31 497 Passend onderwijs

Nr. 437 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR PRIMAIR EN VOORTGEZET ONDERWIJS

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juni 2022

Het ondersteuningsbudget voor praktijkonderwijs (pro) en leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) wordt sinds 2016 berekend en elk jaar verdeeld onder de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Dit gebeurt op basis van de leerlingaantallen op teldatum 1 oktober 2012, terwijl er sindsdien veel ontwikkelingen zijn geweest. Daarom is besloten te bezien welke aanpassingen nodig zijn.

In de zoektocht naar een nieuwe toekomstbestendige bekostigingssystematiek is het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gevraagd om een indicator te ontwikkelen voor de verdeling van het lwoo-budget in de toekomst. Conform maatregel 25 van de Verbeteraanpak passend onderwijs1 is voor het pro besloten om een onderzoek uit te laten voeren naar de vraag wat de consequenties zijn van rechtstreekse financiering van het praktijkonderwijs. Dit onderzoek is de afgelopen maanden uitgevoerd door Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt Nijmegen (KBA Nijmegen). In het Coalitieakkoord 2021–2025 staat dat dit Kabinet toewerkt naar rechtstreekse financiering van het pro met inachtneming van het onderzoek van KBA Nijmegen.2

De rapporten zijn recent door het CBS en KBA afgerond. Hierbij bied ik u de resultaten van beide onderzoeken aan:

  • «Richting een nieuw verdeelmodel voor lwoo – een verkenning van mogelijke aggregatieformules» van het CBS

  • «Bekostiging van het praktijkonderwijs – onderzoek naar de opties van gedeelde of ongedeelde bekostiging van het praktijkonderwijs» van KBA Nijmegen.

Ik zal de komende periode verder doorpraten over de onderzoeken met de betrokkenen uit het veld. Naar aanleiding daarvan informeer ik u over hoe ik om wil gaan met de uitkomsten. Eerder heb ik u, tijdens het debat passend onderwijs van 30 maart, toegezegd u voor de zomer te informeren over het rapport van KBA Nijmegen en de gevolgen hiervan voor de bekostiging van het praktijkonderwijs. Het onderzoek naar rechtstreekse financiering van het pro is helaas later dan gepland afgerond. Hierdoor kan ik u voor het najaar nader informeren over hoe ik toe zal werken naar deze rechtstreekse financiering.

De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs, A.D. Wiersma


X Noot
1

Kamerstuk 31 497, nr. 371.

X Noot
2

Kamerstuk 35 788, nr. 77.

Naar boven