29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit

Nr. 96 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 december 2014

Tijdens het vragenuurtje van 24 juni zegde ik het lid Helder (PVV) een brief toe waarin de stand van zaken van het actieprogramma tegen mobiele bendes/mobiele dadergroepen sinds 2012 wordt weergegeven (Handelingen II 2013/14, nr. 97, item 4). Ook vroeg ze mij naar de internationale samenwerking met Duitsland, Frankrijk en België. Mevrouw Helder vroeg mij speciaal in te gaan op het aantal uit Oost-Europa afkomstige verdachten van winkeldiefstal en autodiefstallen en de daardoor veroorzaakte schade, de vraag of door het instellen van grenscontroles een halt toegeroepen kan worden aan (deze vormen van) mobiel banditisme. Ook zegde ik toe aandacht te besteden aan het te verwachten rapport van het WODC voor zover dat hier relevant is.

In deze brief schets ik een aantal aansprekende resultaten, zowel nationaal als internationaal, geef daarbij cijfers en ga in op de vreemdelingenrechtelijke kant van de zaak.

Resultaten

De politie heeft samen met het Openbaar Ministerie de acties tegen mobiele dadergroepen het afgelopen jaar geïntensiveerd. Een aantal voorbeelden zal ik u noemen.

De Landelijke Eenheid doet enkele grote opsporingsonderzoeken naar vermogensdelicten die met internationale partners worden opgepakt.

In Amsterdam en Noord-Holland Noord vond een integrale aanpak van zakkenrollen plaats bij Koningsdag, Gay Pride en Indian Summer festival waarbij met belangrijke partners een significante daling is bereikt in de aangiftes van zakkenrollerij. Hierbij is samengewerkt met belangrijke buitenlandse, o.a. Roemeense, partners.

In Limburg zijn diverse grote integrale en internationale acties gehouden tegen mobiele dadergroepen waarbij zowel de politie als ook de belastingdienst belangrijke resultaten boekte. Hier lopen ook diverse onderzoeken naar Oost-Europese dadergroepen die zich (inter)nationaal schuldig maken aan vermogensdelicten. Deze worden in samenwerking met buitenlandse opsporingsdiensten opgepakt.

In Den Haag vindt een vervolgonderzoek plaats naar diefstal en heling na signalen van overbewoning. Dit resulteerde in diverse overige onderzoeken op deze doelgroep.

Op 17 november 2014 is in Noord-Holland de proeftuin mobiel banditisme en ZSM gestart. Doel van de pilot zijn het beter herkennen van ZSM-verdachten als behorende tot een mobiele dadergroep, meer kennis van het fenomeen (onder meer afzetmarkt, vervoer, verblijf en of er relaties zijn met mensenhandel) en tot slot een meer betekenisvolle afdoening. Internationale informatie-uitwisseling met het buitenland is daarbij een belangrijk onderdeel.

Eind november vond in het gehele land de meerdaagse actie Trivium tegen mobiel banditisme plaats. Daarbij zijn tientallen arrestaties verricht van personen uit bovengenoemde landen en meer dan 100 inbeslagnemingen gedaan, waaronder van gestolen goederen, contant geld, voertuigen en vuurwapens. De verdenkingen betreffen onder andere overvallen, woninginbraken, winkeldiefstal, mensenhandel, heling en witwassen.

Een ander concreet resultaat is het functioneren van de informatievoorziening mobiel banditisme bij de politie. Deze informatievoorziening High Impact Crimes/Mobiel Banditisme is per juni 2014 operationeel. Hierin zijn geïntegreerd de infocellen Zware Overvallen, Ram- en Plofkraken, Mobiel banditisme, Woninginbraken. De voorziening heeft nationaal en internationaal goede contacten en bouwt verder aan een optimale informatiepositie ten behoeven van Handhaving en Opsporing nationaal en internationaal.

In 2014 is de pilot Gemeenschappelijke Informatie Organisatie (GIO) uitgevoerd, waarbij private partijen beelden en persoonsgegevens van mobiele daders onderling uitwisselen met het oog op preventie. De deelnemers aan de pilot hebben de meerwaarde van deze uitwisseling van informatie benadrukt. Echter, de uitvoering wordt belemmerd door juridische knelpunten. Detailhandel Nederland en Transport en Logistiek Nederland stellen daarom nu in het kader van de publiek-private aanpak van mobiele daders gezamenlijk een protocol op voor sectoroverstijgende uitwisseling van gegevens en camerabeelden, dat ter toetsing zal worden voorgelegd aan het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). Als het CBP dit heeft goedgekeurd, zal de Nationale Politie met dit nieuwe samenwerkingsverband een convenant sluiten voor informatie-uitwisseling. Met deze samenwerking kan informatie worden verzameld en uitgewisseld die zowel preventieve als repressieve acties ondersteunt. Door de informatie uitwisseling zijn al meerdere dadergroepen in kaart gebracht en zijn meerdere leden en katvangers aangehouden. Andersom heeft de politie na aanhoudingen en aantreffen van goederen de daders kunnen relateren aan meerdere delicten en goederen kunnen koppelen aan meldingen van diefstal.

In aanvulling op de repressieve aanpak van mobiele dadergroepen zet ik in op maatregelen om deze zoveel mogelijk tegen te houden. In het barrièremodel dat hiervoor ontwikkeld is, worden zeven fasen onderscheiden waarin drempels opgeworpen kunnen worden om de delictpleging door mobiele dadergroepen tegen te gaan. Het gaat daarbij om:

1. de inreis, 2. het verblijf in Nederland, 3. het gebruik van de infrastructuur om zich in ons land te verplaatsen, 4. de aanschaf van materiaal om delicten te plegen, 5. het transport en de opslag van gestolen goederen, 6. de heling van deze goederen en 7. het gebruik van de criminele opbrengsten. Inmiddels heeft het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum (WODC) van mijn ministerie een researchsynthese uitgevoerd om per fase in kaart te brengen welke actoren en omstandigheden – bewust of onbewust – een rol spelen bij het faciliteren van mobiele dadergroepen. Het rapport Facilitering van mobiele bendes is als bijlage bij deze brief gevoegd.

Het WODC-onderzoek zal gebruikt worden als input voor het digitale barrièremodel dat momenteel in mijn opdracht ontwikkeld wordt door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Dit digitale model zal naar verwachting uiterlijk in januari 2015 opgeleverd worden. Het barrièremodel wordt vervolgens verfijnd en doorontwikkeld op basis van lokale pilots in het land. Ik zal gemeenten in 2015 via het CCV stimuleren om (onderdelen van) het digitale barrièremodel en de daarin opgenomen maatregelen in hun lokale beleid te integreren.

Zoals ik u per brief d.d. 29 oktober 2014 (Kamerstuk 29 628 Nr. 475) heb geïnformeerd, ben ik met de VNG, het openbaar ministerie en de politie in gesprek of er naast de lokale APV-verboden op rooftassen landelijke maatregelen nodig zijn. Zoals aangegeven zal ik u over de uitkomsten daarvan uiterlijk in het eerste kwartaal van 2015 informeren. Grote steden zoals Den Haag hebben rooftassen inmiddels opgenomen in de APV. Bovendien is het openbaar ministerie voornemens het gebruik van geprepareerde tassen bij een winkeldiefstal op te nemen als strafverzwarende omstandigheid in de richtlijn winkeldiefstal.

Internationaal

De politie neemt, naast het hierboven al genoemde, deel aan internationale samenwerkingsverbanden die het afgelopen jaar hebben geleid tot grote acties gericht op onder meer de aanpak van mobiel banditisme.

Op 10 april vond een grote actie plaats (TISPOL, Voyager), waarbij in Nederland 100%-controles plaatsvonden in de bussen van onder andere Eurolines. Dit leidde tot aanhoudingen voor onder meer uitvoer van gesloten goederen en tot informatie over reizigers met HIC-antecedenten.

Van 15 tot 24 september is onder de naam Archimedes bij Europol de grootste operatie tot op heden gehouden, onder andere gericht op Organised Property Crime, het programma waar mobiel banditisme onder valt. Op 22 en 23 september zijn er in Nederland acties gehouden, met als resultaat voor Nederland dat er meer dan 9000 personen, voertuigen en locaties zijn gecontroleerd, waarbij er 68 aanhoudingen zijn verricht, 48 gestolen goederen in beslaggenomen en 8 nieuwe onderzoeken zijn gestart.

Aan het Europolprogramma Organized Property Crime doen behalve Nederland ook Bulgarije, Litouwen, Polen en Roemenië en onze buurlanden mee. Het programma is gericht op het opbouwen van een goed inzicht in deze vormen van criminaliteit, het verzamelen van opsporingsinformatie, zoals gegevens over verdachte voertuigen, vingerafdrukken en DNA en over koperdiefstallen, waarbij gebruik gemaakt wordt van het Europees Informatiesysteem en het Verdrag van Prüm, het uitstippelen van strategieën met als doel om zowel gezamenlijke acties uit te voeren tegen o.a. mobiele dadergroepen als om de politie van de betrokken landen te ondersteunen in hun nationale acties en te bevorderen dat opbrengsten van deze vormen van criminaliteit zoveel mogelijk ontnomen worden. Speciale aandacht is er voor leiders en facilitatoren. Ook verzorgt Europol specialistische trainingen en expert meetings.

Enkele concrete resultaten van de pas opgerichte informatievoorziening bij de politie zijn:

  • Operationele samenwerking met België, Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland op het gebied van overvallen door Litouwers en anderen; vanuit de Gemeenschappelijke Informatieorganisatie (GIO) geïnitieerd onderzoek op georganiseerde Roemeense winkeldieven;

  • ondersteuning tijdens de hierboven genoemde operatie-Archimedes;

  • deelname aan zogenaamde Konzepte MOTIV (LandesKriminalAmt Düsseldorf), dat is een persoonsgerichte aanpak van grensoverschrijdende mobiele bandieten (in samenwerking met de Landelijke Eenheid en aangrenzende eenheden).

Hieruit blijkt al een intensieve samenwerking met onze buurlanden België, Luxemburg, Frankrijk en Duitsland. Met Federaal Duitsland en de deelstaten Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen werk ik nauwer samen op de terreinen hennepteelt, mobiele dadergroepen en motorbendes om de uitwisseling van operationele, tactische en analytische informatie en de uitwisseling van best practices te verbeteren en waar nodig het uitvoeren van gezamenlijke onderzoeken. De nadruk ligt hier op het bestrijden van de georganiseerde criminaliteit, met name in het ontmantelen van criminele samenwerkingsverbanden van onder andere mobiele dadergroepen door bijvoorbeeld meer Joint Investigation Teams en de verbetering van de confiscatie van crimineel vermogen. Ook met andere landen, zoals Roemenië, werkt de politie op dit moment uitstekende samen in concrete onderzoeken naar dadergroepen.

Cijfers

Dan nu iets over de door mevrouw Helder gevraagde cijfers. Er bestaat in het Wetboek van Strafrecht geen delict «mobiel banditisme», derhalve worden verdachten aangehouden voor het plegen van vermogensdelicten, al of niet in georganiseerd verband. Er zijn in ons land in 2014 tot 1 september 398.432 geregistreerde vermogensdelicten gepleegd. Ik baseer me hier op cijfers van de politie. 7% (28.036) betrof een winkeldiefstal. Voor ruim 80% van deze winkeldiefstallen zijn 22.537 verdachten aangehouden. Er worden relatief veel meer verdachten aangehouden voor winkeldiefstal dan voor andere vermogensdelicten. Dit heeft ermee te maken dat een winkeldiefstal meestal alleen aangegeven wordt als er een dief op heterdaad wordt betrapt.

Van deze 22.537 verdachten bleek (op basis van geboorteland) 0,5% een Bulgaar, 7,1% een Roemeen, 5,9% een Pool en 1% een Litouwer. Van alle bekende verdachten van winkeldiefstal blijken in de genoemde vier landen geboren verdachten dus 14,6% uit te maken. Een groot aandeel daarvan is zonder vaste woon- of verblijfplaats (ZWOV in de tabel), te weten: 37% van het genoemde aantal Bulgaren, 64% van de Roemenen, 43% van de Polen en 57% van de Litouwers. Het is niet mogelijk om op basis van de vastgelegde gegevens te bepalen of er sprake is van mobiel banditisme, dus het plegen van dit delict in georganiseerd verband.

Is er sprake van een stijging in deze aantallen? Het aantal vermogensdelicten is in 2014 (geëxtrapoleerd naar 12 maanden) licht gedaald, het aantal winkeldiefstallen is echter gelijk gebleven. Het aandeel daarin van in Bulgarije geborenen is gedaald (ongeveer 10%), Roemenië: gelijk gebleven, Polen: gedaald (ongeveer 10%) en Litouwers: ook gedaald (5%) ten opzichte van 2013. Het beeld ten aanzien van verdachten zonder vaste woon- of verblijfplaats vertoont dezelfde tendensen. Er is dus geen sprake van een toename van 35% van het aantal winkeldiefstallen in 2014 met een verdachte uit Oost-Europa, zoals mevrouw Helder stelde, ook niet van Roemenen en Bulgaren in het bijzonder.

Met betrekking tot de schade door winkeldiefstal circuleren veel sterk uiteenlopende schattingen. Ik baseer me op de Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven. Dat is een onafhankelijke bron. De meest recente monitor is van 2010. Die komt uit op een schade door winkeldiefstal van 136 miljoen euro in dat jaar. Ten opzichte van de jaren daarvoor is daar geen sprake van een stijging.

In 2013 was er volgens het Verbond van Verzekeraars (momenteel beschik ik niet over andere cijfers) voor het eerst in 10 jaar sprake van een lichte stijging van autodiefstallen. De eerste 6 maanden van 2014 laten echter een ander beeld zien. In die periode werden 5.492 personenauto’s gestolen, 254 (oftewel 4,4%) minder dan dezelfde periode in 2013. De geïntensiveerde samenwerking in de strijd tegen autodieven lijkt succesvol. Gestolen auto’s worden sneller internationaal gesignaleerd, de beveiligingsmogelijkheden van auto’s verbeteren en ook importeurs nemen maatregelen om diefstal van hun merk tegen te gaan.

Ondanks de daling van het aantal autodiefstallen neemt het financiële verlies door deze diefstallen niet af. Dit komt volgens het Verbond van Verzekeraars doordat criminelen vooral minder oudere en meer jongere auto’s meenamen. De diefstal van auto’s van 0 t/m 4 jaar oud steeg met 177 stuks (9%). Van de 3- en 4-jarige auto’s wordt slechts 24% teruggevonden. Van alle gestolen auto’s over alle leeftijden wordt 38% teruggevonden. Het aantal diefstallen van lichte bedrijfsauto’s («busjes») daalde met 10%, van 1.279 in de eerste helft van 2013 tot 1.148 in 2014.

Er werden 84 vrachtwagens gestolen, 15% minder dan in de eerste helft van 2013, waarvan er 40 werden teruggevonden (48%); vaak ging het om de lading en werd de vrachtwagen leeg achtergelaten.

Op basis van de hierboven genoemde cijfers is niet te zeggen welk aandeel mobiele dadergroepen uit Oost-Europa voor hun rekening hebben genomen. Maar zoals gezegd: er is geen sprake van een grote stijging van autodiefstallen zoals mevrouw Helder suggereerde.

De vreemdelingenrechtelijke kant

Eind 2013 is de IND een pilot gestart met het bevragen van ECRIS. In 100 naturalisatiezaken van EU-burgers is ECRIS bevraagd. Doel van de pilot is vast te stellen of ECRIS-informatie een toegevoegde waarde heeft voor de openbare orde-toets voor naturalisatieverzoeken van EU-burgers. Tevens is het de bedoeling een goede inschatting te krijgen van de benodigde capaciteit voor het bevragen van ECRIS voor genoemd doel.

In de eerste helft van 2014 is van 160 EU-burgers het verblijf beëindigd in samenhang met het opleggen van een ongewenstverklaring. In geheel 2013 ging het om 360 EU-burgers1. In de eerste zes maanden van 2014 hebben 110 EU-burgers met een ongewenstverklaring Nederland aantoonbaar verlaten. In geheel 2013 waren dat er 2502.

Op de vraag van mevrouw Helder of ik bereid ben om meer grenscontroles uit te voeren kan ik zeggen dat het Verdrag van Schengen het vrij verkeer van personen tussen de 26 deelnemende landen in Europa regelt. Tussen deze landen zijn de controles aan de binnengrenzen verdwenen, waardoor burgers vrij kunnen reizen. Wel worden er in de grensregio’s door de Marechaussee controles uitgevoerd in het kader van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV). Het MTV richt zich op personen die vanuit een ander Schengenland bij de Belgische en Duitse grens naar Nederland reizen. In het gebied direct achter de grens controleert de Marechaussee reisdocumenten. Deze controles zijn steekproefsgewijs, op de wegen en in de treinen. Door controle op in- en uitreis bestrijdt de Marechaussee grensoverschrijdende criminaliteit. Bijvoorbeeld mensensmokkel, mensenhandel en identiteitsfraude. Ook wordt gelet op drugssmokkel, het witwassen van crimineel geld, terrorisme en gezochte personen. Het MTV levert zo een belangrijke bijdrage aan de (inter)nationale veiligheid. In de eerste helft van 2014 zijn 104.320 personen in het kader van MTV gecontroleerd waarvan er 580 geen rechtmatig verblijf in Nederland bleken te hebben.

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


X Noot
1

Bron: IND. Afgerond op tientallen. Inclusief EER-landen en Zwitserland.

X Noot
2

Bron: DT&V, peildatum 1 augustus 2014. Afgerond op tientallen. Inclusief EER-landen en Zwitserland.

Naar boven