Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201631490 nr. 205

31 490 Vernieuwing van de rijksdienst

Nr. 205 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 mei 2016

1. Inleiding

Hierbij bied ik u namens het kabinet de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2015 aan1. In deze rapportage geef ik een overzicht van de ontwikkelingen in het afgelopen jaar in de bedrijfsvoering en meer in algemene zin de organisatie van de Rijksdienst.

Over de uitwerking van de kabinetsreactie inzake het rapport van de Tijdelijke Commissie ICT-projecten bent u apart geïnformeerd2. Hetzelfde geldt voor de rijkshuisvesting, waarover u recent een drietal brieven heeft ontvangen3.

De afgelopen kabinetsperiode heb ik in de opeenvolgende Jaarrapportages Bedrijfsvoering verantwoording afgelegd over de resultaten die geboekt zijn binnen alle bedrijfsvoeringdomeinen. Op al deze domeinen binnen de Rijksdienst is sprake van de voortgaande beweging richting één Rijksdienst en is in toenemende mate sprake van samenwerking en het delen van voorzieningen, of het nu gaat om het personeelsbeleid, de medezeggenschap of de huisvesting. Denk daarbij aan de gemaakte afspraken over een gezamenlijk strategisch personeelsbeleid in de CAO Rijk, de oprichting van het BIT en het publiceren van Inkoopdata.

2. Verbetering kwaliteit Rijksdienst

Een goed functionerend openbaar bestuur – en daarbinnen een goed presterende Rijksdienst – draagt in belangrijke mate bij aan economische groei en het welbevinden van burgers. Mede op verzoek van het kabinet heeft het Sociaal- en Cultureel Planbureau hier recent hernieuwd onderzoek naar gedaan4, onder meer op basis van gegevens van Eurostat, de Wereldbank, de OESO en de VN. Over de gehele linie scoort Nederland goed en behoort het bij de best presterende landen, samen met landen als Zwitserland, Luxemburg, Finland, Noorwegen, Zweden, Denemarken en Nieuw-Zeeland. In het bijzonder op het gebied van good governance, e-government en de zogenaamde rule-of-lawindex (kwaliteit van de rechtstaat) scoort Nederland goed.

Om blijvend goed te presteren is de opgave voor de Rijksdienst om in een steeds complexer wordende samenleving op een efficiënte en slagvaardige manier bij te dragen aan het verwezenlijken van maatschappelijke doelstellingen. Essentieel daarbij is om op een goede manier in te spelen op de snelle technologische ontwikkelingen. Een speerpunt in 2015 was om – conform het kabinetsstandpunt Tijdelijke Commissie ICT-projecten – in te zetten op de verbetering van de beheersing van ICT-projecten. Om dit te bereiken is in 2015 de Operatie Informatiebestel Rijk (OIR) opgezet en is – als onderdeel daarvan – het Bureau ICT-Toetsing (BIT) opgericht, dat inmiddels zijn eerste adviezen heeft uitgebracht.

Daarnaast is het van belang om vorm en inhoud te blijven geven aan de eerder genoemde ontwikkeling richting één Rijksdienst. De basis hiervoor is de rijksbrede infrastructuur voor de bedrijfsvoering, die in de periode 2010–2014 is ontwikkeld en waarover in de vorige Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk verantwoording is afgelegd. Daarnaast is als onderdeel van de Hervormingsagenda Rijksdienst (2013) een aantal aanvullende initiatieven genomen, onder meer gericht op het beheer van rijksvastgoed, digitalisering, herinrichting van de governance en financiering van de rijksbrede bedrijfsvoering en het functioneren van inspecties. De meeste van deze initiatieven waren bedoeld om een extra impuls te geven aan al in gang gezette veranderingen. Met ingang van 1 januari 2016 zijn deze initiatieven afgerond of worden ze ondergebracht in de staande organisatie. In de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk wordt verantwoording afgelegd over de resultaten hiervan.

3. Kwantitatieve ontwikkeling Rijksdienst

3.1 Apparaatsuitgaven

In tabel 1 wordt gepresenteerd hoe de apparaatsuitgaven voor de rijksdienst (exclusief krijgsmacht en rechterlijke macht) zich in 2015 hebben ontwikkeld. In de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk wordt deze ontwikkeling toegelicht, waarbij conform de toezegging aan uw Kamer ook wordt ingegaan op de belangrijkste mutaties ten opzichte van de Ontwerpbegroting voor 2015.

Tabel 1: Ontwikkeling apparaatsuitgaven rijksdienst (exclusief krijgsmacht en rechterlijke macht, x € mld)
 

2011

2012

2013

2014

2015

Kerndepartementen

6,55

6,64

6,75

6,81

6,85

b/l-agentschappen

4,57

4,69

4,71

4,73

4,65

Totaal:

11,12

11,33

11,46

11,54

11,50

Als % van de rijksbegroting

4,5

4,7

4,7

4,6

4,6

Bron: Departementale jaarverslagen

In 2015 zijn de rijksbrede apparaatsuitgaven ten opzichte van 2014 licht gedaald met € 39 mln. Net als voorgaande jaren is er in 2015 een aanzienlijk bedrag aan het apparaatsbudget toegevoegd na besluitvorming over beleidsintensiveringen. Voor het eerst in vier jaar is er evenwel geen sprake van groei. Nadat vorig jaar voor het derde opeenvolgende jaar de apparaatsuitgaven waren gegroeid heb ik met de Minister van Financiën namens het kabinet extra maatregelen getroffen gericht op betere beheersing van de rijksbrede apparaatsuitgaven. U bent hierover geïnformeerd bij de aanbieding van de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2014 en in een aanvullende brief hierover van 18 juni 20155. Met de invoering van de beschreven maatregelen is in 2015 gestart. In 2016 en volgende jaren zal dit stapsgewijs verder zijn beslag krijgen.

3.2 Ontwikkeling personeelsbezetting

Tabel 2: 0ntwikkeling personeelsbezetting alle overheidsonderdelen
 

2011

2012

2013

2014

2015

Sector Rijk

110.994

109.098

108.834

109.487

109.148

Zbo’s

40.492

40.222

39.796

39.032

38.998

Sector Defensie

63.509

60.714

59.445

58.016

56.458

Sector Politie

63.235

63.778

63.451

62.364

60.890

Sector Rechterlijke Macht

3.010

2.984

2.984

3.007

3000

Rijksdienst Caraïbisch Nederland

584

633

665

686

760

Totaal

281.824

277.429

275.175

272.592

269.254

In totaal zijn bij het Rijk in het afgelopen jaar 5042 vacatures (intern of extern) opengesteld. Dat is een derde meer dan in 2014. Ook werden in 2015 in totaal 119 rijkstrainees aangesteld. Rijkstrainees zijn jonge getalenteerde academici, die bij bewezen geschiktheid en goed functioneren een vaste aanstelling krijgen.

In 2015 verlieten 5.597 ambtenaren het Rijk. Dit is een toename ten opzichte van 2014 toen 4.912 ambtenaren het Rijk verlieten.

Tot slot: voor het eerst steeg het aandeel van vrouwen in de top van de rijksoverheid tot boven de dertig procent (31%, vorig jaar 28%).

3.3 Externe inhuur

De totale uitgaven voor externe inhuur bleven in 2015 ten opzichte van 2014 vrijwel stabiel. De toename bedroeg 0,2%. Rijksbreed maakten de uitgaven voor externe inhuur in 2015 9,6% van de personele uitgaven uit. Deze bleven hiermee onder de norm van 10%.

De verschillen tussen de departementen zijn relatief groot. De departementale jaarverslagen bevatten een toelichting op de uitgaven voor externe inhuur.

Tabel 3: ontwikkeling externe inhuur rijksdienst 2011–2015
 

2011

2012

2013

2014

2015

Beleid

71.263

59.505

49.744

69.705

70.770

Beleidsondersteuning

218.810

234.250

302.519

393.662

388.006

Uitvoering

579.471

619.528

661.589

642.676

649.949

VRD

6.204

       

Totaal:

875.740

875.748

1.013.852

1.106.403

1.108.725

3.4 Rijk als werkgever/personeelsbeleid rijk

In mijn rol van werkgever voor de sector Rijk heb ik sinds lange tijd weer een CAO met de vakbonden kunnen afsluiten. Hierin zijn ook afspraken opgenomen om als Sociale Partners een agenda voor het strategisch personeelsbeleid 2025 voor de Rijksdienst op te stellen.

Een tweede belangrijke mijlpaal in 2015 is de hernieuwde aandacht voor mobiliteit. Ik tref maatregelen om deze te bevorderen. Deze heb ik neergelegd in mijn brief aan de Tweede Kamer van 24 november 2015: «Mobiliteit en flexibele inzet van personeel voor een toekomstbestendige rijksoverheid»6. Uit onderzoek blijkt dat het Rijk achterloopt bij personeelsmobiliteit in vergelijking met ander publieke sectoren en de markt. De genoemde maatregelen zijn gericht op een wendbare rijksdienst en op duurzame inzetbare medewerkers.

De rijksoverheid wil de zwakke positie van bepaalde groepen op de arbeidsmarkt versterken. Dit vloeit voort uit het regeerakkoord Rutte II.

In het Sociaal Akkoord van 11 april 2013 hebben het kabinet en sociale partners afgesproken dat werkgevers extra banen gaan creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. Deze werknemers hebben een zwakke positie op de arbeidsmarkt. Het Rijk maakt al langere tijd werk van zijn verantwoordelijkheid voor deze groep.

Ook wil het kabinet medewerkers in de lage loonschalen voldoende baanzekerheid en gezonde arbeidsomstandigheden bieden. Dat doel wordt onder meer bereikt door medewerkers in vaste dienst van de rijksoverheid te nemen. Daartoe is inmiddels de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO) opgericht en is de Rijksbeveiligingsorganisatie uitgebreid tot een landelijke dienstverlener waar eind 2015 ruim 130 boventallige medewerkers van de Dienst Justitiële Inrichtingen zijn ingestroomd.

Het belang van een integere rijksoverheid is evident. In 2015 is de Gedragscode Integriteit Rijk geactualiseerd7. De code is bedoeld als een levend instrument dat, zodra daartoe aanleiding is, steeds opnieuw zal worden geactualiseerd,

De code beschrijft het kader dat rijksbreed geldt en als basismodel kan worden gehanteerd voor de organisatiespecifieke codes. Daarnaast geeft de code handvatten voor de omgang door het Rijk met integriteit, de waarden en uitgangspunten die het Rijk daarbij hanteert en de rollen die medewerkers, vertrouwenspersonen, leidinggevenden en het top- management hierin vervullen.

In 2015 is er een rijksbrede Groepsondernemingsraad (GOR Rijk) ingesteld, waarin vertegenwoordiging vanuit alle ministeries (vooralsnog behalve het Ministerie van Defensie) is voorzien. Samen behartigen zij de belangen van het personeel bij rijksbrede onderwerpen op het terrein van bedrijfsvoering en personeelsbeleid.

In 2015 hebben de Ministeries van SZW, BZK, DEF, IenM, FIN, BUZA, VenJ, EZ, en OCW, alsmede het OM en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, het Charter Diversiteit ondertekend. Met ondertekening van het Charter Diversiteit zegt een werkgever toe een effectief diversiteitbeleid uit te dragen. Dat betekent in de praktijk: gelijke behandeling, een open bedrijfscultuur en het bevorderen van instroom, behoud en doorstroom van werknemers, ongeacht leeftijd, gender, seksuele oriëntatie, culturele, etnische of religieuze achtergrond of arbeidsbeperking.

4. ICT binnen de rijksoverheid

De Tijdelijke commissie ICT heeft in haar rapportage gepleit voor een jaarlijks totaaloverzicht van de ICT-kosten bij het Rijk. Het Kabinet is hiertoe in 2015 een meerjarig traject gestart om de kosten voor ICT binnen de rijksoverheid beter inzichtelijk te maken. De eerste resultaten daarvan treft u aan in deze rapportage.

In 2015 hebbende departementen verder gewerkt aan de implementatie van de Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst. Vanuit W&R is deze implementatie intensief gevolgd en ondersteund. In februari 2016 hebben alle departementen een «In Control Verklaring» (ICV) aan mij afgegeven. In deze ICV staan de risico’s voor de kritieke systemen en de sturing daarop centraal. Uit de analyse van de ICV’s zijn geen «zeer hoge risico’s» naar voren gekomen.

5. Inkoop en Huisvesting

Inkoop

Het Rijk heeft in 2015 voor een totaalbedrag van 10,2 miljard euro ingekocht. In 2015 zijn voor het eerst de inkoopdata van 2014 als open data ontsloten via de website data.overheid.nl. Hiermee voorziet de rijksoverheid onder meer in de motie Oosenbrug met het verzoek om alle inkoopuitgaven van het Rijk openbaar te maken.

In 2015 is verder gewerkt aan de professionalisering van de Rijksinkoop. Zo is het categoriemanagement met 32 inkoopcategorieën ingevoerd en is voort gegaan met de doorontwikkeling van de 20 (Rijks) inkoopcentra en de verbetering van de governance door het stelsel met van Chief Procurement Officer (CPO) en Coördinerend Directeuren Inkoop (CDI’s) binnen het Rijk.

Op basis van een aantal onderzoeken zijn in 2015 maatregelen op het gebied van de integriteit van de inkoop getroffen. Deze betreffen de toepassing en de effectiviteit van, maar ook de communicatie over de regels. In de tweede voortgangsrapportage over de uitvoering van de kabinetsreactie op het rapport van de Tijdelijke Commissie ICT-projecten bent u geïnformeerd over de specifieke maatregelen op het gebied van de ICT8. In dit verband kan eveneens worden verwezen naar de al genoemde Gedragscode Integriteit Rijk.

Ook in 2015 is het Rijk verder gegaan met het thema maatschappelijk verantwoord inkopen. In toenemende mate worden bij aanbesteding en inkoop milieucriteria toegepast, wordt van opdrachtnemers verlangd dat zij voor bepaalde opdrachten mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen en wordt getoetst of bedrijven die boven de Europese aanbestedingsgrens producten, diensten of werken leveren voldoen aan de Internationale Sociale Voorwaarden.

Huisvesting

In 2015 werden de in 2013 voor de rijkshuisvesting per provincie opgestelde masterplannen geactualiseerd. Onderzoek heeft geleid tot de constatering dat er geen bijsturing nodig is van de plannen. Ik ben dan ook voornemens de masterplannen vast te stellen. Uitvoering van de masterplannen moet er toe leiden dat, ten opzichte van 2012, in 2020 de kantoorhuisvesting van het Rijk met 30% zal zijn verminderd.

Door het toenemende aantal verschuivingen, verhuizingen en veranderingen van rijksdiensten moeten rijkskantoren flexibel te gebruiken zijn. Ook in 2015 is voort gegaan met het standaardiseren van de werkomgeving zonder dat dit ten koste gaat van de primaire processen.

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Kamerstuk 26 643, nr. 389.

X Noot
3

Kamerstuk 31 490, nrs. 195, 197 en 199.

X Noot
4

Sociaal en Cultureel Planbureau, Public Achievement in 36 countries: A comparative assessment of inputs, outputs and outcomes, Den Haag, december 2015.

X Noot
5

Kamerstuk 31 490, nr. 174 resp. 177.

X Noot
6

Kamerstuk 31 490, nr. 193.

X Noot
7

Zie Kamerstuk 28 844, nr.83.

X Noot
8

Kamerstuk 26 643, nr. 389.