Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201430977 nr. 83

30 977 AIVD

Nr. 83 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 maart 2014

Met deze brief informeer ik de Tweede Kamer over de prioriteiten en accenten van het AIVD Jaarplan 2014. Het AIVD Jaarplan 2014 vormt een nadere uitwerking van het beleidsartikel 2 van de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (Kamerstuk 33 750 VII, nr. 2). Het Jaarplan zelf is vanwege zijn inhoud staatsgeheim gerubriceerd en is integraal gedeeld met uw Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Het is gelijktijdig met het jaarplan van de MIVD besproken en geaccordeerd in de Raad voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van 10 december jl. en daaropvolgend in de Ministerraad vastgesteld.

Nationale veiligheid: rol van de AIVD

Veiligheid is een kerntaak van de overheid. De AIVD staat voor de nationale veiligheid door tijdig dreigingen, (politieke) ontwikkelingen en risico’s te onderkennen die niet direct zichtbaar zijn. Hiertoe verricht de AIVD onderzoek in binnen- en buitenland. Inlichtingen verzamelen en analyseren is geen doel op zich.

Het is een essentiële randvoorwaarde om terroristische aanslagen te kunnen verijdelen, een uitreis te verstoren, spionage te ontdekken en meer in het algemeen het regeringsbeleid ter bescherming van onze nationale veiligheid en andere gewichtige belangen van de staat te ondersteunen. De AIVD deelt gericht kennis en informatie met samenwerkingspartners (bijvoorbeeld bestuurders, beleidsmakers, Nationale Politie) en zet andere organisaties aan tot handelen.

Prioriteiten en accenten operationele onderzoeken 2014

Veiligheidssituatie in het Midden-Oosten

Na de Arabische lente is het Midden-Oosten meer dan ooit een regio van politiekreligieuze conflicten, instabiliteit en grootschalig geweld geworden. De strijd in Syrië speelt een sleutelrol in de dynamiek van het Midden-Oosten, waarbij Syrië zich heeft ontwikkeld tot een van de belangrijkste «nieuwe» jihadistische strijdgebieden. Maar niet alleen de situatie in Syrië is reden tot zorg. Ook de ontwikkelingen in Egypte, Libanon en in de Palestijnse gebieden kunnen van grote betekenis zijn voor de Europese en Nederlandse veiligheidsbelangen. De AIVD blijft in 2014 de regering informeren over de politieke ontwikkelingen en machtsverhoudingen tussen de belangrijkste politieke en religieuze groeperingen en verschaft de regering inzicht in de veiligheidssituatie in het Midden-Oosten.

Jihadistisch terrorisme

Sinds de Arabische Lente is er in een aantal landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten meer ruimte ontstaan voor jihadistische bewegingen. Ook Europese jihadisten hebben zich daarbij aangesloten. Een groot aantal Nederlandse jihadisten (ruim honderd) neemt inmiddels deel aan de gewapende strijd in Syrië.

Maar ook in andere strijdgebieden in de regio (Egypte/Sinaï) en daarbuiten (Jemen, Somalië, Afghaans/Pakistaans grensgebied) nemen Nederlandse jongeren deel aan de jihad. Zij doen kennis en gevechtservaring op en staan in contact met leden van lokale en regionale terroristische groeperingen. Via deze contacten kunnen zij ook in het vizier komen van internationaal opererende terroristische netwerken en organisaties.

De meest bekende organisaties zijn Al Qaida (AQ) in Pakistan, de daaraan gelieerde groeperingen AQ-I (AQ in Irak), AQAS (AQ op het Arabisch Schiereiland), AQIM (AQ in de Islamitische Maghreb), Al Shabaab (Somalië), Jabhat al-Nusra (Syrië) en Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL). Deze groeperingen achten het plegen van aanslagen in het Westen en tegen westerse doelen elders legitiem. AQ en AQAS hebben in het verleden (pogingen) tot aanslagen in westerse landen uitgevoerd. De genoemde groeperingen zijn betrokken bij rekrutering, training en tasking van (westerse) jihadisten, die naar Europa kunnen worden (terug)gestuurd om een aanslag te plegen.

Daarnaast wordt de jihadistisch-terroristische dreiging op dit moment ook bepaald door individuen die niet aan een bepaalde groep verbonden zijn. Individueel geradicaliseerde moslims (soms bekeerlingen) kunnen, geïnspireerd door jihadistische propaganda die ruimschoots beschikbaar is via het internet, zelfstandig overgaan tot het plegen van aanslagen. De aanslagen in Woolwich (Verenigd Koninkrijk) en Boston (Verenigde Staten) in 2013 zijn hiervan recente illustraties.

Jihadistische netwerken maken intensief gebruik van het internet, niet alleen om propaganda te verspreiden en nieuwe volgelingen te rekruteren, maar ook voor operationele samenwerking tussen jihadistische groeperingen in de verschillende jihadgebieden. De toegenomen samenwerking tussen de diverse groeperingen baart zorgen voor de nationale veiligheid. De AIVD blijft in 2014 ook actief onderzoek doen naar jihadistische websites en webfora.

De inspanningen van de AIVD zijn erop gericht te voorkomen dat Nederlandse jongeren uitreizen naar Syrië om deel te nemen aan de gewelddadige jihad, en de dreiging die uitgaat van van (teruggekeerde) jihadstrijders vroegtijdig te onderkennen. Verder tracht de AIVD ondersteunende en rekruterende activiteiten voor deelname aan de internationale gewelddadige jihad te belemmeren. De AIVD heeft voor al deze onderzoeken intern capaciteit herschikt en onderzoeken geherprioriteerd. Vanzelfsprekend kan de AIVD niet alleen acteren, en is voor een effectieve aanpak van de problematiek een goede samenwerking nodig met andere organisaties zoals de NCTV, de Politie, het Openbaar Ministerie, gemeenten en de Raad voor de Kinderbescherming.

Radicalisme en extremisme

Het links-extremisme in Nederland wordt gekenmerkt door een grillig verloop met pieken in intensiteit en dreiging. De dreiging die uitgaat van rechts-extremisme blijft beperkt en is minder ernstig dan door links activisten en extremisten, vanuit hun anti-fascistische oogpunt, wordt aangezet. De duiding van de feitelijke dreiging door de AIVD is voor (lokale) bestuurders van belang om indien nodig passende maatregelen te kunnen nemen.

Gedurende 2014 worden de ontwikkelingen binnen de verschillende vormen van extremisme (links, rechts, dierenrechten, anti-asielbeleid) gemonitord. Zware intimidatie of dreiging met geweld tegen personen wordt zo vroegtijdig mogelijk onderkend.

Verder onderzoekt de AIVD de dreiging die uitgaat van de radicale islam. Het onderzoek naar personen en organisaties die jihadistisch gedachtegoed verkondigen en verheerlijken, helpt om tijdig zicht te krijgen op jihadisten-in spé.

Het onderzoek naar de niet-jihadistische radicale islam helpt onder meer om lokale overheden maatregelen te kunnen laten treffen tegen personen die anderen aanzetten tot afkeer van de Nederlandse samenleving.

(Digitale) spionage en cyberdreigingen

Vrijwel alle vitale sectoren van onze samenleving (zoals bijvoorbeeld energie, drinkwater, gezondheidszorg en transport) maken tegenwoordig gebruik maken van internetgekoppelde systemen, besturingsprocessen en netwerken. Virussen als Flame, Shamoon en Stuxnet laten zien hoe (delen van) vitale sectoren ontregeld of beschadigd kunnen worden. Maar ook met minder geavanceerde aanvallen kunnen vitale sectoren ontregeld worden, zoals is gebleken in 2013 uit de DDoS aanvallen op verschillende banken in Nederland.

De impact van digitale aanvallen op de nationale veiligheid en het economisch welzijn van de samenleving kan zeer groot zijn. Of het nu gaat om spionage of maatschappelijke ontwrichting, de schade van digitale aanvallen kan in de miljarden lopen. De AIVD bestrijdt digitale aanvallen gericht op spionage en sabotage, door onderzoek te doen naar de intentie en potentie van de voornamelijk statelijke actoren die achter dit soort aanvallen zit. De AIVD richt zich primair op statelijke actoren, maar van digitale aanvallen is het zelden direct duidelijk wie erachter zit en wat de gevolgen zijn. Daardoor is ook niet direct duidelijk of een aanval raakt aan de taak van de AIVD. Als blijkt dat een digitale aanval niet behoort tot de taak van de AIVD, bijvoorbeeld digitale criminaliteit, draagt de AIVD de bevindingen over voor verder onderzoek aan bijvoorbeeld het Nationaal Cyber Security Centrum of het Team High Tech Crime van de Nationale Politie.

De AIVD heeft tot nu toe vooral digitale aanvallen waargenomen, gericht op spionage en het vergaren van kwetsbare en kostbare (politieke, militaire, economische en technische) informatie. Behalve op digitale spionage richt de AIVD zich in 2014 nog steeds op het onderkennen en verstoren van «klassieke» spionage, al is hiervoor minder capaciteit beschikbaar dan een aantal jaar geleden. Ook «klassieke» spionage is immers nog steeds een actueel risico.

Veiligheidsbevordering (C/E-taak)

De AIVD bevordert het nemen van maatregelen op het gebied van beveiliging. Zo probeert de AIVD met behulp van kennis en ervaring uit de praktijk, bedrijven en overheden bewust te maken van veiligheidsrisico's (zoals bijvoorbeeld digitale spionage) en geeft adviezen hoe bedrijven en overheden kwetsbaarheden kunnen verminderen.

Waar het gaat om de beveiliging van personen, objecten en diensten opgenomen in het zogenaamde «Rijksdomein» levert de AIVD dreigingsanalyses en risicoanalyses aan de NCTV ten behoeve van het Stelsel Bewaken en Beveiligen en het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding.

Het Nationaal Bureau voor Verbindingsbeveiliging (NBV), onderdeel van de AIVD, adviseert de rijksoverheid over informatiebeveiliging, bijvoorbeeld over preventieve maatregelen en over detectie van en reactie op inbreuken op de beveiliging. Ook beoordeelt de AIVD op verzoek beveiligingsproducten voordat ze door de rijksoverheid worden ingezet.

De AIVD draagt in aanloop naar en gedurende de Nuclear Security Summit (24 en 25 maart 2014) bij aan het veilig verloop van dit evenement door het leveren van dreigingsgerelateerde informatie en het leveren van expertise op het gebied van cyberdreigingen, screening en accreditatie.

Inlichtingentaak Buitenland

Gezien de onzekere en onvoorspelbare internationale omgeving en de risico’s die dit meebrengt voor de internationale vrede en veiligheid, zijn inlichtingen van wezenlijk belang voor de totstandkoming van het Nederlandse buitenlandbeleid.

De AIVD levert een essentiële bijdrage aan de positionering en besluitvorming van de Nederlandse regering met betrekking tot de heimelijke politieke (en economische) intenties van de landen, genoemd in het geheime Aanwijzingsbesluit Buitenlandtaak.

Proliferatie van massavernietigingswapens via Nederland voorkomen

De gezamenlijke Unit Contraproliferatie (UCP) van de AIVD en de MIVD is erop gericht om een zo zelfstandig mogelijke inlichtingenpositie uit te bouwen met betrekking tot programma's van massavernietigingswapens in de landen van zorg, om op basis hiervan de Nederlandse regering te informeren. Het gaat daarbij om chemische, biologische, radiologische of nucleaire massavernietingswapens.

Daarnaast is het doel te voorkomen dat Nederlandse bedrijven (onbedoeld) bijdragen aan de proliferatie van (onderdelen van) massavernietigingswapens. De Unit Contra Proliferatie stelt de Nederlandse overheid in staat om een goede afweging te maken ten aanzien van het afgeven van exportvergunningen voor landen van zorg, met name Iran.

Overige prioriteiten en accenten 2014

Heroriëntatie op de toekomst van de AIVD

De bezuinigingen op de AIVD zoals voorzien in het Regeerakkoord zijn bij het Herfstakkoord 2013 gehalveerd tot structureel € 34 miljoen per jaar, te bereiken in 2018. Voor de eerste tranche van de bezuinigingen is door de AIVD voor € 23 miljoen aan efficiency- en versoberingsmaatregelen voorbereid, gepaard gaande aan een reorganisatie van de AIVD. Over de inhoudelijke invulling van deze maatregelen heb ik uw Kamer bij brief van 3 juni 2013 geïnformeerd (Kamerstuk 30 977, nr. 54; zie ook de brief bij de Nota van Wijziging op de begrotingsstaat van het Ministerie van BZK 2014, Kamerstuk 33 750 VII, nr. 15). Bij de invulling van de resterende bezuinigingen (€ 11 mln.) zal het primaire proces zo mogelijk worden ontzien.

De voorbereidingen voor de reorganisatie zullen in 2014 binnen de AIVD de nodige aandacht vragen (deelname aan en begeleiding van Van-Werk-Naar-Werk trajecten). De geplande startdatum van de nieuwe organisatie is 1 januari 2015.

De Joint Sigint Cyber Unit (JSCU)

Voor de oprichting van de gezamenlijke Joint Sigint-Cyber-Unit (JSCU) is door de AIVD en de MIVD in 2012 een kwartiermakersorganisatie ingericht. De eenheid wordt in Zoetermeer gehuisvest en de formele start is op 1 mei 2014. De MIVD en de AIVD werkten al samen op het gebied van Signals Intelligence in de Nationale Sigint Organisatie (NSO). Deze samenwerking wordt nu met de oprichting van de JSCU uitgebreid met alle Sigint activiteiten en met cyberspecialisten van beide diensten, waarmee de doelmatigheid en doeltreffendheid wordt vergroot. Hiermee kan de Sigint-ondersteuning aan onder andere militaire operaties, contrainlichtingen en contra-terrorisme onderzoeken worden verbeterd.

Ontwikkelingen op het gebied van ICT

Het belang van goede ICT-voorzieningen voor de ondersteuning van het inlichtingenwerk is evident. Mede vanwege de bezuinigingen zijn strategische keuzes in de ICT-portefeuille van de AIVD noodzakelijk. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar mogelijkheden om ICT-diensten efficiënter en goedkoper te maken door samen te werken met andere partijen. Op het gebied van inlichtingentechnologie en de veilige verwerking van staatsgeheimen wordt samenwerking gezocht binnen het nationale veiligheidsdomein, in het bijzonder met de MIVD. Op het gebied van bedrijfsvoering wordt daar waar mogelijk aangesloten bij shared service voorzieningen binnen de Rijksoverheid.

Veiligheidsonderzoeken

Sinds 1 januari 2014 wordt een nieuwe, herijkte, werkwijze voor de aanwijzing van vertrouwensfuncties en de uitvoering van veiligheidsonderzoeken gefaseerd geïmplementeerd. Alleen die functies waarin de nationale veiligheid ernstige en voorstelbare schade kan worden toegebracht, worden aangewezen als vertrouwensfunctie. Bij de uitvoering van veiligheidsonderzoeken is de bescherming van de nationale veiligheid leidend. Onderzoek in de eigen systemen vormt de basis van ieder veiligheidsonderzoek. De aard van de door de AIVD onderkende dreiging bepaalt daarbij welke informatie het meest relevant is.

Daarbij geldt als doelstelling dat tenminste 90 procent van de veiligheidsonderzoeken binnen de wettelijke behandeltermijn van acht weken worden afgerond.

In de loop van 2014 – afhankelijk van wanneer de behandeling van de wetswijziging Wet op de Veiligheidsonderzoeken in het parlement wordt afgerond – zal ook aan de private aanvragers voor de uitvoering van veiligheidsonderzoeken een tarief in rekening worden gebracht (voor aanvragers uit de publieke sector ingevoerd begin 2013).

Ook worden in 2014 voorbereidingen getroffen om de uitvoering van de veiligheidsonderzoeken door zowel de AIVD als de MIVD te bundelen in een gemeenschappelijke unit.

Rapportages en verantwoording

Verantwoording over de uitvoering van het jaarplan wordt in het openbaar afgelegd in het departementale jaarverslag van mijn departement en in het eigen jaarverslag van de AIVD. Tussentijds rapporteert de AIVD over de voortgang in zijn Driemaandelijkse Rapportages (waarin de focus ligt op de activiteiten en resultaten van de dienst) en in het Nationale Inlichtingenbeeld (waarin de focus ligt op de bevindingen van de dienst). Beide rapportages worden gedeeld en besproken met de commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van uw Kamer.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk