Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201231293 nr. 125

31 293 Primair Onderwijs

31 289 Voortgezet Onderwijs

Nr. 125 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 10 november 2011

Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1 hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, d.d. 30 juni 2011 over de kabinetsreactie inzake onderwijs van het vak «Fries» naar aanleiding van het rapport van de Inspectie van het Onderwijs en het rapport van de Stuurgroep Hoekstra (Kamerstuk 31 293, 31 289 nr. 105). Bij brief van 10 november 2011 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Van Bochove

Adjunct-griffier van de commissie,

Bošnjaković-van Bemmel

Inhoudsopgave (volgt de memorie van toelichting)

   

blz.

     

I

Vragen en opmerkingen uit de fracties

2

1.

It moat better! It kin better!

2

2.

Noodzaak tot focus op de onderwijskwaliteit van het vak Fries

3

2.1

Extra inspanningen van de afgelopen jaren

3

2.2

Resultaat zichtbaar, maar niet in de klas

3

2.3

Bredere onderwijskwaliteit verbetert wel

4

2.4

De basis op orde voor het onderwijs van Fries

4

   

Conferentie opbrengstgericht werken en toetsen

4

   

Leraren: bekwaamheden Fries op peil

5

3.

Meer zeggenschap van Fryslân over kerndoelen Fries

5

   

Artikel 23 Grondwet

5

   

Gedeeltelijke ontheffing

6

   

Beroepsonderwijs

6

4.

Samen voor het Fries

6

II

Reactie van de minister

7

I Vragen en opmerkingen uit de fracties

1. It moat better! It kin better!

De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de beleidsreactie inzake onderwijs in het vak «Fries» naar aanleiding van het rapport van de Inspectie van het Onderwijs en het rapport van de Stuurgroep Hoekstra. De leden zijn verheugd over de brede kwaliteitsslag die in het Friese onderwijs is gemaakt. Een zelfde slag zal nu gemaakt moeten worden voor het vak Fries. De genoemde leden zien aanleiding tot het stellen van een aantal vragen.

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de onderhavige brief. Onderwijs in de Friese taal kan in het Friestalige deel van Nederland voorzien in een behoefte, maar dan moet dat onderwijs wel voldoende kwaliteit hebben. Een goede beheersing van de moedertaal vormt een basis voor de kansen om te leren en voor het functioneren in de samenleving, zo menen deze leden.

De PVV-fractie heeft kennisgenomen van de kabinetsreactie inzake onderwijs in het vak «Fries» naar aanleiding van het rapport van de Inspectie van het Onderwijs en het rapport van de Stuurgroep Hoekstra. De ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stellen voor om de kwaliteit van het onderwijs in het Fries te versterken. De leden vinden het positief dat er de afgelopen jaren nadrukkelijk extra aandacht gekomen is voor de vakken taal en rekenen in het onderwijsveld. Uit het onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat er te weinig getoetst wordt voor het vak Fries. Hiernaast sluit het onderwijs in Fries te weinig aan bij de behoeften van de leerlingen. De leden achten de kwaliteit betreffende het vak Fries van belang en onderschrijven het belang van toetsing in het vak Fries. Naast de kwaliteit van het onderwijs speelt het vraagstuk rondom het decentraliseren van beleid voor de Friese taal van het rijk naar Friesland.

De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het rapport van de Stuurgroep Hoekstra en de kabinetsreactie hierop. Het Fries is de tweede officiële taal naast Nederlands in Nederland. Deze leden onderschrijven deze bijzondere positie van het Fries en zijn voorstander van onderwijs in de Friese taal. Voor de leden is het wel van belang dat de kwaliteit van het onderwijs in het Fries van voldoende kwaliteit moet zijn. Het is dan ook zorgwekkend dat de Stuurgroep Hoekstra constateert dat de kwaliteit van onderwijs in het Fries onvoldoende is, temeer omdat dit ook de teneur is van de rapporten van de Inspectie van het Onderwijs in 2001 en 2006. Dit tast het draagvlak voor het geven van onderwijs in het Fries aan en dat is zorgelijk. Over de kabinetsreactie hebben de leden een aantal vragen.

Voorts merken deze leden op dat het kabinet de afspraken onderstreept die er zijn gemaakt in het «Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden» en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden». Hoe verhoudt zich dit tot de herhaalde constatering van The Committee of Experts van de Raad van Europa dat Nederland haar verplichtingen niet na komt, zo vragen de leden.

2. Noodzaak tot focus op de onderwijskwaliteit van het vak Fries

De leden van de PVV-fractie merken op dat de Inspectie van het Onderwijs in het kader van de bestuursafspraak Friese taal en cultuur onderzoek deed naar de kwaliteit van het onderwijs in dit vak. De leden merken op dat de onderwijskwaliteit op verschillende indicatoren te meten is en vragen wat de belangrijkste aanwijzingen zijn voor de ondermaatse kwaliteit van het vak Fries.

2.1 Extra inspanningen van de afgelopen jaren

De leden van de PVV-fractie merken op dat naast de circa één miljoen euro die de provincie jaarlijks ontvangt, leraren gebruik maken van de lerarenbeurs om hun vaardigheden in het Fries te verbeteren. Ook heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor 2010–2012 jaarlijks € 100 000 extra ter beschikking gesteld aan de Friese hogescholen om leraren te scholen in het vak Fries. De leden vragen of de inzet van de lerarenbeurs niet volstaat? Zo ja, waarom niet, zo vragen de leden.

Voorts merken de leden op dat uitkomsten aantonen dat er minder vooruitgang wordt geboekt dan verwacht zou worden en nog steeds beschikken te weinig leraren over een bevoegdheid om het vak Fries te geven. Op dit moment zijn 39 scholen in Friesland gecertificeerd als drietalige scholen. Volgens de Inspectie van het Onderwijs maken deze scholen ongeveer twee tot drie keer zoveel uren voor het vak Fries als de niet-drietalige scholen. De prestaties voor Fries zijn beter dan gemiddeld, zonder dat de prestaties voor andere vakken eronder lijden. De kosten voor dit onderwijs zijn hoger dan voor reguliere scholen. De leden vragen hoe het mogelijk is dat andere vakken er niet onder lijden. Tevens vragen zij waarom deze kosten hoger zijn en hoeveel ze hoger liggen.

2.2. Resultaat zichtbaar, maar niet in de klas

De leden van de PVV-fractie merken op dat meer scholen dan voorheen een methode gebruiken gericht op de kerndoelen voor het vak Fries en meer scholen dan voorheen een taalcoördinator hebben aangesteld. De leden vragen of deze «taalcoördinator» wel zo zinvol is, aangezien de uitkomsten niet significant hoger zijn. Is het wel zinvol om deze functie te laten voortbestaan?

Voorts merken deze leden op dat leerlingen niet genoeg worden getoetst, zodat het erg lastig wordt het aanbod in het vak Fries op de specifieke leerbehoefte van de leerlingen aan te passen. Voor de Inspectie van het Onderwijs is het door het gebrek aan afgenomen toetsen moeilijk vast te stellen wat de leerlingen precies opsteken van de lessen in het Fries. De leden vragen of de noodzaak van toetsen inmiddels voldoende wordt onderkend. Tevens vragen zij of er een toetssystematiek wordt/is ingevoerd.

De leden van de CDA-fractie merken op dat in de kabinetsreactie wordt gesteld dat de ruimte voor kwalitatieve verbetering van het Fries mogelijk wordt beperkt door het geringe draagvlak ervoor. Kan de minister dit nader toelichten en eveneens aangeven waaruit dit geringe draagvlak blijkt? Hoe denken de betrokken partijen het draagvlak te vergroten zodat de verbeteringen wel kans van slagen hebben? Met name is de inzet van leraren belangrijk; zorgt het beleid van de minister en de provincie daadwerkelijk voor meer bekwame leraren, zo vragen de leden.

2.3 Bredere onderwijskwaliteit verbetert wel

De leden van de CDA-fractie geven een compliment aan de zeer zwakke scholen in Friesland die zich de afgelopen jaren hebben weten te ontdoen van hun zeer zwakke status en weer onder normaal inspectietoezicht staan. Van de 27 zeer zwakke scholen in 2008, zijn er nu nog maar vier over. Wel zijn de leden benieuwd wat de reden is dat deze resterende vier scholen nog steeds zeer zwak zijn.

2.4 De basis op orde voor het onderwijs van Fries

De leden van de PVV-fractie constateren dat de provincie volgens de Inspectie van het Onderwijs ook aan zet is om haar ontheffingenbeleid uit te kristalliseren en te actualiseren. De leden hebben enkele vragen omtrent het ontheffingenbeleid. Waarom krijgen scholen ontheffing van het vak Fries en om hoeveel scholen gaat het hier? Wanneer is het laatste onderzoek geweest naar het draagvlak onder de bevolking voor de speciale status van de Friese taal in het onderwijs en zijn er aanwijzingen dat het draagvlak kleiner wordt, zo vragen zij.

Conferentie opbrengstgericht werken en toetsen

De leden van de VVD-fractie merken op dat de Inspectie van het Onderwijs in haar rapport d.d. 24-11-2010 stelt dat het vak Fries onvoldoende bij leerlingen wordt getoetst, waardoor het lastig is het onderwijs in het vak Fries op de leerlingen af te stemmen. Toetsen voor het vak Fries bestaan, maar worden te weinig gebruikt. Daarom wordt een conferentie georganiseerd om opbrengstgericht werken en het gebruik van toetsen onder de aandacht te brengen met betrekking tot het Fries. Waarop, zo vragen de leden, is de beoordeling van de kwaliteit van het genoemde onderwijs op dit moment gebaseerd aangezien er thans immers onvoldoende getoetst wordt. Wordt op scholen die drietalig onderwijs aanbieden in tegenstelling tot andere scholen opbrengstgericht gewerkt? Voorts willen de leden graag vernemen hoe de hogere kosten voor het drietalig onderwijs worden gefinancierd.

De leden van de CDA-fractie merken op dat de Stuurgroep als aandachtpunten aan geeft dat te weinig opbrengstgericht onderwijs wordt gegeven en maar weinig leraren beschikken over een bevoegdheid les te geven in het Fries. De leden vragen of deze knelpunten ook in 2001 en 2006 speelden en wat de vorderingen zijn geweest.

Waarom trekt het kabinet de conclusie dat de vraag naar de ontwikkeling van methode-onafhankelijke toetsen nog niet aan de orde is. De Inspectie van het Onderwijs constateert immers dat door het ontbreken van genormeerde methode-onafhankelijke toetsen «vormen van differentiatie» bemoeilijkt worden en dat om die reden bovendien de kerndoelen voor het vak Fries «onvoldoende vertaald zijn in beheersingsdoelen voor verschillende leerlinggroepen». De beheersing van Friese taalvaardigheden is daardoor niet vast te stellen, zegt de Inspectie van het Onderwijs. De Inspectie wil, zolang er geen genormeerde toetsen zijn, geen vervolgonderzoek meer doen naar de beheersing van het Fries. Op grond van het Europese Handvest is de inspectie hiertoe echter wel verplicht. Voor andere vakken geldt dat bovengenoemd leerlingvolgsysteem en toetsingsinstrument door de markt wordt ontwikkeld. Marktwerking treedt in het Friese geval echter onvoldoende op, omdat de markt in dit geval te klein is om voor een commerciële partij interessant te zijn, aldus de Stuurgroep Hoekstra. Volgens de Stuurgroep zal om die reden «de overheid er (anders dan bij andere vakken) in moeten voorzien dat een dergelijk toetsinstrument wordt ontwikkeld». Graag ontvangen deze leden een reactie.

Leraren: bekwaamheden Fries op peil

De leden van de VVD-fractie zien de sleutel tot beter onderwijs bij docenten die bekwaam zijn in het Fries. Om de voordelen van meertaligheid te benutten, is het van belang dat een heldere scheiding bestaat tussen het Nederlands en het Fries. Het vastleggen van bekwaam- en bevoegdheden voor het Fries in het beroepsregister ondersteunen de leden van harte. Hoeveel leerlingen zullen naar verwachting succesvol de opleiding tot vakdocent Fries afronden in de periode 2010–2012 (de periode dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap extra budget voor scholing heeft vrijgemaakt), zo vragen de leden. Tevens vragen zij of dit aanbod aan de vraag voldoet naar docenten Fries.

3. Meer zeggenschap van Fryslân over kerndoelen Fries

De leden van de PvdA-fractie vinden het een goede zaak dat bij de provincie Fryslân het initiatief wordt gelegd om de kerndoelen voor het vak Fries te wijzigen. In hoeverre houdt de minister naast de provinciale regierol nog een vinger aan de pols bij de kwaliteit van het Friese onderwijs, waarvan de Inspectie van het Onderwijs signaleert dat het beter kan en moet? In hoeverre is het streven om het beste te halen uit ieder kind gediend met de mogelijkheid van vrijstelling van kerndoelen bij gedeeltelijke ontheffing, zodat bijvoorbeeld niet wordt lesgegeven in het schrijven in het Fries. Dreigt er geen gevaar dat daarmee voor sommige leerlingen de lat te laag wordt gelegd, zo vragen de leden.

De leden van de CDA-fractie vragen een nadere toelichting van de minister of dit wel het moment is om het beleid rondom de kerndoelen te decentraliseren naar de provincie, moet niet eerst de kwaliteit op orde zijn voor een dergelijke stap wordt gezet. Moet niet alle inzet hierop worden gericht voordat verdere stappen worden genomen, zo vragen zij.

Artikel 23 Grondwet

De leden van de VVD-fractie merken op dat de ministers in hun beleidsreactie stellen dat zij het principe ondersteunen dat de provincie Friesland zeggenschap krijgt over het beleid inzake het vak Fries. De leden ondersteunen het decentraliseren van genoemd beleid, maar willen voldoende waarborgen voor het garanderen van de kwaliteit van het onderwijs in brede zin. De vaststelling van de kerndoelen voor het vak Fries mag de kwaliteitsslag in Friese onderwijs niet teniet doen, zoals door sommige scholen gevreesd wordt. Daarom is het van belang dat de kerndoelen op elkaar afgestemd worden. Kan de minister bevestigen dat zij zal toetsen op de onderlinge samenhang tussen de kerndoelen, zo vragen de leden. Tevens vragen deze leden of zij kan bevestigen dat zij de eindverantwoordelijkheid en zeggenschap behoudt over de kerndoelen voor het vak Fries.

Onderdeel van de decentralisatie is dat de provincie Friesland in samenwerking met het onderwijsveld criteria opstelt om te bepalen of scholen een gehele of gedeeltelijke ontheffing voor het vak Fries kunnen ontvangen. De minister stelt dat zij het principe van gedeeltelijke ontheffing onderschrijft, omdat door de ontheffing beter aangesloten zou kunnen worden op de specifieke situatie van de school. Per regio kan het gebruik van het Fries verschillen en verschilt de noodzaak voor kennis van het Fries om in de maatschappij deel te kunnen nemen. De leden vernemen graag van de minister hoe het onderwijs voor het vak Fries beter aangesloten kan worden op de behoefte van de leerling. Zal het afnemen van toetsen voldoende zijn voor het afstemmen van de verschillen tussen leerlingen of zullen de regels inzake ontheffing hierin eveneens een rol gaan spelen, zo vragen de leden zich bezorgd af.

Gedeeltelijke ontheffing

De leden van de VVD-fractie vernemen graag waarom het Fries in de onderbouw van het Friese voortgezet onderwijs verplicht is gesteld, tenzij hiervoor een ontheffing is verleend. Zou het niet beter zijn, zo vragen de leden, wanneer een school in plaats van een ontheffing voor genoemde verplichting een vergunning aanvraagt om het Fries te doceren. Op deze wijze kan gegarandeerd worden dat en de bekwaamheid van docenten in de Friese taal en de kwaliteit van het onderwijs in het Fries op orde is. Voorts kan het draagvlak voor het Fries op deze wijze vergroot worden, omdat ouders en leerlingen bewust(er) kunnen kiezen voor een school waar Fries op een voldoende niveau gedoceerd wordt.

De leden van de PVV-fractie merken op dat in het rapport Hoekstra de mogelijkheid van gedeeltelijke ontheffing van kerndoelen Fries wordt beschreven. Scholen zijn bij een gedeeltelijke ontheffing vrijgesteld van sommige kerndoelen voor het Fries, maar niet van allemaal. Ze moeten bijvoorbeeld wel lesgeven in de mondelinge beheersing van het Fries, maar niet in het schrijven ervan. De leden vragen of dit te maken heeft met het draagvlak voor het Fries bij deze ouders? Als dat zo is, waarom dan wel de mondelinge beheersing?

Voorts vragen deze leden of er wettelijk ook vrijheid is om een geheel Nederlandstalige school in te richten.

De leden van de CDA-fractie zijn het wel eens met de gedeeltelijke ontheffing voor de kerndoelen. Dit zal ervoor zorgen dat het geven van Fries beter aansluit bij de schoolsituatie en leerlingenpopulatie van de school.

Beroepsonderwijs

De leden van de PVV-fractie lezen in de memorie van toelichting: «Voor het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie bepleit de Stuurgroep Hoekstra overigens de eindtermen voor het Fries, voor opleidingen waarbij die taal van belang is, vast te stellen in een ministeriele regeling.» De leden hebben hier enkele vragen over. Welke opleidingen zullen het vak Fries aanbieden in het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie? Kunnen er voorbeelden genoemd worden binnen welke beroepen het vak Fries noodzakelijk is en niet volstaan kan worden met standaard-Nederlands, zo vragen de leden.

4. Samen voor het Fries

De leden van de PvdA-fractie vragen of de Taalwet Fries, waarvan sprake was in het regeerakkoord, enkel betrekking heeft op het onderwijs in het schoolvak Fries. Zo neen, hoe gaan de overige elementen, die de coalitiepartners destijds in gedachten hadden, dan worden gerealiseerd, zo vragen deze leden.

II Reactie van de minister

Hartelijk dank voor de reacties van de fracties van VVD, PvdA, PVV en CDA op de brief d.d. 30 juni 2011 over de kabinetsreactie inzake onderwijs van het vak «Fries» naar aanleiding van het rapport van de Inspectie van het Onderwijs en het rapport van de Stuurgroep Hoekstra (Kamerstuk 31 293, 31 289 nr. 105). Alle fracties onderschrijven het belang van de kwaliteit van het Friese onderwijs en van het vak Fries. Ik sluit mij daar graag bij aan.

1. It moat better! It kin better! Samen voor het Fries

De genoemde vier fracties onderschrijven het belang van de Friese taal en wijzen op het belang van de kwaliteit van het vak Fries. De leden van de PvdA-fractie vragen of de Taalwet Fries, waarvan sprake was in het regeerakkoord, enkel betrekking heeft op het onderwijs in het schoolvak Fries. Zo neen, hoe gaan de overige elementen, die de coalitiepartners destijds in gedachten hadden, dan worden gerealiseerd, zo vragen deze leden.

Het kabinet onderkent de specifieke positie van de Friese taal in Nederland. Om die reden is in het coalitieakkoord aangekondigd dat in een taalwet de gelijke rechten van de Nederlandse taal en de Friese taal binnen de provincie Fryslân worden gewaarborgd. Het wetsvoorstel dat hieraan uitwerking geeft, ziet specifiek toe op de positie van het Fries in het bestuurlijk verkeer en in het rechtsverkeer («Wet gebruik Friese taal», op dit moment bij de Raad van State). De positie van het Fries in het onderwijs wordt niet in dit wetsvoorstel geregeld, maar in de onderwijswetgeving.

In dat verband merken de leden van de CDA-fractie nog op dat het kabinet de afspraken onderstreept die zijn gemaakt in het kader van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden. Hoe verhoudt dit uitgangspunt zich tot de herhaalde constatering van de commissie van deskundigen van de Raad van Europa dat Nederland haar verplichtingen niet nakomt, zo vragen deze leden.

Het kabinet onderstreept dat Nederland er uiteraard naar streeft zijn Handvestverplichtingen zorgvuldig na te leven, al zullen bepaalde beleidsaanpassingen soms wat meer tijd vergen dan de Raad van Europa wenselijk vindt. Tegen die achtergrond heeft het vorige kabinet de Stuurgroep Hoekstra ingesteld om te bezien in hoeverre een gedeeltelijke decentralisatie van het onderwijsbeleid inzake de Friese taal mogelijk is binnen de grenzen die artikel 23 Grondwet stelt.

2. De noodzaak tot focus op de onderwijskwaliteit van het vak Fries

De leden van de PVV-fractie vragen wat de belangrijkste aanwijzingen zijn voor de ondermaatse kwaliteit van het vak Fries.

De Onderwijsinspectie heeft in 2009–2010 geconstateerd dat de basiskwaliteit vergelijkbaar was met die van andere lessen, maar dat de specifieke aspecten die nodig zijn voor goede lessen Fries, nog onvoldoende uit de verf komen. Belangrijk is dat docenten die het Fries onderwijzen goed kunnen differentiëren, omdat zij te maken hebben met leerlingen met verschillende taalachtergronden (kinderen met het Fries als moedertaal, kinderen met het Nederlands als moedertaal, kinderen met een andere moedertaal).

2.1 Extra inspanningen van de afgelopen jaren

De leden van de PVV-fractie merken op dat naast de circa één miljoen euro die de provincie jaarlijks ontvangt, leraren gebruik maken van de lerarenbeurs om hun vaardigheden in het Fries te verbeteren. Ook heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor 2010–2012 jaarlijks € 100 000 extra ter beschikking gesteld aan de Friese hogescholen om leraren te scholen in het vak Fries. Deze leden vragen of de inzet van de lerarenbeurs niet volstaat? Zo nee, waarom niet, zo vragen de leden. De leden van de CDA-fractie merken op dat de Stuurgroep als aandachtpunten aangeeft dat te weinig opbrengstgericht onderwijs wordt gegeven en maar weinig leraren beschikken over een bevoegdheid les te geven in het Fries. De leden vragen of deze knelpunten ook in 2001 en 2006 speelden en wat de vorderingen zijn geweest.

De lerarenbeurs is bedoeld voor bijscholing ten aanzien van alle mogelijke vakken en vaardigheden. Leraren zijn vrij in hun keuze voor een opleiding die ze met de lerarenbeurs willen volgen. De inspectie heeft in 2001 en 2006 geconstateerd dat een deel van de docenten niet beschikt over een passende bevoegdheid om te kunnen lesgeven in het vak Fries. Een investering van het Rijk in een nascholingstraject speciaal gericht op de bevoegdheid voor het geven van het vak Fries, is daarom gerechtvaardigd. Rijk en provincie hebben daarom geïnvesteerd in de opzet van een nascholingstraject bij de beide Pabo’s in Leeuwarden waar docenten alsnog hun bevoegdheid kunnen behalen en/of hun vaardigheden kunnen verbeteren. Dit nascholingstraject voorziet in een behoefte: het aantal aanmeldingen daarvoor groeit sterk.

Met het Actieplan Basis voor presteren wil ik een extra impuls geven aan het opbrengstgericht werken voor alle scholen in Nederland. Daarnaast hebben de provincie en de inspectie aandacht voor opbrengstgericht werken in het onderwijs in Fryslân, ook voor het vak Fries.

Drietalig onderwijs

Op dit moment zijn 42 scholen in Friesland gecertificeerd als drietalige scholen. De prestaties voor Fries zijn beter dan gemiddeld, zonder dat de prestaties voor andere vakken eronder lijden. De leden van de PVV-fractie vragen hoe het mogelijk is dat andere vakken er niet onder lijden. Tevens vragen zij waarom de kosten hoger zijn dan voor reguliere scholen en hoeveel ze hoger liggen. De leden van de VVD-fractie vragen of op scholen die drietalig onderwijs aanbieden in tegenstelling tot andere scholen opbrengstgericht wordt gewerkt. Voorts willen de leden graag vernemen hoe de hogere kosten voor het drietalig onderwijs worden gefinancierd.

De Fryske Akademy heeft wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de opbrengsten van de drietalige scholen, waaruit blijkt dat de andere vakken en dus ook het Nederlands niet lijden onder het drietalige concept 2. Dit komt omdat bij meertalig onderwijs de tweede of derde taal op sommige momenten niet alleen een vak maar uitdrukkelijk ook instructietaal is. Zo wordt op de drietalige scholen bijvoorbeeld ook geschiedenis of aardrijkskunde in het Fries gegeven.Tevens maken drietalige scholen als het om taalonderwijs gaat meer gebruik van transfer: vaardigheden die in de ene taal, bijvoorbeeld het Nederlands, geleerd worden, worden ook toegepast bij de andere talen. Op die wijze wordt efficiënt gebruik gemaakt van de onderwijstijd, omdat vaardigheden maar eenmaal aangeleerd hoeven te worden.

De inspectie constateert in haar rapport dat directeuren van drietalige basisscholen vaker systematisch gegevens over de thuistaal verzamelen dan directies van andere scholen. De scholen doen meer aan kwaliteitszorg ten aanzien van het (vak) Fries dan andere scholen en slagen er vaker in de instructie en verwerking van leerstof af te stemmen op de leerlingen met verschillende taalachtergronden.

Meertalig onderwijs vraagt om aparte investeringen. Het gaat dan om bijscholing van docenten, het aantrekken van iemand met Engels als moedertaal («native speaker») en extra lesmaterialen in de verschillende talen. Het is primair een keuze binnen de lumpsum waarover scholen zelf gaan en waarvoor zij zelf verantwoordelijk zijn. Op basis van een niet-representatieve steekproef lijken de meerkosten bij benadering rond de € 10 000 per school per jaar te liggen3. De provincie krijgt een doeluitkering Fries van het Rijk; een deel daarvan wordt besteed aan drietalig onderwijs. Daarnaast investeert de provincie ook uit eigen provinciale middelen in het drietalig onderwijs.

2.2. Resultaten in de klas en de inzet van leraren

De leden van de PVV-fractie vragen of de «taalcoördinator» wel zo zinvol is, aangezien de uitkomsten niet significant hoger zijn. Is het wel zinvol om deze functie te laten voortbestaan zo vragen deze leden.

Het aanstellen van taalcoördinatoren binnen basisscholen is een keuze die scholen zelf maken. Taalcoördinatoren vergroten het draagvlak voor integraal taalbeleid op een school zodat het onderwijs op de meertalige situatie wordt afgestemd. Bovendien is de functie niet alleen gericht op het geven van kwalitatief goed Fries onderwijs, maar wordt juist het accent gelegd op de voordelen van meertalig (en kwalitatief goed) onderwijs Nederlands en Fries.

De leden van de CDA-fractie geven aan dat met name de inzet van leraren belangrijk is; zorgt het beleid van de minister en de provincie daadwerkelijk voor meer bekwame leraren, zo vragen deze leden. De leden van de VVD-fractie vragen hoeveel leerlingen naar verwachting succesvol de opleiding tot vakdocent Fries zullen afronden in de periode 2010–2012. Tevens vragen zij of dit aanbod aan de vraag voldoet naar docenten Fries.

Het vak «Fries» wordt in het basisonderwijs vaak gegeven door de groepsleraar, en niet door een aparte docent Fries. Op de Pabo’s in Fryslân is de Friese taal onderdeel van het curriculum en afgestudeerden van deze opleiding mogen als groepsleerkracht de Friese taal onderwijzen op de basisschool. De basisschool kan hiervoor ook een vakleerkracht inzetten.

Het beleid van zowel de minister als van de provincie is o.a. gericht op het opleiden van meer bekwame docenten Fries. De provincie subsidieert de lerarenopleiding Fries, en de Friese Pabo’s ten aanzien van het onderdeel Fries in het curriculum en het nascholingsaanbod Fries. Daarnaast is er ook een door de provincie gesubsidieerde drietalige richting bij de Pabo’s gericht op het opleiden van docenten voor drietalige scholen. In het kader van het kwaliteitsakkoord subsidieert het Rijk daarnaast ook de Pabo’s ten aanzien van het nascholingsaanbod Fries.

In 2010 hebben in totaal 23 leraren deelgenomen aan de cursussen van de hogescholen en nagenoeg allemaal hebben zij het Foech Frysk gehaald. In het lopende jaar hebben zich inmiddels ruim 160 leraren aangemeld. Een deel van hen heeft de cursus al (grotendeels succesvol) afgerond. Het aantal aanmeldingen loopt overigens nog steeds op. Voor 2012 kunnen nog geen uitspraken worden gedaan.

Gelet op het aantal leraren zonder bevoegdheid voor het vak Fries zou het aantal studenten voor het nascholingstraject hoger moeten zijn dan het nu is. De provincie is in overleg met zowel de onderwijskoepels als met de Pabo’s om na te gaan waarom er nog te weinig gebruik wordt gemaakt van het nascholingsaanbod.

2.3 De verbetering van de bredere onderwijskwaliteit

De leden van de CDA-fractie geven een compliment aan de scholen in Friesland die zich de afgelopen jaren hebben weten te ontdoen van hun zeer zwakke status en weer onder normaal inspectietoezicht staan. Van de 27 zeer zwakke scholen in 2008, zijn er nu nog maar vier over. Wel zijn de leden benieuwd wat de reden is dat deze resterende vier scholen nog steeds zeer zwak zijn.

Het aantal zeer zwakke scholen in basis- en voortgezet onderwijs is inderdaad fors teruggelopen. Naast de extra inzet van de betrokken scholen en van de Inspectie heeft het programma Boppeslach4 een rol gespeeld in de grote terugloop.

Basisscholen in Fryslân

2007

2011

Zwak

70 (14,4%)

24 (4,8%)

Zeer zwak

30 (6,2%)

4 (0,8%)

De vier scholen in Fryslân die op dit moment zeer zwak zijn, zijn dat niet sinds 2008, maar sinds medio 2010 of begin 2011. Als regel mag verwacht worden dat scholen zich binnen twee jaar verbeteren.

2.4 De basis op orde voor het onderwijs van het Fries

De leden van de PVV-fractie vragen waarom scholen ontheffing krijgen van het vak Fries. Om hoeveel scholen gaat het hier? Wanneer is het laatste onderzoek geweest naar het draagvlak onder de bevolking voor de speciale status van de Friese taal in het onderwijs en zijn er aanwijzingen dat het draagvlak kleiner wordt, zo vragen zij. De leden van de CDA-fractie merken op dat in de kabinetsreactie wordt gesteld dat de ruimte voor kwalitatieve verbetering van het Fries mogelijk wordt beperkt door het geringe draagvlak ervoor. Kan de minister dit nader toelichten en eveneens aangeven waaruit dit geringe draagvlak blijkt? Hoe denken de betrokken partijen het draagvlak te vergroten zodat de verbeteringen wel kans van slagen hebben?

Scholen kunnen ontheffing aanvragen bij de provincie om geen Fries te hoeven geven; dit geldt met name voor de scholen in de niet-Friestalige delen van de provincie. Het gaat om een kleine dertig scholen, op een totaal van zo’n 450 Friese basisscholen. Deze scholen bevinden zich in de gemeenten Oost- en Weststellingwerf, op de Waddeneilanden en in het grensgebied van Fryslân en Groningen. In al deze gebieden wordt veel minder Fries gesproken dan in de rest van de provincie het geval is.

Het laatste onderzoek naar het draagvlak was in 2009/2010. Daaruit bleek dat het draagvlak niet wezenlijk is veranderd. Circa tweederde van de ouders in Fryslân vindt het Fries belangrijk.

Uit de rapportages van de Onderwijsinspectie blijkt dat scholen het draagvlak voor het Fries bij ouders vaak te laag inschatten. Als scholen weten dat er bij ouders wel vraag bestaat naar het Fries, besteden ze meer aandacht aan het vak/de taal. Daarom is het beleid ten aanzien van draagvlakverbreding van Fries/meertaligheid in het onderwijs zowel gericht op ouders, als op scholen en schoolbesturen.

De provincie wil de onderwijskoepels naar aanleiding van de in het advies Hoekstra voorgestelde wetswijziging nauw betrekken bij de totstandkoming van nieuwe kerndoelen Fries en een ontheffingsbeleid Fries, ook met het oog op het draagvlak voor het Fries onder schoolbesturen en scholen. Draagvlak bij scholen is één van de criteria waarop ik toekomstige voorstellen van de provincie zal toetsen voordat ik mijn instemming geef.

Conferentie opbrengstgericht werken en toetsen

De leden van de VVD-fractie vragen waarop de beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs in het vak Fries op dit moment is gebaseerd aangezien er thans immers onvoldoende getoetst wordt.

De inspectie heeft haar oordeel over de kwaliteit van het Fries op scholen voor basis- en voortgezet onderwijs niet gebaseerd op de resultaten van toetsen. Uitgangspunt voor de beoordeling is het bredere waarderingskader voor Fries geweest, dat is opgenomen als bijlagen 2 en 3 bij het rapport van de Onderwijsinspectie5. Om deze beoordeling te onderbouwen is informatie verzameld via lesbezoeken, gesprekken met de schooldirecteuren en de resultaten van de vragenlijsten.

De leden van de CDA-fractie vragen waarom het kabinet de conclusie trekt dat de vraag naar de ontwikkeling van methode-onafhankelijke toetsen nog niet aan de orde is. De Inspectie van het Onderwijs constateert immers dat door het ontbreken van genormeerde methode-onafhankelijke toetsen «vormen van differentiatie» bemoeilijkt worden en dat om die reden bovendien de kerndoelen voor het vak Fries «onvoldoende vertaald zijn in beheersingsdoelen voor verschillende leerlinggroepen». De beheersing van Friese taalvaardigheden is daardoor niet vast te stellen, zegt de Inspectie van het Onderwijs. De Inspectie wil, zolang er geen genormeerde toetsen zijn, geen vervolgonderzoek meer doen naar de beheersing van het Fries. Op grond van het Europese Handvest is de inspectie hiertoe echter wel verplicht. Voor andere vakken geldt dat bovengenoemd leerlingvolgsysteem en toetsingsinstrument door de markt wordt ontwikkeld. Marktwerking treedt in het Friese geval echter onvoldoende op, omdat de markt in dit geval te klein is om voor een commerciële partij interessant te zijn, aldus de Stuurgroep Hoekstra. Volgens de Stuurgroep zal om die reden «de overheid er (anders dan bij andere vakken) in moeten voorzien dat een dergelijk toetsinstrument wordt ontwikkeld». Graag ontvangen deze leden een reactie.

De leden van de PVV-fractie vragen of de noodzaak van toetsen inmiddels voldoende wordt onderkend. Tevens vragen zij of er een toetssystematiek wordt/is ingevoerd.

Door de provincie zijn stappen gezet om te bevorderen dat leerlingen vaker getoetst kunnen worden op het vak Fries. Zo wordt er gebruik gemaakt van methodegebonden toetsen bij de lesmethode Fries voor het basisonderwijs «Studio F» en de methode Fries voor het voortgezet onderwijs «Freemwurk». In het kader van het provinciale beleid ten aanzien van onderwijskwaliteitsverbetering Boppeslach wordt de noodzaak van toetsing bij voortduring bij de scholen onder de aandacht gebracht. Daarnaast heeft het Cito inmiddels, in opdracht van de provincie Fryslân, een methode-onafhankelijke toets begrijpend lezen Fries voor groep 8 ontwikkeld. Deze toets wordt begin 2012 door Cito uitgegeven en is specifiek genormeerd voor de populatie leerlingen in de provincie Fryslân. Ik wil met de provincie in gesprek om samen te bezien wat daarnaast nog noodzakelijk en mogelijk is.

Ik stel vast dat Nederland zich, in het kader van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, ertoe heeft verbonden om met betrekking tot het onderwijs in de Friese taal te beschikken over een of meer toezichthoudende organen die verantwoordelijk zijn voor het volgen van de genomen maatregelen en de bereikte voortgang bij het tot stand brengen en ontwikkelen van het onderwijs in de Friese taal. Een dergelijke toezichthouder is, zo is in het Handvest bepaald, ook belast met het opstellen van periodieke verslagen over zijn bevindingen, die moeten worden gepubliceerd. De Inspectie van het Onderwijs is met deze taak belast, ook waar het gaat om het Fries als vak en voertaal. De Onderwijsinspectie geeft ook in de toekomst uitvoering aan deze verdragsverplichting. Momenteel wordt een wetswijziging voorbereid voor de decentralisatie van de kerndoelen Fries naar de provincie. Daarin is voorzien dat de Onderwijsinspectie haar bevindingen over het Fries in het onderwijs gelijktijdig toezendt aan de minister van OCW en ter informatie aan de provincie Fryslân.

3. Meer zeggenschap van Fryslân over kerndoelen Fries

De leden van de PvdA-fractie vinden het een goede zaak dat bij de provincie Fryslân het initiatief wordt gelegd om de kerndoelen voor het vak Fries te wijzigen. In hoeverre houdt de minister naast de provinciale regierol nog een vinger aan de pols bij de kwaliteit van het Friese onderwijs, waarvan de Inspectie van het Onderwijs signaleert dat het beter kan en moet, zo vragen deze leden. De leden van de VVD-fractie vragen de minister te bevestigen dat zij zal toetsen op de onderlinge samenhang tussen de kerndoelen. Tevens vragen deze leden of de minister kan bevestigen dat zij de eindverantwoordelijkheid en zeggenschap behoudt over de kerndoelen voor het vak Fries. De leden van de CDA-fractie vragen een nadere toelichting van de minister of dit wel het moment is om het beleid rondom de kerndoelen te decentraliseren naar de provincie, moet niet eerst de kwaliteit op orde zijn voor een dergelijke stap wordt gezet. Moet niet alle inzet hierop worden gericht voordat verdere stappen worden genomen, zo vragen zij.

Kwaliteitsbevordering van het Fries kan hand in hand gaan met meer invloed op de kerndoelen en daarmee op de inhoud van het vak. Er is de provincie veel aan gelegen alles eraan te doen om de kwaliteit van het Fries in het onderwijs te verbeteren. Na de wetswijziging wordt Fryslân eerstverantwoordelijk voor het bepalen van de kerndoelen voor het vak Fries. De minister van OCW blijft eindverantwoordelijk vanuit zijn verantwoordelijkheid voor het onderwijsstelsel als geheel en voor de integrale kwaliteit van het onderwijs. Het vaststellen of wijzigen van de kerndoelen Fries behoeft dan ook instemming van de minister van OCW. Het veranderen van één van de kerndoelen kan invloed hebben op de uitwerking van de andere kerndoelen, bijvoorbeeld in de verdeling van onderwijstijd over de verschillende vakken of de aandacht voor een bepaald vak bij deskundigheidsbevordering van leerkrachten. Ik zal daarom toekomstige voorstellen van de provincie op dit terrein toetsen aan het criterium balans in het curriculum én aan het criterium draagvlak bij het Friese onderwijs. Dit zal in het wetsontwerp ook worden vastgelegd.

Afgezien van de decentralisatie van het de kerndoelen Fries blijft de minister van OCW volledig verantwoordelijk voor het onderwijs in Fryslân. Daarbij volg ik, zoals ook elders in Nederland, de ontwikkeling van de kwaliteit van het onderwijs in Fryslân, onder meer via de Inspectie van het Onderwijs.

De leden van de VVD-fractie vernemen graag waarom het Fries in de onderbouw van het Friese voortgezet onderwijs verplicht is gesteld, tenzij hiervoor een ontheffing is verleend. Zou het niet beter zijn, zo vragen de leden, wanneer een school in plaats van een ontheffing voor genoemde verplichting een vergunning aanvraagt om het Fries te doceren?

In het primair onderwijs en in de onderbouw van het voortgezet onderwijs geldt dezelfde systematiek voor het ontheffingsbeleid van het onderwijs in het Fries. De gedachte dat scholen in Fryslân een vergunning moeten aanvragen om gebruik te maken van de Friese taal of om het vak Fries te mogen onderwijzen past niet bij de verplichtingen die Nederland in het kader van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden is aangegaan voor het Fries.

Gedeeltelijke ontheffing

De leden van de PvdA-fractie vragen in hoeverre het streven om het beste te halen uit ieder kind gediend is met de mogelijkheid van vrijstelling van kerndoelen bij gedeeltelijke ontheffing, zodat bijvoorbeeld niet wordt lesgegeven in het schrijven in het Fries. Dreigt er geen gevaar dat daarmee voor sommige leerlingen de lat te laag wordt gelegd, zo vragen de leden.

De leden van de VVD-fractie vernemen graag van de minister hoe het onderwijs in het vak Fries beter kan aansluiten op de behoefte van de leerling. Zal het afnemen van toetsen voldoende zijn voor het afstemmen van de verschillen tussen leerlingen of zullen de regels inzake ontheffing hierin eveneens een rol gaan spelen, zo vragen de leden zich bezorgd af.

Het afnemen van toetsen alleen is niet genoeg. Belangrijk is dat docenten die het Fries onderwijzen goed kunnen differentiëren, omdat zij te maken hebben met leerlingen met verschillende taalachtergronden (kinderen met het Fries als moedertaal, kinderen met het Nederlands als moedertaal, kinderen met een andere moedertaal). De lesmethodes Fries voor het basis- en voortgezet onderwijs bieden die mogelijkheid tot differentiatie (verschillende niveaus per leerjaar). Invoering van de mogelijkheid tot gedeeltelijke ontheffing zal verder ertoe bijdragen dat scholen een aanbod kunnen verzorgen dat past bij hun leerlingenpopulatie. Daarnaast doen scholen er natuurlijk goed aan om in individuele gevallen meer leerstof aan te bieden, om te voorkomen dat de lat voor individuele leerlingen te laag wordt gelegd.

De leden van de PVV-fractie merken op dat scholen bij een gedeeltelijke ontheffing vrijgesteld zijn van sommige kerndoelen voor het Fries, maar niet van allemaal. Ze moeten bijvoorbeeld wel lesgeven in de mondelinge beheersing van het Fries, maar niet in het schrijven ervan. De leden vragen of dit te maken heeft met het draagvlak voor het Fries bij deze ouders? Als dat zo is, waarom dan wel de mondelinge beheersing, zo vragen deze leden.

Het aanvragen/verlenen van gedeeltelijke ontheffing kan gebeuren om verschillende redenen. Het kan te maken hebben met het niet-Friestalig zijn van een bepaald gebied. Dus als er weinig Friestalige leerlingen zijn, kan Fries spreken en verstaan voldoende zijn. Dit heeft niet te maken met (onvoldoende) draagvlak bij de ouders maar vooral met de thuistaal. Maar een gedeeltelijke ontheffing kan ook worden verleend, omdat het aanbod Fries nog niet voldoende is om de kerndoelen te kunnen halen, bijvoorbeeld door een gebrek aan gekwalificeerde leerkrachten. Door gedeeltelijke ontheffing te verlenen kan meer maatwerk per school geleverd worden. Zodra het aanbod van een school wel dekkend is, is ontheffing ten aanzien van bepaalde kerndoelen niet meer nodig; zo wordt er gewerkt volgens een groeimodel. Ik vraag de provincie om in overleg met het Friese onderwijsveld criteria op te stellen voor het verlenen van gedeeltelijke en volledige ontheffing. Vervolgens zal Fryslân de criteria aan mij ter instemming moeten voorleggen, zoals ook in de kabinetsreactie is aangegeven.

Voorts vragen de leden van de PVV-fractie of er wettelijk ook vrijheid is om een geheel Nederlandstalige school in te richten.

Wat betreft onderwijs in het vak Fries geldt op grond van de Wet op het primair onderwijs dat in principe alle basisscholen in Fryslân sinds 1980 onderwijs in de Friese taal aanbieden, tenzij ontheffing is verleend. De Friese taal vormt daarmee dus een integraal onderdeel van het onderwijsaanbod, mede gelet op de specifieke positie van het Fries in het openbare leven.

Scholen die niet drietalig zijn, zijn overigens overwegend Nederlandstalig; zij geven het Fries alleen als vak en Fries wordt alleen in informele setting gesproken op die scholen. En scholen waaraan ontheffing is verleend geven ook het vak Fries niet.

Wat de voertaal in het onderwijs betreft, artikel 9, tiende lid, WPO en artikel 6a WVO voorzien in regeling daarvan. Daarbij geldt voor Nederland als geheel dat Nederlands de voertaal is, ook in Fryslân. Tegelijkertijd geldt alleen in Fryslân dat ook het Fries de voertaal mag zijn.

Beroepsonderwijs

De leden van de PVV-fractie vragen welke opleidingen het vak Fries zullen aanbieden in het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie? Kunnen er voorbeelden genoemd worden binnen welke beroepen het vak Fries noodzakelijk is en niet volstaan kan worden met standaard-Nederlands, zo vragen de leden.

In het middelbaar beroepsonderwijs hebben de onderwijsinstellingen de ruimte om naast het onderwijs gericht op de kwalificatie-eisen tevens aandacht te besteden aan verdiepende of aanvullende onderwijsinhouden. Op deze wijze is afstemming op de regionale arbeidsmarkt mogelijk. Los van het onderdeel Fries bij de Pabo’s en de lerarenopleiding Fries (hbo), wordt het vak Fries (nog) niet bij andere opleidingen in het beroepsonderwijs gegeven. Wel wordt er bij mbo-opleidingen ten aanzien van onderwijs, verpleging, handel en agrarische beroepen aandacht geschonken aan de praktische noodzaak van de beheersing van het Fries en de taalkeuze (wanneer Nederlands, wanneer Fries). Er zijn verschillende beroepen waarbij – bij uitoefening in Fryslân – de beheersing van het Fries wenselijk kan zijn. Te denken valt aan beroepen waarin de omgang met cliënten, bewoners of patiënten centraal staat. Bijvoorbeeld het beroep verzorgende; communicatie in het Fries kan de kwaliteit van de zorgverlening aan Friese ouderen verhogen.


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Ham, B. van der (D66), Bochove, B.J. van (CDA), voorzitter, Miltenburg, A. van (VVD), Ortega-Martijn, C.A. (CU), Bosma, M. (PVV), Dijk, J.J. van (SP), Ouwehand, E. (PvdD), Dibi, T. (GL), Wolbert, A.G. (PvdA), ondervoorzitter, Biskop, J.J.G.M. (CDA), Smits, M. (SP), Elias, T.M.Ch. (VVD), Beertema, H.J. (PVV), Dijkstra, P.A. (D66), Jadnanansing, T.M. (PvdA), Dekken, T.R. van (PvdA), Dijkgraaf, E. (SGP), Çelik, M. (PvdA), Lucas, A.W. (VVD), Klaveren, J.J. van (PVV), Klaver, J.F. (GL), Liefde, B.C. de (VVD) en Werf, M.C.I. van der (CDA).

Plv. leden: Koşer Kaya, F. (D66), Ferrier, K.G. (CDA), Burg, B.I. van der (VVD), Schouten, C.J. (CU), Dille, W.R. (PVV), Kooiman, C.J.E. (SP), Thieme, M.L. (PvdD), Peters, M. (GL), Dam, M.H.P. van (PvdA), Haverkamp, M.C. (CDA), Wit, J.M.A.M. de (SP), Hennis-Plasschaert, J.A. (VVD), Mos, R. de (PVV), Pechtold, A. (D66), Dijsselbloem, J.R.V.A. (PvdA), Klijnsma, J. (PvdA), Staaij, C.G. van der (SGP), Hamer, M.I. (PvdA), Harbers, M.G.J. (VVD), Gerbrands, K. (PVV), Sap, J.C.M. (GL), Berckmoes-Duindam, Y. (VVD) en Rouwe, S. de (CDA).

X Noot
2

Van Ruijven, B. en Ytsma (2008). Trijetalige Skoalle yn Fryslân. Onderzoek naar de opbrengsten van het drietalige onderwijsmodel in Fryslân

X Noot
3

Een niet representatieve steekproef onder een klein aantal drietalige scholen (4) lijkt aan te geven dat de meerkosten bij benadering rond de € 10 000,- per school per jaar liggen. Nader onderzoek moet uitwijzen hoeveel hoger de kosten werkelijk liggen. De meerkosten betreffen met name extra ureninzet van docenten.

X Noot
4

Het project Boppeslach is een initiatief van de provincie Fryslân om de kwaliteit van het Friese basisonderwijs te verbeteren. Het project is gestart per september 2007. Scholen met ambitie, die hun onderwijskwaliteit en leeropbrengsten aantoonbaar willen en kunnen verbeteren, doen mee. In het project is speciale aandacht voor de groep zeer zwakke en zwakke scholen. Per 1 september 2011 namen 219 basisscholen deel aan het project. Dat betekent dat ongeveer de helft van de Friese basisscholen aan het project meedoet.

X Noot
5

«Tussen wens en werkelijkheid – de kwaliteit van het vak Fries in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs in Fryslân», Inspectie van het Onderwijs, oktober 2010.