Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831497 nr. 259

31 497 Passend onderwijs

Nr. 259 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 maart 2018

Ieder kind moet zich gesteund en gestimuleerd voelen met uitdagend onderwijs. Het onderwijs dient aan te sluiten bij de cognitieve vermogens en sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Leerkrachten moeten net zo goed aandacht hebben voor leerlingen met beperktere leervermogens als voor leerlingen met kenmerken van (hoog)begaafdheid. Deze leerlingen beschikken naast een sterk ontwikkelingspotentieel over creërend denkvermogen en een sterke gedrevenheid. Het is niet vanzelfsprekend dat dit zich ook uit in excellente prestaties op één of meerdere leergebieden. Hiervoor is een stimulerende leeromgeving nodig, met leraren die rijk onderwijs vormgeven dat (ook) aansluit bij de specifieke onderwijsbehoeften van (hoog)begaafde leerlingen. In het Regeerakkoord (Kamerstuk 34 700, nr. 34) is hiervoor structureel 15 miljoen extra voor uitgetrokken. In deze brief informeer ik u over de inzet van deze extra middelen.

Om te komen tot een goede besteding van de 15 miljoen heb ik overleg gevoerd met experts en ervaringsdeskundigen (hoog)begaafdheid, waaronder ook leerlingen en ouders. Dit overleg heeft een goed beeld opgeleverd van de mogelijkheden en de knelpunten in het onderwijs aan (hoog)begaafde leerlingen en welke kansen er zijn voor de inzet van de extra middelen.

Onderwijs aan (hoog)begaafde leerlingen valt binnen het kader van passend onderwijs. Passend onderwijs gaat immers over alle leerlingen met een ondersteunings- of ontwikkelvraag. Dat zijn niet alleen leerlingen met een beperking of een leerprobleem, maar ook leerlingen met een ondersteuningsvraag die voortkomt uit hun (hoog)begaafdheid. Passend onderwijs stelt de onderwijsbehoefte van leerlingen centraal en vormt het vertrekpunt voor wat leerlingen nodig hebben op school om hun talenten te ontplooien. De samenwerkingsverbanden passend onderwijs zijn verantwoordelijk voor een dekkend onderwijs aanbod in hun regio.

De praktijk: stand van zaken

Samenwerkingsverbanden en scholen hebben steeds meer aandacht voor de specifieke onderwijsbehoeften van (hoog)begaafde leerlingen en ik zie dan ook veel goede initiatieven. Ondanks deze positieve ontwikkeling bestaat er volgens experts ook nog een aantal knelpunten:

  • 1. Er is binnen scholen meer kennis nodig over (hoog)begaafdheid

    Het herkennen van (kenmerken van) (hoog)begaafdheid vereist specifieke kennis die nu onvoldoende aanwezig is bij leerkrachten, zowel in het primair als in het voortgezet onderwijs. Gedrag dat soms samen gaat met (hoog)begaafdheid wordt dan toegeschreven aan bijvoorbeeld autisme of ADHD. Indien (hoog)begaafdheid niet (op tijd) wordt gesignaleerd, kan dit leiden tot gedragsproblemen, onderpresteren en uiteindelijk uitval. Specialisten (hoog)begaafdheid kunnen volgens experts beter worden ingezet om de ondersteuningsmogelijkheden en het handelingsrepertoire te vergroten bij alle betrokkenen die een rol spelen in de begeleiding (ouders, onderwijs, overige begeleiders).

  • 2. Meer passend aanbod is nodig voor (hoog)begaafde leerlingen

    Ondanks de toenemende aandacht voor (hoog)begaafdheid is het nog niet vanzelfsprekend dat er ook voor (hoog)begaafde leerlingen die extra uitdaging nodig hebben, passende mogelijkheden beschikbaar zijn binnen het samenwerkingsverband. Samenwerkingsverbanden hebben nog onvoldoende zicht op wat er op school- en bestuursniveau wordt gerealiseerd met betrekking tot extra uitdagend aanbod en wijze van bekostiging voor deze leerlingen. Dat heeft tot gevolg dat er een versnipperd, niet samenhangend aanbod is binnen het samenwerkingsverband en kennis niet overal aanwezig is. Daarnaast zijn scholen onvoldoende bekend met de mogelijkheden om het lesprogramma binnen het primair en het voortgezet onderwijs te versnellen en te verrijken. Goede initiatieven en arrangementen die aanwezig zijn binnen scholen, besturen en samenwerkingsverbanden, worden nog onvoldoende in de etalage gezet. Leerkrachten, besturen en samenwerkingsverbanden kunnen op dit gebied nog veel meer van elkaar leren.

  • 3. Betere samenwerking tussen scholen binnen de regio is gewenst

    Goede samenwerking tussen scholen maakt het mogelijk om gecombineerde expertise op het gebied van (hoog)begaafdheid en leer- en/of gedragsproblemen in de klas in te zetten. Deze samenwerking komt nog onvoldoende van de grond. Expertise op de combinatie van onderwijs en zorg is vaak niet of onvoldoende aanwezig. De vereiste expertise die nodig is voor complexe ondersteuningsvragen wordt soms pas ingeschakeld als er al problemen zijn ontstaan die voorkomen hadden kunnen worden met eerdere interventies. Tevens verloopt de overgang van primair naar voortgezet onderwijs voor (hoog)begaafde leerlingen nog niet altijd goed. Een goede overdracht tussen de twee scholen is essentieel.

Inzet 15 miljoen voor (hoog)begaafden

Samenwerkingsverbanden ontvangen middelen voor de onderwijsondersteuning aan leerlingen. Daarnaast is er sinds 2015 structureel 29 miljoen extra toegevoegd aan de lumpsum van de samenwerkingsverbanden. Dit extra geld is bedoeld om de brede doelstelling van passend onderwijs vorm te geven: passend onderwijs voor alle leerlingen met een ondersteuningsbehoefte, niet alleen voor leerlingen met een beperking of leerprobleem maar nadrukkelijk ook voor (hoog)begaafde leerlingen. In aanvulling op deze middelen is in het regeerakkoord opgenomen dat er 15 miljoen structureel beschikbaar komt voor onderwijs(ondersteuning) aan (hoog)begaafde leerlingen.

Een aantal samenwerkingsverbanden en schoolbesturen heeft de nu al beschikbare middelen aangewend om te komen tot mooie initiatieven voor (hoog)begaafden. Denk hierbij aan het aanstellen van experts (hoog)begaafdheid of het organiseren van een tussenjaar voor slimme, getalenteerde leerlingen voor wie de basisschool niet meer voldoende uitdaging biedt maar die nog niet toe zijn aan de middelbare school. Tegelijkertijd zijn er ook samenwerkingsverbanden en scholen waar de kennis en het aanbod voor (hoog)begaafde leerlingen achterblijven. Om de voorlopers te belonen en om de achterlopers te motiveren ben ik, op advies van de geraadpleegde experts, voornemens dit jaar een subsidieregeling te publiceren. Met deze regeling worden samenwerkingsverbanden passend onderwijs en scholen gestimuleerd om een dekkend onderwijs- en ondersteuningsaanbod voor (hoog)begaafde leerlingen in te richten. Het samenwerkingsverband kan samen met de schoolbesturen in de regio bestaande of nieuwe initiatieven op scholen voor primair en voortgezet onderwijs opzetten of verder uitbouwen, organiseren en bekostigen.

Met de subsidieregeling worden samenwerkingsverbanden in staat gesteld om expertise beschikbaar te stellen aan scholen en schoolbesturen en (regionale) voorzieningen uit te bouwen en verder in te richten op scholen.

Voorbeelden van dergelijke regionale initiatieven zijn: leraren bijscholen tot een expert (hoog)begaafdheid of het aanstellen van een expert. Ook kan gedacht worden aan het bovenschools (regionaal) opzetten of uitbouwen van afdelingen voor (hoog)begaafden dan wel het begeleiden van (hoog)begaafde leerlingen bij de overgang tussen het primair en het voortgezet onderwijs.

De landelijke subsidiecriteria en de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de middelen zal ik nader uitwerken, samen met specialisten (hoog)begaafdheid uit het primair en voortgezet onderwijsveld. Ik vind het belangrijk dat de middelen doelmatig worden besteed, daarom zal daar in de voorwaarden ook aandacht voor zijn. Daarbij zal de subsidieregeling ook de ruimte bevatten om het bestedingsvoorstel af te stemmen op de regionale onderwijsbehoefte. Om blijvende inzet van de samenwerkingsverbanden te bevorderen, zal een van de voorwaarden voor subsidiering in ieder geval zijn een eis van 50%-cofinanciering uit het bestaande ondersteuningsbudget van de samenwerkingsverbanden. Daarnaast zal er een onderzoeks- en evaluatieprogramma worden opgezet om zicht te krijgen in de effectiviteit en opbrengsten van de interventies.

Ik vertrouw erop dat met deze subsidieregeling de kennis over en het aanbod voor (hoog)begaafde leerlingen een stimulans krijgt de komende jaren.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob