Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831293 nr. 386

31 293 Primair Onderwijs

31 289 Voortgezet Onderwijs

Nr. 386 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 februari 2018

Om onze leerlingen goed te blijven voorbereiden op de maatschappij en de arbeidsmarkt van de toekomst, is het van belang dat het curriculum van het primair en voortgezet onderwijs goed blijft aansluiten op die toekomst. Op dit moment is het onderwijsprogramma soms overvol en versnipperd, kan in het curriculum meer ruimte en houvast worden geboden aan leraren, en kan meer recht gedaan worden aan verschillen tussen scholen en leerlingen: dit is ook gesignaleerd door belangrijke adviesorganen als de Onderwijsraad.1 Hierom zijn we gestart met de herijking van het curriculum voor het primair en voortgezet onderwijs. Hierbij is het van essentieel belang dat leraren en schoolleiders een centrale rol vervullen: zij zijn het die straks een geactualiseerd curriculum in de klas tot leven gaan brengen.

In het voorjaar van 2017 is met uw Kamer gesproken over de curriculumherziening. Het voorstel van de Coördinatiegroep voor het vervolg van de curriculumherziening is door uw Kamer geaccordeerd.2 3 De herziening van het curriculum heeft ook zijn beslag gekregen in het Regeerakkoord (bijlage bij Kamerstuk 34 700, nr. 34). In de komende periode wordt toegewerkt naar een actualisatie van de kerndoelen en eindtermen. Om de basis hiervoor te leveren, start op 8 maart de ontwikkelfase van de herziening, waarin leraren en schoolleiders aan de slag gaan om bouwstenen te ontwikkelen. Na afronding van deze fase volgt in het voorjaar van 2019 politieke besluitvorming over het vervolg. Met deze brief informeer ik u over het geplande verdere verloop van de curriculumherziening.

1. Beoogde resultaten ontwikkelfase

Met de herziening willen we komen tot een curriculum dat leerlingen goed voorbereidt op de toekomst, waarin meer samenhang wordt gerealiseerd, de doorlopende leerlijn van po naar vo wordt versterkt, en minder overladenheid wordt ervaren. Het is van groot belang dat leraren een sleutelrol vervullen bij deze actualisatie van het curriculum: zij zijn het die straks met een herijkt curriculum moeten kunnen werken. Sinds afgelopen zomer is er door de Coördinatiegroep, in samenwerking met onder meer de verschillende vakinhoudelijke verenigingen en het vmbo, een grote inspanning geleverd om de ontwikkelfase van start te kunnen laten gaan. Er zijn vele selectiegesprekken gevoerd met leraren en schoolleiders, om de negen ontwikkelteams te bemensen met in totaal bijna 150 onderwijsprofessionals, waarbij een goede balans is gevonden tussen (groeps)leerkrachten en schoolleiders uit het primair onderwijs en vakleerkrachten en schoolleiders uit het voortgezet onderwijs.4 Ook zijn 84 ontwikkelscholen geselecteerd, om te reflecteren op de opbrengsten van de ontwikkelteams, en deze in de onderwijspraktijk te beproeven. Bij zowel de ontwikkelteams als de ontwikkelscholen is ernaar gestreefd om tot een zo representatief mogelijke afspiegeling van het Nederlandse onderwijs te komen: uit stedelijke en meer landelijke gebieden, met verschillende richtingen en onderwijskundige grondslagen.

De negen ontwikkelteams van leraren en schoolleiders uit het po en vo gaan in de ontwikkelfase aan de slag met als opdracht te bepalen wat tot de kern van het curriculum behoort: de visie op het leergebied, de grote opdrachten van het leergebied, en de benodigde kennis en vaardigheden die leerlingen nodig hebben om deze te realiseren. Hierbij worden zij ondersteund door curriculumexperts van het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling SLO. Een adviesgroep kijkt naar de resultaten, en reflecteert hierbij op zaken als de bevordering van samenhang en een doorlopende leerlijn, en het verminderen van overladenheid. Zij doen dat vanuit wetenschappelijke expertise op het gebied van zowel leerpsychologische ontwikkeling als curriculumontwikkeling. Ik licht de werkzaamheden van de ontwikkelteams hieronder toe:

  • Bij het formuleren van de visie per leergebied beschrijven de ontwikkelteams de algemene uitgangspunten en de bijdrage van het leergebied aan de hoofddoelen van het onderwijs, de wijze waarop het leergebied deel uitmaakt van de benodigde kennisontwikkeling en maatschappelijke toerusting van een leerling. De ontwikkelteams worden hierbij gevoed met de meest recente ontwikkelingen van en visies op het leergebied.

  • Vanuit deze visie worden vervolgens de grote opdrachten van het leergebied opgesteld. Hier komen de fundamentele inzichten van het vak of leergebied aan de orde: de kernconcepten en principes die centraal staan. Dit moet leiden tot een heldere beschrijving van de essentie van het vak of leergebied.

  • Bovengenoemde kernconcepten worden in de derde ontwikkelsessie verder geconcretiseerd in de vorm van bouwstenen: een beschrijving van de gewenste kennis en vaardigheden die voor alle leerlingen van belang zijn in de verschillende fases van het po en vo. Deze bouwstenen worden op de ontwikkelscholen verder uitgewerkt in concrete lesvoorbeelden. Bij het doorontwikkelen van de bouwstenen, op basis van verkregen feedback, kijken de ontwikkelteams ook naar de samenhang met bouwstenen van de andere vakken of leergebieden, en worden aanbevelingen gedaan om de samenhang van het curriculum als geheel te versterken.

Gedurende de ontwikkelsessies wordt geleidelijk scherper zichtbaar hoe het curriculum geactualiseerd zou moeten worden. Dit betekent logischerwijs dat er keuzes moeten worden gemaakt. We streven immers naar minder overladenheid en meer keuzevrijheid voor scholen; dan moet er goed worden gekeken hoe we tot een effectief en goed uitvoerbaar kerncurriculum komen. Ik verwacht dat hier in de komende periode levendige discussies over zullen worden gevoerd, en dat is ook goed.

2. Verloop ontwikkelfase

In het komende jaar gaan de ontwikkelteams in verschillende ontwikkelsessies van drie dagen aan het werk. Tussen deze ontwikkelsessies vinden georganiseerde feedbackmomenten plaats. Na elke sessie presenteren de ontwikkelteams hun (tussen)opbrengsten, maar ook hun vragen en eventuele dilemma’s. De feedback wordt breed verzameld: niet alleen bij de ontwikkelscholen, maar ook bij leerlingen, andere leraren en schoolleiders, lerarenopleidingen, evenals vakinhoudelijke verenigingen, vervolgonderwijs, voorschoolse educatie, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en de wetenschap. De tussenopbrengsten worden na elke sessie online gepubliceerd, zodat elke betrokkene of geïnteresseerde hierop kan reageren. Ook deze feedback is voor iedereen toegankelijk, om de verschillende discussies goed te kunnen volgen.

Tijdens de ontwikkelfase is een grote rol weggelegd voor de 84 ontwikkelscholen: zij reflecteren op de tussenopbrengsten van de ontwikkelteams vanuit hun onderwijspraktijk. Is op school goed te werken met de voorstellen van de ontwikkelteams? Hiernaast worden de ervaringen gedeeld die de scholen opdoen met ontwikkelingen in het eigen schoolcurriculum. Deze ervaringen worden ook benut in het vervolgproces, om te bepalen welke ondersteuning scholen nodig hebben om een herzien curriculum straks in de praktijk te realiseren. Ik moedig hiernaast ook andere scholen aan om met de voorstellen van de ontwikkelteams aan de slag te gaan: hoe werkt dit in mijn school? Wat vinden mijn leerlingen en collega’s hiervan? Deze aanvullende ervaringen kunnen een grote bijdrage leveren aan het verbeteren van de resultaten.

De ontwikkelfase duurt tot het voorjaar van 2019. Hierna worden de resultaten gepresenteerd. Na politieke besluitvorming worden de kerndoelen en eindtermen op basis van de bouwstenen geactualiseerd.

3. Tot slot

Ik ben blij dat we met de ontwikkelfase een volgende stap kunnen zetten om tot een curriculum te komen dat meer recht doet aan de professionaliteit van leraren, de interesses en behoeften van leerlingen, en verschillen tussen scholen. Hiermee willen we scholen en leraren meer houvast en meer ruimte bieden, en leerlingen goed voorbereiden op hun toekomst. Ik heb er vertrouwen in dat de ontwikkelteams tot resultaten komen van goede kwaliteit, en vind het goed om te zien dat het proces zo transparant is vormgegeven, waarbij iedereen kan reageren op de verschillende tussenproducten die periodiek beschikbaar komen. Ik acht het van belang dat dit proces nu volop de ruimte krijgt. De leraren zijn nu aan zet, met goede ondersteuning, en hopelijk volop input van betrokkenen. Ik wil hen daarbij succes en inspiratie toewensen.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob


X Noot
1

Een eigentijds curriculum. Onderwijsraad, 2014 (bijlage bij Kamerstuk 33 750 VIII, nr. 113). De volle breedte van onderwijskwaliteit, Onderwijsraad, 2016.

X Noot
2

De Coördinatiegroep bestaat uit vertegenwoordigende organisaties uit het onderwijsveld: de PO-Raad, de VO-raad, de Onderwijscoöperatie, Ouders & Onderwijs, het LAKS en de AVS.

X Noot
3

Kamerstukken 31 293 en 31 289, nr. 376.

X Noot
4

Het gaat om de vakken/leergebieden Nederlands/taal, rekenen/wiskunde, Engels/Moderne Vreemde Talen, digitale geletterdheid, Burgerschap, Mens en Natuur, waar ook techniek is ondergebracht, Mens en Maatschappij, Kunst en Cultuur en Sport en Bewegen.