Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201630196 nr. 378

30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid

Nr. 378 HERDRUK1 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID JAN VOS C.S. TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 376

Voorgesteld 17 december 2015

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de SDE+-regeling voor 2016 bij- en meestook van biomassa (BMS) in kolencentrales is opgenomen dat de eerste fase begin maart 2016 wordt opengesteld en de tweede fase in september 2016;

constaterende dat de Kamer de motie-Jan Vos c.s. (32 813, nr. 115) heeft aangenomen, waarin de Kamer uitspreekt dat alle maatregelen moeten worden onderzocht om de uitspraak in de Urgenda-zaak te kunnen naleven, die inhoudt dat de CO2-uitstoot in 2020 25% lager moet zijn dan in 1990, waaronder nadrukkelijk ook de sluiting van de Nederlandse kolencentrales, en daarnaast de motie-Van Veldhoven/Van Weyenberg (34 302, nr. 99), die voorziet in de uitfasering van de Nederlandse kolencentrales, alsmede de motie-Klaver c.s. (34 300, nr. 24), waarin de Kamer uitspreekt dat het kabinet in 2016 moet starten met de uitvoering van aanvullende maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen te reduceren;

constaterende dat het kabinet een ibo-CO2 laat opstellen, waarin wordt onderzocht welke maatregelen nodig zullen zijn om invulling te geven aan de uitspraak van de rechter in de klimaatzaak;

overwegende dat het kabinet heeft besloten dat de uitspraak in de Urgenda-zaak zal worden gehonoreerd;

overwegende dat een halfjaar uitstel van de beschikking van BMS het duurzaamheidsdoel van 14% voor 2020 niet in gevaar brengt;

overwegende dat het langdurig voortzetten van de kolencentrales leidt tot langdurig stilzetten van de veel schonere en soms splinternieuwe gascentrales;

spreekt uit dat met het toekennen van SDE+ aan biomassa bijstook, de mogelijkheid van uitfasering van de kolencentrales niet negatief mag worden beïnvloed;

verzoekt de regering om de optie bij- en meestook van biomassa in kolencentrales in de SDE+-regeling pas open te stellen nadat:

  • er overeenstemming is over de wijze waarop tegemoetgekomen zal worden aan de uitspraak van de rechter om meer CO2-reductie te realiseren;

  • er helderheid is over de uitfasering van de kolencentrales,

en daarmee uitvoering is gegeven aan de motie-Jan Vos c.s. en de motie-Van Veldhoven/Van Weyenberg en Klaver c.s.;

verzoekt de regering tevens, daarbij een helder tijdspad in acht te nemen en de uitvoering van de moties met de Kamer te bespreken alvorens tot implementatie hiervan over te gaan,

Jan Vos

Van Tongeren

Smaling

Van Veldhoven

Dik-Faber


X Noot
1

Herdruk i.v.m. correctie van het percentage in de tweede alinea