Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202131066 nr. 715

31 066 Belastingdienst

Nr. 715 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 21 oktober 2020

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Financiën over de brief van 29 september 2020 inzake over de derde Voortgangsrapportage kinderopvangtoeslag (Kamerstuk 31 066, nr. 704).

De Staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 13 oktober 2020. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Tielen

De griffier van de commissie, Weeber

1

Hoe wordt geborgd dat ouders van wie de situatie acuut of zeer schrijnend is, maar die vanwege uiteenlopende redenen niet direct zelf aan de bel trekken, wel snel geholpen kunnen worden?

De huidige aanpak is er op gericht om ouders die dat het meest nodig hebben zo snel mogelijk te helpen. De afgelopen weken is gebleken dat ouders ons steeds beter weten te vinden. Ook worden ouders bij ons onder de aandacht gebracht door persoonlijk zaakbehandelaars, medewerkers van het Serviceteam en andere instanties waarmee we samenwerken zoals het ouderpanel of gemeenten. Belangrijk is om te benadrukken dat, wanneer in de toekomst blijkt dat een ouder zich in een acute- of zeer schrijnende situatie bevindt, ook dan voorrang gegeven wordt aan de behandeling.

2

Hoe kan het vertrouwen in een snelle oplossing van de groep ouders die niet op korte termijn wordt gecompenseerd of tegemoetgekomen behouden blijven of gecreëerd worden?

Doordat in de aanpak een balans gevonden moet worden tussen snelheid, zorgvuldigheid, en het écht helpen van ouders is het niet mogelijk om alle ouders die zich gemeld hebben op heel korte termijn te helpen. Wel is alles erop gericht om deze ouders uiterlijk eind volgend jaar geholpen te hebben. De ouders die niet op korte termijn geholpen worden, zullen wel geïnformeerd worden over de geplande aanvang van hun behandeling en kunnen ook altijd bij ons terecht voor vragen of informatie. Indien zij in de tussentijd bredere hulpvragen hebben dan kan hier in samenwerking met gemeenten wel al mee gestart worden.

3

Wat betekent het voor de timing van compensatie en tegemoetkomingen als de leercurve tegenvalt of beperkt is?

De bandbreedtes in de planning zijn een reflectie van de onzekerheid die hierin zit. In de planning is rekening gehouden met een leercurve, maar in hoeverre deze ook optreedt zal continu gemonitord worden. Daarnaast zal ik, zoals aangegeven in de Voortgangsrapportage, kijken naar de mogelijkheid om capaciteit in de uitvoering naar voren te halen. Hierdoor zie ik op dit moment geen reden om aan te nemen dat niet aan de afgegeven planning kan worden voldaan.

4

Wat betekent de aanpak, waarin meer uitgegaan wordt van het verhaal van de ouder en gebruik wordt gemaakt van een lichte toets, voor de verhouding tussen de kosten voor de uitvoering en de uitkeerbaarheid?

In de gekozen versnellingsoptie is het verhaal van de ouder het vertrekpunt voor beoordeling en toekenning. Wanneer dit verhaal aannemelijk is, wordt uitsluitend een lichte toets (dus geen volledige reconstructie) op de aannemelijkheid gedaan. Hierdoor wordt een potentiële versnelling van de totale operatie van tussen de 15 – 20% bereikt. Het risico bij deze optie is dat er ouders zullen zijn die in de praktijk meer toekenning krijgen dan waar ze wellicht na een gedetailleerde reconstructie en controle zouden hebben gekregen. Dit risico wordt geaccepteerd.

Dit betekent dat door lichter te toetsen zich een besparing op de uitvoering voor kan doen omdat lichtere toetsen minder tijd kosten. Anderzijds wordt het risico op hogere toekenningen geaccepteerd. Hoe deze bewegingen de verhouding van de kosten zullen beïnvloeden, wordt gemonitord.

5

Kan het juridisch loket, bijvoorbeeld door middel van het aanbieden van gratis juridisch advies en rechtshulp, een rol spelen bij de juridische bijstand voor, en ondersteuning van, ouders?

Onder meer in het oudermanifest is aandacht gevraagd voor ouders met een wens tot juridische bijstand. Ik verken momenteel wat precies de mogelijkheden voor ouders zijn, wanneer zij gebruik willen maken van juridische bijstand. Mogelijk biedt het juridisch loket ouders hierbij uitkomst.

6

Kunt u de opdracht tot herstel die met betrekking tot CAF 11 in december 2018 en begin 2019 is gegeven aan de directeur Toeslagen aan de Kamer doen toekomen?

Een dergelijk document is niet bekend.

7

Kunt u toelichten of en hoe (medewerkers van) externe bureaus betrokken waren bij het opzetten en de inrichting van de hersteloperatie? Hoe beoordeelt u in dit licht de conclusies in het onderzoek van Boston Consultancy Group (BCG)?

Bij het inrichten van de herstelorganisatie heeft adviesbureau Deloitte meegeholpen om een volledig nieuwe organisatie te ontwerpen en in te richten. De ontwikkelingen in de afgelopen maanden hebben ertoe geleid dat het initiële ontwerp op sommige gebieden niet meer actueel was, of dat de capaciteit op sleutelfuncties binnen UHT beperkend heeft gewerkt voor hetgeen geïmplementeerd moest worden. BCG geeft in het onderzoek een aantal hoofdoorzaken aan die niet te relateren zijn aan het werk van Deloitte.

8

Wilt u de Kamer ruim voor het eerstvolgende algemeen overleg over de hersteloperatie (gepland op 15 oktober 2020) de conclusies van de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), de herziene adviezen van de Commissie van Wijzen (CvW) en de bevindingen van KPMG over de acht mogelijk en waarschijnlijk vergelijkbare CAF-zaken doen toekomen?

Ja. Ik verwijs u naar de Kamerbrief «Stand van zaken Herstel kinderopvangtoeslag» die gelijktijdig met de beantwoording van deze vragen naar uw Kamer is verzonden (Kamerstuk 31 066, nr. 712 ). In de bijlagen bij de Kamerbrief treft u de gevraagde documenten aan.

9

Op welke wijze zijn de taakopdrachten van de drie onafhankelijke commissies «aangescherpt»? Als de opdrachten aan de commissies zijn veranderd, wilt u de Kamer daarvan dan een afschrift doen toekomen?

De reikwijdte van de taakopdrachten van de drie commissies is uitgebreid en verder ingevuld naar aanleiding van de parlementaire behandeling van de Wet Hardheidsaanpassing Awir. Deze uitbreiding zou worden neergelegd in gewijzigde instellingsbesluiten. Vanwege het amendement Omtzigt1 worden de instellingsbesluiten omgezet naar ministeriële regelingen. Dit traject is gaande en hierover is contact met de commissies, zodat geen vertraging optreedt in hun werkzaamheden voor de compensatieregeling, hardheidstegemoetkoming, herziening in het kader van de hardheid van het stelsel en O/GS-tegemoetkoming. Een ruimhartige benadering staat voor alle commissies voorop. De ministeriële regelingen worden voor het verschijnen van de volgende voortgangsrapportage in de Staatscourant gepubliceerd.

10

Kunt u de notitie, die een ambtenaar begin juni 2019 aan de Staatssecretaris gestuurd heeft en waardoor hij van inzicht veranderde en een voorstel deed tot een brief met schulderkenning, aan de kamer doen toekomen?

Dit document is ter beschikking gesteld aan de Parlementaire onderzoekscommissie kinderopvangtoeslag. Na afloop van het onderzoek kunnen alle documenten die op vordering van de commissie aan haar zijn verstrekt worden ingezien.

11

Op welke wijze is uitvoering gegeven aan motie met Kamerstuk 31 066, nr. 672 die verzoekt om een duidelijke algemene informatiecampagne te voeren over de compensatie?

Het verzoek van het lid Omtzigt c.s.2 om een informatiecampagne te starten over de wet inzake compensatie voor slachtoffers van de toeslagenaffaire wordt opgevolgd. De te voeren campagne richt zich in het begin op mensen waarvan de contactgegevens bekend zijn, maar waarmee nog geen contact is geweest (de CAF-vergelijkbaar-ouders). De aanpak is erop gericht dat mensen makkelijk informatie vinden en zich op verschillende manieren kunnen melden. Zo staat er informatie op de website en is er een online aanmeldformulier. Daarnaast worden mensen opgeroepen zich te melden tijdens alle gesprekken die de Staatssecretaris voert, in video's en tijdens webinars, waaronder in een webinar op 7 oktober waaraan meer dan 2.000 mogelijk gedupeerde ouders hebben deelgenomen. Begin volgend jaar worden via extra campagnes mensen actief opgeroepen zich te melden. Daarvoor wordt onder andere een Facebook-pagina opgericht. Daarnaast ondersteunen we gemeenten, als onderdeel van onze samenwerkingsafspraken met gemeenten, om op lokaal niveau activiteiten te ondernemen die bijdragen aan het informeren van burgers. Zo hebben we de gemeente Enschede recentelijk ondersteund met het schrijven van een advertentie in een lokale krant.

12

Wat is een acute probleemsituatie?

In de 3e VGR Kinderopvangtoeslag zijn in paragraaf 1.1 drie groepen ouders onderscheiden in de volgorde van behandeling: het gaat om ouders in een acute probleemsituatie, ouders die de afgelopen jaren in een dermate schrijnende situatie zijn geweest dat zij nu met prioriteit worden geholpen en overige ouders. Daarbij is omschreven wat wordt verstaan onder acuut en schrijnend. Nadere toelichting hierop staat in de interne handreiking voor medewerkers van UHT die als bijlage wordt meegezonden (zie ook het antwoord op vraag 22 en 23).

13

Waarom spelen financiële gevolgen een rol bij de opties om te komen tot versnelling?

Bij de afweging van versnellingsopties is gezocht naar een breed scala aan mogelijkheden om het proces voor ouders te versnellen. Hierbij is primair gekeken naar het vinden van een goede balans tussen snelheid, zorgvuldigheid en dienstverlening. Om alle consequenties van verschillende opties in te kunnen schatten is onder andere gekeken naar de budgettaire gevolgen van deze opties. Dit heeft echter geen doorslaggevende rol gespeeld bij het bepalen van de gekozen versnellingsopties.

14

Waarom is de inschatting gebaseerd dat een dossier samenstellen 400 uur duurt, als de afwikkeling van een compensatie tussen de 9,5 en 74 uur duurt?

De inschatting dat een dossier samenstellen 400 uur duurt is gebaseerd op een 0-meting die is uitgevoerd na de oplevering van de dossiers in februari. Om een dossier volledig te maken moeten veel verschillende en arbeidsintensieve werkzaamheden worden verricht. Het opstellen van een dossier bestaat uit het verzamelen van alle informatie over een ouder, over alle jaren en alle toeslagen, inclusief alle gegevens uit de systemen zoals gespreksnotities. Deze verzameling gebeurt vanuit verschillende systemen. Al deze stukken moeten worden opgeslagen, hernoemd (duidelijke naam voor het document) en waar nodig worden gelakt op basis van de daarvoor geldende regels. Hierna worden al deze stukken geprint en fysiek aangeleverd bij de ouder. Het verzamelen van deze gegevens en de verdere acties neemt veel tijd in beslag. Inmiddels is de herstelorganisatie de afgelopen maanden druk bezig geweest om hier versnelling in aan te brengen. Binnenkort wordt een 1-meting uitgevoerd om te zien wat de huidige tijdsduur is en leveren we ook een planning op.

De beoordeling van documenten in het kader van de herbeoordeling van een zaak kost aanzienlijk minder tijd omdat hiervoor alleen gericht gekeken hoeft te worden naar een beperkter deel van de documenten en er daarnaast niet- zoals bij de samenstelling van het dossier- nog veel extra acties moeten worden uitgevoerd.

15

Wordt de voorzitter van het ouderpanel betaald voor werkzaamheden, nu zijn taak is uitgebreid met toekenningen vanuit de noodvoorziening?

Arre Zuurmond is in het dagelijks leven ombudsman voor de metropoolregio Amsterdam, en in die hoedanigheid gevraagd als voorzitter van het ouderpanel vanwege zijn expertise. Omdat het ouderpanel veel tijd vergt, die hij daarmee niet aan het bureau ombudsman besteedt, hebben wij gekozen voor een – conform de rijksregels – vergoeding op basis van uren van gemiddeld zes uur per week ten gunste van het Bureau Ombudsman Metropool Amsterdam. Daarnaast krijgt de voorzitter een reis- en onkostenvergoeding.

16

Wat is de verhouding van de uitgaven van UHT als het gaat om 1) organisatie, 2) advies en 3) compensatie van ouders?

Op basis van het huidige budget voor de gehele hersteloperatie zal naar verwachting iets minder dan 80% van de uitgaven van UHT aan compensaties worden uitgegeven (€ 410 mln.) en ruim 20% aan de uitvoering worden besteed (€ 110 mln.), waarvan een nog nader te bepalen deel uitgegeven zal worden aan de inkoop van advies. Ik heb uw Kamer reeds eerder laten weten dat de behandeling van dossiers arbeidsintensiever is dan voorheen gedacht. Deze inzichten zijn meegenomen in de nieuwe productieplanning waarover ik uw Kamer met de derde VGR heb geïnformeerd. Deze planning wordt de komende periode getoetst, nader verfijnd en geactualiseerd op basis van de eerste realisaties. Bij Najaarsnota zal de bijgestelde productieplanning voor 2020 verwerkt worden in de budgettaire raming, en bij Voorjaarsbesluitvorming 2021 meerjarig.

17

Hoe worden (ex-)partners van getroffen toeslagenouders gecompenseerd bij ernstige schade (scheiding, verlies van huis, verlies van werk, geen contact meer met kinderen, enz.)?

Een ouder en diens (toeslag)partner die tevens ouder is, hebben gezamenlijk één aanspraak op kinderopvangtoeslag (artikel 1.5, tweede lid, Wet kinderopvang). De tegemoetkoming, in dit geval kinderopvangtoeslag, wordt aan de aanvrager toegekend en uitbetaald. Dit betekent dat een eventuele terugvordering ook aan de aanvrager wordt opgelegd. Heeft de Belastingdienst/ Toeslagen bij de behandeling van deze terugvordering in het verleden institutioneel vooringenomen gehandeld, dan hebben de ouders in beginsel één keer recht op compensatie. De compensatie wordt aan de aanvrager toegekend. Hierbij is niet relevant of de ouders vandaag de dag nog elkaars (toeslag)partners zijn. Het is hierbij ook mogelijk dat de aanvrager van de toeslag zijn of haar ex-partner machtigt om het verzoek tot compensatie in te dienen.

Indien de werkelijke schade van de ouders als gevolg van het institutioneel vooringenomen handelen van de Belastingdienst/Toeslagen hoger is dan de hiervoor geldende forfaitaire compensatie, kan de aanvrager verzoeken om een aanvullende compensatie voor die hogere werkelijke schade. Ook hiervoor kan de aanvrager zijn of haar ex-partner machtigen om het verzoek in te dienen. Hierbij kan de vervolgschade van zowel de aanvrager als diens toenmalige toeslagpartner – die tevens medeouder is – worden meegenomen, ongeacht of deze medeouder nu nog de partner is. De Commissie Werkelijke Schade toetst of de aangedragen vervolgschade aan de voorwaarden voldoet. Maatgevend daarbij is of de werkelijke schade van beide (voormalige) partners gezamenlijk als gevolg van het handelen van de Belastingdienst/Toeslagen hoger is dan de daarvoor geldende forfaitaire compensatie.

18

Zijn de verslagen van het managementteam (MT) van de UHT openbaar?

Nee deze verslagen zijn niet openbaar.

19

Welke analyse is er over de aanleiding om de UHT door te lichten door BCG?

20

Wat heeft de doorlichting van BCG gekost?

In mijn brief van 23 juni jl. (Kamerstuk 31 066, nr. 676) informeerde ik u over fouten in de informatievoorziening aan de Commissie van wijzen bij de herbeoordeling van CAF-zaken. Dit vormde niet alleen aanleiding om deze herbeoordeling opnieuw uit te voeren, maar ook om een bredere doorlichting uit te voeren van de inrichting en werking van UHT. Deze doorlichting is uitgevoerd door BCG en de kosten hiervan bedragen € 465.000 exclusief btw.

21

Hoeveel directeuren en managementteams en leden telt de UHT inmiddels?

UHT telt 1 directeur en 6 MT-leden.

22

Welke behandelkaders en handreikingen zijn nu klaar om de behandeling van dossiers van ouders te op te starten?

23

Kunnen de kaders en werkinstructies met de Kamer gedeeld worden?

Als bijlage bij deze antwoorden treft u de beoordelingskaders en het daarbij behorende oplegformulier3. Deze documenten zijn bedoeld voor interne medewerkers en vormen een praktische uitwerking van de kaders die in de wet zijn vastgelegd. Op de website toeslagen.nl/herstel staat een compacte weergave van deze kaders voor ouders. Naast deze beoordelingskaders wordt gewerkt aan bredere behandelkaders en werkinstructies die zien op het volledige traject van behandeling.

24

Wat doen de drie ingestelde teams waar een persoonlijk zaakbehandelaar een beroep op kan doen precies?

De persoonlijk zaakbehandelaars kunnen een beroep doen op de volgende drie teams:

  • Een speciaal team voor complexe informatiebehoeften uit de systemen;

  • Een speciaal team dat volledig thuis is in de wetgeving en kaders om snel ruimhartige beoordelingen te kunnen doen;

  • Een speciaal team met expertise op gebied van aanvullende hulpvragen (bij derden) vanuit ouders.

25

Hoe ziet het inhoudelijk escalatieproces eruit en welke gronden tot escalatie zijn er?

Voor het escalatieproces van UHT is aangesloten op het escalatieproces zoals dat ook in de andere onderdelen van de Belastingdienst wordt gehanteerd. De term escalatie is in neutrale zin bedoeld: het gaat om het inschakelen van een hoger vaktechnisch en een hoger (lijn)managementniveau dat de verantwoordelijkheid voor bepaalde beslissingen kan, mag en moet nemen. Samenwerking tussen vaktechniek en de uitvoering en een eenduidige aansturing moeten zorgen voor optimale verbinding tussen deze disciplines. Daarmee wordt gewaarborgd dat een adequate en gelijke behandeling van ouders plaatsvindt.

Het adequaat informeren van iedere betrokkene c.q. verantwoordelijke in de vaktechnische en managementlijn is essentieel, omdat de standpunten in UHT ingrijpende gevolgen voor ouders hebben, UHT een jonge organisatie is en werkt met nieuwe wetgeving en beleid en de activiteiten in hoge mate politiek, publicitair- en/of budgettair gevoelig zijn. Escalatie vindt binnen UHT plaats door de persoonlijk zaakbehandelaar naar het vaktechnisch aanspreekpunt (vta) als er onduidelijkheid is over de uitleg van regelgeving en/of hij niet zeker is over een in te nemen standpunt tijdens het hersteltraject voor de ouder. Dit kan overigens snel, onder escalatie kan in deze ook telefonisch overleg worden begrepen. Diezelfde uitgangspunten gelden voor de vaktechnische opschaling van de vta naar de vaktechnisch coördinator (vaco) en verder richting landelijk vaco en de concerndirectie Fiscaal Juridische Zaken. De reguliere managementescalatie loopt via de teamleider naar het MT van UHT tot aan het Strategisch Crisis Team. In deze escalatielijn worden – naast het delen van vaktechnische discussiepunten – periodieke overleggen gevoerd en rapportages opgeleverd om snel geïnformeerd besluiten te kunnen nemen op het gebied van inrichting en productie van UHT.

26

In welke verhouding wordt de 11 miljoen euro over de betrokken gemeenten verdeeld?

27

Kan het overzicht van de aantallen getroffen ouders per gemeente naar de Kamer worden gestuurd?

28

Welk onafhankelijk extern bureau doet onderzoek naar een geobjectiveerde kostenberekening?

29

Wat kost dat onafhankelijk onderzoek en wie betaalt dat?

Samen met de VNG ben ik aan het bekijken op welke manier de middelen het beste verdeeld kunnen worden over de gemeenten, waarbij wij tot een zo objectief mogelijke verdeelsleutel proberen te komen. Hierbij zal onder andere rekening worden gehouden met de aantallen gedupeerde ouders per gemeente. Op 13 oktober jl. hebben we de lijst met gedupeerden per gemeente op onze website geplaatst. Een sub-lijst met gedupeerden per gemeente die als acuut of zeer schrijnend zijn aangemerkt, wordt binnen een week op de website gepubliceerd. We hebben de VNG gevraagd om individuele gemeenten daarover te informeren. Een afschrift daarvan is bijgesloten bij de beantwoording van deze vragen4. Op dit moment werk ik ook samen met de VNG aan een selectieprocedure voor een extern bureau dat onderzoek zal doen naar de hulp die gemeenten aan gedupeerde ouders geven en de kosten die daarmee samenhangen. Die kosten worden door Belastingdienst/Toeslagen betaald.

30

Welke databronnen worden, naast het Toeslagen Verstrekkingen Systeem (TVS), gebruikt een persoonlijk zaakbehandelaar bij het zoeken naar informatie?

Afhankelijk van de casus, de periode waar deze betrekking heeft en de soort benodigde informatie, moet de persoonlijke zaakbehandelaar in een bepaald systeem kijken. Er is niet een enkel systeem waaruit alle gewenste informatie blijkt. Naast TVS, zijn er onder andere ook nog DAS (Digitaal Archief Systeem), ELDOC (ElektroNisch dossier Centaal), GBV (Generieke bezwaar-en verzoekvoorziening), LWB (logistieke werkstroombesturing). Daarnaast kan het Landelijk Incasso Centrum (LIC), met betrekking tot werkzaamheden voor UHT, nog andere systemen raadplegen5. Vooropgesteld moet echter worden dat bij informatievoorziening de verklaring van de ouder leidend is en UHT deze ruimhartig interpreteert.

31

Wat kosten de onderzoeken van KPMG (vaktechnische lijn en meldingen klokkenluider)?

  • Vaktechnische lijn: de afrekening van het onderzoek heeft nog niet plaatsgevonden, de kosten zullen circa € 50.000 bedragen.

  • Meldingen klokkenluider: Er is een vast bedrag afgesproken. Mede naar aanleiding van de motie van de leden Van Kooten-Arissen en Leijten is in de opdracht al voorbereid dat het onderzoek kan worden uitgebreid met meer meldingen zodra dat aan de orde is. Dit zou het onderzoek kunnen uitbreiden en de kosten nog kunnen verhogen. De vaste totaalprijs bedraagt € 138.910,- (exclusief btw en inclusief reis-, verblijf en eventuele overige kosten).

32

Waarom wordt het advies van de CvW getoetst aan bevindingen van KPMG?

In mijn brief van 23 juni jl.6 heb ik een aantal maatregelen getroffen om de fouten te herstellen die bij de eerste beoordeling waren gemaakt. Eén van die maatregelen was dat een externe onafhankelijke toetsing zou plaatsvinden op het proces van de informatielevering door UHT aan de Commissie van wijzen. Deze toetsing heeft KPMG uitgevoerd, om extra waarborgen te treffen dat de informatie waarop de Commissie haar oordeel baseert op juiste wijze tot stand is gekomen. De Commissie heeft de bevindingen van KPMG meegewogen in haar advies. Voor een uitgebreide toelichting verwijs ik uw Kamer naar de brief die gelijktijdig met de beantwoording van deze vragen is verzonden.

33

Worden de criteria uit het tweede rapport van de Adviescommissie Uitvoering Toeslagen (AUT) losgelaten?

Nee. De vijf criteria voor institutionele vooringenomenheid zoals deze in het eindrapport van de AUT zijn opgenomen, staan centraal bij de beoordeling of een ouder in aanmerking komt voor de compensatieregeling. De AUT heeft in haar rapport opgenomen, dat deze criteria in samenhang moeten worden bezien waarbij ook het totaalbeeld over het (CAF-)onderzoek moet worden meegewogen bij de beoordeling. Om dit totaalbeeld beter te laten meewegen, is er bij de herbeoordeling van de acht CAF-zaken voor gekozen om nadrukkelijk ook het CAF-onderzoeksdossier ten aanzien van de kinderopvangorganisatie te beoordelen, naast de vraag in hoeverre de vijf criteria naar voren komen in de behandeling van de betrokken ouders.

Tevens heeft UHT op verzoek van de Commissie van Wijzen de volgende vragen ook betrokken in de analyse om daarmee het beeld ten aanzien van het CAF-onderzoek te completeren:

  • In hoeverre is er sprake geweest van herstel na herziening, bezwaar of beroep?

  • Bevat het dossier aanwijzingen dat de (dubbele) nationaliteit van de ouders een rol heeft gespeeld bij de selectie en/of beoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag (KOT)?

  • Hoeveel ouders binnen de CAF populatie hebben volgens de informatie/systemen van Toeslagen in de invorderingssfeer een Opzet/Grove Schuld kwalificatie gekregen?

  • Hoeveel ouders binnen de CAF populatie hebben volgens de informatie/systemen van Toeslagen een vergrijpboete gekregen?

  • Hoeveel ouders zijn strafrechtelijk vervolgd?

In de herbeoordeling zijn de bevindingen van UHT over de twee onderzoeksfasen per CAF-zaak weergegeven.

34

Hoeveel groepsgewijze aanpak heeft er voor CAF plaatsgevonden?

In de jaren voorafgaand aan CAF heeft Toeslagen meermaals onderzoeken naar fraude en georganiseerd misbruik gedaan. In het eindrapport van de AUT, en in mijn recente voortgangsrapportage, zijn deze zaken ook genoemd. Het ging hierbij om kinderopvangorganisaties waarbij het recht op kinderopvangtoeslag van de betrokken ouders werd gecontroleerd. Daarbij heeft de AUT opgemerkt dat bij de oudste zaken naar alle waarschijnlijkheid geen stopzetting van voorschotten heeft plaatsgevonden aangezien Toeslagen destijds pas na afloop van het toeslagjaar controleerde of de uitbetaalde kinderopvangtoeslag rechtmatig was. Binnen UHT wordt in de komende periode voor deze zaken beoordeeld of er aanwijzingen voor institutionele vooringenomenheid op groepsniveau aanwezig zijn, conform de werkwijze die ook bij de herbeoordeling van de acht CAF-zaken is gehanteerd. Hierbij wordt ook de Commissie van Wijzen om advies gevraagd. Daarnaast kan het voorkomen dat UHT op basis van een individuele melding van een ouder aanwijzingen ziet van een groepsgewijze aanpak. Ook dan vindt een beoordeling hiervan plaats. In de prioritering wordt rekening gehouden met de ouders die in een acute of zeer schrijnende situatie verkeren.

35

Wie zijn de leden van de Bestuurlijke Adviesraad Kinderopvangtoeslag (BAK)?

Sinds het begin van de BAK (31 maart 2020) zijn de leden:

  • Jantine Kriens (voorzitter);

  • Gjalt Jellesma;

  • Rika Pot;

  • Arjen Vliegenthart;

  • John Jorritsma;

  • Alex Sheerazi

  • Coen van de Louw

  • Felix Rottenberg

  • Monique Vreeburg

  • Arjen Boin (tot 16 juli jl.);

  • Anne Mieke Zwaneberg (per 1 oktober jl.).

36

Zijn de verslagen van de BAK openbaar?

De verslagen van de BAK zijn openbaar en worden gepubliceerd op de website van Toeslagen voor de hersteloperatie: https://services.belastingdienst.nl/toeslagen-herstel/.

37

Wie zijn de leden van het ouderpanel?

Het Ouderpanel Kinderopvangtoeslag bestaat uit 12 gedupeerde ouders uit diverse windstreken van Nederland. Samen vormen zij een representatieve groep die alle gedupeerde ouders vertegenwoordigen. Voorzitter van het ouderpanel is de heer A. (Arre) Zuurmond. De namen van de leden worden om privacy redenen niet genoemd.

38

Hebben adviseurs van Deloitte mede beslist over de samenstelling van het ouderpanel?

Nee, de ouders van het ouderpanel zijn geselecteerd door leden van de BAK. Als ouders het ouderpanel verlaten, wordt op verzoek van de voorzitter de selectie van nieuwe leden voorgelegd aan BOink (ook lid van de BAK). Na een eerste selectie wordt dit ook voorgelegd aan het ouderpanel zelf.

39

Zijn alle ouders van het ouderpanel nog betrokken?

Nee, zoals beschreven in de voortgangsrapportage is recent één van de leden van het ouder-panel gestopt. Het betreffende lid van het ouderpanel is bedankt voor zijn actieve bijdrage en betrokkenheid. Het betreffende lid heeft hierop gereageerd en laten weten betrokken te blijven bij het proces en heeft aangeboden van dienst te zijn, een aanbod dat zeer gewaardeerd wordt.

40

Wie heeft besloten tot de samenstelling van het ouderpanel?

Het ouderpanel is samengesteld op basis van aanmeldingen door ouders tijdens, onder andere, de webinars in maart en mei 2020. De BAK heeft uit deze aanmeldingen een selectie gemaakt. Deze ouders vormen nu het ouderpanel. Voor de selectie van het 12de panel lid, en de vervanging van toekomstig vertrekkende panelleden, heeft de voorzitter van het ouderpanel aan de directeur van BOink (lid van de BAK) gevraagd een ouder te selecteren uit dezelfde aanmeldingen. Na een eerste selectie wordt dit ook voorgelegd aan het ouderpanel zelf.

41

Hoeveel adviezen heeft het ouderpanel inmiddels uitgebracht?

Het ouderpanel heeft 63 adviezen uitgebracht tot en met 23 september en 16 ongevraagde adviezen, waarvan op de laatste 13 ongevraagde adviezen nog een reactie geformuleerd wordt.

42

Waarom staan de adviezen en verslagen van het ouderpanel met zoveel vertraging op de website?

In algemene zin geldt dat het proces vanaf het ontvangen van het verslag en het uitzetten van de adviezen en de reactie daarop een paar dagen in beslag neemt. Wij streven er elke keer naar het zo snel mogelijk op de website te publiceren.

43

Wie zijn de leden van de CvW?

44

Zijn de verslagen van de CvW openbaar?

45

Wie zijn de leden van de Bezwaarschriftenadviescommissie (BAC)?

46

Zijn de verslagen van de BAC openbaar?

De Commissie van wijzen bestaat momenteel uit vijf leden.

  • mr. C. Schaap, tevens voorzitter;

  • prof. mr. dr. M.B.A. van Hout; (afgetreden);

  • dr. E.B. Pechler;

  • dr. L.J.A. Pieterse; (afgetreden)

  • mr. J.P.F. Slijpen.

Op dit moment wordt versterking van de Commissie aangetrokken, wanneer deze bekend is zal ik uw Kamer daarover informeren.

De Commissie Aanvullende schadevergoeding werkelijk schade bestaat uit acht leden.

  • mr. M. Chébti LL.M, tevens voorzitter;

  • mr. dr. M.L.M. van Kempen, tevens voorzitter;

  • prof. dr. A.C. Rijkers, tevens voorzitter;

  • mr. dr. S.M.H. Dusarduijn;

  • mr. dr. Q.A.M. Eijkman;

  • Ivo Sindram (benaderd, beschikbaar)

  • Luc Rohof (benaderd, beschikbaar)

  • Frits van der Woude (benaderd, beschikbaar).

De BAC bestaat uit negen leden

  • mr. J.W. van den Berge, tevens voorzitter.

  • mr. J.E. Biesheuvel-Vermeijden, tevens voorzitter;

  • mr. dr. H.J.T.M. Swaanenburg-van Roosmalen, tevens voorzitter;

  • J. Aanzi;

  • mr. dr. J.J. van den Broek;

  • mr. Th. Groeneveld;

  • mr. G. Lieuw LL.M;

  • mr. E.B. van de Loo;

  • mr. U. van de Pol.

Gelijktijdig met de publicatie van de ministeriële instellingsregelingen voor de drie commissies worden tevens benoemings- en vergoedingsbesluiten gepubliceerd, daarin worden ook de actuele namen van de voorzitters en leden opgenomen.

Via de voortgangsrapportages wordt uw Kamer op de hoogte gehouden van de activiteiten van de commissies. In de instellingbesluiten en in de nog te publiceren ministeriële regelingen is opgenomen dat de commissies – in elk geval – een evaluatieverslag eind 2023 zullen uitbrengen. Deze verslagen worden te zijner tijd ook aan uw Kamer verstrekt. De (vergader)verslagen van de BAC zijn niet openbaar, omdat de verslagen zien op individuele zaken. Voor de Commissie van Wijzen geldt hetzelfde voor zover de verslagen zien op individuele zaken van ouders. Op verzoek van uw Kamer zijn wel het verslag naar aanleiding van de eerste beoordeling op onderzoeksniveau van de CAF-zaken van 4 mei jl. en het verslag naar aanleiding van de herbeoordeling van de acht CAF-zaken aan uw Kamer verzonden. Het laatste verslag wordt als bijlage bij de Kamerbrief «Stand van zaken Herstel kinderopvangtoeslag» meegestuurd.

47

Wordt onterechte opname in het Fraude Signalering Voorziening (FSV) beoordeeld als vooringenomen?

Om te bepalen of een ouder vooringenomen is behandeld door BD/T luistert UHT naar het verhaal van de ouder en kijkt zij naar de toezichtacties die zijn uitgevoerd. Een opname in FSV heeft niet altijd gevolgen gehad voor de ouder. Als een opname in FSV wel heeft geleid tot toezichtacties, dan worden die toezichtacties beoordeeld op vooringenomenheid. Het losstaande feit van opname in FSV leidt niet automatisch tot een conclusie van vooringenomen handelen door BD/T. Daarnaast gaat UHT met ouders in gesprek om mogelijke uitstralingseffecten van een FSV-registratie in kaart te brengen, waarbij gedacht kan worden aan problemen met/bij andere overheidsinstanties. UHT probeert de ouder(s) die hiermee te maken hebben gekregen te helpen bij het oplossen van deze problemen.

48

Hoeveel inzageverzoeken in FSV zijn er gedaan?

De Belastingdienst heeft tot medio september 245 verzoeken om inzage in FSV ontvangen. Bij Toeslagen regulier zijn er, in het kader van een AVG-inzage, 32 verzoeken tot inzage geweest. 14 van deze verzoeken zijn reeds gehonoreerd en de andere zijn in behandeling. Vanuit UHT zijn 37 verzoeken tot inzage in FSV gedaan en uitgevoerd. Ouders horen hierover van hun persoonlijk zaakbehandelaar

49

Hoe verifieert UHT of iemand in FSV staat?

Als een ouder aangeeft graag te willen weten of hij of zij in FSV was opgenomen kan de ouder dat aangeven bij zijn of haar persoonlijke zaakbehandelaar. De persoonlijk zaakbehandelaar geeft dit aan bij de AVG-coördinator van Toeslagen. Deze beoordeelt of het enkel een FSV opname verzoek betreft of een breder AVG-inzageverzoek. In het eerste geval verstrekt de AVG-coördinator de gegevens direct aan de persoonlijk zaakbehandelaar. In het tweede geval wordt de informatie ook aan de persoonlijk zaakbehandelaar verstrekt én wordt het AVG-inzageverzoek verder behandeld binnen Toeslagen regulier conform het proces AVG-inzageverzoeken.

Daarnaast verifieert UHT ook in het kader van een beoordeling op vooringenomenheid of een ouder in FSV was opgenomen. Op dit moment gaat dat via het hierboven beschreven proces. In de aanloop naar de behandeling van grotere groepen ouders is UHT aan het inregelen dat deze verificatie verloopt via een gestandaardiseerd proces. De FSV opname verificatie zal dan periodiek gebeuren voor alle relevante dossiers.

50

Wat kost het onderzoek van Capgemini naar zoekgeraakte stukken?

Voor het uitvoeren van het onderzoek naar de verloren stukken brengt Capgemini 99.800 euro in rekening. Dit is exclusief BTW en inclusief reis- en verblijfskosten binnen Nederland.

51

Met welke organisaties zijn signalen uit FSV proactief gedeeld?

Zoals beschreven in het KPMG-rapport t.a.v. FSV7 verstrekt De Belastingdienst alleen informatie als een convenant is afgesloten met de betreffende externe overheidsorganisatie. Enkele voorbeelden hiervan zijn artikel 126nd Wetboek van Strafvordering verzoeken en verzoeken op basis van artikel 54 SUWI. De desbetreffende convenantpartij doet in deze een formeel verzoek tot informatie over een casus. Het verzoek wordt binnen de Belastingdienst vastgelegd en conform het convenant of conform wet- en regelgeving afgehandeld. Daarnaast kan het zo zijn dat de Belastingdienst tijdens controle- of toezichtwerkzaamheden tegen feiten aanloopt die mogelijk relevant zijn voor de toezichthoudende taken van convenantpartijen. Deze informatie werd vervolgens proactief worden gedeeld met convenantpartijen op basis van een wettelijke verplichting. Enkele voorbeelden hiervan zijn het delen van informatie met de Kansspelautoriteit inzake signalen over mogelijk illegaal kansspelaanbod of gegevens over mogelijke delicten met het Openbaar Ministerie op basis van het AAFD-protocol.

52

Wordt discriminatie als vooringenomen gezien in de afwikkeling van dossiers?

Vooringenomenheid wordt gekenmerkt door vooringenomen toezichtacties door BD/T zoals benoemd in het rapport van de AUT. Als query’s op (tweede) nationaliteit of risicoclassificaties, die (tweede) nationaliteit meewogen (de twee soorten discriminaties geïdentificeerd door de AP) hebben geleid tot dergelijke toezichtacties dan wordt dat als vooringenomen gezien.

Daarnaast ga ik breder in gesprek over de bevindingen van de AP en het effect dat deze bevindingen hebben (gehad) op ouders. Zo spreek ik op 28 okt met de ouders van het ouderpanel en ben ik ook voornemens te spreken met BOinK, het College voor de Rechten van de Mens, en discriminatie.nl.

53

Hoe vaak is een BSN aangetroffen in CAF-zaken buiten de kinderopvangtoeslag?

Momenteel wordt de reikwijdte van de compensatieregeling onderzocht, met de vraag of deze ook zou moeten zien op de zorgtoeslag, huurtoeslag en het kindgebondenbudget. Hierbij speelt de vraag in hoeverre de casuïstiek rond de CAF-zaken en institutionele vooringenomenheid vergelijkbaar is bij de andere toeslagen. In de VGR van december wordt uw Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek.

54

Wordt ook gekeken naar de CAF-zaken buiten toeslagen?

In de brief aan de Tweede Kamer van 10 juli jl.8 is verwoord dat verder onderzoek nodig is naar de mogelijke effecten van FSV op burgers en bedrijven, de gevolgen van projectcode 1043 en het aan CAF te relateren onderhanden werk. Dit onderzoek wordt in het plan van aanpak programma Herstellen Verbeteren Borgen nader uitgewerkt. Uw Kamer is hierover in de brief «FSV – Plan van aanpak», beantwoording schriftelijke vragen en reactie verzoeken van uw Kamer van 10 september jl., van 13 oktober 2020 geïnformeerd.

55

Waarom denkt u dat er tussen de 8.100 ouders in de derde categorie geen acute probleemsituaties of schrijnende gevallen zitten? Hoe worden ook deze 8100 ouders getoetst op probleemsituatie/schrijnend geval? Welke stappen worden er gezet mocht blijken dat er toch ouders zitten die vallen onder de eerste groep, probleemsituatie, of onder de tweede groep, schrijnend geval?

Alle ouders die nu in beeld zijn hebben de mogelijkheid gehad om zich te melden en kenbaar te maken dat ze zich in een acute of schrijnende situatie bevinden. Voor de ouders binnen groep drie die al een persoonlijk zaakbehandelaar hebben is er in de meeste gevallen ook een mogelijkheid geweest om op basis van hun verhaal via deze weg aan groep één of twee toegevoegd te zijn. Voor deze ouders is op basis van de meest recente criteria nogmaals gekeken of zij voldoen aan de criteria voor de eerste twee groepen (acute en schrijnende situaties). Als er nadere aanleiding komt om deze ouders alsnog met voorrang te helpen, bijvoorbeeld omdat er nieuwe informatie in beeld komt of omdat de situatie van de ouder tussentijds is gewijzigd, dan kunnen ook deze ouders met voorrang worden geholpen. De eerste twee groepen (acute en schrijnende situaties) zullen ook in de toekomst open blijven staan voor ouders die dan in beeld komen.

56

Hoe wordt met de ingezette versnellingsoptie (uitgaande van het verhaal van de ouder en een lichte toets) recht gedaan aan de aanbeveling en genoemde voorbeelden van de BCG rond het versnellen van de bestaande beoordelingskaders- en processen?

De vijfde aanbeveling van BCG sloeg op het wijzigen van (de filosofie van) het beoordelingsproces door het grote belang dat wordt gehecht aan nauwkeurigheid en rechtmatigheid deels lost te laten ten faveure van snelheid. Bij de selectie van de gekozen versnellingsoptie is gezocht naar een balans tussen snelheid en zorgvuldigheid. Snelheid is voor ons belangrijk, maar dat betekent niet dat zorgvuldigheid (en daarmee nauwkeurigheid en rechtmatigheid) zonder meer overboord kan worden gegooid. Ook hebben de afspraken met uw Kamer die ik wil honoreren en vertraging door eventuele wetswijzigingen meegespeeld in de afweging voor de gekozen versnellingsoptie. Alles overwegende ben ik ervan overtuigd dat we een optie hebben gekozen die recht doet aan al deze factoren en waarbij we, met het lichter maken van de toets voor beoordeling de filosofie van het beoordelingsproces, conform aanbeveling van BCG, hebben versoepeld.

57

Uit hoeveel fte bestaat de UHT nu? Is dit voldoende voor de gehele hersteloperatie?

Het totaal aantal fte’s voor UHT Herstel, UHT Betalen en Innen en UHT Serviceteam bedraagt per 01-10-2020 501 fte’s. Deze zijn als volgt onderverdeeld:

  • UHT Herstel 350 fte’s U

  • UHT Betalen en Innen 116 fte’s

  • UHT Serviceteam 35 fte’s

Vanaf begin november zal UHT zodanig versterkt zijn – in termen van bemensing, processen en inrichting – dat gestart kan worden met de hulp aan grotere groepen ouders. De voornaamste actie richting begin november is daarnaast om alle medewerkers volledig op te leiden en te trainen voor hun (aangepaste) rol. In volgende voortgangsrapportages zal ik u een update geven. Toekomstige ontwikkelingen in de herstelactie kunnen ertoe leiden dat de capaciteitsbehoefte van UHT verandert. Dit zal worden meegenomen in de reguliere budgettaire besluitvorming.

58

Welke gevolgen heeft het intern opvangen van de benodigde vaktechnische kennis voor andere onderdelen van de Belastingdienst?

Het tijdelijk inzetten van vaktechnische kennis van de andere onderdelen van de Belastingdienst bij Toeslagen heeft tot gevolg dat andere vaktechnische specialisten het werk van de ingezette collega’s moeten opvangen. Getracht zal worden de impact zoveel mogelijk te beperken zonder dat dit ten koste gaat van de vaktechnische kwaliteit. Het is echter niet uit te sluiten dat in het reguliere vaktechnische werk enige vertraging zal optreden. Voor de middellange en langere termijn bekijk ik hoe voor een meer structurele vaktechnische ondersteuning voor UHT kan worden gezorgd.

59

Betekent figuur 2 indirect dat u inzet op het afronden van de hersteloperatie in het vierde kwartaal van 2021 voor de 8300 ouders die nu bekend zijn?

UHT heeft op basis van de in de 3e VGR genoemde prioritering, de wettelijke kaders, de eerder afgesproken behandelaanpak, de optimalisering van de inrichting van de organisatie en met inachtneming van de risico’s zoals genoemd in de 3e VGR, een indicatieve planning gemaakt voor de rest van de hersteloperatie. Deze planning is gevisualiseerd in figuur 2 in de VGR. Deze planning is per definitie een inschatting: er is nog geen maandenlange ervaring met het helpen van grote groepen ouders waardoor de onderliggende cijfers volledig tot stilstand zijn gekomen. Op basis van deze planning verwacht ik inderdaad dat tenminste de 8.300 ouders die zich nu gemeld hebben uiterlijk in de tweede helft van 2021 geholpen zullen zijn.

60

Hoe vaak is reeds gebruik gemaakt van de noodvoorziening tot acute uitbetaling binnen 24 uur van in principe 500 euro?

Op 13 oktober 2020 hebben 16 ouders gebruik gemaakt van de noodvoorziening.

61

Kunt een aangeven wat het tijdschema is voor de Commissie Werkelijke Schade, en wanneer hoeveel dossiers van burgers kunnen worden afgehandeld?

De Commissie Werkelijke Schade is voornemens om vanuit drie subcommissies de verzoeken van burgers te behandelen. Hiermee kunnen meerdere ouders gelijktijdig worden geholpen. Op dit moment is het voor de Commissie niet mogelijk om een inschatting te maken van het aantal verzoeken dat bij de Commissie wordt ingediend en de verwachte behandelduur. In de VGR wordt uw Kamer op de hoogte gehouden van de voortgang.

62

Op grond waarvan is aangegeven dat sprake zou kunnen zijn van 26.000 gedupeerden in de toeslagenaffaire? Hoe is die inschatting of berekening tot stand gekomen, op basis van welke informatie en welke inschattingen? Omvatte dit alle CAF-zaken, hardheid van de regeling, OGS, pre-CAF-zaken? Over welk tijdvak? Bestaan hier notities over? Wilt u dit toelichten?

63

Waarom wordt op dit moment uitgegaan van zo’n 22.000 gedupeerden? Wilt u dit toelichten?

64

Klopt het aantal mogelijke gedupeerden dat wordt genoemd in informatie bij gemeenten (verstrekt door het ministerie en/of de Belastingdienst), te weten 21.977 zaken? Is dit aantal uitputtend? Zo nee, waarom niet? Kunt u limitatief aangeven hoeveel – mogelijke – gedupeerden thans bij de Belastingdienst in beeld zijn? Wilt u daarbij een opsplitsing maken naar CAF-zaken, pré-CAF-zaken, zaken waarbij OGS speelde, zaken waarbij vermelding in FSV een rol speelde, zaken die relateren aan de zogenoemde hardheid van de regeling, en de zaken die zijn benoemd in het rapport van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP)?

65

Kan of moet uit het feit dat (sommige) gemeenten de beschikking hebben gekregen over aantallen gedupeerden, worden opgemaakt dat de Belastingdienst exact weet welke BSN’s het betreft? Hoe lang weet de dienst dit al? Gaat u de 21.977 betrokken burgers – en eventuele anderen die ook bij Belastingdienst/Toeslagen (B/T) in beeld zijn – actief benaderen en hen wijzen op de verschillende regelingen?

Het is op voorhand niet mogelijk te zeggen hoeveel ouders aanspraak zullen maken op de verschillende herstelregelingen. We moedigen ouders aan om zich te melden. Op dit moment hebben we ruim 8.300 ouders in beeld. We gaan er alles aan doen om deze ouders zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden. In de 3de VGR heb ik de planning voor het helpen van deze ouders gedeeld.

Het getal van 26.000 ouders komt uit informatie die ik in de tweede VGR heb gedeeld (zie tabel 1 hieronder). De getallen in deze tabel zijn schattingen van het aantal ouders die mogelijk aanspraak kunnen maken op de verschillende regelingen, ten behoeve van de ramingen. We weten nog niet hoeveel van deze ouders zich daadwerkelijk zullen melden.

Het getal van 22.000 ouders is niet gebaseerd op een precieze raming maar op de populatie ouders waarvan wij verdere informatie hebben. Niet al deze ouders zullen daadwerkelijk aanspraak kunnen maken op de herstelregelingen. In plaats daarvan werken we met de lijst van 8.300 ouders die nu in beeld zijn.

66

Kunt u aangeven wat er terecht gekomen is van de planning in figuur 10 in de eerste voortgangsrapportage en wel per maatregel?

In mijn brief van 18 augustus jl.9 heb ik aangeven dat eerder beoogde planning niet haalbaar bleek. In de 3e VGR is een herziene planning opgenomen, waarvoor ik verwijs naar paragraaf 1.2.

67

Hoeveel geld wordt er naar verwachting in 2020 uitgegeven aan compensatie voor de ouders?

68

Hoeveel geld wordt er naar verwachting in 2020 uitgegeven voor uitvoeringskosten bij de Belastingdienst en bij de gemeenten?

De precieze budgettaire effecten van de nieuwe planning waarover ik uw Kamer met de derde voortgangsrapportage heb geïnformeerd, zijn op dit moment nog niet duidelijk. Deze verwachte gevolgen worden de komende periode getoetst en verfijnd. Over de uitkomsten hiervan voor 2020 wordt uw Kamer met de Najaarsnota geïnformeerd. Aan de gemeenten is in 2020 € 11 mln. beschikbaar gesteld voor de compensatie van de te maken programma- en uitvoeringskosten door de betrokken gemeenten.

69

Hoe komt het dat de UHT niet de beloofde 5000 mensen dit jaar helpt, maar slechts 300 gezinnen?

Zie antwoord vraag 66 en de nadere toelichting in mijn brief van 18 augustus jl.10 en de 3e VGR.

70

Waar in de herstelorganisatie zitten nu de bottlenecks? Welke onderdelen zijn het drukst bezet en zorgen daarmee voor vertraging? Zijn er ouders in groep 3 waarvan de uitbetaling al klaar staat, maar die moeten wachten tot de ouders uit groep 1 en 2 uitbetaald zijn?

Op dit moment is er geen sprake van bottlenecks. De situatie dat er voor ouders in groep 3 een uitbetaling klaar staat die zou moeten wachten tot de ouders uit groep 1 en 2 uitbetaald zijn doet zich niet voor. Vanaf begin november zal UHT zodanig versterkt zijn – in termen van bemensing, processen en inrichting – dat gestart kan worden met de hulp aan grotere groepen ouders. Wanneer zich in de uitvoering knelpunten voordoen, worden deze zo snel mogelijk aangepakt en zal ik uw Kamer daarover in de eerstvolgende voortgangsrapportage informeren.

71

Kunt u toelichten wat de volgende formulering betekent: «De conclusie is gewijzigd, omdat UHT samen met de vaktechnische lijn niet alleen de vijf kwantitatieve criteria voor vooringenomenheid nogmaals heeft geanalyseerd, maar tevens het totaalbeeld van de CAF-onderzoeken in ogenschouw heeft genomen. Daaruit kwam naar voren dat ook in de CAF-onderzoeksfase (voorafgaand aan de behandeling van de ouders binnen B/T) aanwijzingen voor een vooringenomen houding zijn aangetroffen bij deze CAF-onderzoeken.»

Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik u naar de Kamerbrief «Stand van zaken Herstel kinderopvangtoeslag» en de bijbehorende bijlagen ten aanzien van de conclusies van UHT en het advies van de Commissie van Wijzen, die gelijktijdig met de beantwoording van deze vragen naar uw Kamer zijn verzonden.

72

Welke specifieke aanwijzingen voor een vooringenomen houding zijn aangetroffen in de onderzoeksfase, voorafgaand aan de behandeling? Wilt u dit nauwgezet toelichten? Kunt u verklaren waarom de ADR hier – kennelijk – niet van op de hoogte was? Is deze informatie niet proactief met de ADR gedeeld? Beschikte de AUT over de informatie waar u op doelt? Zo nee, waarom niet?

In de conclusies van UHT per CAF-zaak die als bijlage bij de Kamerbrief «Stand van zaken Herstel kinderopvangtoeslag» zijn opgenomen, zijn deze aanwijzingen uitgebreid verwoord. De ADR heeft zich ten behoeve van het advies van de AUT gericht op de vraag of er in de toeslaggerelateerde CAF-zaken sprake is geweest van een behandeling die vergelijkbaar is met de aanpak die bij de CAF11-zaak is gehanteerd. Daarbij heeft de ADR op verzoek van de AUT de informatie onderzocht ten aanzien van het stopzetten van toeslagen voordat onderzoek bij de burger was gedaan, het overschrijden van beslistermijnen inzake ingediende bezwaarschriften, de intensieve uitvraag van bewijsstukken, de onduidelijkheid over ontbrekende bewijsstukken en het ontbreken van de mogelijkheid voor een persoonlijke betalingsregeling (kwalificatie «opzet/grove schuld»). De ADR heeft ook de totstandkoming van de verzamelde informatie binnen Toeslagen beoordeeld ten aanzien van de behandeling van de ouders. Tevens heeft de ADR getoetst hoe het proces van de informatieverzameling over de CAF-zaken, waaronder ten aanzien van de voorafgaande onderzoeksfase gericht op de kinderopvangorganisatie (fase 1) is verlopen. Deze informatie stond zowel de ADR als de AUT ter beschikking. De AUT had echter tot opdracht om advies uit te brengen en niet om onderzoek te doen naar de feitelijke gang van zaken en de concrete besluitvorming in individuele dossiers. Voor dit advies was het niet nodig om alle documenten per CAF-zaak te bestuderen. Daarvoor ontbrak ook de beschikbare tijd. De AUT heeft op basis van met name de informatie over de behandeling van de ouders (fase 2) een inschatting gemaakt van de mogelijk en waarschijnlijk vergelijkbare CAF-zaken met CAF 11. In haar eindrapport heeft de AUT opgemerkt dat deze indicatoren een vertrekpunt vormen, maar geen direct uitsluitsel bieden over de vergelijkbare handelwijze met CAF 11. Daarvoor kan ook de beoordeling van de concrete werkwijze in de onderscheiden dossiers van belang zijn. De AUT geeft verder aan dat daarbij moet worden vastgesteld of betrokken toeslaggerechtigden bij het onderzoek naar en de besluitvorming over hun aanspraak enkel op grond van hun betrokkenheid bij het dossier en zonder individuele aanwijzingen van onregelmatigheden zozeer werden verondersteld misbruik te hebben gemaakt van het KOT-stelsel, dat het gerechtvaardigd is om hen daarvoor te compenseren. Daarbij zijn de vijf criteria leidend. UHT heeft deze opmerkingen ter harte genomen bij de herbeoordeling van de acht CAF-zaken en zich bij de analyse zowel gericht op de vijf criteria als op het totaalbeeld dat ten aanzien van de CAF-zaken naar voren komt. Daarbij is ook het dossier over het voorafgaande onderzoek naar de kinderopvangorganisatie meegewogen.

73

Kunt u de volgende formulering nader toelichten: «Naast de hierboven genoemde CAF-zaken zal de komende periode in ieder geval nog op groepsniveau naar een aantal «pre-CAF» zaken gekeken worden waarbij hier mogelijk sprake van is. Dit betreft de zaken die ook in het eindrapport van de AUT zijn genoemd.»? Beschikt u al over «nieuwe aanwijzingen» over een groepsgewijze institutioneel vooringenomen behandeling? Zo ja, welke nieuwe aanwijzingen zijn dat, en hoe en wanneer kwam deze informatie aan het licht? Gaat het hierbij uitsluitend om de zaken die al door de AUT zijn benoemd, of beschikt u over aanwijzingen dat in meer pre-CAF-zaken sprake was van een groepsgewijze, institutioneel vooringenomen behandeling?

UHT toetst institutionele vooringenomenheid bij de ouders die zichzelf hebben gemeld in principe op individueel niveau. Als zich echter meerdere ouders uit één zaak bij UHT hebben gemeld of als UHT bij de beoordeling van één ouder of een andere CAF-zaak zelf aanwijzingen ziet voor een grotere groep die bij eenzelfde kinderopvangorganisatie aangesloten was, dan kunnen de betreffende (CAF-)onderzoeken groepsgewijs worden beoordeeld. Bij UHT hebben zich inmiddels meerdere ouders uit dezelfde (pré CAF-) zaken gemeld als gedupeerde. In de gesprekken die ik met een aantal van deze ouders heb gevoerd, komt soms ook naar voren dat zij menen onderdeel te zijn geweest van een groep. Dit speelt bijvoorbeeld bij de Appelbloesem en de Parel, waar ik meerdere ouders gelijktijdig heb gesproken. UHT gaat kijken of sprake was van een groepsgewijze institutioneel vooringenomen handelwijze en zal daarbij dezelfde aanpak hanteren als bij de herbeoordeling van de acht CAF-zaken is gedaan. I In de planning houdt UHT rekening met prioriteit en betrokkenheid van ouders in acute noodsituaties.

74

Wanneer is de informatie dat het Fraudemeldpunt van Toeslagen sommige externe signalen die in FSV werden geregistreerd proactief heeft gedeeld met externe partijen aan het licht gekomen? Wanneer is de ambtelijke en politieke leiding hierover geïnformeerd?

Het delen van informatie met externe partijen is onderdeel van de reguliere toezichthoudende taak van de Belastingdienst gebaseerd op wettelijke verplichtingen en/of afspraken met convenant partners. Zie verder het antwoord op vraag 51.

75

Waarom zijn sommige externe signalen uit FSV wel proactief gedeeld met externe partijen en andere externe signalen niet? Zijn deze signalen incidenteel of structureel gedeeld? Welke externe partijen zijn thans in beeld als het gaat om het delen van informatie.

Relevante signalen zijn gedeeld met convenant partijen, waaronder het UWV, de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), de SVB, het meldpunt Zorgfraude, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en het Landelijk Meldpunt Sociale Recherches. Zie verder het antwoord bij vraag 51.

76

Kunt u een uitputtend overzicht geven van de dossiers waarin query’s of risicoclassificatie (waarbij nationaliteit een rol speelde) door UHT worden meegenomen? Heeft u een additionele compensatie of tegemoetkoming overwogen?

Ik kan niet op voorhand een uitputtend overzicht geven van deze dossiers omdat deze query’s of risicoclassificaties pas zichtbaar worden bij de behandeling van een dossier. Wel kan ik u mededelen dat UHT bij alle beoordelingen van vooringenomenheid op groepsniveau nagaat of er sprake is geweest van dergelijke query’s of risicoclassificaties. Daarnaast zal UHT dit ook doen op verzoek van de ouder of als het verhaal van de ouder daar aanleiding toegeeft.

Op dit moment lijken de huidige herstelregelingen toereikend om ouders die gedupeerd zijn met de kinderopvangtoeslag tegemoet te komen. Echter, ik ga de komende maanden breder in gesprek over de bevindingen van de AP. Zie ook vraag 52.

77

Wie heeft besloten tot het zes-ogen principe?

Het managementteam van de herstelorganisatie heeft besloten tot het toepassen van het zes-ogen principe.

78

Deelt u de ministeriele regelingen met betrekking tot het mitigeren van de doorwerking van een vermogenstoename op toeslagen met de Kamer voordat deze in de Staatscourant worden gepubliceerd? Zo nee, waarom niet?

Ja, voor deze ministeriële regeling geldt een voorhanghangprocedure bij uw Kamer. Naar verwachting zal dit in november plaatsvinden.

79

Op welke manier is een uitzondering op de vermogenstoets juridisch en wettelijk gezien mogelijk?

In een ministeriële regeling wordt geregeld dat op verzoek van de belanghebbende het voor de vermogenstoets geldende vermogen verlaagd wordt met de ontvangen compensatie of tegemoetkoming. Dit geldt voor de drie berekeningsjaren volgend op het berekeningsjaar waarin de belanghebbende de compensatie of tegemoetkoming ontvangen heeft. Artikel 47, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen biedt de juridische bevoegdheid om dit bij ministeriële regeling te regelen.

80

Waarom duurt het vier maanden voordat de groep CAF 11-ouders die niet in bezwaar zijn gegaan zijn geïnformeerd over de bredere schadevergoeding zoals is toegezegd aan het lid Lodders (VVD)? De brieven richting de ouders worden naar verwachting begin oktober verzonden; is dat ook gebeurt, zijn de brieven nu echt verzonden? Zo nee, waarom niet?

Het heeft langere tijd geduurd voordat de groep CAF-11 ouders is geïnformeerd, omdat er tijd nodig was om de Commissie samen te stellen en op te starten. Daarnaast was er in december 2019 nog geen wettelijke basis beschikbaar en bestond de mogelijkheid nog niet om aanvullende schade die gedupeerde ouders hadden geleden te vergoeden. De brieven zijn nog niet verzonden. Verzending van de brieven is voorzien in de week van 12 oktober 2020 of de week daarna.

81

Is er al meer zicht of sprake is van vergelijkbare situaties rond de huurtoeslag, de zorgtoeslag en/of het kindgebonden budget zoals beschreven onder nummer 4 van de lijst met lopende toezeggingen?

Op dit moment loopt er onderzoek of er zicht is op vergelijkbare situaties bij andere toeslagen. Over de uitkomsten wordt gerapporteerd in de voortgangsrapportage van december.

82

Kunt u de Kamer informeren over de eerste bevindingen van het onder nummer 6 van de lijst met lopende toezeggingen vermelde onderzoek naar de totstandkoming van O/GS, dat blijkens de voortgangsbrief in de afrondende fase was?

Het onderzoek is nog niet volledig afgerond. Uw kamer wordt hierover in de volgende voortgangsrapportage geïnformeerd. Wel blijkt uit eerste resultaten dat in 96% van de gevallen met de gehanteerde kaders sprake is van een onterecht afgegeven O/GS kwalificatie. Bij ruim de helft van onterechte kwalificaties (53%) kon het ontbreken van volledige stukken als reden worden gegeven. Hierbij verwijs ik u naar antwoorden op vraag 83 met betrekking tot kaders van beoordeling O/GS.

83

Welke kaders voor het terecht of onterecht O/GS, zoals bedoeld onder nummer 16 van de lijst met lopende toezeggingen, zijn in het SCT vastgesteld?

Bij beoordeling van O/GS is uitgegaan van een ruimhartige benadering van de kaders. Op de vraag of de O/GS kwalificatie terecht of onterecht is verleend, wordt onderstaande volgorde van toetsing aangehouden. Indien één van deze vragen met «nee» moet worden beantwoord dan beschouwen we de O/GS-kwalificatie nu als onterecht.

  • 1. Is de reden voor O/GS goed vastgelegd en gedocumenteerd?

    De Belastingdienst moet op dit moment nog kunnen terugvinden waarom op dat moment de O/GS kwalificatie is gegeven. Er volgt geen uitvraag naar nadere bewijsstukken bij de ouder. Er wordt alleen getoetst op basis van informatie die bij de Belastingdienst aanwezig is.

  • 2. Is er naar huidige maatstaven sprake van evident opzet of grove schuld?

    Meest evidente gevallen die hebben geleid tot een terechte OGS-kwalificatie:

    • a. Geen gebruik gemaakt van kinderopvang en toch kinderopvangtoeslag voorschotten ontvangen.

    • b. Belanghebbende heeft KOT aangevraagd voor een kind dat niet zijn/haar kind of pleegkind was, en dat in de Basis Registratie Personen niet op zijn/haar woonadres stond ingeschreven.

  • 3. Is een terechte O/GS-kwalificatie ook goed gemotiveerd richting betrokken ouders?

    Bij het afwijzen van de persoonlijke betalingsregeling zal in het besluit voldoende gemotiveerd moeten zijn dat er sprake is van opzet of grove schuld en moet blijken dat er op de specifieke situatie van de burger is ingegaan.

84

Wanneer verwacht u daadwerkelijk de eerste resultaten te zien van een verbeterde cultuur bij de Belastingdienst en Belastingdienst/Toeslagen?

In het najaar 2020 is gestart met het bouwen aan een toekomstbestendige cultuur binnen Toeslagen en deze activiteiten worden in 2021 vervolgd:

  • Gespreksrondes met zowel leidinggevenden als medewerkers onder professionele (externe) begeleiding. Hierbij wordt gekeken naar de samenhang in het kwadrant: ik, jij, wij als team, en wij als organisatie.

  • Leidinggevenden en medewerkers worden getraind in gespreksvoering.

  • De top van Toeslagen volgt een ontwikkelassessment om hen te ondersteunen in de ontwikkeling van de gewenste leiderschapskwaliteiten.

  • Leidinggevenden voeren een 360 feedbackscan uit.

  • Resultaten uit bovenstaande gesprekken worden onderdeel van reguliere gesprekscyclus zodat sprake is van structurele borging.

  • Het managementteam van Toeslagen verbindt zich met de medewerkers door periodiek (digitale) werkoverleggen te bezoeken en via bijeenkomsten en/of webinars de medewerkers te informeren over actuele ontwikkelingen. Tijdens deze bijeenkomsten worden medewerkers actief uitgenodigd zich uit te spreken.

Om een gewenst werkklimaat te krijgen en te behouden moet men permanent met elkaar in gesprek zijn. Enerzijds dus een proces met een lange adem waarin nieuw gedrag in het onbewust handelen moet slijten, maar anderzijds wordt daarmee het regelmatig en open met elkaar reflecteren op prestaties en onderlinge samenwerking het nieuwe normaal. Dat moet in het dagelijks handelen worden verweven.

85

Wanneer zijn de IV-aanpassingen gereed met betrekking tot de persoonlijke betalingsregeling voor ouders kwalificatie O/GS met een nog openstaande schuld? De IV-achterstanden Belastingdienst-breed lijken op te lopen; hoe wordt voorkomen dat door een belangrijke IV-aanpassing als deze geen vertraging oploopt in de uitvoering?

De IV-voorziening met betrekking tot de persoonlijke betalingsregeling bestaat al. Daarvoor is géén aanpassing nodig. Een persoonlijke betalingsregeling wordt aangeboden nadat de O/GS tegemoetkoming is berekend en uitbetaald.

IV aanpassingen in de productiesystemen worden in het Belastingdienstbrede IV-portfolio ingepast. Daarbij worden de belangen van de andere dienstonderdelen en processen bewaakt zodat vertraging in de uitvoering wordt voorkomen c.q. gemitigeerd. Aangezien de bestaande persoonlijke betalingsregeling voor toeslagen al in productie is, heeft dit geen impact.


X Noot
1

Kamerstuk 35 468, nr. 16

X Noot
2

Kamerstuk 31 066, nr. 672

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
5

Door LIC te raadplegen systemen: AWP (Agent werkplek); Backoffice (Frobo/sba); BARC (Beveiligd digitaal archief); Beroepenregister; CCA (Centrale Comptabele; Administratie); COA (Centrale ontvangersadministratie); DACAS (Direct Access COA Archief Systeem); GAS (geldverkeer archief systeem); IBC (Inforay Kantoor Applicaties Bestandscorrecties); IHP (Invorderings Hulp programma); IFB (Infobase); INL (Invordering Lokaal); IT (Invordering Toeslagen); IVT (Invordering Toeslagen oud); MLP (MB Batch Lokaal Printen); UCC (Unit Centrale Comptabiliteit); WAB (Werkstroom applicatie belastingen).

X Noot
6

Kamerstuk 31 066, nr. 676

X Noot
7

Bijlage bij Kamerstuk 31 066, nr. 681: KPMG – Rapportage verwerking van risicosignalen voor toezicht

X Noot
8

Kamerstuk 31 066, nr. 681

X Noot
9

Kamerstuk 31 066, nr. 691

X Noot
10

Kamerstuk 31 066, nr. 691