Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juli 2013
In deze brief komen drie toezeggingen uit het AO en VAO WWB-onderwerpen aan de orde. Het betreft het onderzoek naar de uitvoering tegenprestatie, de
verhoging van de frequentie rapportage Inlichtingenbureau en de uitkomsten overleg
met de VNG over de monitoring van de maatregel kinderalimentatie.
Onderzoek uitvoering tegenprestatie
Tijdens het AO WWB-maatregelen van 5 juni jl. hebben verschillende fracties aangedrongen
op een onderzoek naar de tegenprestatie. Ik heb uw Kamer toegezegd een onderzoek te
laten doen naar de uitvoering van de tegenprestatie in de WWB. Er is overleg gevoerd
met de Inspectie SZW over het toegezegde onderzoek. De Inspectie SZW kan het onderzoek
naar de uitvoering van de tegenprestatie in de WWB uitvoeren onder gemeenten. De verwachting
is dat de Inspectie de resultaten begin oktober 2013 kan opleveren.
Na ontvangst van de bevindingen zal ik uw Kamer hiervan op de hoogte stellen. Op basis
daarvan zal worden aangegeven hoe gemeenten handvatten kunnen worden geboden rond
de uitvoering van de tegenprestatie in de WWB.
Met deze brief kom ik mijn toezegging na dat ik uw Kamer voor het zomerreces informeer
wie het onderzoek gaat uitvoeren.
Verhoging frequentie rapportage Inlichtingenbureau
Tijdens het VAO WWB-onderwerpen d.d. 13 juni 2013 is door de heer Potters (VVD) een
motie1 ingediend waarin hij de regering verzoekt gemeenten wekelijks, of in ieder geval
meerdere keren per maand, gebruik te laten maken van een rapportage van het Inlichtingenbureau
waardoor gemeenten sneller in staat zijn om de uitkeringen van voortvluchtige criminelen
stop te zetten.
In mijn reactie op deze motie heb ik aangegeven met het Ministerie van V&J te zullen
bespreken of het mogelijk is de frequentie van de rapportages van het Inlichtingenbureau
te verhogen. Ik heb toegezegd u voor de zomer te informeren over de uitkomsten. In
afwachting hiervan heeft de heer Potters de motie aangehouden.
Allereerst wil ik, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, aangegeven
dat ik van mening ben dat de bijstandsuitkering van voortvluchtige veroordeelden zo
snel mogelijk stop gezet dient te worden.
Op basis van mijn overleg met het Ministerie van V&J kan ik u mededelen dat het verhogen
van de frequentie van aanlevering van rapportages aan het Inlichtingenbureau technisch
mogelijk is. Niettemin geldt dat aan een verhoging van de frequentie financiële en
uitvoeringstechnische consequenties zijn verbonden. U kunt dan bijvoorbeeld denken
aan een stijging in beheerslasten van het Inlichtingenbureau en een aanpassing van
de werkprocessen van gemeenten wanneer de rapportages op wekelijkse basis aangeboden
worden.
Graag breng ik deze consequenties zorgvuldig in kaart alvorens ik een beslissing neem
over eventuele uitbreiding. Daarnaast wil ik met de VNG in overleg treden om te bepalen
of en in welke mate de verhoging van de frequentie van de rapportages effectief bijdraagt
aan het werkproces van gemeenten om te voorkomen dat voortvluchtige criminelen een
bijstandsuitkering ontvangen.
Tevens zal ik met het Ministerie van V&J bezien hoe de informatieverstrekking vanuit
het CJIB naar het Inlichtingenbureau hierop kan aansluiten. Op basis van mijn bevindingen
zal ik u na de zomer berichten of we tot uitbreiding van de frequentie van de rapportages
over gaan.
Uitkomsten overleg VNG over monitoring kinderalimentatie
In een overleg op 30 november 2011 (Kamerstuk 30 545, nr. 110) met de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid van uw Kamer heeft mijn ambtsvoorganger
staatssecretaris De Krom toegezegd u na afronding van de monitoring van de maatregel
kinderalimentatie te informeren over de uitkomsten van het overleg met de VNG hierover.
Met ingang van 1 juli 2009 heeft de rechterlijke macht de kinderalimentatie-normen aangescherpt. De aanscherping van de kinderalimentatienormen door de
rechterlijke macht zou naar verwachting resulteren in het vaker en hoger opleggen
van kinderalimentatieplichten, waardoor minder bijstand nodig is. Destijds zijn op
verzoek van de VNG afspraken gemaakt over het monitoren van de maatregel vanwege twijfels
over de hoogte van de besparingen.
Op 17 januari 2013 heb ik in een bestuurlijk overleg met de VNG de resultaten van
de monitoring over de periode 2009–2011 van de gewijzigde kinderalimentatienormen
besproken. De uitkomsten van de monitoring bevestigen noch weerleggen de veronderstelde
effecten*.
De VNG was kritisch over de uitkomsten van de monitoring, maar gaf aan niet terug
te willen komen op de ingeboekte besparing op bijstandsuitkeringen.
Ik vertrouw erop u met deze brief in voldoende mate te hebben geïnformeerd.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma