31 066 Belastingdienst

Nr. 422 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juli 2018

In de procedurevergadering van de vaste commissie voor Financiën van 5 juli 2018 is gesproken over mijn brief van 4 juli 2018 inzake de stand van zaken rond de erf- en schenkbelasting.1 Uw commissie heeft mij verzocht per brief een aantal nog openstaande vragen te beantwoorden die zijn gesteld tijdens het debat over de Voorjaarsnota 2018 (Handelingen II 2017/18, nr. 103). Uw commissie heeft daartoe vier vragen geïdentificeerd die ik in deze brief zal beantwoorden.

1. Budgettaire consequenties nieuwe ontwikkeling bij de erf- en schenkbelasting

Uw Kamer heeft gevraagd naar de budgettaire implicaties van de nieuwe ontwikkeling bij de erf- en schenkbelasting. Ik wil allereerst benadrukken dat er geen belastingopbrengsten erf- en schenkbelasting verloren gaan. Een deel van de opbrengst, die hoort bij deze aanslagen erfbelasting, zal naar verwachting op een later moment binnenkomen. Mijn focus ligt op het zo snel mogelijk wegwerken van de opgelopen achterstanden in het opleggen van aanslagen erf- en schenkbelasting. Dit heeft mijn volle aandacht. Ik licht dat graag in deze brief nader toe.

Raming erf- en schenkbelasting

Wat betreft de implicaties van de nieuwe ontwikkeling bij de erf- en schenkbelasting voor de belastingontvangsten 2018 kan ik helaas op dit moment nog geen nieuwe raming overleggen. Na de Voorjaarsnota 2018 geeft het kabinet een nieuwe raming van de belasting- en premieontvangsten voor 2018 in de daaropvolgende Miljoenennota 2019, op Prinsjesdag. Bij Miljoenennota volgt tevens de eerste raming voor het jaar 2019. In de raming van de Miljoenennota verwerkt het Ministerie van Financiën nieuwe informatie en het nieuwe macro-economische beeld van het Centraal Planbureau. Dat geldt ook voor de raming van de ontvangst van de erf- en schenkbelasting. Nieuwe informatie rond het economische beeld, zoals de ontwikkeling van de vermogens van huishoudens (bijvoorbeeld door gestegen huizenwaardes), wordt daarin meegenomen. Daarnaast zal ook de actuele (uitvoerings)informatie over de aanslagoplegging meegenomen worden. Met deze informatie maakt het Ministerie van Financiën een nieuwe raming van de ontvangsten van de erf- en schenkbelasting. Op dit moment is in het licht van de nieuwe informatie tot en met juni over het wegwerken van de achterstand in de aanslagoplegging, de verwachting dat de raming voor 2018 bij de Miljoenennota neerwaarts bijgesteld zal worden. Dit betekent dat een deel van de opbrengst, die hoort bij deze aanslagen erfbelasting, dan naar verwachting op een later moment binnen zal komen.

Belastingrente

Aan de uitgavenkant van de begroting is sprake van een budgettaire derving (circa € 20 miljoen op jaarbasis) zolang geen belastingrente over de aanslagen erfbelasting in rekening wordt gebracht. Deze derving loopt op naarmate het langer duurt dat de achterstand wordt ingelopen. Tot en met 2018 is deze derving gedekt binnen de totale raming voor de belasting- en invorderingsrente. Bij Voorjaarsnota 2019 zal wederom worden bezien of een aanpassing van de raming voor de belasting- en invorderingsrente moet plaatsvinden.

2. Informatievoorziening Kamer

Uw Kamer heeft verder gevraagd naar eventuele onjuistheden in de informatievoorziening aan uw Kamer, zowel voor de erf- en schenkbelasting in het bijzonder als de Belastingdienst in het algemeen. Op 31 januari 2018 heb ik uw Kamer schriftelijk geïnformeerd over de nadere toedracht van de vertraging bij de schenk- en erfbelasting waarover in de 20e Halfjaarsrapportage van de Belastingdienst is gerapporteerd.2 Destijds gaf ik al aan dat het te lang heeft geduurd voordat de vertraging in de afhandeling van de aangiften en een daarmee samenhangende vertraging in de belastingopbrengsten duidelijk werd. Het gebrek aan een integrale sturing speelde hierin onder meer een rol. Om die reden heb ik in dezelfde brief een aantal maatregelen aangekondigd om de achterstanden in te lopen en om de vertraagde oplevering van de systemen te beperken, en om – waar mogelijk – sneller duidelijkheid te bieden aan belastingplichtigen. Het gaat om de volgende maatregelen:

  • 1. Het beschikbaar stellen van extra capaciteit in de ICT-voortbrengingsketens (bouwers van de systemen);

  • 2. Er komen tijdelijk mensen bij in het primaire proces van de erfbelasting, om de achterstand in aanslagoplegging in te lopen;

  • 3. Het instellen van een risicomanager in het project; die volledig beschikbaar is om tijdig problemen te constateren, risico’s op vertragingen tijdig te signaleren en effecten daarvan weg te nemen en de verbinding naar de uitvoering te borgen;

  • 4. De Belastingdienst gaat kijken naar een terugvaloptie voor de nieuwe systemen, voor het geval dat in het project zich meer tegenvallers voordoen;

  • 5. De ADR zal worden gevraagd om een «foto» te maken van de technische staat van de nieuwe systemen die worden gebouwd;

  • 6. Maatregelen om in de schenkbelasting sneller duidelijkheid te kunnen verschaffen aan belastingplichtigen, vooruitlopend op een definitieve aanslag.

Ad 1.

Het extra bouwteam schenkbelasting is geworven en bestaat uit 6 fte. De medewerkers zijn stapsgewijs ingestroomd per mei en juni. De werving van deze medewerkers heeft langer geduurd dan gehoopt in verband met de specifieke functie-eisen. Deze medewerkers dienen naast de specifieke ICT-kennis ook bij voorkeur over kennis van de schenkbelasting te beschikken. Daarnaast speelt de krapte op de arbeidsmarkt hierbij een rol.

Ad 2.

De extra capaciteit in het primaire proces van de erfbelasting is van februari tot en met mei stapsgewijs ingestroomd. Met ingang van februari is 11 fte aan uitzendkrachten ingestroomd, medio maart is 7 fte vanuit het werkbedrijf Switch gestart en per 1 mei is opgeschaald met 22 fte vanuit Klantinteractie & Services.

Ad 3.

De implementatie van deze maatregel is niet goed tot uitvoering gebracht. De risicomanager is in deeltijd gestart per maart 2018. Naast de nieuwe werkzaamheden moest de risicomanager zijn andere werkzaamheden binnen de Belastingdienst afbouwen. De risico’s zijn operationeel in kaart gebracht maar de rapportage hierover was onvoldoende. De risicomanager is inmiddels fulltime beschikbaar. Het management en de risicomanager hebben inmiddels specifieke afspraken gemaakt over de wijze van rapporteren, inclusief het rapporteren aan de departementale en politieke leiding.

Ad 4 en 5.

Deze actiepunten zijn afgerond. De Auditdienst Rijk heeft op mijn verzoek onderzoek gedaan naar de technische staat van de nieuwe systemen voor erfbelasting en voor schenkbelasting.3 Tevens heeft een extern gecertificeerd bedrijf de kwaliteit van de applicatie onderzocht. Beide rapportages geven een positief beeld en ik ben tevreden met de scores die uit deze rapportages naar voren zijn gekomen. De scores liggen op en boven de standaard die daarvoor binnen de Belastingdienst is vastgesteld. De rapportages zorgen voor het beeld dat verbeteringen mogelijk zijn maar dat de systemen in de basis goed zijn. De rapportages geven daarmee voldoende grond om te besluiten niet terug te gaan naar het oude systeem en het onderzoek naar een terugvaloptie voor nieuwe systemen te beëindigen. Ik heb de rapporten met de bestuurlijke reactie aan uw Kamer gestuurd.4

Ad 6.

De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en overige intermediairs zijn geïnformeerd over een binnen de Belastingdienst ingestelde postbus voor «complexe situaties». Onder complexe situaties wordt verstaan dat in het geval klanten ernstige hinder ondervinden van de vertraging bij de erfbelasting, zij de Belastingdienst kunnen verzoeken om de aangifte erfbelasting of het verzoek om een voorlopige aanslag met voorrang te behandelen. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om situaties waarbij de erfenis in afwachting van de vaststelling van de te betalen erfbelasting nog niet is vastgesteld, maar waarbij inmiddels wel uitgaven moeten worden gedaan met die erfenis. Ook kan telefonisch contact worden opgenomen met het zogenoemde serviceteam nabestaanden van de Belastingdienst. De maatregel is daarmee geïmplementeerd. Ik heb uw Kamer hier nader over geïnformeerd op 29 maart jongstleden.5

In mijn brief van 31 januari jongstleden heb ik verder gemeld dat er een directeurenoverleg is ingesteld met directeuren die verantwoordelijk zijn voor achtereenvolgens de belastingraming, de fiscale wetgeving en de uitvoering. Ten slotte heb ik bij de 20e Halfjaarsrapportage gemeld dat er geen belastingrente bij de aangiftes erfbelasting in rekening wordt gebracht als die rente het gevolg is van vertraging bij de oplevering van het nieuwe systeem van de erfbelasting. Deze maatregel geldt zo lang als dat nodig is. Dit betekent dat geen belastingrente in rekening wordt gebracht over aangiften erfbelasting met betrekking tot overlijdens vanaf 1 januari 2017. Dit is bij Beleidsbesluit op 19 maart jongstleden geformaliseerd.6

Onlangs is gebleken dat de planning die was voorzien om de achterstanden in de aanslagoplegging geleidelijk in de loop van 2018 in te lopen, op dit moment niet wordt gehaald. Het is daarbij ook niet gelukt om de reguliere instroom bij te houden. De achtergrond van de nieuwe vertraging in de aanslagoplegging erfbelasting ligt onder meer in de oplevering van een functionaliteit bij het nieuwe aanslagopleggingssysteem van de erfbelasting, waaronder de wijze waarop de aanslag van steeds ingewikkelder erfaanslagen berekend wordt. Daarin is een technische fout geslopen, die inmiddels is hersteld. Naast de fout in het aanslagopleggingssysteem blijkt de benodigde capaciteit groter dan verwacht.

De consequenties van deze beide ontwikkelingen zijn in operationele zin onderkend. De beschikbare capaciteit die niet kon worden ingezet op de aanslagoplegging erfbelasting, is ingezet om de voorraad nog te digitaliseren papieren aangiften weg te werken. Hierdoor staat op dit moment wel al een groot aantal gedigitaliseerde aangiften klaar voor verdere behandeling (aanslagoplegging). Daarnaast is recent besloten om het team erfbelasting met extra uitzendkrachten uit te breiden; deze medewerkers stromen geleidelijk in. Hoewel operationeel keuzes zijn gemaakt om in te spelen op de ontwikkelingen, is niet in beeld gebracht wat de gevolgen zijn van de tussentijdse tegenslagen voor het wegwerken van de achterstanden in de aanslagoplegging en de doorwerking in de kasopbrengsten. Op 3 juli jongstleden zijn de Minister en ik hierover geïnformeerd. Daarmee speelt ook hier het vraagstuk van de sturing een rol. Zoals beschreven in mijn brief van 4 juli jongstleden zien we bij de nieuwe vertraging wederom de drie kwetsbaarheden van de Belastingdienst zoals ik in mijn brief Beheerst vernieuwen heb benoemd terugkomen, namelijk personeel, ICT en sturing.

Informatievoorziening Kamer

Tijdens het AO Belastingdienst op 13 juni jongstleden heb ik uw Kamer geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot het inlopen van de achterstanden in de aanslagoplegging erf- en schenkbelasting. Daarbij heb ik aangegeven dat het inlopen van de achterstanden in de aanslagoplegging bij de erfbelasting goed ging en dat we op schema liepen. Dit was congruent met de informatie die op dat moment bij mij en de Minister bekend was. In de antwoorden op de schriftelijke vragen over de Voorjaarsnota heeft de Minister aangegeven dat de achterstand beheersbaar was. Pas hierna kantelde mijn beeld. Toen duidelijk werd dat het aantal opgelegde aanslagen erfbelasting zodanig achterliep dat de planning die nodig is om de achterstanden in te lopen, hebben de Minister en ik daar per ommegaande, namelijk binnen 24 uur, uw Kamer van op de hoogte gesteld.7

Dat in een dienst van de omvang van de Belastingdienst fouten worden gemaakt en zich risico’s voordoen heb ik uw Kamer vaker gemeld. Ik leg mij hier in ieder geval nadrukkelijk niet bij neer. Ik beschouw het als mijn taak om de problemen op te lossen, risico’s zo klein mogelijk te maken, te leren van fouten uit het verleden en hierover te blijven communiceren met uw Kamer. Het blijft mijn stevige ambitie om de opgelopen achterstanden bij de schenk- en erfbelasting nog dit jaar in te halen. Ook blijft het mijn voortdurende inzet om de overlast voor burgers tot een minimum te beperken en vertragingen voor belastingplichtigen te voorkomen.

Nieuwe beheersmaatregelen

In mijn brief van 4 juli jongstleden heb ik aangekondigd de aansturing op de erf- en schenkbelasting flink aan te scherpen. De Belastingdienst maakt een aangescherpt plan van aanpak met aanvullende maatregelen, waarbij nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan de planning- en productiebewaking en het fors opschalen van de capaciteit voor het opleggen van aanslagen erfbelasting. Twee aanvullende maatregelen staan hierin centraal:

  • 1. per ommegaande wordt stevig en rigoureus extra capaciteit toegevoegd aan het team erfbelasting. Gedurende de zomer of zo lang als nodig wordt een zogenoemde zomertaskforce ingezet op de erfbelasting om de achterstanden weg te werken. Ook wordt het bouwteam Schenk- en Erfbelasting nog eens extra uitgebreid.

  • 2. het zogenoemde «bottom-up» rapporteren, dat wil zeggen: sturen op het rapporteren van aantallen opgelegde aanslagen versus nog in te lopen voorraden wordt geïntensiveerd, ook ik ga hier dichter opzitten. Ook wordt met mij maandelijks de stand van zaken over de schenk- en erfbelasting besproken totdat de problemen zijn opgelost. Uiteraard wordt vanuit de uitvoering dagelijks gestuurd op het wegwerken van de achterstanden.

3. Voorkomen vergelijkbare ontwikkelingen in de toekomst

Ten slotte heeft uw Kamer gevraagd naar de wijze waarop zal worden voorkomen dat zich in de toekomst vergelijkbare ontwikkelingen voordoen bij de Belastingdienst, zowel voor de erf- en schenkbelasting in het bijzonder als de Belastingdienst in het algemeen. In mijn brief «Beheerst vernieuwen» ben ik uitgebreid op die kwetsbaarheden van de Belastingdienst ingegaan.8 De Belastingdienst heeft te maken met complexe en verouderde ICT-systemen die het hart van de primaire processen raken. De verbetering van de ICT binnen de Belastingdienst zal een van mijn grootste uitdagingen blijven. De problemen zijn hardnekkig. Dat blijkt steeds opnieuw. Er heeft een brede analyse plaatsgevonden van de 19 ICT-domeinen van de Belastingdienst. Ik kan niet uitsluiten dat zich in de toekomst nieuwe incidenten zullen voordoen. Dat geldt ook in reactie op uw vraag of ik een inschatting kan geven of er andere terreinen of organisatieonderdelen binnen de Belastingdienst zijn waarvoor het denkbaar is dat vergelijkbare problematiek aan het licht zal komen.

Ik hecht eraan uw Kamer blijvend op de hoogte te houden van de ontwikkelingen en zal uw Kamer informeren zodra zich nieuwe informatie aandient. Het blijft daarbij mijn voortdurende inzet om de overlast van eventuele incidenten voor burgers en bedrijven tot een minimum te beperken.

De Staatssecretaris van Financiën, M. Snel


X Noot
1

Kamerstuk 31 066, nr. 420.

X Noot
3

Kamerstuk 31 066, nr. 395.

X Noot
4

Kamerstuk 31 066, nr. 401, bijlage.

X Noot
5

Kamerstuk 30 166, nr. 398.

X Noot
7

Kamerstuk 30 166, nr. 420.

X Noot
8

Kamerstuk 31 066, nr. 403.

Naar boven