Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201631710 nr. 49

31 710 Deltaprogramma

Nr. 49 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juni 2016

In de procedurevergadering van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu d.d. 28 april 2016 heeft u gesproken over de brief van de heer Spaargaren d.d. 18 februari 2016 over de motie Geurts over nader onderzoek naar sluizen in de Nieuwe Waterweg. Conform uw schriftelijke verzoek van 28 april jl. reageer ik op de brief van de heer Spaargaren.

In de vaste commissie van 28 april jl. heeft u ook gesproken over het NOS-bericht «Verzilting kan boeren miljoenen euro’s kosten». In uw brief van 28 april jongstleden verzoekt u mij om mijn visie op het NOS-bericht en daarbij in te gaan op de kosten van mogelijke maatregelen om verzilting tegen te gaan. In het tweede deel van de brief zal ik hier nader op ingaan.

1. Brief Groep Spaargaren

In zijn brief geeft de heer Spaargaren namens de Groep Spaargaren aan het niet eens te zijn met verschillende conclusies uit het onderzoek van Rijkswaterstaat naar het Plan Sluizen (bijlage bij Kamerstuk 31 710, nr. 48). Dit gegeven is niet nieuw. De reflectie van de Groep Spaargaren op de onderzoeksresultaten is bijvoorbeeld ook opgenomen in het onderzoeksrapport.

Voor mijn inhoudelijke standpunt verwijs ik dan ook naar de Kamerbrief over de studie naar Plan Sluizen. Een aspect wil ik echter wel hier uitlichten. De dijkversterkingen uit de voorkeursstrategie van het Deltaprogramma zijn noodzakelijk vanwege nu al gesignaleerde sterktetekorten. Plan Sluizen biedt voor die opgave geen afdoende oplossing. Daartoe zijn en blijven dijkversterkingen in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma noodzakelijk. De geplande dijkversterkingen en beperkte zoetwatermaatregelen uit het voorkeursalternatief Rijnmond-Drechtsteden worden als no-regret maatregelen ter hand genomen.

De heer Spaargaren draagt verder een aantal optimalisatiekansen aan voor het Plan Sluizen. Deze optimalisaties van de Groep Spaargaren zullen worden betrokken bij het adaptatiepad bij de Voorkeurstrategie Waterveiligheid voor Rijnmond-Drechtsteden. Naar verwachting zal tegen 2050 een besluit of herijking van een besluit voor het vervangen van de Maeslantkering aan de orde zijn. Op basis van de huidige inzichten en kennis zal naar verwachting rond 2040 begonnen worden met de beschouwing van deze maatregel. De relevante deelvragen die in deze fase beantwoord kunnen worden, zijn voldoende onderzocht. De optimalisaties vallen binnen de bandbreedte van onzekerheden in toekomstige ontwikkelingen en leiden voor de korte termijn niet tot verkleining daarvan.

Het Deltaprogramma zal continu de vinger aan de pols houden wat betreft nieuwe inzichten op het gebied van klimaatverandering, waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke en economische ontwikkeling, zodat de beschouwing eerder kan worden gestart indien voortschrijdend inzicht (bijvoorbeeld extremere klimaatontwikkeling dan de bandbreedte van scenario’s die nu zijn meegewogen) hier aanleiding toe geeft.

2. Verzilting

Mijn ministerie werkt al meerdere jaren actief aan verziltingsbestrijding in West-Nederland en de Zuidwestelijke Delta. Wij doen dat samen met onze partners in het Deltaprogramma Zoetwater en met initiatiefnemers van ingrepen in het watersysteem. Dit zijn brede samenwerkingsverbanden voor kennisontwikkeling, concrete maatregelen en monitoring.

Deltaprogramma

Het Deltaprorgamma Zoetwater heeft in 2014 een analyse opgeleverd van de mogelijke knelpunten rond zoetwater op korte en lange termijn, plus een Deltaplan dat stapsgewijs wordt uitgevoerd om onder meer problemen door verzilting te voorkomen (Deltaprogramma 2015, bijlage bij Kamerstuk 34 000-J nr. 4). Voor West-Nederland en de Zuidwestelijke Delta investeert IenM tot en met 2021 ruim 60 miljoen euro in maatregelen om de robuustheid van de zoetwateraanvoer te vergroten. Ook regionale partijen leveren tot en met 2021 een aanzienlijke bijdrage aan dit maatregelenpakket. In dezelfde periode zal IenM groot onderhoud uitvoeren aan de zoet-zout scheiding die bij de Krammersluizen verzilting vanuit de Oosterschelde tegengaat. De kosten van deze maatregel liggen in de ordegrootte van enkele tientallen miljoenen euro’s.

De vorig jaar uitgevoerde stresstest zoetwatervoorziening laat zien dat het Deltaplan Zoetwater voldoende maatregelen bevat om de zoetwatervoorziening aan het regionale watersysteem op het huidige niveau te houden, ook bij realisatie van de ingrepen in het watersysteem die momenteel worden voorbereid. Het Deltaprogramma werkt aan actualisatie en verdere detaillering van kennis over het watersysteem en sociaaleconomische ontwikkelingen. De overheden en zoetwatergebruikers in het Deltaprogramma Zoetwater werken toe naar een besluit over aanvullende zoetwatermaatregelen na 2021. Bij deze besluitvorming worden ontwikkelingen en maatregelen op korte en lange termijn in samenhang bezien, waaronder de kennis over het Plan Sluizen. De kosten voor zoetwatermaatregelen die in West-Nederland en de Zuidwestelijke Delta nodig kunnen zijn van 2022 tot 2028, liggen volgens de eerste inzichten in de ordegrootte van tientallen miljoenen euro’s.

Verziltingsbestrijding rond ingrepen in het hoofdwatersysteem

De initiatiefnemers die momenteel ingrepen in het watersysteem voorbereiden, hebben in afstemming met waterbeheerders en maatschappelijke organisaties afzonderlijke onderzoeken uitgevoerd naar maatregelen om de verziltingseffecten van deze ingrepen te bestrijden. Afhankelijk van het project, worden momenteel maatregelen nader uitgewerkt of gerealiseerd. Daarnaast zijn of worden er afspraken gemaakt over monitoring van verzilting.

Ik licht hieronder toe wat de kosten zijn om de verziltingseffecten van deze ingrepen te bestrijden:

  • Voordat de Haringvlietsluizen op een kier worden gezet, verplaatsen waterschap Hollandse Delta en drinkwaterbedrijf Evides de zoetwaterinlaatpunten naar locaties waar geen verzilting zal optreden. Het Ministerie van IenM investeert circa 70 miljoen euro in zoetwatermaatregelen rond het Kierbesluit (dit is onderdeel van de € 75 mln totale projectkosten die zijn genoemd in Kamerstuk 27 625, nr. 292).

  • Indien het Volkerak-Zoommeer zout wordt, zal daaraan voorafgaand een pakket maatregelen tegen zoutindringing worden gerealiseerd van circa € 62 miljoen euro. Dat is aanvullend op de maatregelen uit het Deltaprogramma voor alternatieve aanvoer van zoetwater naar dit gebied (zie de ontwerprijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer, bijlage bij Kamerstuk 33 531, nr. 2).

  • In voorbereiding op verdieping van de Nieuwe Waterweg overlegt Havenbedrijf Rotterdam momenteel over haar financiële bijdrage aan waterschappen voor maatregelen om verziltingseffecten te bestrijden. Deze maatregelen zijn opgenomen in de conceptvergunning van Rijkswaterstaat (zie www.platformparticipatie.nl/nww).

  • IenM, Provincie Noord-Holland en gemeente Amsterdam hebben dit voorjaar als initiatiefnemers van de nieuwe zeesluis IJmuiden besloten om gezamenlijk € 58 miljoen euro te reserveren voor een maatregel waarmee de extra verzilting door de nieuwe zeesluis naar verwachting kan worden voorkomen. Deze maatregel wordt dit jaar nader uitgewerkt.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus