Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831322 nr. 339

31 322 Kinderopvang

Nr. 339 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 5 oktober 2017

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de brief van 18 juli 20107 over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag voor het jaar 2018 (Kamerstuk 31 322, nr. 338).

De vragen en opmerkingen zijn op 12 september 2017 aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voorgelegd. Bij brief van 4 oktober 2017 zijn de vragen beantwoord.

De fungerend voorzitter van de commissie, Bosman

Adjunct-griffier van de commissie, Haveman-Schüssel

Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie

De leden van de fractie van de VDD vragen naar een inhoudelijke terugkoppeling van het overleg met de betrokken partijen over de gefaseerde implementatie. Zoals ik uw Kamer per brief d.d. 16 juni 20171 heb laten weten, heb ik besloten tot gefaseerde invoering van de maatregelen uit het akkoord Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang die zien op de beroepskracht-kindratio. In die brief geef ik aan dat de aanscherping van de beroepskracht-kindratio voor nuljarigen van 1 beroepskracht op 4 kinderen naar 1 beroepskracht op 3 kinderen per 1 januari 2019 in werking treedt, in plaats van per 1 januari 2018. Tijdens het algemeen overleg Kinderopvang op 21 juni jl. heb ik toegezegd de versoepeling van de beroepskracht-kindratio voor kinderen van 7 jaar en ouder van 1 beroepskracht op 10 kinderen naar 1 beroepskracht op 12 kinderen ook per 1 januari 2019 in werking te laten treden.2 Deze fasering is opgenomen in de regelgeving die inmiddels is gepubliceerd.3 Met betrokken partijen wordt regelmatig overleg gevoerd over de voortgang en implementatie. Dit zal ook worden voortgezet in 2018 om een goede implementatie te borgen en eventuele aandachtspunten boven tafel te krijgen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie

De leden van de PVV-fractie vragen of het kabinet inzage kan geven in de (te verwachten) financiële consequenties voor ouders van kinderen die gebruik maken van opvang in een peuterspeelzaal en met ingang van 1 januari 2018 recht hebben op kinderopvangtoeslag. Als gevolg van de harmonisatie is er een nieuwe groep ouders die in aanmerking komt voor kinderopvangtoeslag. De inkomenseffecten voor deze groep ouders hangen af van het inkomen van de ouders en de eigen bijdrage die zij nu betalen. De inkomenseffecten voor hen kunnen zowel positief, neutraal als negatief zijn, vooral afhankelijk van het type eigen bijdrage dat zij nu betalen. Als ouders nu bijvoorbeeld een vaste eigen bijdrage betalen, dan gaan ouders met een relatief laag inkomen erop vooruit en ouders met een hoog inkomen gaan dan meer betalen. Uit het meest recente onderzoek van Buitenhek Management & Consult blijkt dat op circa de helft van de locaties gewerkt wordt met een vaste eigen bijdrage, circa 36% werkt met een inkomensafhankelijke bijdrage en circa 14% werkt zonder ouderbijdrage.4

De leden van de PVV-fractie vragen voorts naar de gemiddelde uurprijs bij de dagopvang, de buitenschoolse opvang en de gastouderopvang in Nederland. In het eerste kwartaal van 2017 lag de gemiddelde uurprijs5 voor de dagopvang op € 7,13 per uur. Voor de buitenschoolse opvang was de gemiddelde uurprijs € 6,93 per uur. Gastouderopvang voor kinderen van 0–3 jaar was gemiddeld € 5,76 per uur en voor 4- tot 12-jarigen gemiddeld € 5,75 per uur.6

Opvangtype

Uurprijs in € (2e kwartaal 2017)

Dagopvang

€ 7,13

BSO

€ 6,93

Gastouderopvang 0–3 jarigen

€ 5,76

Gastouderopvang 4–12 jarigen

€ 5,75

De leden van de PVV-fractie vragen tevens hoeveel locaties voor dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang momenteel de maximum toegestane uurprijs vragen. In reactie hierop wordt aangegeven dat er geen maximum toegestane uurprijs is. Kinderopvangorganisaties zijn vrij in het bepalen van de prijs die zij aan ouders vragen. Wel is er een maximum uurprijs waarover de kinderopvangtoeslag kan worden aangevraagd. Het percentage locaties dat een prijs vraagt die op of boven de maximum uurprijs voor de kinderopvangtoeslag ligt was in juni 2017 voor de dagopvang 45% en voor de buitenschoolse opvang 72% op basis van de uitvoeringsgegevens van de Belastingdienst. Voor gastouderopvanglocaties was dat voor 0- tot en met 3-jarigen 54% en voor 4- tot en met 12-jarigen 52%.

De leden van de PVV-fractie vragen tot slot wat naar aanleiding van het ontwerpbesluit de verwachte stijging is van de kosten voor ouders die gebruikmaken van dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang. Zoals weergegeven in paragraaf 4 (inkomenseffecten) van de nota van toelichting bij het ontwerpbesluit zijn de extra kosten die ouders per jaar aan kinderopvang kwijt zijn laag. Voor de laagste inkomens gaat het in doorsnee om nog geen € 5 per jaar. De extra kosten lopen op met het inkomen en bedragen circa € 25 per jaar voor inkomens vanaf 2 keer modaal. Daarbij zijn de extra kosten voor dagopvang in doorsnee wat hoger dan voor buitenschoolse opvang: circa € 16 per jaar voor dagopvang tegen circa € 10 per jaar voor buitenschoolse opvang. De kostentoename voor gastouderopvang bedraagt € 0 per jaar.

Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie

De leden van de CDA-fractie vragen naar de gevolgen van het niet langer formatief mogen inzetten van vrijwilligers voor niet-commerciële peuterspeelzalen. Zij vragen of deze peuterspeelzalen gedwongen worden te sluiten en om hoeveel peuterspeelzalen het gaat.

Met de inwerkingtreding van de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang met ingang van 1 januari 2018 gaan dezelfde kwaliteitseisen gelden voor peuterspeelzalen als voor kinderdagverblijven. Daarmee mogen vrijwilligers niet meer worden meegeteld bij de beroepskracht-kindratio. Uit onderzoek van Buitenhek Management & Consult7 blijkt dat in veel gemeenten peuterspeelzalen inmiddels succesvol zijn omgevormd tot kinderdagverblijven en daarmee dus voldoen aan de kwaliteitseisen voor kinderdagverblijven. Daarom verwacht ik niet dat deze maatregel zal leiden tot problemen bij peuterspeelzalen. Inmiddels voldoet circa driekwart van de nog geregistreerde peuterspeelzalen al aan de eis om niet meer formatief te werken met vrijwilligers. In januari 2017 waren er nog 390 peuterspeelzalen die formatief met vrijwilligers werken.8 Alle peuterspeelzalen – dus ook de niet-commerciële peuterspeelzalen – die op 31 december 2017 nog geregistreerd staan worden met ingang van 1 januari 2018 automatisch omgezet naar kinderdagverblijven in het Landelijk Register Kindervang. Ook na 1 januari 2018 kan kortdurende kinderopvang aangeboden worden, mits de voorziening voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen. Overigens mogen vrijwilligers nog wel bovenformatief worden ingezet.

De leden van de CDA-fractie merken tot slot op dat de maximale tarieven voor de buitenschoolse opvang per 2019 fors omlaag gaan, omdat de beroepskracht-kindratio wordt versoepeld. Zij vragen wat dit voor personele consequenties heeft. Op dit moment is de beroepskracht-kindratio voor kinderen van 7 jaar en ouder in de buitenschoolse opvang 1 pedagogisch medewerker op een groep van 10 kinderen. Vanaf 1 januari 2019 wordt dit versoepeld naar 1 beroepskracht op 12 kinderen. In de praktijk zal dat er op neer komen dat er minder pedagogisch medewerkers op de groep hoeven te staan voor de leeftijdscategorie van 7 jaar en ouder. Hoe dat in de praktijk uitpakt, is afhankelijk van de situatie op de locatie. Deze afspraak maakt onderdeel uit van het akkoord Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, dat tot stand is gekomen in overleg tussen het Ministerie van SZW met de sectorpartijen (Brancheorganisatie Kinderopvang, BOink, Sociaal Werk Nederland en vakbonden FNV en CNV).

Gelet op de uiterste datum waarop de wijzigingen in dit ontwerpbesluit nog kunnen worden verwerkt in de systemen van de Belastingdienst, wordt het ontwerpbesluit nu via het Kabinet van de Koning aan de Afdeling Advisering van de Raad van State verzonden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Kamerstuk 31 322 nr. 335.

X Noot
2

Kamerstuk 31 322, nr. 337.

X Noot
3

Besluit van 23 augustus 2017 tot het stellen van eisen aan de kwaliteit van de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk (Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzaalwerk) (Stb. 2017, nr. 323) en Besluit van 23 augustus 2017 tot wijziging van diverse besluiten in verband met de harmonisatie van de regelgeving met betrekking tot kindercentra en peuterspeelzalen (Stb. 2017, nr. 324).

X Noot
4

Peuterspeelzaalwerk NL III: facts & figures 2017, Buitenhek Management & Consult, bijlage bij Kamerstuk 31 322, nr. 334.

X Noot
5

Het betreft de gemiddelde uurprijzen, waarbij gewogen is naar gebruik. Ter illustratie: de uurprijs van gebruikers die 60 opvanguren afnemen weegt drie keer zo zwaar mee bij de bepaling van het gemiddelde als de uurprijs van gebruikers die 20 opvanguren afnemen.

X Noot
6

Deze cijfers betreffen de door de ouders aangegeven uurprijzen bij de Belastingdienst.

X Noot
7

Peuterspeelzaalwerk NL III: facts & figures 2017, Buitenhek Management & Consult, bijlage bij Kamerstuk 31 322, nr. 334.

X Noot
8

Peuterspeelzaalwerk NL III: facts & figures 2017, Buitenhek Management & Consult, bijlage bij Kamerstuk 31 322, nr. 334.