Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 november 2011
Hierbij ontvangt u de door de Vaste Commissie voor Infrastructuur en Milieu gevraagde informatie over:
-
– de in oktober uitgevoerde handhavingactie vervoer vervuilde bunkerolie,
-
– de voortgang sinds de brief d.d. 14 augustus 2009 (Kamerstuk 30 175, nr. 86) over het vervolg op het rapport «Olievlek».
Handhavingactie op de Kreekraksluizen oktober 2011
Op 5, 6 en 7 oktober 2011 heeft de actie Waakzaam Milieu plaatsgevonden op de Kreekraksluizen. Onder regie van het KLPD en
in samenwerking met de Inspecties VROM en Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat en de douane zijn controles uitgevoerd op
de bijmenging van schadelijke producten in stookolietransporten. Er zijn 28 schepen gecontroleerd op de aanwezigheid van
afvalstoffen in de getransporteerde stookolie. In 21 gevallen zijn onregelmatigheden geconstateerd. Op dit moment wordt nog
gewerkt aan de analyse van een aantal genomen monsters en verwerken van de resultaten. Rapportage hierover zal begin 2012
plaatsvinden.
Voortgang sinds augustus 2009
Sinds augustus 2009 is een aantal acties ingezet die veelal nog doorlopen. Voor details verwijs ik naar de brieven en rapportages
die naar de kamer zijn gestuurd. In deze brief worden de laatste ontwikkelingen en voornemens genoemd.
Analyse bunkerolie-keten
CE Delft heeft in opdracht van de VROM-Inspectie onderzoek gedaan naar de keten van bunkerolie binnen Nederland1. Het onderzoek focust op de vraag in hoeverre door bijmengen extra schadelijke stoffen in bunkerolie terecht komen. Daarbij
gaat het zowel om risico’s voor milieu, gezondheid (schadelijke emissies) en de werking van scheepsmotoren als ook om veiligheid.
In aansluiting op dit rapport ben ik van plan het onderwerp «bijmengen van afvalstoffen bij bunkerolie» langs de volgende
lijnen aan te pakken:
-
– De eerste lijn is die van een betere handhaving. Het komt helaas nog regelmatig voor dat bunkerbrandstof wordt geleverd, die
niet aan de overeengekomen eisen voldoet. Wij hebben een aantal acties in gang gezet om dit te verbeteren. Vanwege de complexiteit
van de controles en noodzakelijke zorgvuldige coördinatie tussen handhavingpartners wordt deze problematiek meerjarig opgepakt.
-
– Tweede lijn is, zoals CE-Delft aanbeveelt, de monstername te verbeteren. Deze actie is internationaal in de Internationale
Maritieme Organisatie (IMO) opgepakt en de Inspectie draait hier actief in mee.
-
– Derde lijn: Voor andere aanbevelingen van CE bleek in recent IMO overleg weinig steun te bestaan, gezien de voortgang voor
een schonere brandstof die is geboekt in IMO in recente jaren (aanscherping van Marpol Annex VI op gebied van zwavelgehalte
van scheepsbrandstoffen en aanscherping van de ISO-norm). Echter, op middellange termijn, eventueel ondersteund met een update
van het CE onderzoek, zal de regering nieuwe kansen hiertoe benutten.
Handhaving
De handhavingactie op de Kreekraksluizen is één van de acties die voortvloeit uit de genoemde brief van augustus 2009. Het
doel van deze acties is om vervuilde bunkerolie tijdens het transport naar de gebruikers te detecteren en zodoende het verstoken
te voorkomen. Ook in 2012 zal deze actie worden voortgezet. Mede naar aanleiding van de berichtgeving over een eerdere actie
(Volkskrant van 9 april 2011) zijn vragen gesteld door Kamerlid van Veldhoven en wordt in de antwoorden daarop ingegaan op
de ontwikkelingen sinds 19952.
De VROM-Inspectie verricht in 2011 en 2012 controles bij bedrijven die in de keten werkzaam zijn. Indien geconstateerd wordt
dat gevaarlijke afvalstoffen worden weggemengd in bunkerolie, wordt de keten van de betreffende (afval)stoffen gevolgd en
bestuurlijk of strafrechtelijk opgetreden tegen de overtreders. Tevens wordt de kennis- en instrumentontwikkeling met betrekking
tot bunkerolie (inclusief monstername en analyse) verder vormgegeven, en wordt samengewerkt met handhavingpartners.
De Inspecties VROM en Verkeer en Waterstaat hebben met andere betrokkenen een «draaiboek handhaving afvalstoffen van de zeescheepvaart»
opgesteld. Momenteel wordt dit handboek geëvalueerd.
Aanpassingen van het LAP
Ik ben voornemens om een aantal sectorplannen van het Landelijk afvalbeheerplan (LAP) aan te passen. De aanpassingen zorgen
ervoor dat bepaalde afvalstoffen na opwerking tot brandstoffen alleen worden gebruikt in installaties met een goede rookgasreiniging.
Daarmee wordt voorkomen dat deze stoffen worden ingezet als bijvoorbeeld scheeps- of autobrandstoffen.Momenteel bespreekt
het ministerie dit voornemen met betrokkenen.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
J. J. Atsma