Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201131293 nr. 105

31 293 Primair Onderwijs

31 289 Voortgezet Onderwijs

Nr. 105 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP EN VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2011

§ 1. It moat better! It kin better!1

Deze brief gaat over het onderwijs van het vak «Fries». Wij stellen voor de handen ineen te slaan om de kwaliteit van het onderwijs in het Fries te versterken. Want hoewel veel Friese scholen zich inspannen voor het vak Fries, kan het onderwijs in die taal beter. Dat blijkt uit het op 24 november 2010 gepubliceerde rapport van de onderwijsinspectie2. Er wordt voor het vak Fries weinig getoetst en het onderwijs Fries sluit weinig aan bij de behoeften van leerlingen. In paragraaf twee leest u meer over onze voorstellen om de situatie te verbeteren.

Daarnaast heeft de stuurgroep-Hoekstra haar rapport uitgebracht over het vak Fries. Dat rapport heeft u ontvangen op 9 maart (32 500 VII, nr. 88) . De stuurgroep beschrijft onder meer de mogelijkheden voor decentralisatie van bevoegdheden rondom de kerndoelen voor het vak Fries. In paragraaf 3 beschrijven we onze uitwerking van het advies, zodat Fryslân en de Friese scholen maximale ruimte krijgen bij het opstellen en naleven van de kerndoelen.

De reden voor onze inspanningen is dat het Fries een specifieke positie inneemt als tweede officiële taal naast het Nederlands in de provincie Fryslân. Het kabinet onderstreept daarom ook de afspraken die gemaakt zijn in het «Europees handvest voor regionale talen of talen van minderheden» en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden.

Samen met Fryslân staan we voor de uitdaging om het onderwijs van het Fries te verbeteren. De prioriteiten voor onderwijs van het kabinet zijn helder: de basis op orde, de lat omhoog. Met de bredere onderwijskwaliteit gaat het in Fryslân steeds beter. Nu nog het onderwijs in het vak Fries. We zetten erop in dat de leerlingen zich ook in dit vak optimaal ontwikkelen. Zodat zij zo goed mogelijk worden voorbereid op een samenleving waarin beide talen, het Nederlands en het Fries, een belangrijke rol spelen in het publieke domein.

§ 2. Noodzaak tot focus op de onderwijskwaliteit van het vak Fries

Het onderwijs in het vak Fries kan beter, constateerde de Inspectie van het Onderwijs reeds in 2001 en in 2006. De inspectie deed toen, in het kader van de «bestuursafspraak Friese taal en cultuur», onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs in dit vak.

§ 2.1 Extra inspanningen van de afgelopen jaren

De afgelopen jaren zijn flinke inspanningen geleverd door het rijk en de provincie om de kwaliteit van het onderwijs in het vak Fries in Fryslân te verbeteren. Naast de circa € 1 miljoen euro die de provincie jaarlijks ontvangt ter versterking van de Friese taal, maken leraren gebruik van de lerarenbeurs om hun vaardigheden in het Fries te verbeteren. Ook heeft OCW voor 2010–2012 jaarlijks € 100 000 extra ter beschikking gesteld aan de Friese hogescholen om leraren te scholen in het vak Fries. Fryslân zelf heeft onder andere ingezet op de ontwikkeling van een methode die aansluit bij de kerndoelen Fries (Studio F). Samen met het veld werkt de provincie Fryslân momenteel aan de oprichting en certificering van drietalige scholen, waarin gebruik wordt gemaakt van het Fries, Nederlands en Engels als instructietaal. Op dit moment zijn 39 scholen in Fryslân gecertificeerd als drietalige scholen. Volgens de inspectie maken deze scholen ongeveer twee tot drie keer zoveel uren voor het vak Fries als de niet-drietalige scholen. De prestaties voor Fries zijn beter dan gemiddeld, zonder dat de prestaties voor andere vakken eronder lijden. De kosten voor dit onderwijs zijn hoger dan voor reguliere scholen.

§ 2.2. Resultaat zichtbaar, maar niet in de klas

De Inspectie van het Onderwijs stelt in haar rapport3 vast dat de randvoorwaarden voor het vak Fries door die inspanningen zijn verbeterd. Meer scholen dan voorheen gebruiken een methode gericht op de kerndoelen voor het vak Fries en meer scholen dan voorheen hebben een taalcoördinator aangesteld.

Afgezien van de hiervoor genoemde drietalige scholen leidt dit in de klas echter tot minder vooruitgang dan op basis hiervan verwacht zou worden. Nog steeds beschikken weinig leraren over een bevoegdheid om het vak Fries te geven. Het onderwijs wordt nog weinig aangepast aan de verschillen tussen leerlingen. Terwijl die verschillen er duidelijk zijn; sommige leerlingen komen uit gezinnen waar vooral Fries wordt gesproken, anderen niet. Ook worden leerlingen niet genoeg getoetst, zodat het erg lastig wordt het aanbod in het vak Fries op de specifieke leerbehoefte van de leerlingen aan te passen. Voor de inspectie is het door het gebrek aan afgenomen toetsen moeilijk vast te stellen wat de leerlingen precies opsteken van de lessen in het Fries.

Verder valt overigens op dat de inspectie haar vraagtekens zet bij het draagvlak voor het Fries. Het is volgens de inspectie de vraag of er voldoende maatschappelijk steun is om het vak Fries uit te breiden op school. De ruimte voor kwalitatieve verbetering van het vak Fries is mogelijk ook beperkt door dit geringe draagvlak, zo stelt de inspectie. Uiteindelijk is de passie voor de Friese taal van de mensen in en om de school cruciaal. De provincie Fryslân is zich van deze uitdaging bewust en haar beleid is dan ook om het draagvlak voor het Fries in het onderwijs te vergroten, zoals is afgesproken in de Bestuursafspraak Friese taal en cultuur (2001).

§ 2.3 Bredere onderwijskwaliteit verbetert wel

Met de bredere kwaliteit van het onderwijs (dus voor de Nederlandse taal, rekenen en andere vakken) in Fryslân lijkt het juist steeds beter te gaan. Rond 2007 bevonden zich relatief veel zeer zwakke scholen in de provincie: verhoudingsgewijs ongeveer zes keer zoveel als het landelijk gemiddelde. Om die situatie te verbeteren hebben de PO-Raad, het ministerie van OCW, de inspectie, de provincie en last but not least de scholen zelf de afgelopen jaren de krachten gebundeld in het kwaliteitsakkoord Boppeslach. Door «twinning» van goede schoolleiders aan minder goede schoolleiders, het nadrukkelijk ter beschikking stellen van analyseteams voor (zeer) zwakke scholen en extra taal- en rekenverbetertrajecten hebben we samen de schouders gezet onder verbetering van de onderwijskwaliteit in Fryslân.

Deze gezamenlijke inspanningen lijken effect te sorteren. Van 27 zeer zwakke scholen in 2008 is het aantal teruggebracht tot vier zeer zwakke scholen op 1 mei 2011. We willen een pluim geven aan de scholen die zich hebben verbeterd. Daar is met man en macht aan gewerkt, met één doel voor ogen: beter onderwijs voor onze leerlingen, het maximale halen uit elk kind. Een goed resultaat, en een opsteker voor scholen die er nog aan werken. Een doelgerichte aanpak leidt tot verbetering.

Met een vergelijkbare doelgerichte aanpak voor het Fries in het onderwijs is ook nog een slag te maken bij de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs van en in het Fries.

§ 2.4 De basis op orde voor het onderwijs van Fries

Met de bestuursafspraak Friese taal en cultuur (2001) is afgesproken dat Fryslân verantwoordelijk is voor het beleid voor de Friese taal. Daarom is

de provincie de eerste partij om het draagvlak voor het Fries te vergroten. Een sterker draagvlak kan, volgens de inspectie, bijdragen aan sterkere lessen voor Fries. Voor het «beleid Fries» ontvangt de provincie jaarlijks € 1 miljoen gedecentraliseerd budget, zoals afgesproken bij de bestuursafspraak van 2001.

De provincie is volgens de inspectie ook aan zet om haar ontheffingenbeleid uit te kristalliseren en te actualiseren. Alleen dan kan de inspectie handhaven voor het vak Fries. Daar werkt de provincie momenteel aan.

Daarnaast moeten bekwaamheden en bevoegdheden voor leerkrachten in het basisonderwijs worden verduidelijkt. De provincie heeft een regierol om te zorgen dat er vanuit lerarenopleidingen laagdrempelig aanbod voor verbetering van de bekwaamheid en bevoegdheid voor het Fries beschikbaar is4. We hebben met de provincie afgesproken dat zij hier hernieuwde aandacht aan zal besteden.

De inspanningen van de provincie voor Boppeslach lopen door tot en met 2015. Daar bovenop willen we de provincie ondersteunen bij haar beleid voor het Fries. We hebben afgesproken dat de inzet van de provincie, met extra ondersteuning van het rijk, gericht zal zijn op toetsen en op de kwaliteit van leraren.

Conferentie opbrengstgericht werken en toetsen

De inspectie adviseert om beter gebruik te maken van toetsen. Er zijn wel toetsen voor het vak Fries, maar die worden nog te weinig gebruikt. Daarom is de vraag naar de ontwikkeling van methode-onafhankelijke toetsen nog niet aan de orde: het is belangrijker nu eerst het gebruik van de bestaande toetsen vanzelfsprekender te maken. Toetsen maken inzichtelijk hoe leerlingen ervoor staan. Dat helpt leraren om het onderwijs af te stemmen op de behoeften van leerlingen en geeft inzicht in het leerrendement. Die werkwijze noemen we ook wel opbrengstgericht werken, een werkwijze die bewezen effect heeft op hogere leerprestaties van leerlingen. De inspectie geeft aan dat de provincie hierin een regierol kan vervullen. Om het toetsen en opbrengstgericht werken te stimuleren organiseren we met de provincie een conferentie voor bestuurders, schoolleiders en leraren over het gebruik van toetsen en het benutten van toetsgegevens, speciaal voor het Fries.

Leraren: bekwaamheden Fries op peil

De bekwaamheden bij leraren voor het vak Fries kunnen en moeten beter. Zoals vermeld hebben we met de provincie afgesproken dat zij werk maken van bekwaamheidseisen en opleidingsmogelijkheden voor het vak Fries, volgens de afgesproken verdeling van taken4.

Leraren kunnen gebruik blijven maken van de lerarenbeurs om hun bekwaamheid in de Friese taal op een hoger niveau te brengen.

We gaan de aandacht voor het Fries bij leraren in Fryslân als volgt versterken:

  • 1. We laten partners in het Friese onderwijsveld speciale lerarendagen organiseren, waarin opbrengstgericht werken voor het vak Fries centraal staat. Leraren leren met elkaar in de eigen concrete schoolsituatie het gesprek te voeren over opbrengsten van het onderwijs en mogelijke verbeteracties;

  • 2. We vragen meer aandacht voor het Fries via de website voor leraren, www.leraar24.nl. Informatie over het vak Fries kan zo voor een grote(re) groep leraren toegankelijk worden gemaakt.  In overleg met de provincie kan aanvullende informatie en materiaal beschikbaar worden gesteld via deze website;

  • 3. Bij het nog te ontwikkelen beroepsregister voor leerkrachten verkennen we de mogelijkheden voor het vak Fries. In het beroepsregister kunnen leraren zichzelf registreren als bekwaam en bevoegd docent, inclusief eventuele aanvullende competenties. We verzoeken de betrokken partijen ervoor te zorgen dat leerkrachten hun bekwaamheden en bevoegdheden ook voor het Fries kunnen registreren.

Bij de uitwerking van het actieprogramma voor onderwijs, gericht op opbrengstgericht werken, zullen wij ook aandacht besteden aan deze specifieke uitdagingen waar de Friese scholen voor staan.

§ 3. Meer zeggenschap van Fryslân over kerndoelen Fries

Naast de kwaliteit van het onderwijs Fries speelt het vraagstuk rondom het decentraliseren van beleid voor de Friese taal van het rijk naar Fryslân. Dat debat komt voort uit het rapport van de commissie-Lodders6, waarin deze decentralisatie wordt bepleit.

De stuurgroep-Hoekstra heeft de opdracht gekregen om na te gaan hoe het beleid voor het Fries gedecentraliseerd kan worden naar Fryslân. De stuurgroep richt zijn onderzoek over de Friese taal geheel op de kerndoelen van het onderwijs en concludeert dat decentralisatie juridisch mogelijk is. Dit rapport heeft u ontvangen op 9 maart 2011 (uw kenmerk 32500-VII-81/2011D10893).

Het principe dat een provincie, waarin het Fries als officiële taal naast het Nederlands fungeert, zeggenschap krijgt over het beleid aangaande die taal, steunen wij van harte. We willen het initiatief om kerndoelen Fries te wijzigen dan ook bij de provincie Fryslân leggen.

Waarborgen voor goed onderwijsbeleid en onderwijsvrijheid

Zoals de stuurgroep ook aangeeft, zal decentralisatie zorgvuldig moeten gebeuren en met voldoende waarborgen omkleed moeten worden. De stuurgroep noemt twee belangrijke voorwaarden voor decentralisatie.

Draagvlak

De stuurgroep stelt dat er draagvlak moet zijn voor de wijzigingen van de kerndoelen onder het scholenveld. De PO-raad heeft in een brief aan het ministerie van OCW aangegeven liever de focus te leggen op kwaliteit van het onderwijs dan op een uitbreiding van de aandacht voor het Fries op school. Friese schoolbesturen vrezen, bij decentralisatie van de bevoegdheid om kerndoelen Fries vast te stellen, in een spagaat te komen tussen eisen die de provincie aan hen stelt en landelijke eisen. Om dit te voorkomen, zal een voorstel voor nieuwe kerndoelen voor het Fries altijd door de provincie onderbouwd moeten worden met draagvlak in het scholenveld.

Balans in het curriculum

Daarnaast stelt de stuurgroep-Hoekstra dat de balans in het gehele onderwijsaanbod gewaarborgd moet blijven.

Kerndoelen vormen gezamenlijk één geheel, een uitgebalanceerde basis voor het curriculum in basis- en voortgezet onderwijs, dat moet voorbereiden op het vervolgonderwijs. Het veranderen van één van de kerndoelen kan invloed uitoefenen op de uitwerking van de andere kerndoelen, in bijvoorbeeld de verdeling van de onderwijstijd over de verschillende vakken of de aandacht voor de vakken bij deskundigheidsbevordering van leerkrachten. Dat hebben de Friese scholen ook aangegeven.

Wij vinden deze waarborgen van de stuurgroep dan ook essentiële voorwaarden voor decentralisatie van de kerndoelen.

Artikel 23 Grondwet

In het licht van artikel 23 van de Grondwet is het van belang zorgvuldig en terughoudend te zijn bij decentralisatie van het opstellen van kerndoelen.

Het basisbeginsel van dit artikel is dat het geven van onderwijs vrij is. Dat impliceert onder meer een zekere beperking van de regels die aan het onderwijs kunnen worden gesteld. Niet voor niets staat in het vijfde lid van genoemd artikel dat de eisen van deugdelijkheid bij wet worden geregeld7. Bij het stellen van kerndoelen is daarom altijd een punt van discussie geweest of zij niet bij wet zouden moeten worden geregeld. Daarnaast geldt dat, aangezien kerndoelen betrekking hebben op de inhoud van het onderwijs, in dergelijke gevallen extra terughoudendheid past met regelgeving, gelet op de vrijheid van onderwijs.

Om deze redenen moeten we grote zorgvuldigheid betrachten bij het decentraliseren van bevoegdheden rondom het opstellen van kerndoelen.

Daarom achten wij drie aanvullende voorwaarden noodzakelijk.

  • 1. De verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen rijk, provincie en schoolbesturen moet helder blijven. Het moet voor scholen, ouders en andere betrokkenen duidelijk blijven bij wie ze kunnen aankloppen met vragen of opmerkingen over het onderwijs. Het Rijk blijft eindverantwoordelijk voor de integrale kwaliteit van het onderwijs en de eisen die aan scholen gesteld worden.

  • 2. Decentralisatie van de kerndoelen Fries mag er niet toe leiden dat Friese scholen worden beperkt in hun bewegingsvrijheid. Scholen mogen geen extra (administratieve of andere) lasten krijgen door dubbele overheidsbemoeienis. Ook het verkrijgen van financiën mag voor scholen niet ingewikkelder worden en hiervoor moeten scholen niet afhankelijk worden van een extra overheidslaag.

  • 3. Kerndoelen maken het onderwijsaanbod voor het parlement zichtbaar en controleerbaar. In lijn met de commissie Dijsselbloem stellen wij vast dat de wetgever in formele zin eindverantwoordelijk is voor de kern van het onderwijs en kwaliteitsmaatstaven die daar aan worden gesteld8. Decentralisatie van de kerndoelen Fries mag deze transparantie van de doelen van het onderwijs voor het parlement niet in de weg staan.

De bevoegdheden van Fryslân zullen wij als volgt vorm geven: de provincie krijgt de bevoegdheid om op eigen initiatief kerndoelen voor het vak Fries op te stellen. De hierboven beschreven voorwaarden vormen daarvoor het kader. Gedeputeerde Staten van Fryslân stellen de kerndoelen voor het Fries vast, niet eerder dan nadat is gebleken dat de minister van OCW er mee kan instemmen. Hierbij toetst de minister aan de hierboven aangegeven voorwaarden. Indien er verschil van inzicht bestaat over het voldoen aan deze voorwaarden van de nieuwe kerndoelen, zal de Onderwijsraad door de minister om advies worden gevraagd.

Rapportage onderwijsinspectie

De stuurgroep-Hoekstra geeft aan dat bij decentralisatie van het opstellen van kerndoelen voor het vak Fries hoort, dat de provincie ook de inspectierapporten ontvangt over de kwaliteit van het onderwijs van het vak Fries.

Ook dat zullen we afspreken: de inspectie rapporteert voortaan over het vak Fries parallel aan de minister van Onderwijs en ter informatie aan de provincie Friesland. De minister van Onderwijs en uiteindelijk het parlement blijven verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs (daaronder begrepen de kwaliteit van het onderwijs in het vak Friese taal en cultuur). Deze afspraak zal worden bekrachtigd in de bestuursafspraak Friese taal en cultuur, die in 2011 opnieuw zal worden vastgesteld.

Gedeeltelijke ontheffing

In het rapport Hoekstra wordt de mogelijkheid van gedeeltelijke ontheffing van kerndoelen Fries beschreven. Scholen zijn bij een gedeeltelijke ontheffing vrijgesteld van sommige kerndoelen voor het Fries, maar niet van allemaal. Ze moeten bijvoorbeeld wel lesgeven in de mondelinge beheersing van het Fries, maar niet in het schrijven ervan.

Het principe van de gedeeltelijke ontheffing zullen wij positief bejegenen. Meer differentiatie in ontheffingen kan ervoor zorgen dat de ontheffing beter aansluit bij de schoolsituatie en de populatie van de school.

De juridische uitwerking zullen we zorgvuldig oppakken. De provincie wordt door de minister van OCW gevraagd om in overleg met het onderwijsveld criteria op te stellen voor het verlenen van gedeeltelijke en volledige ontheffing, die op een redelijk draagvlak kunnen rekenen bij de scholen. Vanuit de stelselverantwoordelijkheid zal de minister van OCW de voorgestelde ontheffingscriteria goedkeuren. Bij verschil van inzicht of bij afwijkende opvattingen over de criteria zal de Onderwijsraad om een advies worden gevraagd. Dat advies is openbaar.

De inspectie verwijst in haar rapport naar het belang van draagvlak voor het vak Fries om kwalitatief onderwijs te kunnen leveren.

Ook moet het ontheffingenbeleid van de provincie op orde zijn. Het beperken van administratieve lasten voor scholen en het optimaliseren van transparantie voor het parlement over de eindtermen die gelden voor de Friese scholen zijn tot slot van groot belang bij de juridische uitwerking van de gedeeltelijke ontheffing.

Wetswijziging

We zien, met bovengenoemde voorwaarden in oogschouw, voldoende mogelijkheden om met decentralisatie van de kerndoelen van het vak Fries de ruimte voor de provincie Fryslân te vergroten.

Wij zullen dit jaar een wetswijziging voorbereiden waarbij de bevoegdheid om kerndoelen Fries te wijzigen, bij de provincie Fryslân zal komen te liggen.

De provincie krijgt hierbij dus het voortouw en de regierol om, indien dat nodig wordt geacht, nieuwe kerndoelen op te stellen, in constructief overleg met de minister van OCW. Bij deze wetswijziging zullen we de genoemde voorwaarden een plaats geven. De Gedeputeerde Staten van Fryslân stellen de kerndoelen vast, niet eerder dan nadat is gebleken dat de minister van OCW vanuit haar stelselverantwoordelijkheid kan instemmen met de voorgestelde kerndoelen.

Bij verschil van inzicht of bij afwijkende opvattingen over bijvoorbeeld de waarborgen en voorwaarden, zal de Onderwijsraad om een advies worden gevraagd. Dat advies is openbaar.

In de wetswijziging zal eveneens het principe van de gedeeltelijke ontheffing worden verwerkt, omkleed met voldoende waarborgen, zoals hierboven beschreven.

Beroepsonderwijs

Voor het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie bepleit de stuurgroep Hoekstra overigens de eindtermen voor het Fries, voor opleidingen waarbij die taal van belang is, vast te stellen in een ministeriele regeling. Echter, voor de Friese taal is altijd ruimte in de «vrije ruimte» van een beroepsopleiding. Juist om per regio verschillende accenten te kunnen leggen bij het vormgeven van een beroepsopleiding. Wij laten deze ruimte voor eigen inrichting van het onderwijs graag aan de opleidingen zelf. De provincie Fryslân kan, indien ze dat nodig acht, het initiatief nemen tot afspraken met regionale onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven over het vak «Fries» in beroepsopleidingen.

§ 4. Samen voor het Fries

Concluderend: we willen de handen ineen slaan om het onderwijs van het Fries te verbeteren. Daarvoor zullen we de provincie ondersteunen met investeringen in de kwaliteit van het onderwijs.

De Friezen geven we de maximale ruimte om hun verantwoordelijkheid voor het Friese onderwijs te dragen. Dit zullen we regelen door middel van een wetswijziging van de benodigde onderwijswetten. Deze wetswijziging zal in de loop van 2011 in procedure worden gebracht. Verwerking hiervan in de in het regeerakkoord aangekondigde Taalwet Fries is daarmee niet meer nodig.

Fryslân kan dan het initiatief nemen om de kerndoelen aan te passen aan de eigen opvattingen over de einddoelen voor het vak Fries. Daarnaast krijgt Fryslân de ruimte om maatwerk te leveren aan scholen bij haar ontheffingenbeleid. Beide wetswijzigingen worden met voldoende waarborgen omkleed.

Voor de Friese scholen, voor de schoolbesturen en voor ons is het helder dat de prioriteit bij de kwaliteit van het onderwijs ligt. Voor de provincie Fryslân maakt het vak Fries daarvan een integraal onderdeel uit. Op die manier versterken het beleid van de provincie ten aanzien van het Fries en het algemene onderwijsbeleid van het Rijk elkaar over en weer, zoals ook in 2001 in de Bestuursafspraak Friese taal en cultuur is afgesproken.

Dit kabinet heeft de ambitie om de lat in alle onderwijssectoren hoger te leggen. Alle leerlingen hebben recht op onderwijs waarbij het beste van hen naar boven komt, ook voor het Fries.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner


X Noot
1

De gelijkluidende brief in het Fries is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
2

Dit rapport is uw Kamer toegestuurd op 24 november 2010, uw kenmerk 31293/83 en 31289/83.

X Noot
3

Zie hiervoor het rapport van de onderwijsinspectie, De kwaliteit van het vak Fries in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs in Fryslan, (2010). Dit rapport is op 24 november 2010 naar uw Kamer gezonden.

X Noot
4

Zie uitvoeringsconvenant Friese taal en cultuur 2009.

X Noot
6

Zie «Ruimte, regie en rekenschap», rapport van de Gemengde commissie decentralisatievoorstellen voor provincies (2008). De commissie adviseert een commissie in te stellen om te onderzoeken welke overheidstaken inzake de Friese taal naar de provincie Fryslân kunnen worden gedecentraliseerd (officieel verticale delegatie).

X Noot
7

Kamerstukken II 1997/98, 22 236, nr. 46, blz. 3 (nb. volgens deze brief geldt het uitgangspunt dat het toezicht exclusief is voorbehouden aan de onderwijsinspectie) en zie ook Kamerstukken II 1995/96, 24 778, nr. 3, blz. 9–10. Zie ook Kamerstukken II 1990/91, 20 381, nr. 23, blz. 5.

X Noot
8

Zie hiervoor Kamerstukken II vergaderjaar 2007–2008, 31 007, nr. 6, blz. 143 en verder.