Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 oktober 2016
Naar aanleiding van het verzoek van de Kamercommissie voor Buitenlandse Handel en
Ontwikkelingssamenwerking om uw Kamer voor het AO Wapenexportbeleid van 25 oktober
a.s. een schriftelijke reactie toe te zenden op het rapport «Unmanned and Uncontrolled»
van PAX over de exportcontrole op drones1, doet het kabinet u hierbij de reactie toekomen.
Het kabinet verwelkomt de actieve betrokkenheid van PAX en maatschappelijke organisaties
bij deze discussie. Samengevat ziet het kabinet kansen maar ook bedreigingen in de
groeiende beschikbaarheid van kleine commerciële Unmanned Aerial Vehicles (UAV’s, ook wel «drones» genoemd). Het rapport «Unmanned and Uncontrolled», evenals
het rapport «Emerging Unmanned Threats» dat in februari van dit jaar door ARES en
PAX werd gepubliceerd over het gebruik van dergelijke UAV’s door niet-statelijke actoren2, bevestigen dat de technologische ontwikkelingen het steeds eenvoudiger maken om
UAV’s voor verkeerde doeleinden te gebruiken.3 Deze zorgelijke ontwikkeling heeft de volle aandacht van het kabinet, dat zich inzet
om het gesprek hierover aan te gaan, zowel op nationaal als op internationaal niveau.
Op nationaal niveau heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken naar aanleiding van
het rapport van ARES en PAX op 5 juli jl. een brede consultatie met academici, NGO’s,
het bedrijfsleven en beleidsmakers georganiseerd over het gebruik van kleine commerciële
UAV’s door niet-statelijke actoren. Deze consultatie maakte duidelijk dat er reeds
veel regelgeving op het terrein van exportcontrole bestaat, juist om verkeerd gebruik
te voorkomen. Ook werd echter geconstateerd dat de regelgeving en de controlemaatregelen
slechts met moeite de snelle technologische ontwikkelingen en de groeiende verkrijgbaarheid
van zowel dit type UAV’s als componenten daarvoor kunnen bijhouden. Internationale
samenwerking op dit gebied is belangrijk, in het bijzonder via relevante exportcontroleregimes
zoals het Wassenaar Arrangement en het Missile Technology Control Regime (MTCR). In
de consultatie kwam ook het tegengaan van misbruik binnen Nederland aan bod door invoering
van additionele vergunningsystemen voor kopers en bezitters van UAV’s. Dat laatste
vergt echter meer dan alleen het maken van nationale keuzes op basis van veiligheidsrisco’s.
Hierover worden dan ook gesprekken gevoerd binnen de EU.
Naast het toenemend gebruik van kleine commerciële UAV’s door niet-statelijke actoren,
maakt het kabinet zich ook zorgen over proliferatie van bewapende UAV’s door staten.
Het kabinet zet zich daarom al langere tijd in om een open internationale discussie
over de inzet en het gebruik van bewapende UAV’s door staten, waar mogelijk, te bevorderen.
Zo riep de Minister van Buitenlandse Zaken, indachtig zijn toezegging in het AO AVVN
van september 2015 (Kamerstuk 26 150, nr. 146) en de motie Klaver/Segers van december 2013 over dit onderwerp (Kamerstuk 21 501-20, nr. 834), op tot een open debat over het gebruik van bewapende UAV’s en over transparantie
inzake het gebruik daarvan in zijn speech voor de Ontwapeningsconferentie in Genève
op 29 februari 2016.
Daarnaast maakte Nederland de afgelopen maanden deel uit van een kleine kopgroep van
landen die internationale standaarden willen (her)bevestigen ten aanzien van de export
en het daaropvolgende gebruik van bewapende UAV’s door staten. Binnen deze groep speelde
Nederland een actieve rol, onder meer door het organiseren van één van de eerste bijeenkomsten.
Nederland benadrukte in het bijzonder het belang van transparantie op dit terrein,
naast de bestaande exportcontroleregimes onder het Wassenaar Arrangement en het MTCR.
Het eerste resultaat van de besprekingen in de kopgroep is een gezamenlijke verklaring
die op 5 oktober jl. in Washington DC is uitgebracht.4 Ruim veertig landen hebben zich inmiddels bij het initiatief aangesloten, waaronder
ook landen die niet zijn aangesloten bij de genoemde exportcontroleregimes. In het
voorjaar van 2017 zal de internationale discussie over standaarden voor de export
en het gebruik van UAV’s worden voortgezet.
Voorts uitte Nederland begin oktober in zijn verklaring voor het General Debate van de Eerste Commissie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties ernstige
zorgen over de verspreiding van bewapende UAV’s onder niet-statelijke actoren, in
het bijzonder terroristische organisaties zoals ISIS. Nederland benadrukte daarbij
het belang van transparantie en accountability, zowel wat betreft de export van UAV’s als het gebruik daarvan. Tevens zal Nederland
en marge van de Eerste Commissie een side-event faciliteren als platform voor het maatschappelijk
middenveld om hun zorgen en aanbevelingen met betrekking tot de proliferatie en de
inzet van bewapende UAV’s met beleidsmakers te delen.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
A.G. Koenders
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
E.M.J. Ploumen