Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202030139 nr. 224

30 139 Veteranenzorg

Nr. 224 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 oktober 2019

Met mijn brief van 18 juni 2019 (Kamerstuk 30 139, nr. 211) heb ik u geïnformeerd over mijn standpunt met betrekking tot de ondersteuning van inloophuizen. Tijdens het Notaoverleg over Veteranen kwam dit opnieuw aan de orde en heb ik u toegezegd om u nader te informeren over de rol van gemeenten bij inloophuizen (Kamerstuk 30 139, nr. 220). Met deze brief kom ik tegemoet aan die toezegging.

Omdat ik het belangrijk vind dat inloophuizen vanuit de lokale samenleving worden ondersteund, heb ik een bijeenkomst georganiseerd samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), met burgemeesters en wethouders van diverse gemeenten en met beheerders van inloophuizen. Deze bijeenkomst heeft op 11 september jongstleden plaatsgevonden.

De bijeenkomst heeft geleid tot een uitwisseling van goede voorbeelden uit de praktijk. Er zijn ervaringen gedeeld ten aanzien van de verschillende vormen van inloophuizen en ten aanzien van erkenning en waardering voor veteranen in het algemeen.

Op de bijeenkomst is ook de Veteranenwet onder de aandacht gebracht. Mede op basis daarvan werd gesproken over ieders rol en verantwoordelijkheid in relatie tot de lokale behoeften van veteranen. Verder hebben gemeenten elkaar verteld over de manieren waarop zij het contact met veteranen onderhouden en het onderlinge contact stimuleren.

Ook voor de beheerders van inloophuizen bood de bijeenkomst nieuwe inzichten. Een belangrijk punt voor hen was om de eigen ambities goed te laten aansluiten op de lokale behoeften en waar mogelijk krachten en kosten te bundelen door activiteiten meer regionaal uit te voeren.

Er werd ook geconstateerd dat de diversiteit van inloophuizen belangrijk is en verscheidenheid bijdraagt aan de mogelijkheid om flexibel op de lokale en regionale situatie in te spelen. Opgelegde standaardisatie zou daaraan in de weg staan.

De uitkomsten van de bijeenkomst zijn eind september met alle andere gemeenten gedeeld zodat ook zij geïnspireerd kunnen raken tot het nemen van praktische initiatieven op het gebied van erkenning en waardering voor veteranen.

Tot slot gaan Defensie en de VNG een brochure voor gemeenten ontwikkelen, waarin informatie wordt verstrekt over het bieden van erkenning, waardering en zorg aan veteranen. Ook zal in deze brochure de organisatie en de werking van het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV) worden toegelicht. Dit biedt alle betrokkenen inzicht in de taakverdeling tussen functionarissen van het LZV enerzijds en gemeenteambtenaren die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) anderzijds.

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten