Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201930139 nr. 207

30 139 Veteranenzorg

Nr. 207 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 december 2018

Met deze brief reageer ik op de motie van de leden Bruins Slot (CDA) en Kerstens (PvdA) (Kamerstuk 30 139, nr. 189) die is ingediend tijdens het notaoverleg Veteranen op 26 juni jl. (Kamerstuk 30 139, nr. 201). Deze motie verzoekt de regering om in overleg met betrokken organisaties te werken aan een passende ondersteuning van inloophuizen voor veteranen. Ik geef u in deze brief de stand van zaken waarbij ik, zoals toegezegd tijdens het wetgevingsoverleg Personeel van 12 november jl. (Kamerstuk 35 000 X, nr. 40), ook zal ingaan op de financiering via het vfonds.

Defensie is de afgelopen maanden bezig geweest om de bestaande situatie met betrekking tot inloophuizen (Veteranen Ontmoetingscentra) in kaart te brengen. Zoals ik heb gezegd tijdens het wetgevingsoverleg Personeel, blijkt het systeem complexer dan aanvankelijk werd gedacht. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo hebben de verschillende inloophuizen uiteenlopende doelen. Het ene inloophuis dient bijvoorbeeld als garage waar aan auto’s wordt gesleuteld, terwijl het bij een ander draait om de gesprekken aan de koffietafel. In enkele gevallen biedt een inloophuis onderdak aan veteranen. De inloophuizen worden daarnaast op verschillende wijze bestuurd en gefinancierd. In sommige situaties is een systeem opgezet met een duurzaam financieel beleid zonder subsidies. In andere gevallen ontvangen inloophuizen geld vanuit de gemeente en soms van de lokale middenstand. Daarnaast is er een relatie met de Nuldelijnsondersteuning (NOS) van het Veteranenplatform (VP). Via de NOS ontvangt een aantal inloophuizen financiële steun, die de afgelopen drie jaar afkomstig was van het Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg (het vfonds). Dat is de financiële steun die tot en met 2018 door het vfonds was toegezegd.

Om uiteindelijk de vraag te kunnen beantwoorden of Defensie al dan niet meer zou moeten betekenen in de ondersteuning van inloophuizen, heeft Defensie meer tijd nodig. Om te voorkomen dat gedurende die tijd de continuering van de NOS in het geding komt, heeft Defensie besloten de subsidie voor de NOS in 2019 voort te zetten. Ik ben verheugd u te kunnen melden dat ook het vfonds zich bereid heeft getoond om de financiering in 2019 te continueren. Hiertoe zullen partijen in 2019 nadere afspraken maken waarbij ook wordt ingegaan op de samenwerking tussen het vfonds en Defensie op andere terreinen zoals de steun voor de Invictus Games en het vieren van 75 jaar vrijheid.

Ook de bovengenoemde inventarisaties met betrekking tot de inloophuizen maken deel uit van deze afspraken en vormen de basis waarop Defensie in het komend jaar de afweging zal maken of en zo ja, op welke manier, het concept van de inloophuizen past binnen de volle breedte van het veteranenbeleid. Ik zal u daarover verder informeren.

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten