Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201631482 nr. 97

31 482 Cultuursubsidies

Nr. 97 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 mei 2016

Met deze brief bieden wij u, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, het beleidskader internationaal cultuurbeleid voor de periode 2017–2020 aan.

Daarnaast sturen wij u de beleidsdoorlichting van het internationaal cultuurbeleid in de periode 2009–2014, uitgevoerd door de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en het advies dat de Raad voor Cultuur onlangs uitbracht over het internationaal cultuurbeleid1.

Het beleidskader beschrijft de ambities en doelstellingen voor het internationaal cultuurbeleid in de periode 2017–2020. Het beleidskader is tevens de beleidsreactie op de beleidsdoorlichting van IOB en het advies van de Raad voor Cultuur.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

Beleidskader internationaal cultuurbeleid 2017–2020

inleiding

Erasmusprijs-winnaar Frie Leysen selecteerde voor de vierde editie van het Get Lost-festival2 vier voorstellingen uit vier werelddelen. Het publiek in Nederland en Vlaanderen wordt in de voorstellingen geconfronteerd met theatertradities die hier niet of nauwelijks te zien zijn. In het randprogramma gaan de buitenlandse theatermakers in gesprek en aan het werk met Nederlandse vakgenoten. Zij wisselen artistieke visies uit en werken daarmee aan hun netwerk.

De Nederlandse fotograaf Martin Roemers bracht, met steun van onze ambassades, zijn indrukwekkende tentoonstelling Eyes of War naar Berlijn en Nizhnii Novgorod (Rusland). De sociaal bewogen Indonesische kunstenaar FX Harsono won in 2014 de Prins Claus Prijs; zijn tentoonstelling in het Erasmushuis in Jakarta een jaar later haalde de top tien van Indonesië. Dichter bij huis waren de nauwe culturele banden met Vlaanderen aanleiding voor BesteBuren, een feestjaar waar honderden cultuurmakers met hun projecten bij aansloten.

Culturele uitingen uit het buitenland en geschiedenissen van anderen, voeden ons met nieuwe invloeden, kennis en beelden. Net zoals kunstenaars en culturele instellingen uit Nederland met hun aanbod en ontwerpen in het buitenland inspiratie en kennis bieden. «Gooi open die luiken» aldus de Raad voor Cultuur in zijn advies. Internationalisering en wederzijdse culturele uitwisseling in het buitenland én in Nederland zijn nodig voor een frisse wind. Om geslaagde internationale samenwerking mogelijk te maken is een sterk samenspel vereist van de vele partijen die betrokken zijn: cultuursector, maatschappelijke organisaties, overheden, steden en private partijen.

Trends en ontwikkelingen in de wereldwijde samenleving vragen erom het internationaal cultuurbeleid van tijd tot tijd tegen het licht te houden. De Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) heeft het beleid in de periode 2009–2014 doorgelicht3. De Raad voor Cultuur heeft een advies uitgebracht over het internationaal cultuurbeleid4.

De IOB concludeert dat het internationaal cultuurbeleid van grote waarde is gebleken. In de komende periode willen wij deze waarde verder versterken door meer samenhang en samenwerking. In deze brief presenteren wij het internationaal cultuurbeleid voor de periode 2017–2020.

aanleiding en context

Globalisering en digitalisering hebben het culturele speelveld vergroot en veranderd. De manier waarop we cultuur5 beleven, verspreiden en bekijken is sterk in beweging. De grenzen tussen binnen- en buitenland vervagen. Het werkterrein van een substantieel deel van de kunstenaars, ontwerpers en culturele instellingen is mondiaal geworden. Internet en sociale media zorgen voor een razendsnelle mondiale spreiding van cultuur. Het digitale domein is een belangrijke nieuwe ontmoetingsplek.

Deze ontwikkelingen geven ruimte aan nieuwe vormen van samenwerking. De mogelijkheden om nieuwe doelgroepen te bereiken over de grenzen heen, nemen toe. Maar daarmee ook de concurrentie. Succes is mede afhankelijk van de (lokale) netwerken waarover je als instelling of maker beschikt en de (gelijkwaardige) partnerschappen die je sluit. Ook speelt mee of vragende partijen in het buitenland, zoals programmeurs, curatoren en boekers, hun weg weten te vinden in Nederland; persoonlijke contacten en netwerken zijn daarbij onontbeerlijk.

Voor de totstandkoming van veel cultureel aanbod en projecten is internationale samenwerking en kennisuitwisseling een noodzakelijke voorwaarde, zoals bij coproducties in de film, een vertaling van een buitenlandse auteur of het ontsluiten van VOC-archieven in verschillende landen. In multilateraal en Europees verband werken overheden en cultuursector volop samen, zoals in het kader van het Creative Europe-programma en UNESCO.

Ook zien we dat cultuur internationaal steeds vaker een politieke lading krijgt: cultuur wordt niet alleen ingezet om te verbinden, maar soms ook om tegenstellingen te vergroten. Culturele verworvenheden, waaronder ons culturele erfgoed en artistieke vrijheid en vrijheid van meningsuiting, staan onder druk.

Mensen hechten zich, mede in reactie op de globalisering, sterk aan de eigen leefomgeving. Steden en regio’s hebben een eigen cultureel karakter en profileren zich daarmee. Leeuwarden Europese Culturele Hoofdstad 2018 speelt daar op in met een aanpak die de regionale invalshoek verbindt met nationale en internationale perspectieven. Het succes van steden wereldwijd hangt samen met hun profiel als culturele hotspot. Soms over de hele linie, zoals in Londen of New York, soms op specifieke terreinen, zoals Cannes voor de film, Antwerpen voor de mode of Venetië voor de beeldende kunst.

Er is een groeiend besef bij zowel bestuurders als het culturele veld dat cultuur een rol van betekenis kan spelen in maatschappelijke vraagstukken als duurzaamheid, vergrijzing of mensenrechten. Deze gedachte staat bijvoorbeeld centraal tijdens What Design Can Do, een succesvol Nederlands evenement dat eind vorig jaar voor het eerst ook in het buitenland (Brazilië, São Paulo) plaatsvond en daar veel aandacht kreeg.

belang van internationale culturele samenwerking

Internationale culturele samenwerking dient meerdere belangen. Zij draagt bij aan de ontwikkeling van talent. Voor de meeste disciplines geldt dat het noodzakelijk is je internationaal te bekwamen en je aan internationale maatstaven te meten om je artistiek en inhoudelijk verder te kunnen ontwikkelen. Zij levert een bijdrage aan de kwaliteit van culturele praktijken en kennisontwikkeling – of het nu om kunsten, cultureel erfgoed of creatieve industrie gaat. Niet alleen in de cultuursector, maar ook in het kunstvakonderwijs wordt dat internationale klimaat steeds belangrijker.

De afgelopen jaren lag de focus van het internationaal cultuurbeleid sterk op de economische waarde van cultuur, op het exporteren van de Nederlandse cultuur naar het buitenland. Met de IOB en de Raad voor Cultuur constateren wij dat dit een smalle benadering is die onvoldoende recht doet aan de breedte van de internationale culturele praktijken en de waarde van cultuur die daarmee tot stand komt: intrinsiek, maatschappelijk en economisch.

rol van de rijksoverheid

Veel internationale culturele samenwerking komt buiten ons om tot stand. Een interventie van de overheid vinden wij gewenst als de waarde van cultuur onvoldoende kan worden gerealiseerd of kansen onderbenut blijven. De rijksoverheid speelt voornamelijk een voorwaardenscheppende en faciliterende rol; de uitvoering is aan het culturele veld. In het internationale domein zien wij deze rol voor de rijksoverheid op verschillende vlakken:

  • (a) Culturele instellingen, kunstenaars of erfgoedprofessionals beschikken vaak over te weinig kennis van internationalisering en internationale uitwisseling en hebben niet de middelen om dit zelf op te bouwen. De overheid biedt een infrastructuur van instellingen die uitwisseling, presentatie en samenwerking stimuleren en faciliteren, zoals ambassades, fondsen en ondersteunende instellingen.

  • (b) Betrokkenheid van de overheid kan gewenst of noodzakelijk zijn om een culturele samenwerking of uitwisseling aan te gaan. Dit geldt bijvoorbeeld voor landen waar de overheid een bepalende rol heeft in het cultuurbeleid of een sterk stempel drukt op het culturele leven.

  • (c) De zichtbaarheid van en waardering voor een sector als geheel kan worden vergroot door gezamenlijk – als sector of discipline – op te trekken. Collectieve internationale promotie is per definitie geen zaak voor een individuele instelling of kunstenaar.

  • (d) Cultuur kan worden ingezet als onderdeel van de diplomatie.

terugblik en bevindingen

De IOB constateert dat in de afgelopen jaren een groot aantal activiteiten en samenwerkingsverbanden is gerealiseerd. De geboekte successen zijn divers in aard en schaalgrootte, aldus de IOB.

voorbeelden

  • rondom de viering van het 400-jarig bestaan van het Japanse Arita Porselein is een cluster van activiteiten en partnerschappen ontstaan. Zo nemen vier Nederlandse ontwerpers deel aan het project Arita 2016 dat ook te zien zal zijn op de Salone del Mobile in Milaan in 2016. Er zijn residencies voor Nederlandse kunstenaars in Japan en er is een driejarige samenwerking tussen het Europees Keramisch Centrum en het Saga Ceramics Research Laboratory in Arita.

  • het ledental van het Atelier Néerlandais, de opvolger van het Institut Néerlandais die Nederlandse ontwerpers een springplank biedt om de Franse markt te verkennen en veroveren, groeit snel.

  • in aanloop naar de Frankfurter Buchmesse, waar Nederland en Vlaanderen in 2016 samen gastland zijn, hebben uitgevers overeenkomsten gesloten met Duitse uitgevers over het in vertaling brengen van meer dan 250 Nederlandstalige titels. Als resultaat van een gezamenlijke inspanning van de cultuurfondsen besteedt het gastlandprogramma prominente aandacht de Nederlandse (en Vlaamse) kunsten in brede zin.

  • het filmverdrag dat in 2015 met China werd gesloten geeft de Nederlandse film betere toegang tot de Chinese bioscoop. In maart 2016 zullen daarnaast opnieuw miljoenen Chinezen Nederlandse films kijken op het jaarlijkse online filmfestival One Touch, een samenwerking tussen EYE, de Ambassade en Tencent.

  • het New Netherlands Institute kreeg steun van het Nederlandse Consulaat in New York voor de vertaling van archiefdocumenten uit de tijd van VOC en WIC. Deze vertalingen waren een belangrijke bron voor Russell Shorto bij het schrijven van zijn succesvolle boek The Island at the Centre of the World, dat nu wordt verwerkt in een televisieserie.

  • een oriëntatiereis van het Mondriaan Fonds in 2012 leidde in 2015 tot een tentoonstelling van het Bonnefantenmuseum met kunst uit China, waarmee het museum de komende twee jaar de ontwikkelingen op het gebied van hedendaagse kunst wil belichten. Centraal thema zijn de culturele verschillen en beperkingen met betrekking tot wederzijds begrip.

  • het Haags Gemeentemuseum organiseert in 2016 een grote overzichtstentoonstelling «Mondriaan en de Stijl» in vier Braziliaanse steden.

  • de verbeterde ontsluiting en digitale beschikbaarstelling van Nederlands archiefmateriaal uit binnen- en buitenland zorgen voor nieuwe dynamiek in het Nederlandse onderzoeksveld. Het leidt bijvoorbeeld tot met een VENI-beurs gefinancierd onderzoek naar slavernij in Zuid- en Zuidoost-Azië.

  • Panden die in de vervallen historische binnenstad van Tshwane/Pretoria op de nominatie stonden voor sloop worden nu herbestemd. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft de stad met een training geholpen een visie op de revitalisering van het gebied te ontwikkelen. Dit deed de RCE in samenwerking met het Institute for Housing and Urban Development Studies Rotterdam, TU Delft en de Universiteit van Pretoria.

  • Architect Malkit Shosan ontwikkelde als research fellow van Het Nieuwe Instituut een model om de infrastructuur van de vredesmissie in Mali in de toekomst te kunnen behouden, rekening houdend met de lokale cultuur. De drie D's van Defense, Diplomacy en Development worden samengebracht met een vierde D: de Nederlandse integrale Designbenadering. Shosan presenteert Blue: Architectuur van vredesmissies tijdens de Architectuur Biënnale 2016 Venetië.

De IOB onderschrijft in zijn beleidsdoorlichting de waarde van het internationaal cultuurbeleid. Op vele verschillende manieren is invulling gegeven aan de beleidsdoelstellingen van het internationaal cultuurbeleid. Er is toegang tot en verbinding en samenwerking met een breed en relevant internationaal professioneel netwerk tot stand gebracht. Nederland heeft internationaal een reputatie opgebouwd. Een reputatie die van belang is om internationaal te kunnen concurreren.

De bezuinigingen op de geoormerkte middelen voor het internationaal cultuurbeleid in de periode 2009–2014 waren aanzienlijk: bijna 27%. Dit had gevolgen voor de actoren in het internationaal cultuurbeleid. Internationale taken in Nederland kwamen op andere plekken te liggen of verdwenen, subsidies werden stopgezet. De programmamiddelen voor Nederlandse diplomatieke posten in het buitenland gingen omlaag en hun bezetting voor culturele taken verminderde. Niettemin slagen de fondsen, (erfgoed)instellingen en posten er goed in een succesvolle bijdrage te leveren aan de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid.

Het internationaal cultuurbeleid is een complex samenspel van een breed veld van actoren. Hierdoor zijn volgens de IOB overleg en afstemming absolute voorwaarden voor een succesvolle uitvoering van het beleid. De IOB constateert dat hier onvoldoende invulling aan is gegeven. De IOB stelt dat er in de periode 2009–2014 onvoldoende inzicht was in de problematisering en motivering van beleidskeuzes. Een helder onderscheid tussen doelstellingen, resultaten en instrumenten is cruciaal om te bepalen of het beleid en ingezette instrumenten effectief zijn geweest.

De Raad voor Cultuur ziet kansen om de krachten met andere landen en regio’s te bundelen. Daarnaast wijst de Raad op de noodzaak ook de stedelijke regio’s binnen Nederland te betrekken in het internationaal cultuurbeleid en daarbij breder te kijken dan de Randstad.

Reactie op de aanbevelingen van IOB en Raad voor Cultuur

In deze alinea geven wij aan wat het kabinet doet met de aanbevelingen uit de beleidsdoorlichting van de IOB en het advies van de RvC. In het vervolg van dit beleidskader wordt dit nader uitgewerkt.

(1) Aanbeveling: Zorg voor heldere governancestructuren en maak afspraken over regie, coördinatie en uitvoering.

IOB beveelt aan om heldere afspraken te maken over regie, coördinatie en uitvoering. Een belangrijk element daarin is een duidelijke positie en procescoördinerende rol van DutchCulture. Hiermee kan niet alleen de effectiviteit maar ook de meetbaarheid van het internationaal cultuurbeleid worden vergroot. De Raad voor Cultuur pleit net als de IOB voor meer regie in het beleid. Hiervoor is een uitvoeringsorganisatie nodig die zorgt voor afstemming en kennisdeling. Ook de Raad vindt DutchCulture hiervoor de aangewezen partij.

Het kabinet neemt deze aanbeveling van de IOB over. De oproep om de positie van de verschillende partijen te verduidelijken en de regie te versterken, wordt ter harte genomen bij de uitwerking. Door de samenwerking tussen de fondsen, de posten en instellingen te intensiveren, kan het doelbereik van het internationaal cultuurbeleid worden vergroot. De komende tijd zullen concrete afspraken over rol- en taakverdeling worden gemaakt. DutchCulture krijgt een centrale rol in de uitvoering van het beleid.

(2) Aanbevelingen: Breng meer synergie aan bij de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid in die landen waar de (uiteenlopende) beleidsdoelen en inspanningen voor het ICB het meest complex en veelomvattend zijn. De Raad adviseert de focus op prioriteitslanden los te laten en meer te kijken naar de kansen en mogelijkheden die (opkomende) culturele en creatieve hotspots ook in andere landen bieden.

Het kabinet neemt deze aanbevelingen grotendeels over. We kiezen enerzijds voor acht landen, waar gewerkt gaat worden met een meerjarige strategie. Deze strategieën worden door de betrokken partijen (DutchCulture, posten, fondsen etc.) opgesteld. OCW en BZ stellen de strategieën vast. In deze strategie worden operationele doelstellingen en beoogde resultaten geformuleerd, de in te zetten instrumenten bepaald en prestatie-indicatoren om het beleid te monitoren. Anderzijds is er ruimte voor maatwerk om, zoals de Raad ook adviseert, flexibel in te kunnen spelen op ontwikkelingen.

(3) Aanbeveling: De meerwaarde van het internationaal cultuurbeleid verdient explicitering in het nieuwe beleidskader.

Deze aanbeveling wordt ter harte genomen. In de uitwerking van het beleidskader hieronder, gaan we in op de toegevoegde waarde van een gezamenlijk internationaal cultuurbeleid van OCW en BZ.

(4) Aanbeveling: Besteed aandacht aan de keuze van prioriteitslanden. Breng de verschillende prioriteiten bij de diverse uitvoerders in beeld en actualiseer deze periodiek om afstemming van strategische beleidsinzet mogelijk te maken.

Het kabinet heeft deze aanbeveling reeds overgenomen. De keuze voor de landen is mede op basis van de prioriteiten van de diverse uitvoerders van het internationaal cultuurbeleid tot stand gekomen. Het beleidskader biedt daarnaast ruimte voor maatwerk en dus actualisering van de inzet.

(5) Aanbeveling: Ondersteun de posten waar nodig bij het identificeren van multipliers, bijvoorbeeld door de Nederlandse spelers in het culturele landschap goed in kaart te brengen, inclusief hun internationaliseringspotentieel op de verschillende beleidsthema’s en in de prioriteitslanden.

Het kabinet neemt deze aanbeveling over voor zover het de focuslanden betreft, waar een dergelijke inspanning is gerechtvaardigd en zal plaatsvinden in het samenspel tussen posten, DutchCulture, fondsen, instituten en andere partijen betrokken bij het opstellen en uitvoeren van een meerjarige strategie. Daarnaast wordt voor alle posten wereldwijd de toegang tot de meest essentiële informatie over het Nederlandse culturele veld verbeterd, zodat initiatieven uit het veld, maatwerk en de culturele diplomatie optimaal kunnen worden ondersteund en ingevuld. DutchCulture, Het Nieuwe Instituut en EYE zullen hierin een rol spelen, zoals zij nu ook al doen.

De IOB doet ook een aantal meer gerichte aanbevelingen voor de uitvoerders van het beleid. Deze aanbevelingen worden besproken met de uitvoerders.

uitgangspunten nieuw beleid

De beleidsdoorlichting van de IOB en het advies van de Raad voor Cultuur bieden goede aanknopingspunten voor het internationaal cultuurbeleid voor de periode 2017–2020. De oproep om de positie van de verschillende partijen te verduidelijken en de samenhang en regie te versterken, wordt ter harte genomen bij de uitwerking. Het belang van een goede samenhang tussen het nationale en het internationale cultuurbeleid is evident. De internationale dimensie is onlosmakelijk onderdeel van het reguliere cultuurbeleid, zo constateert ook de Raad voor Cultuur.

Deze brief focust op dat deel van het geheel aan internationale culturele activiteiten waar de (rijks)overheid naar ons oordeel een toegevoegde waarde kan hebben én waar de Ministers van OCW, BZ en BHOS een specifiek en samenhangend beleid op willen voeren c.q. sturing aan willen geven. Door de krachten te bundelen kunnen de beoogde doelen beter worden bereikt.

Samenvattend zien de kernpunten van het internationaal cultuurbeleid voor de periode 2017–2020 er als volgt uit:

  • Aandacht voor zowel de intrinsieke en maatschappelijke waarde van cultuur, als de economische waarde;

  • Nadruk op het belang van uitwisseling, netwerken en wederkerigheid: het internationaal cultuurbeleid is meer dan een exportbeleid;

  • Samenhangende en integrale landenaanpak met een centrale rol voor DutchCulture. Daarnaast meer ruimte voor maatwerk en initiatieven uit het veld;

  • Inzet op de verbindende rol die cultuur internationaal kan spelen, met een focus op de ring rond Europa;

  • Ondersteuning van culturele diplomatie wereldwijd.

Deze kernpunten worden hieronder geformuleerd in drie hoofddoelstellingen en onderliggende uitwerking.

hoofddoelstelling 1: een sterke cultuursector die in kwaliteit groeit door internationale uitwisseling en duurzame samenwerking en die in het buitenland wordt gezien en gewaardeerd

In onze geglobaliseerde samenleving is internationalisering en internationale uitwisseling een integraal onderdeel geworden van de werkwijze van de cultuursector en essentieel voor succes6. Zowel voor individuele kunstenaars en instellingen als voor sectoren biedt internationalisering kansen. Voorbeeld hiervan is een gezamenlijke inzet voor een cultureel seizoen met Frankrijk rondom de Salon du Livre in 2018. Gezien de grote verschillen tussen landen en sectoren is ruimte voor maatwerk daarbij gewenst.

Na de eerste stappen in eigen land richten talenten voor hun verdere ontwikkeling vaak het vizier op het buitenland. Dit geldt voor Nederlands talent, maar evenzeer voor hun buitenlandse collega’s die naar Nederland komen, bijvoorbeeld voor een postacademische opleiding. Zeker in het begin van hun carrière beschikken kunstenaars, ontwerpers en andere professionals in de cultuursector vaak niet over de kennis en expertise om op eigen kracht internationale samenwerking aan te gaan. Maar ook in latere fasen van ontwikkeling van individuele makers en culturele instellingen is betrokkenheid van een ambassade, fonds of instelling vaak nodig om ingang te vinden in een land en zijn lokale culturele netwerken. Om de kansen te benutten speelt de rijksoverheid in de eerste plaats een rol in het bieden van een infrastructuur die de cultuursector ondersteunt in haar internationale ambities. Hierbij betrokken zijn de cultuurfondsen, posten, DutchCulture, EYE, Het Nieuwe Instituut, Nationaal Archief en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

instrumentarium

Het instrumentarium dat deze actoren tot hun beschikking hebben, heeft als doel om internationale uitwisseling van aanbod, makers, kennis en kunde te stimuleren. Daarmee dragen zij ook bij aan het behoud en de ontsluiting van cultureel erfgoed (1). Daarnaast zijn er faciliteiten die bijdragen aan het ver-

groten van het werkterrein en netwerk van culturele instellingen, kunstenaars en ontwerpers (2). Denk bijvoorbeeld aan een instrument als het programma Dutch Performing Arts van het Fonds Podiumkunsten. Met het oog op een sterke cultuursector is het van belang om duurzame samenwerking te blijven bevorderen met landen en instellingen op het gebied van kunsten, erfgoed en creatieve industrie (3). Dit is een wederkerig proces: er wordt ook ondersteuning geboden om buitenlandse gasten zoals kunstenaars, curatoren en critici kennis te laten maken met het Nederlandse culturele veld en op de hoogte te brengen van actuele ontwikkelingen, bijvoorbeeld door middel van een buitenlands bezoekersprogramma of een residency. We willen tot slot bijdragen aan het vergroten van de zichtbaarheid en waardering van de verschillende sectoren in het buitenland. We doen dit door aanwezigheid op belangrijke internationale podia, festivals en actief deel te nemen aan internationale (multilaterale) fora en netwerken (4)7.

Om de fondsen, instellingen en posten in staat te stellen in gezamenlijkheid meer te bereiken, nemen we een aantal maatregelen. We zorgen ervoor dat er meer samenhang komt in de internationale activiteiten van deze actoren en bieden daarnaast ruimte voor maatwerk en initiatieven vanuit het veld, zodat de fondsen, instellingen en posten vanuit hun eigen expertise kunnen inspelen op de vraag van kunstenaars, professionals en instellingen. Tot slot willen we de positie van DutchCulture verduidelijken en de taken versterken.

bundeling en samenwerking

Wij willen met het internationaal cultuurbeleid inzetten op een duidelijke meerwaarde en gerichte inzet van de schaarse middelen. We maken daarom een aantal keuzes. We kiezen voor acht focuslanden. Om meer regie en samenhang in het beleid te brengen, zoals de IOB en de Raad voor Cultuur ook adviseren, gaan fondsen, instellingen en diplomatieke posten werken met een gezamenlijke integrale meerjarenstrategie. Samen optrekken staat centraal: per land bekijken zij welke inhoudelijke doelen zij willen bereiken en welke sectoren in dat specifieke land van belang zijn.

De inhoudelijke en financiële bundeling en samenwerking richt zich op de volgende acht landen: België/Vlaanderen, China, Duitsland, Frankrijk, Indonesië, Turkije, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. De keuze voor deze landen is gebaseerd op een weging van de belangstelling voor dat land vanuit de Nederlandse cultuursector, de betekenis van een land of bepaalde steden voor internationalisering en de aanwezigheid van belangwekkende podia in dat land. Daarnaast hebben we gekeken naar de meerwaarde van een gezamenlijke strategische inzet van onze departementen, de meerwaarde van betrokkenheid en ondersteuning vanuit de overheid en buitenlands-politieke overwegingen.

maatwerk

Naast deze meerjarige strategische inzet op acht focuslanden hebben de fondsen en ondersteunende en erfgoedinstellingen de ruimte om in te spelen op initiatieven vanuit het veld. Zij kunnen hierin hun eigen afweging maken. Wanneer meerdere spelers tegelijkertijd actief zijn in een land, is het ook hier van belang de inspanningen te bundelen.

Zo zien wij bijvoorbeeld kansen voor cultuur in aanloop naar de Olympische Winterspelen in Zuid-Korea in 2018. Ook in Brazilië, Italië, Japan, Suriname en Zuid-Afrika ligt bundeling voor de hand. Het gaat in deze gevallen om maatwerk, bijvoorbeeld vanwege een specifieke aanleiding of kansen in een bepaald land of vanwege de historische relatie. Ambassades en/of DutchCulture (dit kan per land verschillen) zullen hiervoor een aanpak ontwerpen. We zien ook kansen voor internationale culturele samenwerking als Koninkrijk en zullen dit waar mogelijk en relevant invulling geven.

rol DutchCulture

DutchCulture is binnen het internationaal cultuurbeleid de belangrijkste uitvoeringspartner van de Ministeries van OCW en BZ. DutchCulture krijgt als taak om bovengenoemde bundeling en samenwerking te bevorderen en te ondersteunen. Het accent ligt daarbij op de acht focuslanden. DutchCulture vervult een procescoördinerende rol: het faciliteert de totstandkoming van de meerjarige strategieën en bewaakt, samen met de Ministeries van OCW en BZ, de voortgang. DutchCulture krijgt geoormerkte programmamiddelen van de Ministers van OCW en BZ ter hoogte van 500.000 euro voor activiteiten ter uitvoering van de door de Ministers vast te stellen strategieën. Daarnaast blijven het verstrekken van informatie en advies aan het Nederlandse veld en de diplomatieke posten en de bovensectorale netwerk- en kennisfunctie belangrijke taken van DutchCulture.

hoofddoelstelling 2: meer ruimte voor een bijdrage van cultuur aan een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld

Nederland heeft belang bij een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld, een hoofddoelstelling van ons buitenlands beleid. In zo'n wereld heeft iedere burger en kunstenaar het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven.8 Dat recht is een essentiële voorwaarde voor een bloeiende cultuursector met maatschappelijke betekenis.

Veiligheid en stabiliteit in de regio rondom Europa staan onder grote druk. Dat geldt in toenemende mate ook voor de relaties tussen de landen in deze regio en Europa. We zien de ruimte voor cultuur in deze regio afnemen. Kunstenaars raken geïsoleerd. Burgers zien hun recht om deel te nemen aan een divers cultureel leven in het gedrang komen. Dit geldt in het bijzonder in landen en steden die te maken hebben met grote aantallen vluchtelingen en migranten. Open dialoog over culturele verschillen wordt moeilijker en maakt soms plaats voor culturele confrontatie of zelfs doelbewuste vernietiging.

Cultuur en creativiteit kunnen deze problematiek niet oplossen. Ze kunnen wel bijdragen aan wederzijds begrip en dialoog. Ze helpen ook bij het zoeken naar en verbeelden van alternatieven en oplossingen voor sociale en maatschappelijke vraagstukken. Voorbeelden zijn:

  • de kleinschalige steun door de Nederlandse ambassade in Egypte aan de oprichting van verschillende onafhankelijke werkruimtes en podia in delen van Cairo waar geen culturele faciliteiten zijn voor de lokale bevolking.

  • Disrupt!/, een activiteit in het kader van het programma MidEast Creatives van HIVOS in samenwerking met DutchCulture. Tijdens driedaagse thematische trainingssessies in de regio nemen teams, bestaande uit creatieven (kunstenaars en ontwerpers), het in een ideathon tegen elkaar op om creatieve concepten uit te werken tot concrete businessplannen. Zij krijgen daarbij begeleiding van lokale en internationale experts.

Langs deze lijn willen we de komende jaren sterker inzetten op de verbindende rol die cultuur kan spelen op lokaal, nationaal en internationaal niveau. Wederzijds begrip en vertrouwen groeien door gedeelde culturele ervaringen, niet alleen tussen gemeenschappen maar ook tussen landen9.

Cruciaal daarbij zijn lokaal initiatief en draagvlak. De inzet en gedrevenheid van professionals, kunstenaars, ontwerpers en erfgoeddeskundigen daar én hier zijn het uitgangspunt. De overheid kan een faciliterende rol spelen door bijvoorbeeld netwerken toegankelijk te maken, informatie en kennis te delen of financiële steun te geven. De overheid kan randvoorwaarden bieden die het mogelijk maken dat kunstenaars letterlijk en figuurlijk ruimte krijgen voor artistieke projecten, dat publiek dat nu nauwelijks toegang heeft tot cultuur kan deelnemen aan culturele evenementen of dat kunstenaars en ontwerpers samen kunnen werken aan de leefbaarheid in hun stad.

Jeugd verdient in dit verband speciale aandacht. Als jongeren geen toekomstperspectief in eigen land hebben, of geen verbondenheid (meer) voelen, ondergraaft dat op termijn de sociale cohesie en politieke stabiliteit. Het is daarom van groot belang ook jongeren, als kunstenaar of cultuurliefhebber, in eigen land meer kansen te geven en ze weerbaarder te maken, door hun vermogen om zelf creatieve en innovatieve oplossingen te vinden te versterken.

Wij willen ons richten op een beperkt aantal landen waar mogelijkheden liggen om bij te dragen aan grotere sociale cohesie en een opener samenleving met meer ruimte voor culturele verschillen. Daarnaast willen we het wederzijds begrip en vertrouwen tussen de betrokken landen en Nederland versterken.

Het gaat om zeven landen rondom Europa: Egypte, Libanon, Mali, Marokko, Palestijnse Gebieden, Turkije en Rusland. Deze keuze is gebaseerd op de relevantie van deze landen voor de hoofddoelstelling alsmede de aanwezige culturele netwerken en ervaring waarop kan worden voortgebouwd. Specifiek gaat het om het steunen van activiteiten die leiden tot:

  • een krachtiger lokale cultuursector die kan bijdragen aan maatschappelijke innovatie;

  • meer cultuurparticipatie door een divers publiek (vooral jeugd);

  • een veiliger en duurzamer leefomgeving in steden;

  • duurzaam behoud van lokaal cultureel erfgoed.

De inzet moet leiden (1) tot (gezamenlijke) artistieke creaties van lokale en/of Nederlandse culturele actoren die door een divers publiek worden beleefd, (2) tot creatieve en inclusieve aanpak van stedelijke problemen op het terrein van duurzaamheid en leefbaarheid en (3) tot duurzame (her)bestemming van lokaal erfgoed.

Hierbij valt onder meer te denken aan ondersteuning van lokale culturele activiteiten zoals festivals of zogenoemde spaces (culturele (virtuele) samenwerkings- en ontmoetingsruimtes voor jonge kunstenaars, theatermakers, artiesten of creatieven), van creatieve, multidisciplinaire projecten die lokale stedelijke vraagstukken op inclusieve wijze aanpakken en van kennisuitwisseling op het gebied van (her)bestemming van erfgoed om historische binnensteden te verbeteren.

Nederland is maar één van de spelers in de betreffende landen en de middelen voor het realiseren van deze doelstelling zijn relatief gering. Bovendien gaat het om landen met onderling heel verschillende uitdagingen en dynamiek. Er bestaat dus geen «one size fits all». Om die reden willen we samen met lokale, Nederlandse en internationale/EU partners in de loop van 2016 een vernieuwende aanpak ontwikkelen, die recht doet aan de verschillen tussen de landen en waarbij maximaal wordt aangesloten op bestaande initiatieven en netwerken. In die aanpak kunnen ambassades kleine, lokale initiatieven ondersteunen. Daarnaast zijn er middelen beschikbaar voor samenwerking en/of kennisuitwisseling tussen lokale kunstenaars, culturele organisaties en Nederlandse en/of internationale culturele organisaties. Het gaat hierbij om een bundeling van ODA en non-ODA middelen.

Leren over wat cultuur en creativiteit voor een veiliger, rechtvaardiger en toekomstbestendiger wereld kunnen betekenen wordt expliciet onderdeel van het programma. De WRR merkt terecht op dat steviger onderzoek nodig is als het gaat om de maatschappelijke betekenis van cultuur.10 Om die reden zal de ontwikkeling van een beter monitoring- en evaluatie-instrumentarium op dit gebied expliciet aandacht krijgen.

Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie heeft reeds ervaring opgedaan met de inclusieve aanpak van stedelijke problematiek in gebieden die kampen met instabiliteit en zal als een van de partners bij het programma worden betrokken.

Het Prins Claus Fonds (PCF) boekt goede resultaten als het gaat om steun aan kunstenaars of culturele organisaties die te maken hebben met beperkingen van hun mogelijkheden voor artistieke expressie.11 De werkzaamheden van PCF zijn relevant voor deze doelstelling, maar het fonds blijft opereren in een breder aantal landen.

hoofddoelstelling 3: cultuur wordt effectief ingezet binnen de moderne diplomatie

Cultuur neemt van oudsher een belangrijke plaats in binnen de diplomatie. Cultuur laat zien wie we zijn, smeedt banden en vertrouwen, opent deuren en ondersteunt de dialoog, ook wanneer deze in moeilijk vaarwater belandt. Ook in de moderne diplomatie biedt cultuur vele mogelijkheden om de belangen van Nederland in het buitenland te dienen. Het kan hierbij gaan om de economische belangen van Nederland of beeldvorming over Nederland, maar ook om het ondersteunen van andere beleidsdoelstellingen zoals democratisering, mensenrechten en gendergelijkheid. Optredens van Nederlandse topinstellingen zijn bovendien een uitstekend visitekaartje voor Nederland.

Alle Nederlandse diplomatieke posten maken van tijd tot tijd gebruik van de kansen die cultuur hen biedt. De IOB omschrijft deze culturele diplomatie als een intelligent gebruik door de overheid van de vele (al bestaande) culturele relaties en netwerken om specifieke beleidsdoelen dichterbij te brengen. Ook de Raad voor Cultuur benoemt de diplomatieke en economische invalshoek als een belangrijk perspectief met een rol voor de overheid. Onder deze hoofddoelstelling is het internationaal cultuurbeleid ondersteunend aan andere beleidsdoelen. Ook hier kiezen wij voor ruimte voor initiatieven uit het veld, waar wij in dit geval ook onze diplomatieke posten in het buitenland toe rekenen, en maatwerk.

De ambitie onder deze doelstelling is dat Ambassades en Consulaten in de periode 2017–2020 wereldwijd op een moderne en professionele wijze invulling kunnen geven aan culturele diplomatie. De toegang van diplomatieke posten wereldwijd tot informatie, kennis (bijvoorbeeld met een toolbox en e-learning) en het culturele netwerk in Nederland wordt hiertoe verbeterd. Daarnaast zal er bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken een bescheiden budget voor culturele diplomatie beschikbaar zijn. Dit budget vormt een aanvulling op de middelen voor publieksdiplomatie en zal twintig tot dertig diplomatieke posten in staat stellen cultuur over een wat langere periode op strategische wijze in te zetten voor het behalen van de beleidsdoelen in hun land van vestiging.

integrale aanpak

Deze drie hoofddoelstellingen vormen de basis voor een integrale aanpak die de samenhang en samenwerking in het internationaal cultuurbeleid moeten vergroten. Ook inspanningen op deelterreinen zoals de creatieve industrie en gedeeld cultureel erfgoed sluiten aan op deze doelstellingen. Het integrale karakter betekent ook dat in de praktijk de verschillende doelstellingen elkaar in veel gevallen zullen versterken.

creatieve industrie

Nederland staat al decennia lang bekend om zijn sterke ontwerp op het gebied van vormgeving en architectuur. Deze ontwerpdisciplines hebben een culturele en maatschappelijke waarde, alsook een economische. De regering heeft de creatieve industrie aangewezen als één van de negen economische topsectoren en ook binnen het internationaal cultuurbeleid is er bijzondere aandacht voor de creatieve industrie.

De inzet van de Ministers van OCW, BZ en EZ ten behoeve van de internationalisering van de creatieve industrie werd recent toegelicht in de kabinetsreactie op het briefadvies «De waarde van creativiteit» van de Raad voor Cultuur en de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie12.

Binnen het internationaal cultuurbeleid volgt de inzet op de creatieve industrie de drie doelstellingen zoals hierboven omschreven. Dit betekent dat er enerzijds ruimte is voor ondersteuning vanuit de belangen van de sector zelf, in de focuslanden maar ook daarbuiten, en dat de sector anderzijds wordt uitgenodigd vanuit de maatschappelijke waarde van de creatieve industrie een bijdrage te leveren aan een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld. Bijzonder waardevol hierin is de zgn. Dutch Approach: opdrachtgevers, ontwerpers en andere betrokkenen, waaronder burgers, werken van begin af aan samen aan het vinden van duurzame oplossingen voor maatschappelijke problemen die voortvloeien uit bijvoorbeeld verstedelijking. Ook binnen de culturele diplomatie zullen ambassades ongetwijfeld mogelijkheden zien voor de creatieve industrie als innovatieve en beeldbepalende Nederlandse sector.

Om hieraan invulling te geven wordt de financiële bijdrage van de Minister van Buitenlandse Zaken aan het «Internationaliseringsprogramma Ontwerpdisciplines» van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie geoormerkt voor inzet onder doelstelling 2: meer ruimte voor de bijdrage van cultuur aan een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld. Dit sluit aan bij de ontwikkeling van het internationaliseringsprogramma, waarin de afgelopen jaren thema’s als duurzaamheid, stedelijke ontwikkeling, herbestemming, waterbeheer en klimaat steeds sterker naar voren zijn gekomen. Een goed voorbeeld hiervan is de inzet van een aantal Nederlandse multidisciplinaire ontwerpteams in zogenaamde Urban Labs in steden als Gaza City en Mexico City in het kader van UN-Habitat 2016.

Daarnaast krijgt Het Nieuwe Instituut structurele financiering voor een coördinatiepunt waar Nederlandse en buitenlandse ontwerpers, bedrijven, kennisinstellingen en de buitenlandse posten terecht kunnen voor alle vragen op het terrein van de ontwerpsectoren. Bijvoorbeeld over welke opkomende talenten er zijn in de gamesector of de mode-industrie.

gedeeld cultureel erfgoed

Wereldwijd heeft Nederland in de loop van de geschiedenis veel sporen achtergelaten en culturele invloeden mee teruggenomen, zowel tastbare als immateriële. Behoud, beheer en ontsluiting van dit «gedeeld cultureel erfgoed» is in alle gevallen een zaak van internationale samenwerking. We delen immers een gemeenschappelijk verleden. Hierin is niet alleen een rol weggelegd voor de overheid; het essentiële belang van burgerparticipatie in duurzaam behoud en (her-)bestemming van erfgoed wordt steeds duidelijker.

Gedeeld cultureel erfgoed blijft een belangrijk aandachtsgebied binnen het internationaal cultuurbeleid. Kern van het beleid is dat samenwerking plaatsvindt op basis van gelijkwaardigheid, wederkerigheid en met respect voor eigenaarschap. Gedeeld cultureel erfgoed volgt de drie bovenstaande doelstellingen. Voor de landen die voor gedeeld cultureel erfgoed van belang zijn, zal er sprake van maatwerk. Voor zover het de focuslanden betreft, is gedeeld cultureel erfgoed onderdeel van de geïntegreerde meerjarenstrategie.

Binnen dit kader kiezen we voor een inhoudelijke aanscherping van de inzet op gedeeld cultureel erfgoed, gebaseerd op een analyse van de behaalde resultaten en trends. Dat betekent dat bij de toekenning en verantwoording van subsidiemiddelen meer dan in het verleden aandacht zal worden geschonken aan operationele doelstellingen en prestatie indicatoren. We gaan ons richten op drie thema’s: (1) historische binnensteden; (2) erfgoed en waterbeheer; en (3) wederzijdse (historische) beeldvorming. Initiatieven zullen moeten voortkomen uit het veld, zowel in Nederland als daarbuiten, en bestaan uit samenwerking tussen een Nederlandse en tenminste één buitenlandse partner. Een sterk element van wederkerigheid is een vereiste.

Ambassades in diverse landen zullen hiervoor middelen tot hun beschikking hebben. Daarnaast werken DutchCulture, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Nationaal Archief nauw met elkaar en met de diplomatieke posten samen om de samenhang en bundeling van activiteiten in de drie thema’s te bevorderen. Ook het Mondriaan Fonds is betrokken door de ondersteuning die het geeft aan internationale samenwerkingsprojecten. Bestaande instrumenten worden gecontinueerd: matchingsfonds, buitenlands bezoekersprogramma, digitale informatievoorziening (DutchCulture); training en advisering (RCE, NA) en ontsluiting, digitale beschikbaarstelling en toegankelijkheid van archieven (NA).

erfgoed en conflict

Cultuur heeft niet alleen een verbindende kracht. In tijden van spanning wordt cultuur ook ingezet om te verdelen, om een conflict te verergeren. Bijvoorbeeld wanneer erfgoed bewust wordt vernietigd, zoals recent in Syrië. Hierdoor gaat waardevol erfgoed verloren en verdiepen zich de oorzaken van conflict. Dit baart de regering grote zorgen.

De inzet op het terrein van bedreigd erfgoed in conflictgebieden is geformuleerd in de Kamerbrieven van 22 oktober en 24 november 2015. Nederland zet zich ervoor in om de effecten van gewapende conflicten en misdadige acties op erfgoed proberen te beperken en is actief in de strijd tegen illegale handel in cultuurgoederen. Het Prins Claus Fonds (PCF) heeft met zijn noodhulpprogramma voor erfgoed een belangrijke operationele rol, die wij blijven ondersteunen.

monitoring en evaluatie

Zowel de IOB als de Raad voor Cultuur wijzen op het belang van monitoring en evaluatie om het internationaal cultuurbeleid bij te sturen en om de resultaten vast te kunnen stellen. De IOB constateert dat het meten van de doeltreffendheid van het (internationale) cultuurbeleid een lastige opgave is. Er is nog weinig kennis en methodiek beschikbaar om het internationale cultuurbeleid op een goede manier te evalueren.

Vanwege het belang voor de toekomstige beleidsontwikkeling, willen we de komende periode investeren in kennisontwikkeling, monitoring en evaluatie, met externe partners. Hierdoor willen we beter inzicht krijgen in de effecten van het beleid. Specifiek voor hoofddoelstelling 2 geldt dat de ontwikkeling van een monitoring- en evaluatie-instrumentarium expliciet onderdeel uitmaakt van de aanpak.

Bij de monitoring en evaluatie van de landenstrategieën zien wij een belangrijke rol weggelegd voor DutchCulture. Een vereiste hiervoor is dat bij het opstellen van de strategieën gewerkt wordt met operationele doelstellingen en prestatie-indicatoren.

Daarnaast vragen wij, in lijn met het advies van de IOB, aan DutchCulture de database «Buitengaats» zo in te richten, dat deze bruikbaar is voor het maken van rapportages over de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid.

Van de fondsen en instellingen die middelen beschikbaar krijgen in het kader van het internationaal cultuurbeleid verwachten wij dat zij niet alleen rapporteren over de besteding van de internationale middelen maar ook expliciet ingaan op de bereikte resultaten per doelstelling. Voor de instellingen die subsidie ontvangen in het kader van de culturele basisinfrastructuur 2017–2020 maakt deze rapportage onderdeel uit van hun jaarverantwoording.

Bovenstaande maatregelen vormen samen de basis voor integrale rapportage over het internationaal cultuurbeleid, zoals in onze jaarverslagen en aan het einde van de periode 2017–2020.

budgetten

De Ministers van OCW en BZ stellen jaarlijks de volgende middelen beschikbaar voor de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid:

Hoofddoelstelling 1: een sterke cultuursector die in kwaliteit groeit door internationale uitwisseling en duurzame samenwerking en die in het buitenland wordt gezien en gewaardeerd

  • 5,2 miljoen euro van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in te zetten via de cultuurfondsen, HNI, EYE, DutchCulture, RCE en Nationaal Archief, waaronder 1 miljoen euro voor gedeeld cultureel erfgoed en 1 miljoen euro voor het internationaliseringsprogramma creatieve industrie van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

  • 5,6 miljoen euro van de Minister van Buitenlandse Zaken, in te zetten via posten, fondsen, instellingen en DutchCulture.

Hoofddoelstelling 2: meer ruimte voor een bijdrage van cultuur aan een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld

  • 4,2 miljoen euro van de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, waaronder middelen voor de posten in de betrokken landen, 1,2 miljoen euro voor een gezamenlijk ODA/non-ODA fonds en een bijdrage aan het Prins Claus Fonds

  • 2,8 miljoen euro van de Minister van Buitenlandse Zaken, waaronder middelen voor de posten in de betrokken landen, 1,5 miljoen euro voor een gezamenlijk ODA/non-ODA fonds en 0,7 miljoen euro voor het internationaliseringsprogramma creatieve industrie van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

Hoofddoelstelling 3: cultuur wordt effectief ingezet binnen de moderne diplomatie

  • 0,5 miljoen euro van de Minister van Buitenlandse Zaken, geheel in te zetten via de diplomatieke posten.


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Get Lost is een gezamenlijk initiatief van het Fonds Podiumkunsten, Stichting DOEN, het Amsterdams Fonds voor de Kunst, Hivos, het Prins Claus Fonds en het VSBFonds.

X Noot
3

Cultuur als kans. Beleidsdoorlichting van het internationaal cultuurbeleid 2009–2014, IOB, maart 2016.

X Noot
4

Advies over internationaal cultuurbeleid, Raad voor Cultuur, maart 2016.

X Noot
5

Het begrip cultuur omvat alle kunstdisciplines, het cultureel erfgoed en de ontwerpsectoren (architectuur, vormgeving en nieuwe media, die tezamen als creatieve industrie worden aangeduid).

X Noot
6

Zie ook de brief Ruimte voor Cultuur. Uitgangspunten voor het cultuurbeleid 2017–2020, juni 2015, (Kamerstuk 32 820, nr. 134)

X Noot
7

Naast de middelen die vanuit het internationaal cultuurbeleid voor deze doelen beschikbaar zijn, worden ook maatregelen genomen om de internationalisering van een specifieke sector te bevorderen. Zo is op 9 maart een brief uitgegaan over de popmuziek, met aandacht voor internationale promotie van de pop (Kamerstuk 32 820, nr. 183).

X Noot
8

Universele verklaring van de Rechten van de Mens, artikel 27.

X Noot
9

«Influence and Attraction. Culture and the race for soft power in the 21st century». 2013. www.britishcouncil.org

X Noot
10

WRR, Cultuur herwaarderen, 2015.

X Noot
12

Kamerstukken 32 637 en 27 406, nr. 214 van 23-11-2015