30 175 Luchtkwaliteit

V VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 17 februari 2022

De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving1 hebben kennisgenomen van de brief van 1 oktober 2021 waarin de aanvullende vragen van de leden van de fracties van GroenLinks en de PvdD over de elfde NSL2-monitoringsrapportage 2020 zijn beantwoord3.

De leden van de GroenLinks-fractie wensen naar aanleiding van de beantwoording nog enkele aanvullende vragen te stellen. De leden van de PvdD-fractie hebben eveneens een aantal aanvullende vragen met betrekking tot bedoelde rapportage.

Naar aanleiding hiervan is op 9 november 2021 een brief gestuurd aan de toenmalige Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.

De toenmalige Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 6 december 2021 aangegeven dat het beantwoorden van de vragen niet binnen de gebruikelijke termijn mogelijk is.

De huidige Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 17 februari 2022 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRASTRUCTUUR, WATERSTAAT EN OMGEVING

Aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat

Den Haag, 9 november 2021

De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving hebben met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 1 oktober 2021 waarin u de aanvullende vragen van de leden van de fracties van GroenLinks en de PvdD over de elfde NSL4-monitoringsrapportage 2020 heeft beantwoord5.

De leden van de GroenLinks-fractie wensen naar aanleiding van uw beantwoording nog enkele aanvullende vragen te stellen. De leden van de PvdD-fractie hebben eveneens een aantal aanvullende vragen met betrekking tot bedoelde rapportage.

Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-fractie

De fractieleden van GroenLinks hebben de volgende aanvullende vragen met betrekking tot de elfde NSL-monitoringsrapportage 2020:

  • 1. In de antwoordbrief schrijft u dat het effect op de gezondheid van secundair fijnstof niet «primair» plaatsvindt in de gebieden waar sprake is van de legalisering van PAS-melders6. Hierdoor zal volgens u geen conflict ontstaan tussen het belang van de betreffende bedrijven en het belang van burgers die gezondheidsschade kunnen ondervinden door slechte luchtkwaliteit. De leden van de fractie van GroenLinks constateren dat ook effecten die zich niet primair binnen een gebied voordoen, niettemin schade kunnen aanrichten in dat gebied of schade kunnen doen buiten dat gebied. Onderschrijft u deze constatering? Zo nee, waarom niet?

  • 2. Als u schrijft dat het effect op de gezondheid van secundair fijnstof niet primair plaatsvindt binnen de gebieden waarin sprake is van de legalisering van PAS-melders, mogen de leden van de fractie van GroenLinks dan aannemen dat dit secundair wel zal leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit en dat dit derhalve het risico in zich draagt dat burgers in die regio’s gezondheidsschade zullen ondervinden?

  • 3. Als u schrijft dat het effect op de gezondheid van secundair fijnstof niet primair plaatsvindt binnen de gebieden waarin sprake is van de legalisering van PAS-melders, mogen de leden van de fractie van GroenLinks dan aannemen dat dit secundair wel kan leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit in andere gebieden en dat dit derhalve het risico in zich draagt dat burgers in die regio’s gezondheidsschade zullen ondervinden?

  • 4. Kunt u het afwegingskader delen waarmee dit risico is afgewogen tegen de eventuele voordelen van het legaliseren van de betreffende PAS-melders? Kunt u daarbij in ieder geval ingaan op de technische gegevens op basis waarvan de risico’s in kaart zijn gebracht en de wijze waarop u zich tot deze risico’s verhoudt?

  • 5. Kunt u aangeven op welk planologisch moment bij de besluitvorming over PAS-melders, zowel bij rijksmaatregelen als op decentraal niveau, de impact van legalisering van PAS-melders op de luchtkwaliteit is afgewogen? Kunt u dit aangeven voor de categorieën veeteeltbedrijven, voor luchthavens en voor bouwprojecten? Kunt u aangeven hoe een eventuele toename van luchtvervuiling daarbij naar burgers inhoudelijk is verantwoord en juridisch onderbouwd? In het bijzonder in het licht van de Richtlijn van 20 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa7 en het verdrag van Aarhus8?

  • 6. Welke garanties heeft u dat de legalisering van PAS-melders in de betreffende regio’s niet zal leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit?

Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie

De fractieleden van de PvdD hebben de volgende aanvullende vragen:

  • 1. Bent u bekend met het nieuws dat de World Health Organization (WHO) op 22 september jl. bekend maakte dat zij de regels rondom luchtvervuiling uit 2005 aanscherpt omdat luchtvervuiling al op lagere niveaus schadelijker blijkt dan voorheen gedacht werd?9

  • 2. Het in 2020 gesloten Schone Lucht Akkoord10 bevat o.a. het doel om in 2030 te voldoen aan de oude WHO-normen voor fijnstof en stikstofdioxide. Bent u het met de fractieleden van de PvdD eens dat die normen conform de nieuwe WHO-normen dienen te worden aangepast?

  • 3. Bent u bekend met het feit dat uit een nieuwe rekenmethode van het RIVM 1. (februari 2021), blijkt dat houtstook (via houtkachels, pelletkachels en open haarden) verantwoordelijk is voor 23 procent van de uitstoot van fijnstof in Nederland, terwijl eerder werd uitgegaan van 10 procent?

  • 4. Realiseert u zich dat houtstook daarmee de grootste bron van fijnstof is in Nederland? Groter dan de uitstoot door vlieg- of wegverkeer?

  • 5. Klopt het dat er geen regels zijn voor de hoeveelheid fijnstof die een houtkachel/pelletkachel/open haard mag uitstoten? Indien dat zo is, bent u bereid daar wel regels voor op te stellen?

  • 6. Nu de gasprijzen stijgen, neemt ook de verkoop van houtkachels en pelletkachels toe, o.a. via Marktplaats. Erkent u dat de verkoop van tweedehands kachels, die niet aan de nieuwste veiligheidseisen voldoet, geen goede ontwikkeling is? Zo ja, bent u bereid de verkoop van tweedehands kachels te verbieden?

  • 7. Bent u bekend met www.stookwijzer.nu, de landelijke website waarop bewoners klachten kunnen indienen over overlast door houtstook? Zo ja, kunt u aangeven hoeveel klachten daar in 2020 en in 2021 gemeld werden?

  • 8. Erkent u dat buurtbewoners stankoverlast en gezondheidsschade (kunnen) ondervinden van de houtstook in hun wijk?

  • 9. Kent u het onderzoek van het Longfonds11 dat circa 750.000 mensen met een longziekte last hebben van klachten als kortademigheid of benauwdheid door houtstook?

  • 10. Bent u bereid om alsnog een landelijk stookverbod in te stellen bij een stookalarm (als het niet waait, bij mist), aangezien dit meteen een gunstig effect kan hebben op de gezondheid van mensen met luchtwegaandoeningen, onder wie uiteraard ook (ex-)coronapatiënten.

  • 11. Kunt u bevestigen dat er momenteel niet of nauwelijks door gemeenten gehandhaafd wordt wanneer mensen melding maken van ziekmakende houtstook in de buurt? Zo ja, kunt u verklaren hoe dat komt? En kunt u aangeven in hoeveel gevallen er wel handhavend is opgetreden?

  • 12. Bent u bereid om ervoor te zorgen dat er voortaan wel gehandhaafd gaat worden of kán gaan worden wanneer er melding gemaakt wordt van houtstookoverlast? Zo nee, waarom niet?

  • 13. Bent u bereid om samen met de VNG te pleiten voor eenduidige mogelijkheden om overlast door houtstook effectiever aan te pakken? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

  • 14. Hoe verhoudt zich het kabinetsadvies om woningen regelmatig te ventileren in verband met COVID-19 tot deze problematiek?

  • 15. Bent u bereid om het installeren van hout- en pelletkachels juridisch dusdanig te regelen, dat alleen gespecialiseerde bedrijven deze werkzaamheden mogen uitvoeren, zodat uitlaatpijpen en schoorstenen op de juiste hoogte en locatie worden geplaatst en de kans op overlast zo verkleind wordt?

  • 16. Bent u het met de fractieleden van de PvdD eens dat open haarden, houtkachels en pelletkachels uitgefaseerd dienen te worden?

De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag binnen vier weken na dagtekening van deze brief.

De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, H.J. Meijer

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 december 2021

De leden van de fracties van GroenLinks en Partij voor de Dieren van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving hebben op 9 november jl. vervolgvragen gesteld naar aanleiding van mijn antwoordbrief12 van 1 oktober jl.

Hierbij wil ik u informeren dat het, vanwege de benodigde interne en interdepartementale afstemming, niet haalbaar is om deze vragen binnen de gevraagde termijn te beantwoorden. Ik streef ernaar u de antwoorden zo spoedig mogelijk toe te sturen.

De Staatssecretaris van infrastructuur en waterstaat, S.P.R.A. van Weyenberg

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 februari 2022

Hierbij ontvangt u de antwoorden op de aanvullende vragen van de GroenLinks- en PvdD-fractieleden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving naar aanleiding van de brief van mijn voorganger betreffende de elfde monitoringsrapportage van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van 1 okt jl13.

Deze antwoordbrief stuur ik mede namens de Minister voor Natuur en Stikstof, aangezien de onderwerpen Wet natuurbescherming en PAS-meldingen onder haar beleidsterrein vallen. Deze onderwerpen komen aan bod in de beantwoording op de vragen van de leden van de GL-fractie.

Vragen van de leden van de GL-fractie

Vraag 1.

In de antwoordbrief schrijft u dat het effect op de gezondheid van secundair fijnstof niet «primair» plaatsvindt in de gebieden waar sprake is van de legalisering van PAS-melders. Hierdoor zal volgens u geen conflict ontstaan tussen het belang van de betreffende bedrijven en het belang van burgers die gezondheidsschade kunnen ondervinden door slechte luchtkwaliteit. De leden van de fractie van GroenLinks constateren dat ook effecten die zich niet primair binnen een gebied voordoen, niettemin schade kunnen aanrichten in dat gebied of schade kunnen doen buiten dat gebied. Onderschrijft u deze constatering? Zo nee, waarom niet?

Vraag 2.

Als u schrijft dat het effect op de gezondheid van secundair fijnstof niet primair plaatsvindt binnen de gebieden waarin sprake is van de legalisering van PAS-melders, mogen de leden van de fractie van GroenLinks dan aannemen dat dit secundair wel zal leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit en dat dit derhalve het risico in zich draagt dat burgers in die regio’s gezondheidsschade zullen ondervinden?

Vraag 3.

Als u schrijft dat het effect op de gezondheid van secundair fijnstof niet primair plaatsvindt binnen de gebieden waarin sprake is van de legalisering van PAS-melders, mogen de leden van de fractie van GroenLinks dan aannemen dat dit secundair wel kan leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit in andere gebieden en dat dit derhalve het risico in zich draagt dat burgers in die regio’s gezondheidsschade zullen ondervinden?

Vraag 4.

Kunt u het afwegingskader delen waarmee dit risico is afgewogen tegen de eventuele voordelen van het legaliseren van de betreffende PAS-melders? Kunt u daarbij in ieder geval ingaan op de technische gegevens op basis waarvan de risico’s in kaart zijn gebracht en de wijze waarop u zich tot deze risico’s verhoudt?

Vraag 5.

Kunt u aangeven op welk planologisch moment bij de besluitvorming over PAS-melders, zowel bij rijksmaatregelen als op decentraal niveau, de impact van legalisering van PAS-melders op de luchtkwaliteit is afgewogen? Kunt u dit aangeven voor de categorieën veeteeltbedrijven, voor luchthavens en voor bouwprojecten? Kunt u aangeven hoe een eventuele toename van luchtvervuiling daarbij naar burgers inhoudelijk is verantwoord en juridisch onderbouwd? In het bijzonder in het licht van de Richtlijn van 20 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa en het verdrag van Aarhus?

Vraag 6.

Welke garanties heeft u dat de legalisering van PAS-melders in de betreffende regio’s niet zal leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit?

Antwoord op vragen 1 t/m 6 van de leden van de GL-fractie.

Het kabinet richt zich op het terugdringen van de stikstofdepositie en het verbeteren van de luchtkwaliteit en gezondheid in Nederland. Dit doet het kabinet o.a. binnen het Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering, het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en het Schone Lucht Akkoord (SLA). De stikstofdepositie van activiteiten onder het voormalige Programma Aanpak Stikstof (PAS) en gevolgen voor luchtkwaliteit zijn juridisch gezien twee verschillende zaken, die op basis van twee verschillende wetten worden beoordeeld. Hieronder licht ik dit toe.

Bij de vergunningverlening voor de meldingen, die onder het voormalige PAS zijn gemaakt (PAS-meldingen), vindt op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) een beoordeling plaats van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Elk project met een stikstofdepositie op een stikstofgevoelig gebied waarbij een significant negatief effect niet uit te sluiten is, dient toestemming te hebben op basis van de Wnb. Daarbij dient onderbouwd te worden dat de toename in stikstofdepositie (bijvoorbeeld door toepassing van mitigatie) niet leidt tot verslechtering van stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden.

De beoordeling van activiteiten met gevolgen voor de luchtkwaliteit valt onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Uitgangspunt is dat in Nederland de grenswaarden uit de EU luchtkwaliteitsrichtlijn14 niet mogen worden overschreden. Voor vergunningplichtige veehouderijen vindt een toetsing aan deze grenswaarden plaats bij de verlening van een omgevingsvergunning milieu. Voor veehouderijen die onder het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen vindt deze toetsing plaats via de «omgevingsvergunning beperkte milieutoets». Die toets waarborgt dat bij geen enkele woning in de omgeving van de activiteit de grenswaarden worden overschreden. Hierbij wordt ook de achtergrondbelasting, inclusief secundair fijnstof, meegewogen. In gebieden waar aan de grenswaarden wordt voldaan is ruimte voor activiteiten die een nadelige invloed hebben op de luchtkwaliteit. Activiteiten worden dus getoetst aan de grenswaarden. Een afzonderlijk afwegingskader, waar u in vraag 4 en 5 naar vraagt, is niet nodig.

In het NSL wordt de luchtkwaliteit gemonitord door met modelberekeningen te kijken of overal aan de grenswaarden wordt voldaan, en te zorgen dat gesignaleerde overschrijdingen zo snel mogelijk opgelost worden. In de monitoring NSL wordt het totaal van primair en secundair fijnstof meegenomen in de berekeningen voor fijnstof.

In vraag 6 vraagt u naar de garanties dat het legalisatieprogramma voor PAS-meldingen niet zorgt voor een verslechtering van de luchtkwaliteit. De gemelde PAS-activiteiten vinden in beginsel al plaats. Dat betekent dat de bijdrage van de PAS-meldingen ook in de achtergrondconcentraties voor fijnstof zitten en op die manier meegenomen worden in de monitoring van het gepasseerde jaar, in het kader van de NSL-monitoring. Daarnaast worden de achtergrondconcentraties ook gekalibreerd aan de metingen op basis van metingen. Het gemonitorde beeld (gemeten en berekend) van de luchtkwaliteit verandert dus niet door het legalisatieprogramma.

Met de onlangs naar uw Kamer verzonden brief15 heeft de vorige Staatssecretaris van IenW u geïnformeerd over de laatste stand van zaken van het NSL. De actuele gegevens van de NSL-monitoring zijn ook door iedereen online in te zien.16 Hiermee geeft het kabinet invulling aan de in het verdrag van Aarhus gestelde verplichting tot het openbaar maken van informatie.

Ik ben mij ervan bewust dat ook bij fijnstofconcentraties onder de wettelijke grenswaarden, gezondheidseffecten kunnen optreden. In vragen 1, 2 en 3 vraagt u naar de effecten op de gezondheid van secundair fijnstof, zowel binnen als buiten het gebied van legalisering van PAS-meldingen. Secundair fijnstof dat ontstaat door reacties van gassen in de lucht (zoals ammoniak) heeft de tijd nodig om zich te kunnen vormen en de gassen verplaatsen zich in die tijd over grote afstanden. Secundair fijnstof heeft om die reden een grootschaliger karakter dan primair fijnstof, wat betekent dat het effect daarvan niet zozeer lokaal maar vooral in de landelijke achtergrondconcentratie waar te nemen is. Daarbij komt dat de PAS-meldingen door heel Nederland verspreid liggen, waardoor we niet kunnen spreken van afzonderlijke gebieden met PAS-melders.

In het Schone Lucht Akkoord (SLA) zet ik mij samen met provincies en gemeenten in om, ook onder de grenswaarden, de luchtkwaliteit te verbeteren met als doel zoveel mogelijk gezondheidswinst te behalen. Hierbij kijk ik naar sectoren met de grootste uitstoot, zoals de landbouw17, maar ook specifiek naar gebieden waar mensen aan relatief hoge concentraties fijnstof en NO2 worden blootgesteld. In de doorrekening van de gezondheidseffecten in het kader van het SLA worden primair en secundair fijnstof beide meegenomen.

Beantwoording vragen van de leden van de PvdD-fractie

Vraag 1.

Bent u bekend met het nieuws dat de World Health Organization (WHO) op 22 september jl. bekend maakte dat zij de regels rondom luchtvervuiling uit 2005 aanscherpt omdat luchtvervuiling al op lagere niveaus schadelijker blijkt dan voorheen gedacht werd?

Vraag 2.

Het in 2020 gesloten Schone Lucht Akkoord bevat o.a. het doel om in 2030 te voldoen aan de oude WHO-normen voor fijnstof en stikstofdioxide. Bent u het met de fractieleden van de PvdD eens dat die normen conform de nieuwe WHO-normen dienen te worden aangepast?

Antwoord op de vragen 1 en 2.

Ik ben ermee bekend dat de WHO de advieswaarden heeft verlaagd. De nieuwe WHO-advieswaarden onderstrepen het belang om de luchtkwaliteit verder te verbeteren voor meer gezondheidswinst. Daar zet ik mij voor in, samen met de gemeenten en provincies die deelnemen aan het Schone Lucht Akkoord. In het Schone Lucht Akkoord is afgesproken dat wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden in 2030. Daarbij is in het Akkoord opgenomen dat de WHO-advieswaarden uit 2005 uitgangspunt zijn en dat, als er nieuwe advieswaarden worden vastgesteld, onderzocht wordt hoe de nieuwe advieswaarden bij het akkoord kunnen worden betrokken18. Begin dit jaar brengt het RIVM de uitkomsten uit van de voortgangsmeting voor het Schone Lucht Akkoord. Daarbij worden ook de nieuwe WHO-advieswaarden betrokken.

In een brief19 van 13 oktober 2021 heeft mijn voorganger toegezegd om, conform de motie van het lid Bouchallikh20, voor het zomerreces 2022 de Tweede Kamer te informeren over de maatregelen die nodig zouden zijn om in 2030 aan de nieuwe WHO-advieswaarden te voldoen. Ik heb RIVM gevraagd dit onderzoek uit te voeren.

Om aan de nieuwe waarden te voldoen is, naast aanvullend nationaal beleid, ook een Europese aanpak van belang. De luchtkwaliteit in Nederland wordt in hoge mate beïnvloed door emissies in de landen om ons heen. De WHO-advieswaarden vormen een belangrijke leidraad bij de herziening van de Luchtkwaliteitsrichtlijnen die de Europese Commissie op dit moment is gestart.

Vraag 3.

Bent u bekend met het feit dat uit een nieuwe rekenmethode van het RIVM (februari 2021), blijkt dat houtstook (via houtkachels, pelletkachels en open haarden) verantwoordelijk is voor 23 procent van de uitstoot van fijnstof in Nederland, terwijl eerder werd uitgegaan van 10 procent?

Vraag 4.

Realiseert u zich dat houtstook daarmee de grootste bron van fijnstof is in Nederland? Groter dan de uitstoot door vlieg- of wegverkeer?

Antwoord op de vragen 3 en 4.

Internationale richtlijnen adviseren sinds vorig jaar om het condenseerbaar fijnstof uit houtstook te rapporteren. RIVM rapporteert daarom sinds vorig jaar ook over condenseerbaar fijnstof in de emissieregistratie. De emissiecijfers van het RIVM laten zien dat het aandeel van houtstook in de emissies van primair fijnstof (PM2,5), vanwege de gewijzigde wijze van rapporteren is toegenomen van 10% naar 23%21. De emissies van PM2,5 van de sector consumenten was in 2019 met 6,5 kiloton en 36% van de emissies de grootste bron, hiervan is het aandeel houtstook 2/322. Het aandeel van houtstook in de gemiddelde PM2,5 concentratie in Nederland is 4%23. De emissiecijfers van 2019 laten zien dat voor PM10 de sector verkeer de grootste bron is.

De cijfers onderschrijven het belang van het verminderen van de emissies en overlast van houtstook door consumenten. Houtstook is een belangrijk thema in het Schone Lucht Akkoord. Samen met gemeenten en provincies werk ik aan een pakket van maatregelen om de luchtvervuiling van houtstook te verminderen. Ook laat ik onderzoek uitvoeren naar aanvullende maatregelen voor houtstook. De resultaten hiervan worden in het eerste kwartaal van 2022 verwacht.

Vraag 5.

Klopt het dat er geen regels zijn voor de hoeveelheid fijnstof die een houtkachel/pelletkachel/open haard mag uitstoten? Indien dat zo is, bent u bereid daar wel regels voor op te stellen?

Antwoord op vraag 5.

Voor nieuwe particuliere houtkachels geldt vanaf 1 januari 2022 de Ecodesignverordening (bijlage II).24 Deze verordening stelt eisen aan het rendement, veiligheidsaspecten en de uitstoot (emissies) van nieuwe kachels. Voor oudere kachels gelden geen eisen aan de fijnstofemissie.

Vraag 6.

Nu de gasprijzen stijgen, neemt ook de verkoop van houtkachels en pelletkachels toe, o.a. via Marktplaats. Erkent u dat de verkoop van tweedehands kachels, die niet aan de nieuwste veiligheidseisen voldoet, geen goede ontwikkeling is? Zo ja, bent u bereid de verkoop van tweedehands kachels te verbieden?

Antwoord op vraag 6.

Het is van belang om de emissies van particuliere houtstook verder terug te dringen. Echter, de verkoop van tweedehands kachels kan ik niet verbieden. Houtkachels zijn namelijk als product toegestaan op de (Europese) markt. Ik zet mij daarom in Europees verband in om de Ecodesignverordening verder aan te scherpen met als doel strengere emissie-eisen aan kachels te stellen.

Vraag 7.

Bent u bekend met www.stookwijzer.nu, de landelijke website waarop bewoners klachten kunnen indienen over overlast door houtstook? Zo ja, kunt u aangeven hoeveel klachten daar in 2020 en in 2021 gemeld werden?

Antwoord op vraag 7.

Ja, ik ben bekend met deze website.

In 2020 zijn 4391 meldingen gedaan via de Stookwijzer. Voor 2021 gaat het om 8693 meldingen.

Vraag 8.

Erkent u dat buurtbewoners stankoverlast en gezondheidsschade (kunnen) ondervinden van de houtstook in hun wijk?

Vraag 9.

Kent u het onderzoek van het Longfonds25 dat circa 750.000 mensen met een longziekte last hebben van klachten als kortademigheid of benauwdheid door houtstook?

Antwoord op de vragen 8 en 9.

Ik ben ermee bekend dat houtstookemissies tot gezondheidsklachten en hinder kunnen leiden, juist ook bij gevoelige groepen zoals mensen met longziekten en kinderen. Dit blijkt, naast het onderzoek van NIVEL waarnaar in de vraag wordt verwezen, onder meer ook uit de klachten die via de Stookwijzer worden ingediend en uit ervaringen van gemeenten en stakeholders. Om de gezondheidseffecten beter in beeld te brengen heb ik opdracht gegeven tot aanvullend onderzoek naar houtstookemissies26. De resultaten worden in het eerste kwartaal van 2022 verwacht.

Vraag 10.

Bent u bereid om alsnog een landelijk stookverbod in te stellen bij een stookalarm (als het niet waait, bij mist), aangezien dit meteen een gunstig effect kan hebben op de gezondheid van mensen met luchtwegaandoeningen, onder wie uiteraard ook (ex-) coronapatiënten.

Antwoord op vraag 10.

Samen met een aantal gemeenten verken ik mogelijkheden voor de «Pilot stookverbod tijdens een stookalert». Tijdens de pilot zal worden gekeken naar de haalbaarheid en de effecten van een lokaal stookverbod bij stookalert. Op basis van de resultaten bespreek ik met medeoverheden of en zo ja, op welke manier vervolgstappen gezet kunnen worden om overlastsituaties tegen te gaan.

Vraag 11.

Kunt u bevestigen dat er momenteel niet of nauwelijks door gemeenten gehandhaafd wordt wanneer mensen melding maken van ziekmakende houtstook in de buurt? Zo ja, kunt u verklaren hoe dat komt? En kunt u aangeven in hoeveel gevallen er wel handhavend is opgetreden?

Vraag 12.

Bent u bereid om ervoor te zorgen dat er voortaan wel gehandhaafd gaat worden of kán gaan worden wanneer er melding gemaakt wordt van houtstookoverlast? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op de vragen 11 en 12.

Handhaving van overlast door houtstook is een gemeentelijke bevoegdheid. Het verbod om op hinderlijke wijze rook of roet te verspreiden is vastgelegd in het Bouwbesluit (art. 7.22). Er is geen landelijke registratie hoe vaak gemeenten gebruik maken van deze bevoegdheid en handhaven bij meldingen van overlast.

In het Schone Lucht Akkoord is afgesproken dat de gemeenten klachten van overlast via de Stookwijzer27 in ontvangst nemen en acteren bij herhaalde overlast. Daarnaast heeft mijn voorganger op 10 november 2021 alle andere gemeenten per brief opgeroepen om ook klachten via de Stookwijzer in ontvangst te nemen en te acteren bij herhaalde overlast. De Stookwijzer geeft een actueel stookadvies op postcodeniveau en daarnaast is een laagdrempelige manier voor mensen die overlast ervaren om een klacht in te dienen. We zien dat de Stookwijzer ook steeds meer gebruikt wordt.

Verschillende gemeenten geven aan het in de praktijk lastig te vinden om te handhaven bij overlast. Daarom werk ik samen met gemeenten aan het versterken van de handhaving. Dat doe ik onder andere met de actualisatie van het stappenplan bij houtstookoverlast28, ook heb ik opdracht gegeven voor onderzoek naar mogelijkheden voor specifieke meetapparatuur ten behoeve van handhaving door gemeenten29.

Vraag 13.

Bent u bereid om samen met de VNG te pleiten voor eenduidige mogelijkheden om overlast door houtstook effectiever aan te pakken? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord vraag 13.

In het Schone Lucht Akkoord werk ik al intensief samen met gemeenten aan het implementeren van maatregelen en het uitvoeren van pilots om de luchtemissies en overlast van houtstook verder terug te dringen. Daarbij ben ik, als daar bij de VNG interesse voor is, graag bereid om te bespreken op welke wijze VNG hieraan wil bijdragen.

Vraag 14.

Hoe verhoudt zich het kabinetsadvies om woningen regelmatig te ventileren in verband met COVID-19 tot deze problematiek?

Antwoord op vraag 14.

Het RIVM adviseert om regelmatig ruimtes te luchten, om de besmettingskans met COVID te verminderen, met name bij en na bezoek. Voor situaties waarbij (ernstige) overlast van houtstook wordt ervaren, kan ventileren geuroverlast of gezondheidsklachten veroorzaken. Dit maakt het extra belangrijk dat mensen rekening houden met elkaar. Bijvoorbeeld door op bepaalde tijden niet te stoken, door alleen schoon en droog hout te stoken en door niet te stoken bij een stookalert of een code rood van de Stookwijzer. Het advies voor mensen die toch klachten ondervinden is om eerst met de buren in gesprek te gaan hierover. Als dat onvoldoende oplevert is de volgende stap om de overlast te melden. Dat kan door via de Stookwijzer melding te maken van overlast door houtrook en door contact op te nemen met de gemeente.

Vraag 15.

Bent u bereid om het installeren van hout- en pelletkachels juridisch dusdanig te regelen, dat alleen gespecialiseerde bedrijven deze werkzaamheden mogen uitvoeren, zodat uitlaatpijpen en schoorstenen op de juiste hoogte en locatie worden geplaatst en de kans op overlast zo verkleind wordt?

Vraag 16.

Bent u het met de fractieleden van de PvdD eens dat open haarden, houtkachels en pelletkachels uitgefaseerd dienen te worden?

Antwoord op de vragen 15 en 16.

Momenteel wordt een verkenning uitgevoerd naar aanvullende maatregelen voor houtstook. In deze verkenning wordt de haalbaarheid en effectiviteit van verschillende maatregelen onderzocht. Op dit moment is het te vroeg om te bepalen welke effecten deze maatregelen hebben. De resultaten worden in het eerste kwartaal van 2022 verwacht.

De Staatssecretaris van infrastructuur en waterstaat, V.L.W.A. Heijnen


X Noot
1

Samenstelling:

Atsma (CDA), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Pijlman (D66), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), arbouw (VVD), Bezaan (PVV), Fiers (PvdA), Dessing (FVD), Geerdink (VVD), Janssen (SP), Kluit (GL), Van der Linden (Fractie-Nanninga), Meijer (VVD) (voorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Prins (CDA), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), Vendrik (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) en Karakus (PvdA) (ondervoorzitter).

X Noot
2

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.

X Noot
3

Kamerstukken I 2021/2022, 30 175, T.

X Noot
4

Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.

X Noot
5

Kamerstukken I 2021/2022, 30 175, T.

X Noot
6

Kamerstukken I 2021/2022, 30 175, T, p. 6.

X Noot
7

Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa.

X Noot
8

Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, dat is gesloten te Aarhus (Denemarken) op 25 juni 1998 en namens de Europese Gemeenschap is goedgekeurd bij besluit 2005/370/EG van de Raad van 17 februari 2005 (PB. 2005, L 124, p. 1).

X Noot
10

Kamerstukken II 2019/2020, 30 175, nr. 343.

X Noot
12

Kamerstukken I 2021/2022, 30 175, T.

X Noot
13

Brief van 1 oktober 2021 met kenmerk IENW/BSK-2021/264829.

X Noot
14

EU-richtlijn 2008/50/EG.

X Noot
15

Kamerstukken I, 2021/2022, 30 175, U.

X Noot
17

De bijdrage van de veehouderij aan de vorming van secundair fijnstof is hoog, vanwege het relatief hoge aandeel in de ammoniakuitstoot.

X Noot
18

Tweede Kamer, vergaderjaar 2019–2020, 30 175, nr. 343.

X Noot
19

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 30 175, nr. 390.

X Noot
20

Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 30 175, nr. 387.

X Noot
21

Brief van 11 maart 2021 met kenmerk IENW/BSK-2021/67580.

X Noot
22

Emissieregistratie. Luchtverontreinigende emissies Nederland. http://www.emissieregistratie.nl/erpubliek/erpub/international/luchtverontreiniging.aspx.

X Noot
23

RIVM, 15 februari 2021. Definitieve emissiecijfers over 2019 bekend. https://www.rivm.nl/nieuws/definitieve-emissiecijfers-over-2019-bekend.

X Noot
24

Verordening (EG) nr. 2015/1185 van de Commissie van 24 april 2015 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp betreft voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die vaste brandstoffen gebruiken (PbEU 2015, L 293).

X Noot
26

RIVM. Samenwerking Houtrookonderzoek. https://www.rivm.nl/houtrook/samenwerking-houtrookonderzoek.

X Noot
27

Stookwijzer. https://www.stookwijzer.nu/.

X Noot
29

RIVM. Samenwerking Houtrookonderzoek. https://www.rivm.nl/houtrook/samenwerking-houtrookonderzoek.

Naar boven