Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201630196 nr. 381

30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid

Nr. 381 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 december 2015

Mede namens de Minister voor Wonen en Rijksdienst en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu stuur ik uw Kamer hierbij de voortgangsrapportage van de Borgingscommissie Energieakkoord1. De voortgangsrapportage biedt inzicht in de voortgang die in 2015 is geboekt met de uitvoering van het Energieakkoord. Ook bevat de voortgangsrapportage een gezamenlijke reactie van de 47 ondertekenaars van het Energieakkoord op de Nationale Energieverkenning (NEV) 2015.

Met deze brief geef ik invulling aan mijn toezegging om uw Kamer te informeren over de uitwerking van de energiebesparingsmaatregelen in het Energieakkoord en de doorrekening daarvan en aan mijn toezegging tijdens de behandeling van de begroting Economische Zaken op 15 oktober jl. om in tienden van procenten aan te geven hoe de intensiveringsmaatregelen op het gebied van hernieuwbare energie ertoe zullen bijdragen dat het aandeel hernieuwbare energie toeneemt van 12,4% zoals geprognotiseerd in de NEV 2015 naar 14% in 2020 (Handelingen II 2015/16, nr. 15, items 4 en 14).

Alle doelen Energieakkoord binnen bereik

Uit de NEV 2015 is gebleken dat drie van de vijf doelen binnen bereik zijn. Het tempo van 1,5% energiebesparing per jaar (Europese afspraak) en het aandeel hernieuwbare energie van 16% in 2023 worden naar verwachting gehaald. Ook is de realisering van de beoogde 15.000 nieuwe voltijdsbanen in de hernieuwbare energiesector per jaar binnen bereik. Ten aanzien van twee doelen, te weten 14% hernieuwbare energie in 2020 en 100 PJ extra energiebesparing in 2020, werd in de NEV 2015 geconcludeerd dat deze met de in de NEV doorgerekende maatregelen niet gehaald zouden worden. De partijen bij het Energieakkoord zijn vervolgens met elkaar in gesprek gegaan om te komen tot een maatregelenpakket waarmee ook deze doelen binnen bereik komen. Bijgaande voortgangsrapportage is daar het resultaat van.

Intensivering hernieuwbare energie

In de voortgangsrapportage is een aantal intensiveringen op het gebied van hernieuwbare energie afgesproken. Dit leidt tot een totale hernieuwbare energieproductie van 272–290 PJ in 2020. Daarmee wordt de doelstelling van 14% hernieuwbare energie in 2020 gehaald.

Onderstaande tabel geeft de bijdrage van de afgesproken intensiveringen aan de doelstelling in tienden van procenten weer.

Aandeel hernieuwbare energie volgens de NEV 2015

12,4%

   

Intensiveringen

 

Versnellen acties wind op land met provincies

0,4%

Regeling kleine hernieuwbare warmteopties

0,45%

Innovatieprogramma monomestvergisting

0,05%

Uitwerking warmtevisie

0,45%

Lokale energie

0,1%

Bij- en meestook biomassa & biobrandstoffen

0,15%

   

Totaal

14%

Intensivering energiebesparing

Van het doel van 100 PJ extra besparing in 2020 wordt volgens de NEV 2015 55,4 PJ gerealiseerd. In de voortgangsrapportage is een aantal intensiveringen afgesproken om dit doel binnen bereik te brengen. Dit betreft onder andere aanvullende maatregelen voor energiebesparing in de koop- en huursector, een intensivering van de handhaving van de Wet milieubeheer, afspraken over een planmatige uitrol van de 1-op-1 afspraken in de energie-intensieve industrie en diverse maatregelen in de verkeer- en vervoersector. De voortgangsrapportage toont aan dat hiermee 72,3–108,5 PJ extra energiebesparing in 2020 behaald kan worden.

Voor een gedetailleerde beschrijving van de maatregelen verwijs ik naar de voortgangsrapportage van de voorzitter van de borgingscommissie (zie bijlage)2.

Tot slot

Uit de voortgangsrapportage blijkt dat met de afgesproken intensiveringen de doelen van 14% hernieuwbare energie in 2020 en 100 PJ extra energiebesparing in 2020 binnen bereik zijn en dat alle vijf de doelen uit het Energieakkoord dus kunnen worden gehaald. Met de voortgangsrapportage laat de Borgingscommissie zien dat er bij alle partijen voldoende betrokkenheid en flexibiliteit is om aanvullende afspraken te maken om de doelen uit het Energieakkoord te realiseren. De gezamenlijke aanpak van het Energieakkoord biedt daarmee een solide basis voor de energietransitie die wij gezamenlijk nastreven.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl