Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 januari 2012
Op verzoek van de Landelijke Commissie Valorisatie (LCV) heeft het Rathenau Instituut
in samenwerking met de Technologiestichting STW en Technopolis vorig jaar het rapport
«Waardevol; indicatoren voor valorisatie» opgesteld. U hebt mij gevraagd daarop een
reactie te geven. Een voorlopige reactie, opgesteld in afstemming met de Minister
van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, treft u hieronder aan.
Het rapport vind ik een welkome en zinvolle stap op weg naar het ontwikkelen van een
indicatorenset voor valorisatie in brede zin. Indicatoren voor valorisatie zijn hard
nodig, omdat het valorisatiebeleid van overheid en instellingen en de realisatie daarvan
steeds meer gestalte krijgt en een goed instrument om transparantie te verkrijgen
nog ontbreekt.
In 2008 hebben vijftien partijen, kennisinstellingen en -koepels, de departementen
van OCW, EZ en LNV, en de werkgeverskoepels gezamenlijk de Valorisatieagenda ondertekend.
Daarin hebben ze afgesproken welke stappen nodig zijn om in Nederland tot een goed
ontwikkelde, professionele en verankerde infrastructuur voor valorisatie te komen.
Het kabinet stimuleert deze ontwikkeling van harte, zoals te lezen is in de Strategische
Agenda voor Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap (TK Vergaderjaar 2011–2012, Kamerstuk
31 288, nr. 194) en in de Bedrijfslevenbrief (TK Vergaderjaar 2011–2012, Kamerstuk 32 637, nr. 15). Studenten, onderzoekers en ondernemers zijn van essentieel belang om met kennis
onze economie en samenleving te versterken. Zij dragen bij aan nieuwe producten, diensten
en innovaties en kunnen innovatieve ondernemingen tot stand brengen.
In de brief Onderwijs en Ondernemerschap (TK Vergaderjaar 2011–2012, Kamerstuk 32 637, nr. 16) van EL&I en OCW staat hoe onderwijs in ondernemendheid en ondernemerschap verder
wordt gestimuleerd. Uit het Valorisatieprogramma van EL&I en OCW is reeds circa € 50
mln. ingezet om (regionale) consortia van kennisinstellingen en bedrijven te ondersteunen
in de ontwikkeling en vervolmaking van hun infrastructuur voor de gehele «entrepreneurial
pipeline», dat wil zeggen het gehele spectrum van valorisatieactiviteiten van onderwijs
in ondernemerschap tot en met het ondersteunen van spin-offs. Ook in 2012 zijn nog
subsidietoekenningen mogelijk.
Met de VSNU en de HBO-raad heb ik in de hoofdlijnenakkoorden afgesproken dat ik met
de individuele universiteiten en hogescholen prestatieafspraken zal maken over onderwijs,
profilering in onderzoek en over valorisatie. Doel daarvan is dat bij universiteiten
en hogescholen onderwijs in ondernemendheid/ondernemerschap en valorisatie in 2015
in de organisatie zijn verankerd. Deze hoofdlijnenakkoorden heb ik u in december 2011
toegestuurd (TK Vergaderjaar 2011–2012, Kamerstuk 31 288, nr. 246 en nr. 247).
In de hoofdlijnenakkoorden met de VSNU en met de HBO-raad is ook afgesproken dat in
2015 een set bruikbare indicatoren voor valorisatie in brede zin voor hun respectievelijke
domeinen ontwikkeld en getest moet zijn. Deze set moet bruikbaar zijn voor alle disciplines
waaruit kennis wordt benut en voor de verschillende vormen van benutting.
Voor de overheid is het eveneens van belang dat ook een integrale indicatorenset tot
stand komt voor wat er in Nederland aan publieke en publiekprivate valorisatie van
kennis geschiedt.
Het is belangrijk dat deze indicatoren worden gedragen door zowel de overheid als
door de instellingen en het bedrijfsleven en dat ze te benutten zijn voor zowel de
dialoog tussen overheid en instellingen als voor inzicht in wat er in Nederland aan
valorisatie geschiedt en wat dat oplevert. Daarnaast kunnen ook andere ervaringen
met indicatoren, bijvoorbeeld internationaal, worden benut.
Ook moeten ze bruikbaar zijn om te monitoren hoe het staat met het streven dat in
Nederland uiterlijk in 2016 minimaal 2,5% procent van de publieke onderzoeksmiddelen
(dit betreft niet alleen de universiteiten en hogescholen maar ook instellingen voor
onderzoek) wordt ingezet voor valorisatie.
Momenteel ben ik nog in overleg met de VSNU en de HBO-raad langs welke weg tot een
dergelijke set indicatoren wordt gekomen. Ook met het ministerie van EL&I heb ik daarover
overleg.
Voor de hand ligt dat ook de Landelijke Commissie Valorisatie daarbij een rol speelt.
Ook is relevant dat de Review Commissie komende zomer de instellingsplannen van de
universiteiten en hogescholen zal beoordelen op het aspect valorisatie.
Uiterlijk 1 maart zal ik u informeren over het verdere proces om tot indicatoren voor
valorisatie te komen.
De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
H. Zijlstra