Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201630806 nr. 34

30 806 Onbemande vliegtuigen (UAV)

Nr. 34 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE EN STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 december 2015

Inleiding

Middels deze brief informeren wij u over diverse toezeggingen die aan uw Kamer zijn gedaan in het Algemeen Overleg over drones van 3 september 2015 (Kamerstuk 30 806, nr. 32). Achtereenvolgens gaan wij in op de bescherming tegen misbruik van drones door kwaadwillenden, de privacybescherming bij het gebruik van drones en de publiekscommunicatie over drones. In het AO Drones is ook toegezegd om uw Kamer te informeren over de huidige regelgeving voor het beroepsmatig gebruik van drones, met name in de omgeving van Schiphol. Hierover heeft uw Kamer op 23 november jl. een aparte brief ontvangen.1

Bescherming tegen misbruik van drones

In het AO Drones bleek dat er bij uw Kamer veel vragen leven over de bescherming tegen misbruik van drones door kwaadwillenden. Dit onderwerp heeft de volle aandacht van de diverse partners in het veiligheidsdomein. Hieronder staat toegelicht wat onder andere de politie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) ondernemen om de dreiging van misbruik van drones tegen te gaan.

Nationale politie

De politie realiseert zich dat er een gevaar is dat een drone gebruikt kan worden door kwaadwillenden. Sinds de Nuclear Security Summit 2014 (NSS) staat het onderwerp op de agenda van de politie, naast de ontwikkelingen die plaats vinden bij de Small Business Innovation Research (SBIR), zoals hierna beschreven.

Binnen de nationale politie is vanaf 1 januari 2015 een projectorganisatie gevormd die zich onder andere bezig houdt met maatregelen ter voorkoming en bestrijding van misbruik van onbemande luchtvaartuigen uit crimineel of terroristisch oogpunt. De projectorganisatie zal de inzetbehoeften van de politie afkomstig uit een eerdere inventarisatie (gedaan in 2013/2014) koppelen aan operationele inzetscenario’s. Na een onderzoeksfase zal medio 2016 een voorstel worden gedaan voor een eenduidig beleid binnen de nationale politie ten aanzien van de bestrijding van het misbruik. Parallel daaraan wordt gekeken naar de inzet van eigen onbemande luchtvaartuigen en de wijze van toezicht en handhaving. Daarbij wordt nauw samengewerkt met Defensie en brandweer.

Deelprogramma Counter Unmanned Systems

Het potentieel misbruik van drones door kwaadwillenden heeft ook de aandacht van de NCTV. Samen met de relevante nationale veiligheidspartners is er een Deelprogramma Counter Unmanned Systems opgericht. Deze gezamenlijke aanpak heeft een looptijd van 2015–2020.

Het deelprogramma richt zich op het in kaart brengen van de risico’s, ontwikkelen van integraal beleid en multidisciplinaire protocollen, stimuleren van ontwikkelingen en kennisdeling ten aanzien van detectie, identificatie en neutralisatie en stimuleren van internationale samenwerking.

In 2015 en 2016 wordt met prioriteit ingezet op het vergroten van de awareness bij relevante (overheids)partners en vitale infrastructuur. Dit wordt gedaan middels het geven van briefings en het ontwikkelen van adviesproducten. Deze producten gaan in op de (mogelijke) risico’s van moedwillig misbruik door kwaadwillenden en de maatregelen die genomen kunnen worden om gebouwen, materieel, informatie en personeel te beschermen. Ook wordt de rol die de overheid hierin heeft beschreven. Daarnaast wordt vanuit dit deelprogramma proactief samenwerking gezocht met andere landen en internationale organisaties. Doelstelling hierachter is om kennis en kunde uit het buitenland beschikbaar te maken voor Nederlandse overheidspartijen. Ten slotte is er binnen het deelprogramma aandacht voor het in kaart brengen van voorstelbare scenario’s van misbruik van onbemande systemen. Beleid en maatregelen worden op basis van deze analyses ontwikkeld.

SBIR

In opdracht van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, de Koninklijke Marechaussee en de nationale politie is een Small Business Innovation Research (SBIR) gevormd, zoals wij ook gemeld hebben in onze brief van 28 augustus en in het AO Drones. Vier ondernemingen zijn op dit moment – in opdracht van de genoemde partijen – aan de slag om nieuwe producten te ontwikkelen voor de bescherming tegen drones. De voorstellen richten zich op detectie, identificatie en het gecontroleerd neutraliseren (storen en/of vangen) van drones. In totaal heeft het Ministerie van Veiligheid en Justitie 1,75 miljoen euro vrijgemaakt voor deze innovatiecompetitie.

Nadere informatie

Vanwege de vertrouwelijkheid kan niet alle beschikbare informatie over de eerder genoemde onderwerpen in openbaarheid met uw Kamer worden gedeeld. Daarom bieden wij graag aan om uw Kamer langs andere weg te voorzien van informatie, bijvoorbeeld in een besloten technische briefing.

Drones en privacy

In onze brief van 28 augustus jl. hebben wij erop gewezen dat de privacywetgeving naar haar aard tamelijk abstract is, omdat het niet mogelijk is voor elke situatie waarin de privacy in het geding is, een specifieke regel te geven (Kamerstuk 30 806, nr. 31). Zij bevat daarom vooral criteria aan de hand waarvan in een concrete situatie een nadere afweging dient plaats te vinden. Dit karakter van de privacywetgeving kan zeker voor een nieuw en dynamisch onderwerp als drones vragen oproepen over hoe men de privacywetgeving op drones moet toepassen. Daarom heeft het kabinet in die brief aangekondigd in samenspraak met relevante partijen een handleiding op te stellen voor een gebruik van drones dat voldoet aan de waarborgen voor bescherming van de privacy. Deze handleiding is inmiddels gereed en als bijlage bij deze brief gevoegd2. Zoals toegezegd tijdens het AO Drones is bij de totstandkoming van de handleiding het College bescherming persoonsgegevens betrokken. Verder is tijdens een overleg over de communicatiestrategie rond drones gebleken dat verschillende bedrijven en organisaties die op het terrein van drones werkzaam zijn, een dergelijke handleiding toejuichen. Enkele bedrijven en organisaties hebben al aangegeven de handleiding te zullen gaan gebruiken bij hun werkzaamheden. Onderdelen van de handleiding worden omgewerkt tot een communicatiemiddel dat op de site rijksoverheid.nl staat. De handleiding zelf zal daarop ook een plaats krijgen.

Het onderwerp «drones en privacy» heeft ook aandacht gekregen tijdens de 37ste Internationale Conferentie van toezichthouders dataprotectie en privacy die van 26 tot en met 29 oktober jl. in Amsterdam plaatsvond. Centraal tijdens deze conferentie stond het rapport «Privacy bridges», dat in opdracht van het College bescherming persoonsgegevens is opgesteld door privacy-experts uit de Verenigde Staten en Europa. Zij doen in dit rapport praktische voorstellen om het trans-Atlantische niveau van dataprotectie te verhogen. Met deze voorstellen kunnen «bruggen» worden gebouwd tussen de verschillende regimes van de EU en de VS om persoonsgegevens te beschermen. Een van de aanbevelingen uit het rapport betreft het starten van een dialoog over de regelgevende activiteiten van de EU en de VS op het terrein van dataprotectie en deze activiteiten te coördineren. Een onderwerp dat zich volgens het rapport hier goed voor leent, is dataprotectie bij het gebruik van drones. In de toespraak die de Minister van Veiligheid en Justitie voor de conferentie heeft gehouden, heeft hij gemeld dit onderwerp samen met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu op de agenda van het Nederlandse voorzitterschap van de EU in de eerste helft van 2016 te zullen plaatsen.

Publiekscommunicatie over drones

Op 1 juli 2015 is regelgeving voor beroepsmatig gebruik van drones in werking getreden. Recreatief gebruik valt onder de regeling Modelvliegen. Gezien het innovatieve karakter van drones is de regelgeving continu in ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat er meer mag met drones, op het moment dat het veilig is. Ook in Europees verband is regelgeving in ontwikkeling.

In het luchtruim gelden strenge regels. Met de komst van drones komt er een nieuwe groep «luchtruimgebruikers» bij, die veelal onbekend is met de regels. Om de veiligheidsrisico’s te minimaliseren zet het Ministerie van Infrastructuur en Milieu communicatie in om het publiek bekend te maken met de regelgeving rondom het gebruik van drones. Daartoe is een communicatiestrategie ontwikkeld met als doel brede bekendheid te geven aan de regels en zo de veiligheid in het luchtruim voor alle vliegers te waarborgen.

Veilig vliegen met drones is in het belang van iedereen: de luchtvaartsector, de drones sector, de overheid en het publiek. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu werkt samen met vele partijen uit de industrie – van ontwikkelaars tot verkooppunten tot bloggers – om de boodschap van veilig vliegen uit te dragen. Half november is de campagne «veilig vliegen met drones» gestart waarin de regels voor recreatief gebruik helder worden uitgelegd aan het brede publiek. Daartoe is beeldmateriaal ontworpen (iconen, infographics) dat via diverse kanalen wordt verspreid (met name online). Op rijksoverheid.nl is een apart onderwerp «drones» waar alle informatie over drones en regelgeving te vinden is. Ook via de media wordt de boodschap «veilig vliegen met drones» uitgedragen. Ook door private partners wordt ingezet op communicatie. Zo is bijvoorbeeld in oktober de site «vlieg je drone veilig» gelanceerd.

Naast de publiekscampagne, gericht op recreatief vliegen, volgt in het eerste kwartaal van 2016 communicatie over de regelgeving en de risico’s, die gericht is op de beroepsmatige vlieger en op partijen die gebruik maken van de diensten van dronevliegers.

Een belangrijk onderwerp in de communicatie is geografie: waar mag wel en waar niet met drones gevlogen worden. Op rijksoverheid.nl is die informatie te vinden op een kaart van Nederland. Daarnaast is samenwerking gezocht met gemeenten om die informatie ook op gemeentelijk niveau aan te bieden en wordt samengewerkt met specifieke organisaties zoals beheerders van natuurgebieden om het publiek ook in die gebieden van gerichte informatie te voorzien. Speciale aandacht is er voor vliegen in de buurt van luchthavens en andere plekken waar veel luchtverkeer is.

Slot

In het AO Drones hebben wij ook de toezegging gedaan om uw Kamer na de zomer van 2016 een brede voortgangsbrief over drones te sturen. Als zich in de tussentijd echter belangwekkende ontwikkelingen voordoen ten aanzien van (de regelgeving inzake) drones, dan zullen wij uw Kamer daarover informeren.

De Minister van Veiligheid en Justitie, G.A. van der Steur

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Kamerstuk 30 806, nr. 33

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl