30 825 Ecologische hoofdstructuur

Nr. 82 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 september 2011

In mijn brief van 22 juni jl.1 over de stand van zaken van de herijking van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en de decentralisatie van het natuurbeleid heb ik toegezegd uw Kamer te zullen informeren over de stand van zaken na het overleg met de provincies van 5 juli. In voorbereiding op het overleg met uw Kamer op 7 september aanstaande, ga ik in deze brief in op de voortgang van de decentralisatiebesprekingen.

Het regeerakkoord noemt het natuurbeleid als een van de kerntaken van de provincies. Deze kerntaak sluit aan op de rol van provincies als gebiedsregisseur en past in het eigentijdse bestuurlijke profiel van de provincies. De realisatie van de EHS via het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) en een belangrijk deel van het soortenbeleid behoren al tot de provinciale taken. Het regeerakkoord zet in op een volledige decentralisatie.

Het kabinetsbeleid is er op gericht om provincies in staat te stellen om het natuurbeleid vorm te geven en uit te voeren. Daarbij gelden de inhoudelijke en financiële kaders van het regeerakkoord. Binnen die kaders wil ik voorafgaand aan de decentralisatie afspraken met provincies maken over een herijkte EHS waarvan het beheer op lange termijn betaalbaar is en die invulling geeft aan de internationale biodiversiteitsverplichtingen. Overigens blijft het rijk verantwoordelijk voor de internationale verplichtingen op het gebied van de biodiversiteit in Nederland.

Eind 2010 ben ik het gesprek met de provincies aangegaan om te komen tot een nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden en nieuwe afspraken over te realiseren prestaties. De inhoudelijke en financiële kaders uit het regeerakkoord heb ik begin dit jaar bij de provincies neergelegd. Ik heb de provincies gevraagd om binnen deze kaders voorstellen te doen om de decentralisatie volledig vorm te geven en de bestuurlijke drukte rond het hybride ILG te beperken.

In februari hebben rijk en provincies gezamenlijk besloten om een ambtelijke regiegroep onder leiding van de heer Van der Vlist te vragen om voorstellen te doen voor bestuurlijke besluitvorming. In juni heb ik tweemaal met de provincies over deze voorstellen gesproken. De overleggen resulteerden in een bod van provinciezijde voor een herijkte EHS en voor de financiering van de afronding en het beheer hiervan. In het overleg van 5 juli jl. hebben de provinciebestuurders hun eerdere bod toegelicht en is gezamenlijk gezocht naar ruimte binnen de kaders en standpunten van zowel rijk als provincies. Er ontstond wat mij betreft een eerste zicht op het van voldoende middelen voorzien van de verwervings- en inrichtingsopgave door de inzet van grond. Op 18 juli ontving ik een brief van de provincies waarin een herzien bod is opgenomen.

Ik heb met de provinciebestuurders afgesproken dat ik na de zomerperiode met een reactie kom op het herziene provinciale bod en een uitwerking geef van de mogelijkheden voor financiering. Ik zal deze reactie vormgeven als een voorstel van het kabinet, dat ik medio september met de provincies wil bespreken. De kern van de kabinetsinzet is voor mij dat decentralisatie van de kerntaak natuur alleen mogelijk is indien de nieuwe verantwoordelijkheden van Rijk en provincies helder benoemd zijn en passen binnen de financiële kaders van het Rijk.

Ook heb ik de provincies gemeld dat ik, vooruitlopend op definitieve afspraken over de decentralisatie, door de ombuigingen tenminste genoodzaakt ben om een aanpassing van de bevoorschotting voor het ILG voor te bereiden. Deze aanpassing past binnen de kaders van de Wet Inrichting Landelijk Gebied.

Daags na het overleg met de provincies, op 6 juli, heb ik samen met een provinciale bestuurlijke delegatie overlegd met een aantal maatschappelijke organisaties,2 de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen. Ik heb met hen gesproken over de voortgang van de herijking en decentralisatie van de EHS, Natura 2000 en het ganzenbeleid. In dit overleg is door een aantal organisaties aangedrongen op het belang van een structurele financiering van het beheer van de herijkte EHS. Ook gaven organisaties aan dat onduidelijkheid over de herijking van de EHS en de decentralisatie van het ILG tot ongewenste vertraging leidt bij de realisatie van gebiedsprocessen. Ik ben mij hiervan bewust, maar hecht belang aan een zorgvuldig proces.

De vaste commissie voor EL&I heeft mij bij brief van 29 juli 2011 (kenmerk 2011Z13060/2011D35546) verzocht om ten aanzien van de EHS geen onomkeerbare besluiten te nemen vóór het algemeen overleg op 7 september aanstaande. Ik handel in lijn met dit verzoek en zal de Kamer zo spoedig mogelijk na mijn volgende overleg met de provincies informeren over de voortgang.

De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker


X Noot
1

Kamerstuk 30 825, nr. 81.

X Noot
2

Aanwezig waren vertegenwoordigers van APNL, ANWB, Federatie Particulier Grondbezit, LTO, Staatsbosbeheer, st. Natuur en Milieu, Natuurmonumenten, VNO-NCW, Vogelbescherming Nederland, en de 12 Landschappen.

Naar boven