond van deze bevindingen adviseert de raad om:
-
• de ervaringen en de kennis die in de samenwerkingsverbanden van het NPO zijn opgedaan
te behouden, verder uit te bouwen en landelijk te delen;
-
• te investeren in de ontwikkeling van lerende systemen binnen de extramurale zorg en
ondersteuning; daarbij de samenwerking tussen het medische en het sociale domein te
intensiveren;
-
• onderzoek vooral te richten op verbetering van zelfredzaamheid via het sociale domein;
-
• de kennisontwikkeling met voorrang te richten op groepen die extra risico lopen op
verlies van zelfredzaamheid, te weten ouderen die: weinig hulpbronnen hebben, tijdelijk
kwetsbaar zijn en/of zeer kwetsbaar zijn en thuis wonen;
-
• te zorgen dat het onderzoek aansluit bij vragen uit de praktijk en bij de behoeften
van ouderen zelf, onder andere door de participatie van verschillende groepen ouderen
te verzekeren;
-
• voor de onderzoeksopzet een ruime variëteit aan onderzoeksmethoden te hanteren;
-
• duurzaam te investeren in een kennisinfrastructuur voor de extramurale zorg en ondersteuning.
De analyse en aanbevelingen van de Gezondheidsraad vind ik zeer relevant voor mijn
beleid. Temeer daar de geconstateerde beperkingen van onderzoek in het NPO wereldwijd
worden aangetroffen in wetenschappelijk onderzoek naar de complexe interventies.
In het kennisprogramma Langdurige zorg en ondersteuning, zal lering worden getrokken
uit de bevindingen van de Gezondheidsraad. Het programma is verbonden aan de programma’s
onder het ouderenpact «Eén tegen eenzaamheid» (bijlage bij Kamerstuk 29 538, nr. 252), «Langer Thuis» (bijlage bij Kamerstukken 31 765 en 34 104, nr. 326) en «Thuis in het verpleeghuis» (bijlage bij Kamerstuk 31 765, nr. 318) en het nog te presenteren programma voor de gehandicaptensector. Het doel van het
kennisprogramma Langdurige zorg is het versterken en verspreiden van de wetenschappelijke
kennis in de langdurige zorg en ondersteuning en het faciliteren van lerende netwerken
integrale zorg en ondersteuning rondom thuiswonende ouderen. Daarnaast neem ik ook
andere maatregelen ter versterking van de kennisinfrastructuur langdurige zorg en
ondersteuning. De wijze waarop ik in dit beleid rekening houd met de aanbevelingen
van de Gezondheidsraad zal ik nader toelichten in een brief over de ontwikkeling van
de kennisinfrastructuur langdurige zorg en ondersteuning die ik u in het laatste kwartaal
2018 zal toezenden.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge