Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juli 2015
Tijdens de begrotingsbehandeling van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
op 27 november 2014 (Handelingen II 2014/15, nr. 30, items 3 en 6) is door het lid Van Weyenberg c.s. een motie voorgesteld1 en door de Tweede Kamer aangenomen. In deze motie verzoekt de Kamer de regering met
sociale partners in gesprek te gaan over het bevorderen van intersectorale scholing
en de introductie van individuele scholingsbudgetten. Met deze brief informeer ik
u, conform het antwoord op de vraag die hierover is gesteld naar aanleiding van het
Jaarverslag van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 20142, over de activiteiten die in het kader van deze motie zijn verricht.
In het voorjaar is met sociale partners gesproken over de afspraak in het Sociaal
Akkoord om de toegang tot scholing voor alle werkenden en daarnaast ook de samenwerking
tussen scholingsfondsen te verbeteren. In het bijzonder gaat daarbij de aandacht uit
naar de eventuele toegang van flexwerkers en zzp’ers tot een scholingsfonds, naar
de intersectorale samenwerking tussen O&O-fondsen en naar de mogelijkheden voor een
individueel scholingsbudget.
De Stichting van de Arbeid (Stichting) heeft mij bij brief van 5 februari 2015 laten
weten dat zij heeft besloten nog dit voorjaar in kaart te brengen wat op decentraal
niveau de stand van zaken is met betrekking tot de bevordering van «een leven lang
leren» en de wijze waarop dit onderwerp intersectoraal wordt uitgewerkt.
Vervolgens heeft de Stichting mij bij brief van 26 juni 2015 op de hoogte gesteld
van de resultaten van deze inventarisatie. In deze brief concludeert de Stichting
dat er sinds het afsluiten van het Sociaal Akkoord stappen zijn gezet op het gebied
van een betere samenwerking tussen de O&O-fondsen, de toegang van zzp’ers en flexwerkers
tot de faciliteiten van deze fondsen en het beschikbaar stellen van een individueel
scholingsbudget, maar dat er ook nog veel te winnen is.
De Stichting kondigt daarom aan dat ze sectoren zal blijven oproepen de positieve
ontwikkelingen ook voor de langere termijn door te zetten door onder andere:
-
– te stimuleren dat werknemers worden begeleid bij van-werk-naar-werk trajecten, ook
naar functies buiten de eigen sector;
-
– te promoten dat zzp’ers en flexwerkers toegang krijgen tot O&O-fondsen, en
-
– te bevorderen dat werkgevers- en werknemersorganisaties met behulp van O&O-fondsen
een duurzame infrastructuur creëren voor voorlichting, advisering en begeleiding van
werknemers ten aanzien van scholingsvragen en besteding van een individueel scholingsbudget.
Naast de rol van sociale partners ziet de Stichting ook een rol en verantwoordelijkheid
voor de overheid. Zij wijst daarbij enerzijds op de verantwoordelijkheid van de overheid
als werkgever in het licht van de afspraken uit het Sociaal Akkoord en anderzijds
op het financieren door de overheid van het vergroten van basisvaardigheden, het fiscaal
mogelijk maken te sparen voor een individueel scholingsbudget en het mede zorg dragen
voor een valide systeem voor het erkennen van eerder verworven competenties.
Ik ben verheugd over deze activiteiten die de Stichting en sectoren ontwikkelen op
het terrein van intersectorale samenwerking en de toegang tot O&O-fondsen. De overheid
draagt hier ook aan bij. Via de derde tranche sectorplannen kunnen sectoren cofinanciering
krijgen voor plannen die van-werk-naar-werk trajecten mogelijk maken. Ik heb onlangs
de aanvraagtermijn hiervoor verlengd tot 15 september 2015. Daarnaast zal ik met sociale
partners overleggen welke andere mogelijkheden er zijn om intersectorale samenwerking
te verbreden en te verduurzamen.
Tot slot zijn in het kader van het Techniekpact afspraken gemaakt over verbetering
van intersectorale samenwerking tussen technische sectoren en O&O-fondsen. Hierover
vinden gesprekken plaats tussen de aanjager van het Techniekpact, de heer Terpstra,
en de sociale partners uit de technische sectoren.
De door de Stichting aangekondigde activiteiten kunnen ook de afspraken die in het
Techniekpact op dit vlak zijn gemaakt positief beïnvloeden.
Naar aanleiding van de brief van de Stichting van de Arbeid zal ik met Minister Kamp,
als verantwoordelijke voor het Techniekpact, en Minister Bussemaker (professionalisering
onderwijspersoneel) het gesprek aangaan met de voorzitters van de werkgevers- en werknemersorganisaties
over hoe op dit onderwerp nadere stappen kunnen worden gezet en hoe sociale partners
en overheid elkaar daarin kunnen versterken. Vervolgens zal ik u over de uitkomsten
van dit gesprek nader informeren.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L.F. Asscher