Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201130597 nr. 198

30 597 Toekomst AWBZ

Nr. 198 BRIEF VAN STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 juni 2011

Tijdens het algemeen overleg van 19 mei 2011 over bijbetalingen in de AWBZ heb ik toegezegd een brief te sturen aan uw Kamer over optreden tegen onterechte betalingen en wanbestuur. Ik heb aangegeven dat ik in de brief inga op de handhavingsmogelijkheden die de NZa heeft om op te treden tegen onterechte betalingen. Daarnaast heb ik toegezegd een overzicht te geven van de mogelijkheden die ik heb op het gebied van handhaving en welke mogelijkheden ik nog mis. Ook heb ik toegezegd in te gaan op de strafrechtelijke vervolging van bestuurders van zorgaanbieders bij fraude. Op de toezeg over goed bestuur kom ik uitgebreider terug in de nota naar aanleiding van het verslag van de Wet Cliëntenrechten Zorg (Kamerstuk 32 402).

Handhaving onterechte betalingen

Handhaving door NZa

De NZa heeft formele en informele handhavingsbevoegdheden. De NZa heeft tot nu toe haar informele handhavingsbevoegdheden gebruikt om onterechte betalingen te stoppen. Het betreft het versturen van brieven naar alle aanbieders en zorgkantoren (zomer 2010), openstellen van een meldpunt (vanaf zomer 2010), het verwerken van de meldingen en publiciteit over de acties van de NZa om de aandacht op dit onderwerp te vestigen. Van de bij het meldpunt binnengekomen meldingen met naam van de aanbieder is de meerderheid afgehandeld naar tevredenheid van de cliënt. De meldingen zijn beoordeeld en terechte meldingen zijn voor het ondernemen van actie richting de zorgaanbieder doorgestuurd naar het zorgkantoor.

De NZa geeft in haar rapport van februari 2011 aan dat het in de voorgaande periode niet opportuun was om aan zorginstellingen of aan zorgkantoren formele handhavingsmaatregelen op te leggen. De verschillende acties waren volgens de NZa op dat moment voldoende om zorgaanbieders aan te zetten tot naleving van de regelgeving.

Omdat er signalen zijn dat de onterechte betalingen blijven voortduren, moeten nu verdere stappen gezet worden. De acties hebben de situatie verbeterd, maar nog niet overal opgelost. In het algemeen overleg van 19 mei 2011 (Kamerstuk 30 597, nr. 190) heeft u aangedrongen op de uitvoering van de motie-Agema-Venrooij (Kamerstuk 30 597, nr. 171) en op invulling van de formele handhavingsbevoegdheid. U heeft daarbij specifiek aandacht gevraagd voor de mogelijkheid van het openbaarmaken van namen van overtreders.

Ik ben naar aanleiding van de motie en het algemeen overleg van 19 mei 2011 in overleg getreden met de NZa op welke wijze zij haar formele handhavingsbevoegdheid gaat inzetten tegen onterechte betalingen. Ingevolge artikel 35 van de Wet marktordening gezondheidszorg (WMG) is het een zorgaanbieder verboden een ander tarief in rekening te brengen dan conform de WMG is toegestaan. De NZa heeft op basis van de WMG de volgende formele handhavingsbevoegdheden: het geven van een aanwijzing al dan niet met openbaarmaking, het opleggen van een last onder dwangsom en het opleggen van een bestuurlijke boete. De NZa zet vanaf eind mei het volgende handhavingstraject in tegen onterechte betalingen:

  • De NZa neemt alle binnengekomen meldingen in behandeling.

  • Bij binnenkomst van meldingen sorteert de NZa de meldingen op zwaarte en duidelijkheid van overtreding.

  • Bij evidente overtredingen gaat er een voorlopige aanwijzing naar zorgaanbieder en zorgkantoor (beide hebben een verantwoordelijkheid).

  • Na de zienswijze van betrokkene stelt NZa aanwijzing definitief vast of concludeert dat de situatie is verbeterd.

  • Na de aanwijzing moet er actieve controle zijn op verbetering.

  • Komt die er niet dan volgt het openbaar maken van naam van instelling en zorgkantoor.

  • In heel ernstige gevallen of als de dreiging van publicatie onvoldoende effect heeft, heeft de NZa de mogelijkheid financiële sancties (last onder dwangsom) op te leggen.

  • Minder evidente meldingen worden nader uitgezocht en doorgestuurd naar zorgkantoren.

De NZa zet met de inzet van de aanwijzing een formeel handhavingsinstrument in bij onterechte betalingen die niet de cliënt raakt. Met bovenstaand traject worden zowel instelling als zorgkantoor op hun verantwoordelijkheid gewezen om situaties te beëindigen waarin een zorgaanbieder een ander tarief in rekening brengt dan in de WMG is toegestaan.

Uit een enquête van Zorgbelang van voorjaar 2011 blijkt dat er cliënten zijn voor wie de situatie nog niet is verbeterd. Ik heb afgesproken met Zorgbelang dat zij de geënquêteerden informeren over het meldpunt van de NZa. Ik roep ook andere cliënten of vertegenwoordigers op om onterechte betalingen te melden bij de instelling zelf, de cliëntenraad, het zorgkantoor of de NZa. De verschillende cliëntenorganisaties hebben cliëntenraden en cliënten geïnformeerd over aanvullende diensten en onterechte betalingen. LOC heeft de cliëntenraden uit de V&V en GGZ in het najaar van 2010 van informatie voorzien via een handreiking. Ook in 2011 heeft dit onderwerp verhoogde aandacht. Daarnaast zijn LSR, CG-raad en VG-platform bezig met een plan van aanpak om de cliënt en cliëntenraden in de gehandicaptensector van ondersteuning te voorzien bij onterechte betalingen.

Ik vertrouw erop dat mijn afspraken met de NZa en de acties van alle betrokken partijen een belangrijke stap zijn bij beëindiging van onterechte betalingen.

Civielrechtelijke mogelijkheden

Mevrouw Voortman heeft mij verzocht in te gaan op compensatie van cliënten. In Nederland geldt dat wat onverschuldigd is betaald teruggevorderd kan worden op basis van het Burgerlijk wetboek (art. 6:203 Burgerlijk Wetboek). Ten aanzien van terugbetalingen ben ik van mening dat de cliënt tegemoet moet worden gekomen als er wordt geconstateerd dat er onterecht kosten in rekening zijn gebracht.

Ik heb geen bevoegdheden of instrumenten om dit als staatssecretaris af te dwingen. Het is aanaanbieders om in het overleg met individuele cliënten of cliëntenraden tot een voorstel te komen voor tegemoetkoming als er sprake is van onterechte bijbetalingen. Individuele cliënten kunnen een klacht in dienen bij de instelling of juridische stappen zetten naar de rechter als de aanbieder niet terugbetaalt. In een handreiking van LOC die aan alle cliëntenraden voor de GGZ en V&V is gestuurd worden cliëntenraden geadviseerd om afspraken te maken over terugbetalen aan de cliënt. Indien het niet lukt om afspraken te maken kan de cliëntenraad ondersteuning krijgen bij het LOC of het zorgkantoor.

Goed bestuur

In de vorige paragraaf heb ik beschreven welke handhavingsmethoden nu ingezet worden tegen onterechte betalingen. Enkele Kamerleden gaven in het AO bijbetalingen aan dat dit niet voldoende is en dat er extra maatregelen getroffen moeten worden. Kamerlid Mulder heeft in het debat aangegeven dat als het instrumentarium niet voldoende is, de staatssecretaris om extra instrumenten kan vragen. Tijdens het AO heb ik toegezegd om in te gaan op wat ik op dit moment mis om zorg te dragen voor goed bestuur in de langdurige zorg.

Er is een scala aan instrumenten, waaronder die van de IGZ, om in te grijpen als de kwaliteit van zorg niet goed is. Toch vind ik dat een aantal aanvullende regelingen en instrumenten wenselijk is om het bestuur en toezicht verder te professionaliseren en zo te voorkomen dat de kwaliteit van zorg en het bestuur onder de maat is. Op dit moment staat een groot aantal veranderingen op stapel om het bestuur en het toezicht bij zorgaanbieders te verbeteren. Het gaat om de Wcz waarin de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van toezicht worden uitgebreid, de aanscherping van het fusietoezicht in de zorg, de opsplitsingsbevoegheid van de IGZ en early warning en continuïteit van zorg. De plannen met betrekking tot fusies in de zorgsector en de opsplitsingsbevoegdheid van de IGZ zijn recentelijk uiteengezet in een brief die 14 juni jl. aan uw Kamer is verzonden. Voorgenoemde trajecten voorzien in wat ik nog mis op het gebied van goed bestuur in de zorg. Naast deze trajecten ben ik voortdurend actief op zoek naar andere mogelijkheden om goed bestuur, en de handhaving van ontoereikend bestuur, te verbeteren. Ik zal u hierover in de nota naar aanleiding van het verslag van de Wet Cliëntenrechten Zorg nader informeren. Ik concludeer dat ik de nodige trajecten in gang heb gezet om onder andere het bestuur van zorgaanbieders te verbeteren. Daarnaast is men ook in het veld hard aan het werk om het bestuur van zorgaanbieders te professionaliseren.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M. L. L. E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner