Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201630196 nr. 385

30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid

Nr. 385 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 januari 2016

Hierbij bied ik uw Kamer, mede namens de Minister voor Wonen en Rijksdienst en de Staatssecretaris van Economische Zaken, het rapport van bos tot bouwplaats van Probos aan1 voorzien van onze beleidsreactie. Dit is tevens, zoals aangekondigd in de antwoorden op de vragen van het lid Van Veldhoven (D66) over het bericht «Milieu ondergeschikt bij inkoop materialen door overheid»2 een reactie op het rapport het bos verdient beter 3 van FSC.

In het rapport het bos verdient beter zijn circa 100 projecten in Grond, Weg en Waterbouw onderzocht, bij voornamelijk gemeenten, waterschappen en provincies. Het rapport van bos tot bouwplaats richtte zich op 10 projecten van de rijksoverheid. Beide rapporten concluderen dat bij de aanbesteding van overheidsprojecten in de meeste gevallen gevraagd wordt om duurzaam hout. Dit gecombineerd met het feit dat in 2013 74% van het hout op de Nederlandse markt uit duurzaam beheerde bossen kwam4 is goed nieuws voor het behoud van bossen.

Er is een tweetal kanttekeningen te maken bij de inkoop van duurzaam hout zoals blijkt uit de belangrijkste conclusies van de rapporten. Deze kanttekeningen zijn:

  • 1. Bij ongeveer de helft van de rijksprojecten uit de steekproef van Probos5 is aangetoond dat er duurzaam hout is toegepast. Voor de overige projecten valt dit niet met zekerheid uit de documenten op te maken. Het rapport het bos verdient beter constateert in haar onderzoek dat bij overheden in slechts 6% van de onderzochte projecten op de juiste manier gecontroleerd wordt of duurzaam hout is toegepast, en

  • 2. In sommige gevallen wordt er één enkel specifiek keurmerk voorgeschreven. Het voorschrijven van slechts één specifiek houtkeurmerk is niet conform de inkoopcriteria die het Rijk voor duurzaam hout heeft opgesteld en in strijd met de Europese aanbestedingsregels. Ook de nieuwe Europese aanbestedingsrichtlijn sluit het exclusief accepteren van één specifiek keurmerk uit.

We pakken deze kanttekeningen aan door de aanbevelingen uit de rapporten van bos tot bouwplaats, en het bos verdient beter ter harte te nemen.

Overheden vullen hun rol als opdrachtgever in eerste instantie goed in door in bijna 100% van de projecten duurzaam hout te eisen, maar controleren volgens de onderzoekers te weinig of er daadwerkelijk duurzaam hout geleverd is. Uit de rapporten blijkt daarnaast dat de opdrachtnemers hun verantwoordelijkheid niet altijd voldoende nemen. Als er gevraagd wordt om duurzaam hout te leveren, is het aan de opdrachtnemer om aan te tonen dat daadwerkelijk duurzaam hout is geleverd. Omdat uit beide rapporten blijkt dat aantoonbaarheid nog te vaak achterwege blijft zullen overheden daar extra op gaan toezien.

De aanbevelingen richten zich met name op het beter aantoonbaar maken van de inkoop van hout door het evalueren van projecten, het informeren van inkopers en het verbeteren van het contractmanagement. Dit is aanleiding voor het Rijksvastgoedbedrijf en Rijkswaterstaat om een aantal projecten steekproefsgewijs op vergelijkbare wijze door te lichten, zodat het leereffect van evaluaties kan worden voortgezet. Rijkswaterstaat en het Rijksvastgoedbedrijf zullen de bevindingen van Probos bespreken in een aantal leveranciersgesprekken en aankondigen dat ze in 2016 bij een aantal projecten steekproeven zullen doen ter verificatie van de duurzaam hout eis. Afhankelijk van de steekproefbevindingen en signalen wordt in 2017 de toetsinspanning voor de opvolgende jaren bepaald.

Uit het onderzoek van bos tot bouwplaats blijkt ook dat de vijf rijksprojecten waarvan geconstateerd is dat er duurzaam geproduceerd hout is toegepast, zijn uitgevoerd door gecertificeerde (onder)aannemers. Alleen gecertificeerde leveranciers kunnen aantoonbaar duurzaam geproduceerd hout leveren. Elke schakel in de keten – van houtkap tot eindproduct – die gecertificeerd hout verwerkt, bewerkt en doorverkoopt, kan zich laten certificeren. Dit heet handelsketencertificering (ook wel Chain-of-Custody of CoC genoemd). Mist er een schakel, dan verliest het hout zijn certificaat. We blijven opdrachtgevers daarom aanbevelen vooraf te controleren of de opdrachtnemer gecertificeerd is of de opdrachtnemer te vragen een projectcertificering aan te vragen6.

De tweede kanttekening is dat het eisen van één enkel specifiek houtkeurmerk in aanbestedingsdocumenten in strijd is met de Europese aanbestedingsrichtlijn. Ook vanuit een duurzaamheidsperspectief is het onwenselijk om een specifiek houtkeurmerk voor te schrijven. Door een specifiek houtkeurmerk te verlangen worden opdrachtnemers namelijk beperkt op het gebied van kwaliteit, beschikbaarheid en prijs. Als rijksoverheid verzoeken we provincies, gemeenten en waterschappen om hout uit te vragen dat voldoet aan de inkoopcriteria, en niet slechts één enkel specifiek houtkeurmerk te vragen. Daarmee wordt onrechtmatig handelen voorkomen.

Tot slot willen we het voor alle overheidsinkopers zo makkelijk mogelijk maken om duurzaam hout in te kopen. Daarom zijn er in het recente verleden in het kader van de Green Deal bevorderen duurzaam bosbeheer al acties ondernomen om kennis over inkoop van duurzaam geproduceerd hout bij overheidsinkopers te vergroten. Daarbij was er aandacht voor controle achteraf, is er ook duurzaam hout geleverd? en het gebruik van inkoopcriteria voor hout. Zo is er geïnvesteerd in kennisvergroting via de websites van PIANOo en www.inkoopduurzaamhout.nl, en zijn er bijeenkomsten georganiseerd om betrokkenen te informeren. We zullen als Rijk deze informatie blijven verspreiden.

De in deze brief aangekondigde extra inzet sluit aan bij het plan van aanpak maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI), dat 11 september jl. aan u is aangeboden (Kamerstuk 30 196, nr. 358) Het duurzaam inkopen van hout is daar een onderdeel van. Het duurzaam inkopen van hout door overheden heeft een specifieke rol in het bredere bossenbeleid, en is in die zin een stimulans voor het duurzaam beheren van bossen wereldwijd. Over het brede bossenbeleid wordt u op korte termijn geïnformeerd in een aparte brief.

Het op een juiste wijze omgaan met inkoopcriteria geldt niet alleen specifiek voor hout, maar breed in het kader van het plan van aanpak MVI. Bij het uitvoeren van het plan van aanpak MVI wordt meegenomen hoe bij andere overheden de aantoonbaarheid van de inkoop van duurzaam hout kan worden verbeterd.

We vertrouwen erop via het instrument MVI, extra aandacht voor het contract- en leveranciersmanagement, en toetsing vooraf of de opdrachtnemer gecertificeerd is, de verduurzaming van de houtketen verder te stimuleren. Met een duurzame houtketen blijven bossen hun ecologische, sociale en economische waarde behouden en blijft hout uit deze bossen beschikbaar als belangrijke grondstof voor de circulaire economie.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Aanhangsel Handelingen II 2015/16, nr. 354

X Noot
4

Probos: Duurzaam geproduceerd hout op de Nederlandse markt in 2013, februari 2015, Kamerstuk 30 196, nr. 331)

X Noot
5

Probos: Van bos tot bouwplaats. Toepassing duurzaam geproduceerd hout in bouwprojecten van de rijksoverheid, november 2015, radpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
6

zie ook «hoe koop ik duurzaam hout in» op www.inkoopduurzaamhout.nl