Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 november 2015
Met deze brief ga ik mede namens de Staatssecretaris van OCW in op het verzoek van
de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid om u te informeren over de
stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de motie Yücel/Tellegen1 en om met concrete voorstellen te komen in het licht van het voorstel Kindcentra
2020.
Circa 150.000 kinderen per jaar maken de overgang van voorschoolse voorzieningen naar
het basisonderwijs. Een goede overdracht is hierbij van groot belang. Dat zorgt ervoor
dat kinderen een soepele overgang maken van voorschoolse voorziening naar basisschool
en de kennis over de ontwikkeling van het kind niet verloren gaat. Voor een doorlopende
ontwikkellijn is een nauwe samenwerking tussen ouders, voorschoolse voorzieningen,
onderwijs, welzijn en gemeenten essentieel. Hiervoor moet er sprake zijn van een gedeelde
visie, een cultuur van samenwerking en wederzijds vertrouwen en respect.
Op verschillende manieren zoeken organisaties en professionals de samenwerking met
elkaar. Een manier om de samenwerking in te richten is in de vorm van kindcentra,
zoals Kindcentra 2020 bepleit. Er zijn ook andere voorbeelden van inhoudelijke samenwerking,
zoals basisscholen die een sluitend dagarrangement bieden of waarbij onderwijs en
opvang een samenwerkingsovereenkomst afsluiten. Dat voor dergelijke initiatieven breed
draagvlak bestaat, lieten de positieve reacties op het symposium van Kindcentra 2020
van 9 oktober jl. zien. Ik onderschrijf de inhoudelijk uitgangspunten van Kindcentra
2020 en andere initiatieven, namelijk een optimale start voor kinderen en een goede
inhoudelijke samenwerking tussen organisaties en professionals. Voor mij staat hierbij
de inhoud centraal en niet de vorm waarin samengewerkt wordt.
Uitvoering motie Yücel/Tellegen
De Kamer heeft met de motie Yücel/Tellegen verzocht om waar mogelijk de kwaliteitseisen
en daarbij behorende toezichtkaders van voorschoolse voorzieningen, de buitenschoolse
opvang en het basisonderwijs beter op elkaar aan te laten sluiten, zodat brede scholen
en integrale kindcentra bevorderd kunnen worden. In de brief over het traject «Het
Nieuwe Toezicht» van 7 juli jl. heb ik aangegeven welke voornemens ik heb om vanaf
2017 de huidige kwaliteitseisen voor dagopvang en buitenschoolse opvang te wijzigen:2
-
• Het meer in lijn brengen van de beroepskracht-kindratio voor de buitenschoolse opvang
met de personeelsinzet in het onderwijs, zodat de verhoudingen beter op elkaar aansluiten.
Omdat de buitenschoolse opvang een ander karakter kent dan school, is volledige gelijkschakeling
niet wenselijk.
-
• Het structureel volgen van de ontwikkeling van kinderen om de doorgaande leerlijn
te stimuleren tussen opvang en onderwijs. Dit wordt onder andere nagestreefd door
aan ieder kind in de dagopvang en de buitenschoolse opvang een mentor toe te kennen.
Deze mentor kan een sleutelrol spelen in het volgen van kinderen en het bespreken
van de resultaten met de ouders, scholen en andere betrokken instellingen in het jeugddomein.
-
• Voornemens om ruimte te bieden in de kwaliteitseisen kunnen ook de samenwerking tussen
opvang en onderwijs vergemakkelijken. Dit kan bijvoorbeeld door het mogelijk te maken
om in buitenschoolse opvanginstellingen een percentage «anders-gekwalificeerde» beroepskrachten
formatief in te zetten, bijvoorbeeld voetbaltrainers of beeldend kunstenaars.
De partijen die betrokken zijn bij toezicht en handhaving werken in de komende periode
het toezicht- en handhavingskader uit, dat hoort bij de aanpassing van de kwaliteitseisen.
Om de kennis bij de toezichthouders vanuit kinderopvang en het onderwijs over elkaars
werk en over integrale voorzieningen te vergroten is daarnaast ingezet op betere informatie-uitwisseling
en een betere samenwerking tussen de GGD GHOR en de Inspectie van het Onderwijs. De
samenwerking wordt in de komende periode verder uitgebouwd, zodat bij geïntegreerde
voorzieningen inspecteurs zich voorafgaand aan een inspectiebezoek kunnen informeren
over het oordeel van de andere toezichthouder. Hierover is uw Kamer per brief van
7 september jl. geïnformeerd.3
Vervolg
Samen met de Staatssecretaris van OCW bekijk ik hoe wij de aansluiting tussen voorschoolse
voorzieningen en onderwijs verder kunnen verbeteren.
Wij laten op dit moment onderzoeken welke behoeften en inhoudelijke motieven er in
de praktijk zijn voor de samenwerking tussen opvang en basisscholen. Wij zullen uw
Kamer in het voorjaar van 2016 informeren over de uitkomsten van het onderzoek en
de eventuele vervolgstappen die daarbij passen. Ook hebben Staatssecretaris Dekker
en ik de betrokken sectororganisaties uitgenodigd om met ons in gesprek te gaan over
de vraag of er concrete knelpunten zijn de samenwerking in de weg staan. Vanwege de
lopende initiatieven en de voorgenomen maatregelen van Het Nieuwe Toezicht vind ik
het nu te vroeg om met aanvullende concrete voorstellen te komen.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher