Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201531497 nr. 150

31 497 Passend onderwijs

31 839 Jeugdzorg

Nr. 150 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP EN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 maart 2015

1. Inleiding

Elk kind heeft recht op passende zorg en onderwijs, afgestemd op zijn of haar behoeften en mogelijkheden. In het algemeen overleg over passend onderwijs op 11 december jl. heeft de Staatssecretaris van OCW toegezegd om in overleg met de sectororganisaties, scholen en ouders binnen het huidige stelsel te zoeken naar oplossingen voor de problemen die scholen en ouders ervaren bij het vormgeven van onderwijszorgarrangementen voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking.

Per 1 januari 2015 hebben ouders en scholen te maken met de veranderde regelgeving omtrent de zorg. Voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking is vooral de invoering van de Wet langdurige zorg (Wlz) van belang.

De twee belangrijkste knelpunten die scholen en ouders ervaren bij het vormgeven van het onderwijs aan deze groep leerlingen zijn:

  • 1. De onderhandeling over de inzet van Wlz zorg op school

  • 2. Het vervallen van de OCW Regeling compensatiemiddelen AWBZ

De leerlingen met ernstige meervoudige beperkingen hebben meer zorg nodig dan op basis van de onderwijsbekostiging kan worden geboden. Ouders zetten daarvoor een deel van hun persoonsgeboden budget / zorg in natura in op school. De mogelijkheden daarvoor zijn met de invoering van de Wlz verruimd, nu geen aftrek meer plaatsvindt van zorg voor de tijd dat het kind onderwijs volgt.

Omdat het gesprek tussen ouders en school soms ingewikkeld is, wordt een gesprekshandleiding opgesteld. In aanvulling daarop wordt ook een zogenaamd rapid response team ingericht ter ondersteuning van het gesprek tussen ouders en scholen.

Een deel van de middelen die gemoeid waren met de compensatieregeling worden weggehaald bij de samenwerkingsverbanden en centraal toegekend. De (v)so scholen hoeven dan niet langer in discussie met de samenwerkingsverbanden over de noodzaak om extra middelen in te zetten op de scholen voor ernstig meervoudig beperkte kinderen.

Tot slot blijven wij in gesprek met betrokken partijen om tot een goede organisatie van passend onderwijs en de benodigde zorg daarbij te komen.

In deze brief wordt eerst een korte beschrijving van de doelgroep gegeven. Daarna volgt een toelichting op de bekostiging van de onderwijsondersteuning en de zorg. In de vierde paragraaf worden de knelpunten en oplossingen beschreven. Afgesloten wordt met het vervolgtraject.

2. Doelgroep leerlingen met een ernstige meervoudige beperking

Leerlingen met ernstige meervoudige beperkingen maken deel uit van de bredere doelgroep meervoudig gehandicapte leerlingen. Meervoudig gehandicapt betekent dat er sprake is van zowel een lichamelijke als een verstandelijke beperking. Bij ernstig meervoudig beperkte leerlingen is sprake van complexe problematiek door een combinatie van een (zeer) ernstige verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking en bijkomende stoornissen. Er zijn ruim 6.000 meervoudig gehandicapte leerlingen. Daarvan zijn naar schatting tussen de 2.000 en 2.500 leerlingen ernstig meervoudig beperkt. Naast extra onderwijsondersteuning hebben zij ook (medische) zorg op school nodig.

De groep ernstig meervoudig beperkte leerlingen wordt niet apart onderscheiden binnen het onderwijs. In voorliggende brief wordt de groep afgebakend door uit te gaan van de leerlingen die naast een categorie 3-bekostiging passend onderwijs (hoogste onderwijsbekostiging) ook een Wlz indicatie hebben (er is blijvend 24 uur per dag zorg nabij of permanent toezicht nodig).

3. Hoe worden onderwijsondersteuning en zorg bekostigd?

Zowel in het onderwijs als in de zorg zijn middelen beschikbaar voor onderwijsondersteuning en (medische) zorg voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen.

Onderwijs

Leerlingen met een ernstige meervoudige beperking zitten op het (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so). Voorwaarde voor inschrijving is dat zij een toelaatbaarheidsverklaring hebben van een samenwerkingsverband. Een (v)so-school krijgt ongeveer € 26.000,– voor een ingeschreven leerling met een ernstige meervoudige beperking. Dit bedrag bestaat uit de basisbekostiging van ongeveer € 5.000,– en de ondersteuningsbekostiging (de hoogste categorie 3) van ongeveer € 21.000,– per leerling per jaar.

Zorgbekostiging: Wet langdurige zorg (Wlz)

Met ingang van 1 januari 2015 vallen kinderen die blijvend 24 uur per dag zorg nabij of permanent toezicht nodig hebben onder de Wlz. Op basis van landelijke criteria wordt bepaald of een kind in aanmerking komt voor Wlz-zorg. De omvang van de geïndiceerde zorg is afhankelijk van de zorgbehoefte van het kind. De indicatie is geldig voor onbepaalde tijd.

Tot dit jaar ontvingen deze kinderen zorg via de AWBZ. Onderwijs was in dat kader een voorliggende voorziening. Dat betekende dat als een kind naar school ging, er standaard een aftrek op de AWBZ zorg plaatsvond, ervan uitgaande dat de scholen ook een deel van de zorg zouden bieden. Voor ernstig meervoudig beperkte kinderen met AWBZ zorg (zorgzwaartepakket) betekende dit een standaard aftrek van 9 dagdelen dagbesteding.

Met de invoering van de Wlz vindt deze standaard aftrek niet langer plaats als een kind ook naar school gaat. Een kind dat veel zorg nodig heeft, kan als trekkingsrecht een pgb budget krijgen dat € 15.000,– tot € 20.000,– hoger ligt. Ouders hebben hiermee meer ruimte om passende zorg te organiseren, ook in combinatie met onderwijs.

De hogere zorgbekostiging door het vervallen van de standaard aftrek is voor kinderen in de overgangssituatie niet automatisch toegevoegd aan het Wlz budget. De ouders kunnen hiervoor een herindicatie aanvragen.

De keuze voor de leveringswijze van Wlz-zorg (zorg in natura, persoonsgebonden budget of een combinatie) ligt bij de ouders. Bij zorg in natura kiezen ouders voor een of meerdere zorgaanbieders uit het aanbod van door het zorgkantoor gecontracteerde zorgverleners. Kiezen zij voor een pgb, dan is de ouder budgethouder. Voor dit door het zorgkantoor vastgesteld budget kunnen ouders contracten afsluiten met zorgaanbieders. Deze zorgaanbieders worden betaald op basis van hun contract met de budgethouder, via de Sociale Verzekeringsbank (trekkingsrecht ouders).

Compensatiemiddelen

Voorheen konden reguliere en speciale scholen een beroep doen op de OCW Regeling compensatiemiddelen Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ). Deze regeling is ingesteld ter compensatie van de «Pakketmaatregel AWBZ» uit 2009 die het beroep op AWBZ-begeleiding beperkte en daarmee ook gevolgen had voor de inzet hiervan op reguliere en speciale scholen. Met deze compensatieregeling kwam € 10 miljoen beschikbaar voor aanvullende zorg op reguliere en speciale scholen. Voorwaarde voor toekenning was dat de school in de aanvraag beargumenteerde waarom voor deze leerling de inzet van de onderwijsbekostiging met aanvullende zorg vanuit de AWBZ ontoereikend was.

Met de invoering van passend onderwijs zijn deze compensatiemiddelen deel gaan uitmaken van het ondersteuningsbudget van de samenwerkingsverbanden. Zij hebben de verantwoordelijkheid gekregen om ervoor te zorgen dat aan alle leerlingen, waaronder ook de leerlingen met een ernstige meervoudige beperking een passend onderwijsprogramma wordt geboden.

4. Knelpunten en oplossingen

In de afgelopen maanden zijn gesprekken gevoerd met de PO-Raad, de VO-raad, Ieder(in), BOSK, ouders en (v)so-scholen die onderwijs bieden aan leerlingen met ernstige meervoudige beperkingen. Besproken is welke knelpunten scholen en ouders ervaren en welke oplossingsrichtingen er mogelijk zijn. Als belangrijkste knelpunten worden genoemd:

  • 1. Het aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring door de (v)so school

  • 2. De onderhandeling over de inzet van Wlz zorg op school

  • 3. Het vervallen van de OCW-Regeling compensatiemiddelen AWBZ

  • 4. Onduidelijkheden over de veranderingen in de zorg

Ad. 1 Het aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring door de (v)so school

(V)so-scholen met leerlingen met een ernstige meervoudige beperking bedienen vaak een grote regio. Zij moeten daardoor bij verschillende samenwerkingsverbanden een zogenoemde toelaatbaarheidsverklaring aanvragen. Per samenwerkingsverband kunnen daarvoor andere regels en looptijden gelden. De (v)so-scholen moeten hierdoor soms uitgebreide formulieren invullen, terwijl voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking een toelaatbaarheidsverklaring met de hoogste ondersteuningsbekostiging (categorie) evident is.

Om het aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring makkelijker te maken, ontwikkelen de PO-Raad en de VO-raad voor deze groep leerlingen één landelijk uniforme aanvraagprocedure voor alle samenwerkingsverbanden. Scholen kunnen dan met hetzelfde formulier bij verschillende samenwerkingsverbanden een toelaatbaarheidsverklaring aanvragen. De samenwerkingsverbanden kunnen de toelaatbaarheidsverklaring direct voor de hele onderwijsperiode toekennen (één voor primair, één voor voortgezet onderwijs), voor leerlingen die aan de criteria voldoen. Het aanvraagformulier zal dit voorjaar gereed zijn.

Ad 2. De onderhandeling over de inzet van Wlz zorg op school

Ernstig meervoudig beperkte leerlingen hebben meer zorg nodig dan op basis van de onderwijsbekostiging kan worden toegekend. Voor die leerlingen moeten ouders een deel van hun persoonsgeboden budget/ zorg in natura inzetten op school. De mogelijkheden daarvoor zijn met de invoering van de Wlz verruimd. Er vindt geen aftrek meer plaats van de zorg voor de tijd dat het kind onderwijs volgt. Het gesprek tussen ouders en school hierover blijkt echter ingewikkeld. Soms ontstaat er spanning tussen de behoefte aan de inzet van zorg op school en de bereidheid van ouders om zorg in de gevraagde omvang aan de school beschikbaar te stellen.

Om het gesprek tussen ouders en school te ondersteunen, wordt daarom een gesprekshandleiding opgesteld. Hierin wordt opgenomen wat de gemiddelde extra zorgkosten zijn voor een leerling met een ernstige meervoudige beperking op school. Ouders en school kunnen dit als startpunt nemen voor het gesprek. Welke zorg nodig is vanuit de Wlz kan worden vastgesteld op basis van de zorgbehoefte van de leerling en is afhankelijk van het aantal dagdelen dat het kind onderwijs volgt.

De gesprekshandleiding zal niet in alle gevallen toereikend zijn om tot een afspraak te komen tussen ouders en school. In aanvulling daarop wordt daarom een speciaal team ingericht. Dit team helpt ouders en scholen om individueel en op maat tot goede (meerjarige) afspraken te komen over de inzet van zorg op school. Dit team zal voldoende expertise hebben op het gebied van zowel onderwijs als zorg. De inzet is dit team zo snel mogelijk operationeel te hebben.

Ad 3. Het vervallen van de compensatiemaatregel.

De middelen die gemoeid waren met de OCW-Regeling compensatie AWBZ zijn per 1 augustus 2014 toegevoegd aan het budget van de 152 samenwerkingsverbanden passend onderwijs. In totaal gaat het om € 10 miljoen. Een deel van deze middelen kan waar nodig ook voor ernstig meervoudig beperkte leerlingen worden ingezet.

Het gesprek over de inzet van extra zorg met de samenwerkingsverbanden verloopt echter moeizaam. Daarom wordt een deel van de middelen weggehaald bij de samenwerkingsverbanden. Er wordt een regeling opgesteld op basis waarvan (v)so scholen een aanvraag kunnen indienen voor een aantal extra uren onderwijs per week. De inzet is dat de nieuwe regeling vanaf het komende schooljaar, 2015–2016, beschikbaar is.

De omvang van het budget wordt bepaald op basis van het bedrag dat van de € 10 miljoen naar de ernstig meervoudig beperkte leerlingen ging. Naar schatting gaat het om een bedrag tussen de € 6 en € 8 miljoen.

Ad 4. Wegnemen van onduidelijkheid over de veranderingen

Er zijn nog veel vragen over de veranderingen in de zorg. Door het Ministerie van VWS is daarom een informatiepunt Wlz ingericht, waar ook vragen over de combinatie van onderwijs en zorg kunnen worden gesteld.

Ook via andere kanalen is informatie over de veranderingen in de zorg en onderwijs beschikbaar. Zo kunnen ouders en scholen informatie vinden via www.hoeverandertmijnzorg.nl en www.passendonderwijs.nl. Via deze websites is ook de onlangs gepubliceerde brochure te vinden voor ouders, scholen en samenwerkingsverbanden over de invulling van zorg en onderwijs vanaf 2015.

Verder worden op afroep regionale bijeenkomsten over onderwijs en zorg georganiseerd, vanuit de gezamenlijke werkagenda «Verbinding passend onderwijs en jeugdhulp» van de sectororganisaties, VNG, VWS en OCW. In die bijeenkomsten worden praktijkvoorbeelden gedeeld, is aandacht voor het gesprek tussen ouders en school en worden vormen van samenwerking tussen zorg en onderwijs in beeld gebracht.

5. Vervolgtraject

In de afgelopen maanden is er veel overleg geweest tussen vertegenwoordigers van scholen en ouders, VWS en OCW over de invoeringsproblemen. Dit overleg wordt de komende periode voortgezet. Doel is een goede invoering van de veranderingen in zorg en onderwijs te ondersteunen en snel zicht te krijgen op eventuele resterende knelpunten die zich voordoen.

In overleg met deze partijen worden ook de acties die zijn voorgesteld in deze brief verder uitgewerkt. Onderdeel daarvan is ook de communicatie aan ouders en scholen. In de voortgangsrapportage passend onderwijs die in juni aan de Tweede Kamer wordt verzonden, wordt de Kamer geïnformeerd over de stand van zaken.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn