30 234 Toekomstig sportbeleid

Nr. 300 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR LANGDURIGE ZORG EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 mei 2022

In het commissiedebat Sport van juni 2021 (Kamerstuk 30 234, nr. 275) is de motie van het lid Van der Laan c.s. (Kamerstuk 30 234, nr. 268) aangenomen (Handelingen II 2020/21, nr. 99, item 82) op basis waarvan een verdiepingsslag is gestart naar de mogelijke reikwijdte en effecten van een sportwet. Het proces van deze verdiepingsslag is geschetst in de brief d.d. 25 november 20211.

Door de Kamercommissie sport is per brief d.d. 21 april 2022 gevraagd om geïnformeerd te worden over de voortgang. Dit verzoek doe ik af in deze brief.

Regie en verantwoordelijkheden

De sportsector is van onderaf ontstaan; vanuit mensen die graag samen en in clubverband willen sporten en de organisatie en financiering daarvan zelf in de hand namen. In de loop van de tijd zijn op organische wijze allerlei taak-en rolverdelingen ontstaan tussen verschillende overheden, sportaanbieders, sportorganisaties en sporters. Ik deel de wens van de Kamer om het bereik van de sport te vergroten. Ik deel ook de constatering dat een heldere verantwoordelijkheidsverdeling op basisvoorwaarden als kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid nodig is. Ik vind – net als uw Kamer – dat de huidige situatie te vrijblijvend is om ambitieus te kunnen zijn in het halen van de beweegdoelstellingen en het werken aan kansengelijkheid. Het advies van de Sportraad en de wens vanuit de sport om de regie te nemen om tot een nieuwe inrichting van de sportsector te komen, die sportdeelname van de Nederlanders bevordert neem ik ter harte. Ik neem daarom deze regierol graag op me.

De stappen die tot nu toe zijn gezet

Op dit moment werk ik met alle relevante partijen aan een sportstelsel dat klaar is voor de toekomst. Het proces van de verdiepingsslag kent drie fases.

De eerste fase bestond uit een analyse van de knelpunten met betrekking tot de kwaliteit, veiligheid en toegankelijk van de sport. Hier stond de vraag centraal welke knelpunten opgelost moeten worden door een nieuw sportstelsel. Dit overzicht is opgesteld door 20 experts uit het veld van de sport. Het resultaat is een «knelpuntenkaart» die overzichtelijk maakt welke doelen onderdeel zijn van de verdiepingsslag2. Kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid komen hierin terug, en zijn aangevuld met de doelen «bereik» en «organisatie». Ik stuur dit overzicht als bijlage mee.

De tweede fase richtte zich op de oplossingsrichtingen waarmee de geïnventariseerde knelpunten aangepakt zouden kunnen worden. Op 30 maart 2022 is met 80 vertegenwoordigers van de sport in een werkconferentie samengewerkt aan de vraag «wat moet er geregeld worden en wie is daarvoor aan zet?». Dit heeft geleid tot aanvullingen op de knelpunten -zoals de aandacht voor inrichting van de openbare ruimte- en tot de mogelijke oplossingsrichtingen. Dit overzicht van ideeën om het sportstelsel in te richten wordt momenteel gebruikt als basis voor de laatste fase van de verdiepingsslag. Wat ik ook meeneem van deze fase is de wens vanuit de sportsector om samen te werken over sectoren heen, het bereiken en vasthouden van de jeugd en jongvolwassenen en het op korte termijn vergroten van de sociale veiligheid binnen de sport.

De derde fase loopt door tot en met oktober 2022. De derde fase is een verdieping op de totale aansturing (governance)van de sportsector. Hierin staat de rol en taakverdeling centraal en gaat het om de in de Motie Van der Laan gestelde vraag wat de beste verhouding is tussen, overheden, sportaanbieders, verenigingen, bonden en (niet)sporters om de kwaliteit, veiligheid, toegankelijkheid en het bereik van de sport te verbeteren. Onder de begeleiding van bestuurskundige experts zijn governancevormen opgesteld. Dit zijn vier vormen die een verschillende manier van samenwerking laten zien tussen overheid, markt, gemeenschap en individu. Op dit moment werk ik aan een analyse van de consequenties van deze verschillende vormen van samenwerking.

Ik zie het vormgeven van een nieuw stelsel als een meerjarig en gezamenlijk traject waarin ik graag de regie neem terwijl ik ook de organisatiekracht en dynamiek die in de sportsector zelf aanwezig is optimaal wil behouden en benutten. De landelijke overheid neemt immers niet de belangrijkste plaats in als het gaat om het organiseren of financieren van sport. Gemeenten, provincies, de sport(ers) zelf, maar ook andere (veelal private) stakeholders zijn de belangrijkste organisatoren en financiers. Als landelijke overheid neem ik het initiatief om te komen tot een nieuw sportstelsel, maar een sportstelsel vormgeven kan niet zonder andere relevante partijen en in het bijzonder de gemeenten en de provincies. Zij zijn daarom betrokken bij de verdiepingsslag en hebben zelf ook een traject opgestart om hun mogelijke rollen in een nieuw sportstelsel uit te werken. Gemeenten hebben als VNG/VSG een expertcommissie ingesteld op dit vraagstuk; zij komen naar verwachting na de zomer van 2022 met een advies aan hun leden.

Naast het onderzoeken van het sportstelsel ligt er ook een belangrijke opgave in de samenwerking tussen sport en andere domeinen en stelsels zoals zorg, onderwijs, ruimtelijke ordening en de werkomgeving. Daarbij is het belangrijk dat de sportsector groeit als betrouwbare sector. De sportsector zal daarom toewerken naar garanties op de kwaliteit, toegankelijkheid en veiligheid. Dit is een voorwaarde om overkoepelende doelen te stellen op het gebied van sport en bewegen. De opgave om te komen tot een sterk sportstelsel en de opgave om meer samen te werken met andere domeinen zijn niet los van elkaar te zien.

Vervolgproces

De komende maanden wordt de verdiepingsslag voortgezet met als doel de governancevormen uit te werken met alle stakeholders zoals NOC*NSF, het Platform Ondernemende Sportaanbieders, gemeenten en provincies. Ook werksessies met mensen die dicht op de praktijk zitten zijn hier onderdeel van. Ik zal uw Kamer informeren over deze fase.

Voor het zomerreces zal ik bestuurlijk overleg voeren op zowel gemeentelijk als provinciaal niveau en met de belangrijkste vertegenwoordigende organisaties uit de sport. U ontvangt in het najaar (voor het wetgevingsoverleg sport) een overzicht van de mogelijke governancevormen van een nieuw sportstelsel met daarbij een overzicht van de financiële en juridische consequenties en mijn analyse daarvan. Ik ga hierover graag met u in debat. Op basis daarvan wil ik de volgende stappen in het proces formuleren.

De Minister voor Langdurige Zorg en Sport, C. Helder


X Noot
1

Kamerstuk 30 234, nr. 289

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven