Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201531289 nr. 238

31 289 Voortgezet Onderwijs

Nr. 238 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 mei 2015

In uw brief van 2 april 2015 heeft de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mij verzocht om u een reactie toe te zenden op het voorstel van de VO-raad om te komen tot een maatwerkdiploma in het voortgezet onderwijs. De VO-raad opperde in de brief, die zij u op 1 april 2015 heeft gestuurd, een «verantwoorde ontschotting tussen voornamelijk vmbo, havo en vwo». In mijn reactie zal ik ingaan op de mogelijkheid om tot meer maatwerk in het voortgezet onderwijs te komen. Ik heb de VO-raad uitgenodigd om dit voorstel op korte termijn samen met het vervolgonderwijs concreter uit te werken.

Meer maatwerk in het voortgezet onderwijs

Ik ben een groot voorstander van meer maatwerk in het onderwijs en geloof in het bieden van kansen aan elke leerling. Waarom bepaalt het slechtste vak van een leerling het niveau waarop hij zijn onderwijs volgt? Waarom zou een havist met een wiskundeknobbel niet wiskunde op het vwo mogen doen? Het is belangrijk voor deze leerling dat hij wordt gemotiveerd en uitgedaagd om het beste uit zichzelf te halen in het voortgezet onderwijs.

Leraren en schoolleiders zetten grote stappen in het bieden van meer maatwerk voor de individuele leerling. In het Plan van Aanpak Toptalenten 2014–2018 heb ik diverse maatregelen aangekondigd die leerlingen de kans geven om uitdagender onderwijs te volgen.1 Ook de nieuwe wettelijke kaders voor onderwijstijd in het voortgezet onderwijs bieden scholen veel mogelijkheden voor maatwerk en flexibiliteit.

Ik zie veel voorbeelden van scholen die experimenteren met vormen van gepersonaliseerd onderwijs om zo het beste uit elke leerling te halen. Zo bieden sommige scholen hun leerlingen aan om een vak op hoger niveau te volgen en zijn er scholen waar een leerling vervroegd examen kan doen in enkele vakken. Ondanks dat dit nog maar weinig op scholen gebeurt, is dit op grond van de huidige wettelijke kaders al wel mogelijk. Een reden dat er nog weinig van deze optie gebruik wordt gemaakt, kan zijn dat deze leerlingen de extra inspanningen niet kunnen verzilveren bij het vervolgonderwijs. Ik zie hier onder andere mogelijkheden met het plusdocument, dat ik samen met de VO-raad heb afgesproken. Dit plusdocument geeft in aanvulling op het diploma een overzicht van kennis, vaardigheden en competenties die een leerling in zijn schoolcarrière heeft opgedaan. Hiermee kunnen extra inspanningen in het voortgezet onderwijs inzichtelijk worden gemaakt.

In gesprekken met scholen die de (wettelijke) ruimte voor maatwerk (willen) aangrijpen, merk ik dat wij goed moeten blijven nadenken over de toekomstbestendigheid van ons onderwijsstelsel. Scholen zeggen namelijk tijdens het experimenteren tegen de grenzen van ons onderwijsstelsel aan te lopen, bijvoorbeeld op het gebied van het onderwijsaanbod in de regio en de samenwerking tussen scholen. Met name scholen die te maken hebben met een significante leerlingendaling merken dat de huidige wettelijke kaders niet altijd de juiste oplossingsrichting bieden in het behouden van het onderwijsaanbod in de regio. Wij moeten kritisch durven kijken naar de grenzen van ons onderwijsstelsel en tijdig actie ondernemen als de kwaliteit van het onderwijs als geheel in het geding komt.

Ik heb in het kader van het Sectorakkoord VO 2014–2017 en de Regeldrukagenda 2014–2017 samen met het onderwijsveld gekeken tegen welke regels, afspraken en praktijken leraren, schoolleiders en schoolbestuurders aan lopen in hun dagelijks werk.2 Ook ga ik een experiment starten om enkele scholen van bewezen goede onderwijskwaliteit in de gelegenheid te stellen om te experimenteren in een regelluwe setting. Dit alles met als oogpunt dat de kwaliteit, toegankelijkheid en/of doelmatigheid van het onderwijs verbetert door het bieden van meer ruimte in wet- en regelgeving. Ik onderzoek daarom in samenwerking met onder andere de VO-raad, schoolleiders en leraren of er binnen het voortgezet onderwijs meer flexibiliteit in wet- en regelgeving wenselijk en mogelijk is. Hierbij geven wij ook voorlichting over wat er al wél kan binnen het huidige stelsel. Er is dikwijls meer mogelijk dan wat schoolleiders en leraren denken. Hierover zal ik uw Kamer informeren in een aparte brief na het zomerreces.

Doorlopende leerlijnen creëren

Het «ontschotten» van het onderwijsstelsel is één van de punten die uit de diverse inventarisaties naar voren is gekomen. Daaronder wordt verstaan het wegnemen van een strikte scheiding tussen het vmbo, havo en vwo en tussen leerjaren. Het voortgezet onderwijs zou dan ook kunnen worden afgesloten met een zogenaamd maatwerkdiploma, waarbij leerlingen vakken op verschillende niveaus afronden. Met de VO-raad ben ik van mening dat het belangrijk is een dergelijk maatwerkdiploma te zien in een bredere context van verbetering van het onderwijs middels differentiatie en vormen van gepersonaliseerd leren. De discussie in het voortgezet onderwijs raakt immers ook aanpalende sectoren in het onderwijs.

Ik zie mogelijkheden in het verwezenlijken van een nog soepeler doorlopende leerlijn tussen onderwijssectoren. Als een leerling in het voortgezet onderwijs meer heeft gedaan dan waar zijn diploma voor staat, dan zou dat voor het vervolgonderwijs inzichtelijk en betrouwbaar moeten zijn. Hier is een goede afstemming voor nodig tussen het voorgezet onderwijs en het mbo, hbo en wo, mede in het kader van de lessen die we trekken uit de vervroegde inschrijving, studiekeuzecheck en decentrale selectie. Dit onderwerp zal onder andere aan bod komen in de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en in de reactie op de motie Lucas/Jadnanansing over flexibiliteit van het mbo-bestel.3 Beide documenten zal de Minister voor het zomerreces naar uw Kamer sturen.

Ook toont het Onderwijsverslag 2013–2014 aan dat veel leerlingen nu niet genoeg uitgedaagd worden, of dat ze teleurgesteld raken omdat zij onvoldoende worden aangesproken op hun sterke kanten. Aangezien een grotere motivatie in de praktijk leidt tot betere onderwijsprestaties, moeten we deze leerlingen de kans bieden om hun talenten volop te laten ontwikkelen. In de beleidsreactie op het Onderwijsverslag 2013–3014 zijn de Minister en ik uitgebreid ingegaan op deze kwestie en ik roep dan ook scholen nogmaals op aan de slag te gaan met een duurzame en structurele inbedding van onderwijs aan praktische, ondernemende en cognitieve toptalenten.

Aandachtspunten signaleren

De VO-raad signaleert bij haar voorstel voor een maatwerkdiploma zelf al enkele vragen met betrekking tot de aansluiting met het vervolgonderwijs, de praktische en organisatorische aanpassingen in de school en hoe te voorkomen dat leerlingen kiezen voor de «weg van de minste weerstand». Ik sluit mij aan bij deze aandachtspunten. Ik wil benadrukken dat een maatwerkdiploma niet ten koste mag gaan van de kwaliteit, doelmatigheid en toegankelijkheid van het onderwijs als geheel. Ik heb daarom de VO-raad uitgenodigd om op korte termijn samen met het vervolgonderwijs (met onder andere de MBO raad, de Vereniging Hogescholen en de VSNU) een concreet plan uit te werken, dat rekening houdt met deze aandachtspunten en de trajecten die we reeds zijn gestart in het kader van Onderwijs2032 en de vernieuwing van het beroepsgerichte vmbo-curriculum.

Met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs bestaat het gevaar dat het opleidingsniveau van het gehele onderwijs zou kunnen dalen als gevolg van deze ontschotting. Het is mijn intentie dat leerlingen juist willen streven naar meer, en niet genoeg nemen met minder. Ook stel ik vragen bij hoe de socialiserende functie van het funderend onderwijs gewaarborgd blijft in het geval van een maatwerkdiploma; krijgen leerlingen wel de brede vorming mee die zij in een maatschappelijke context nodig hebben en leren zij de waarde van collectieve ervaringen zien?

Met betrekking tot de doelmatigheid van het onderwijs vraag ik net als de VO-raad aandacht voor de praktische organiseerbaarheid van een maatwerkdiploma op school. Wat betekent dit voor de roosters van docenten en leerlingen?

Met betrekking tot de toegankelijkheid van het onderwijs ben ik nieuwsgierig hoe het civiele effect van het diploma gewaarborgd kan blijven als deze een gedifferentieerde vorm aanneemt. Bij de introductie van een maatwerkdiploma bestaat het risico dat de waarde, herkenbaarheid en vergelijkbaarheid van vo-diploma’s voor mbo-, hbo- en wo-instellingen onduidelijker wordt. De Onderwijsraad benoemde onlangs nog het belang van de maatschappelijke waarde van een gestandaardiseerd diploma.4 De VSNU benadrukte daarnaast het belang van academische vorming binnen de vwo-vakken als voorbereiding op universitair onderwijs. Wanneer een leerling te veel vakken op havoniveau heeft gevolgd, dan loopt deze het gevaar om te weinig academische vorming te hebben opgedaan om mee te kunnen draaien op de universiteit. Ik onderken deze analyse en heb de VO-raad gevraagd om deze redenering mee te nemen in hun verdere uitwerking.

Goed geïnformeerd beslissingen nemen

Naast de uitwerking van de VO-raad, heb ik de Onderwijsraad gevraagd om mij te adviseren over flexibilisering van eindtoetsing in het primair en voortgezet onderwijs. Ik heb de adviesaanvraag ter informatie bij deze brief gevoegd5. Ik verwacht het advies van de Onderwijsraad rond de zomer van 2015. Ik zal uw Kamer tevens na het zomerreces informeren over de voortgang van flexibilisering in het voortgezet onderwijs. Deze brief stond voor juni 2015 op het programma, maar ik zou graag de VO-raad de kans willen geven om dit voorstel uit te werken en het advies van de Onderwijsraad af te wachten tot het nemen van goed geïnformeerde beslissingen.

Ik ben zoals eerder gezegd graag bereid de toekomstbestendigheid van het huidige Nederlandse onderwijsstelsel kritisch te bezien. Er moet echter wel goed worden gekeken naar de mogelijke (neven)effecten van een maatwerkdiploma op het stelsel als geheel. Het zou onverstandig en onzorgvuldig zijn daar gehaaste beslissingen in te nemen, zonder de impact van een dergelijke ingreep op het onderwijsbouwwerk in den brede in ogenschouw te nemen. Wij moeten in dit traject nadrukkelijk de meningen van leraren, leerlingen en ouders meenemen, zodat er niet uit het oog wordt verloren waar talentontwikkeling en maatwerk uiteindelijk gebeurt: in de klas.

Mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker


X Noot
1

Kamerstuk 33 750-VIII, nr. 99

X Noot
2

Kamerstuk 29 515, nr. 357.

X Noot
3

Kamerstuk 33 880, nr. 5.

X Noot
4

Onderwijsraad (2014), Een onderwijsstelsel met veerkracht.

X Noot
5

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl