Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129911 nr. 50

29 911 Bestrijding georganiseerde criminaliteit

Nr. 50 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 7 juni 2011

De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie1 heeft op 27 april 2011 overleg gevoerd met minister Opstelten van Veiligheid en Justitie en staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie over:

  • de brief van de staatssecretaris van Justitie d.d. 17 september 2009 over het evaluatierapport Bureau Financieel Toezicht en het evaluatieonderzoek inzake de tuchtrechtelijke handhaving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme en haar voorlopers (29 911, nr. 33);

  • de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 13 april 2011 met daarin een beleidsreactie op het evaluatierapport Bureau Financieel Toezicht en het evaluatieonderzoek inzake de tuchtrechtelijke handhaving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme en haar voorlopers (29 911, nr. 47);

  • de brief van de minister van Justitie d.d. 2 november 2009 met een beschrijving van sturing op de multidisciplinaire aanpak en de aanstelling van een landelijk coördinator georganiseerde en financieel-economische criminaliteit bij het Openbaar Ministerie (29 911, nr. 34);

  • de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 28april 2010 met daarin een overzicht van de maatregelen m.b.t. de Wet Bibob, toetsingscriteria en ervaringen van gemeenten met de lichte en zware toets (31 109, nr. 9);

  • de brief van de minister van Justitie d.d. 2 april 2010 betreffende een beleidsreactie op het rapport Inzicht in verwevenheid; knelpunten en mogelijkheden bij uitwisseling van gegevens en informatie van de verwevenheid tussen boven- en onderwereld (29 911, nr. 40);

  • de brief van de minister van Veiligheid en Justitie d.d. 15 februari 2011 met daarin de stand van zaken van de aanpak van georganiseerde en financieel-economische criminaliteit (29 911, nr. 45);

  • de brief van de minister van Veiligheid en Justitie d.d. 14 maart 2011 over de nulmeting van de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit (29 911, nr. 46);

  • de brief van de minister van Veiligheid en Justitie d.d. 21 april 2011 over de Kwaliteitscommissie Bibob (31 109, nr. 10).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie,

De Roon

De griffier van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie,

Nava

Voorzitter: De Roon

Griffier: Nava

Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: De Roon, Gesthuizen, Van der Steur, Helder, Berndsen, Recourt en Çörüz,

en minister Opstelten van Veiligheid en Justitie en staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie, die vergezeld zijn van enkele ambtenaren van hun ministerie.

De voorzitter: Ik open dit algemeen overleg en heet iedereen van harte welkom.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Voorzitter. Het is hoog tijd dat we dit debat voeren. In woord is iedereen het erover eens dat fraude een grove schending van onze wetten is en een harde aanpak verdient. Toch krijgt de aanpak van fraude als het erop aankomt weinig prioriteit. Degenen die gepakt worden, komen te vaak met de schrik vrij. Er gebeurt te weinig om misstanden te bestrijden. Er stond niets in het regeerakkoord over de aanpak van fraude. Dat is veelzeggend. De afgelopen tijd hebben we gezien hoe de grote boeven van de vastgoedfraude hun strafvervolging konden afkopen met een schikking. Ik heb mij daartegen verzet en zal dat blijven doen. Waarom? Omdat het niet strookt met de beleden wil van het kabinet om fraude echt aan te pakken. De, terechte, aandacht voor zeden en geweld is kenmerkend, maar als puntje bij paaltje komt, wordt met fraudeurs veel coulanter omgesprongen. Het blijkt zelfs mogelijk dat grote criminelen hun straf ontlopen. In het vragenuur zei de minister dat schikken in fraudezaken een impliciete schuldbekentenis is. Is hij nog steeds die mening toegedaan? Waarom komen deze mensen dan wel weer voor overheidsopdrachten in aanmerking? Wat is de reactie van de minister op de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed (IVBN) die zegt dat haar leden weer zaken kunnen doen met mensen die hun fraudezaak hebben geschikt met het Openbaar Ministerie (OM)? Ik vind die onduidelijkheid heel kwalijk. Ook bij het wetsvoorstel voor de beperking van taakstraffen bleven fraudeurs buiten schot. Voor de SP moet het bestrijden van financieel-economische criminaliteit topprioriteit hebben. Bovendien moeten wij voorkomen dat die criminaliteit een kwajongensaura krijgt en dat de daders denken: het is het risico wel waard, ik word waarschijnlijk niet gepakt, maar als het gebeurt, valt de straf wel mee en heb ik er maar weinig last van in mijn verdere carrière. Op die manier lokken wij misdaad uit.

Een paar jaar geleden deed een Kamerwerkgroep een belangrijk onderzoek naar de verweving van onder- en bovenwereld. Dat heeft zeker wat opgeleverd. Op papier zijn er goede ontwikkelingen. Ik lees positieve dingen over betere informatie-uitwisseling en samenwerking tussen de instanties. Maar wat gaat er in de praktijk gebeuren? Wat is de pakkans voor fraudeurs? Hoe groot is de kans dat beroepsoplichters tegen de lamp lopen? Moeten fraudeurs vrezen dat hun criminele winst wordt afgepakt door justitie?

Een van de grote fraudeproblemen in Nederland is faillissementsfraude. Ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen en daarover een notitie geschreven. Hierin staan alle problemen helder op een rij. Bovendien staan er veel ideeën in om dit probleem aan te pakken. Ik vraag het kabinet om op deze notitie te reageren voor het einde van het zomerreces van 2011. Dat is mooi op tijd voor de begroting. Het grote probleem met faillissementsfraude is dat er zoveel gedupeerden zijn: de werknemers, de zakenpartners en de belastingbetaler. Daarbij zijn het vaak dezelfde fraudeurs die keer op keer in malafide bv's zitten, doorstarten etc. De reden dat ik deze notitie heb geschreven, is dat het probleem al decennia bekend is en meer aandacht verdient. Ik wil specifiek aandacht vragen voor het voorstel om te overleggen met de Vereniging Insolventierecht Advocaten (INSOLAD). Daar leven heel goede ideeën voor de aanpak van dit probleem. De Garantstellingsregeling curatoren moet worden herzien. Er ligt een nieuwe versie klaar, maar die heeft geen prioriteit op het ministerie. Het moet dat wel krijgen. Regel dat curatoren een vergoeding krijgen voor de tijd die zij kwijt zijn aan het doen van aangifte.

Volgens mij geldt voor het plukken van misdaadgeld nog steeds de berekening die ik bij de behandeling van de begroting van Justitie presenteerde. Slechts 0,2% van al het misdaadgeld in Nederland wordt afgepakt. Plukken staat nog steeds in de kinderschoenen. Ik wacht met spanning de resultaten van de minister af. Hij heeft toegezegd dat hij daar werk van gaat maken. Het is jammer en onbegrijpelijk dat tijdens de begrotingsbehandeling mijn voorstel om het aantal financieel rechercheurs uit breiden niet is aangenomen. Afgelopen vrijdag was ik op werkbezoek bij de financiële recherche in Noord- en Midden-Brabant. Daar bleek weer dat men een capaciteitstekort heeft. Bijna alle misdaad draait om geld. De strijd tegen criminaliteit moet dus ook om geld gaan draaien. Als sinds 2005 is de SP voorstander van een «fraudetsaar», zoals wij dat destijds noemden. Het is een coördinator fraudebestrijding geworden en mijn fractie is daar erg blij mee. De coördinator is aangesteld op 1 maart 2010. Wij zijn nu een jaar verder. Een formele evaluatie is er pas over een jaar, maar is er al iets te zeggen over hoe het in de praktijk werkt?

Wellicht is afpersing een wat vreemde eend in de bijt, want het past ook onder het kopje geweldmisdrijven. Afpersing past echter ook bij wat wij vandaag bespreken. De staatssecretaris schreef gisteren dat het een groot probleem is. Dat ben ik met hem eens en daarom heb ik om een brief gevraagd. Het is erg jammer dat er het afgelopen jaar helemaal niets lijkt te zijn gebeurd. In januari 2008 schreef de toenmalige minister van Justitie over het belang van het aanpakken van afpersing naar aanleiding van het dikke rapport Je geld of je leven. In juni 2010 lag er een uitgewerkt plan van aanpak. Toen werd het heel erg stil. Ik begrijp van het bedrijfsleven dat de overheid haar verantwoordelijkheid in dezen niet heeft genomen. Er gebeurde lange tijd niets. Nu heeft de staatssecretaris als de wiedeweerga een voornemen op papier gezet. Eind mei gaat een beperkte proef draaien met een vertrouwenslijn voor ondernemers. Wat gaat die proef precies inhouden? Krijgt de Kamer voordien het plan toegestuurd? Waar kan ik meer informatie vinden over de proeftuin die naar aanleiding van de pilot met vooral Turkse en Chinese ondernemers gaat draaien? Hoe zit het met expertisepunt van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) waar de korpsen terechtkunnen met vragen over afpersing? Ik heb gezocht, maar werd niet veel wijzer.

De heer Van der Steur (VVD): Voorzitter. Allereerst mijn complimenten aan mevrouw Gesthuizen voor haar nieuwe boekwerk. De VVD-fractie zal er met interesse kennis van nemen en is benieuwd naar de reactie van het kabinet. De bestrijding van de georganiseerde en de financieel-economische criminaliteit heeft terecht de prioriteit van dit kabinet. Deze twee vormen van criminaliteit raken de rechtsstaat en wekken soms de indruk in de samenleving dat er sprake is van klassenjustitie, dat graaiers worden beloond voor hun wangedrag en dat misdaad loont. Het is de uitdrukkelijke intentie van de VVD-fractie om ervoor te zorgen dat misdaad niet loont. Het is van essentieel belang dat crimineel vermogen wordt afgenomen.

Er moet een alomvattende bestuurlijke en justitiële aanpak komen van de opsporing van financieel-economische criminaliteit. Daarbij moet maximaal gebruik worden gemaakt van alle bestuurlijke, fiscale en justitiële elementen en instrumenten die er zijn. De Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC'S) moeten bijvoorbeeld zorgen voor een versterking van die bestuurlijke aanpak. Functioneren die centra optimaal? Misdaad mag niet lonen. In dat kader moet financieel-economisch en buitgericht rechercheren steeds belangrijker worden, net als netwerkend rechercheren. Dit in samenhang met de meer traditionele vormen van delictgerichte opsporing. Het gaat overigens niet alleen om het plukken van criminelen, maar ook om het leveren van bewijs voor de primaire bewijsvoering van delicten, het langere tijd volgen van criminele geldstromen en het heel goed kijken naar de mate waarin de boven- en de onderwereld in elkaar verweven zijn geraakt. Daarbij is de rol van de financiële dienstverleners van essentieel belang. Ook hoort gekeken te worden naar de rol van de advocatuur, het notariaat en de belastingadviseurs. Dit onderwerp komt in het kader van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) terug, net als de derdengeldenrekening van het notariaat en het toezicht op de advocatuur. Het gaat om de balans tussen de geheimhoudingsplicht en het verschoningrecht aan de ene kant en het belang van de opsporing van criminele activiteiten aan de andere kant. Ik verklap geen geheimen als ik zeg dat de financieel-economische criminaliteit haar sporen nalaat in de bovenwereld.

Mede namens mijn collega mevrouw Hennis-Plasschaert vraag ik aandacht voor de bijzondere opsporingsdiensten. In maart jl. zijn daarvoor de prioriteiten uitgezet. De VVD ziet dat die bijzondere opsporingsdiensten voorzien in een specifieke behoefte door de aanwezigheid van inhoudelijke deskundigheid. Er zou een intensieve relatie moeten zijn tussen het toezicht aan de ene en de opsporing aan de andere kant. Het is heel goed dat het kabinet zich realiseert dat die bijzondere opsporingsdiensten extra aandacht moeten geven aan een aantal essentiële thema's, zoals het afnemen van crimineel vermogen, de aanpak van facilitators van georganiseerde criminaliteit en het tegengaan van misbruik van uitgaande financiële stromen op het publieke terrein. Het is essentieel dat het platform van bijzondere opsporingsdiensten goed gaat functioneren. Als je echter alle stukken leest en alle goede intenties beziet, lijkt er een risico te zijn dat wij heel veel procedureafspraken maken en intenties op papier zetten. Wat gaan wij concreet doen om resultaten te boeken?

De VVD-fractie heeft deze week een inbreng geleverd bij de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob). Wij ondersteunen het beleid zoals dat is neergelegd. Uit de stukken blijkt dat gemeenten zich nog te weinig realiseren dat ook zij een rol vervullen in de aanpak van georganiseerde criminaliteit. 43% van de gemeenten heeft hierop nog geen beleid gevoerd. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat dit verandert?

Mevrouw Helder (PVV): Voorzitter. Ik bedank mevrouw Gersthuizen voor de notitie. Wij zullen daar met belangstelling naar kijken. Georganiseerde misdaad en financieel-economische criminaliteit zijn vormen van criminaliteit die voor de burger minder direct zichtbaar zijn dan klassieke vormen als diefstal of geweld. De schadelijke effecten voor de samenleving zijn echter aanzienlijk. Daarom is een harde aanpak van deze criminaliteit noodzakelijk. De plannen van de regering klinken heel mooi, maar zijn in feite niet nieuw. Er wordt al jaren gesproken over de aanpak van georganiseerde misdaad en de prioriteiten. De aanpak dient een geheel te zijn aan de voorkant, de opsporing, maar ook aan de achterkant, de strafrechtelijke keten.

In het regeerakkoord is vastgelegd dat het ontnemen van crimineel vermogen wordt geïntensiveerd. De georganiseerde criminaliteit wordt daarnaast stevig bestreden door het ontnemen van onrechtmatig verkregen opbrengsten. Om dit te realiseren wordt geïnvesteerd in meer financieel deskundigen bij de politie, het OM en de bijzondere opsporingsdiensten. Er komen twee opsporingsteams, waarvan één met ingang van dit jaar is begonnen. Dat is kortgeleden, maar ik hoor graag van de minister hoe het tot dusver verloopt. In het kader van de Nationale Politie is het handig dat een eenduidige aanpak van financieel-economische criminaliteit wordt afgesproken. Hoe denkt de minister over de inzet van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) in de bovenwereld in plaats van alleen in de onderwereld? Bij de bovenwereld kan gedacht worden aan het infiltreren en gebruikmaken van een netwerk binnen het notariaat, de vastgoedsector, de makelaardij etc. Daarnaast moeten melders, bijvoorbeeld vanuit de banksector of de beroepsgroepen, gestimuleerd worden om ongebruikelijke en verdachte transacties te melden door feedback te geven. Ook moeten wij blijven investeren in publiekprivate samenwerking met woningcorporaties, banken, makelaardij etc. De heer Brouwer, voorzitter van het College van procureurs-generaal, stelt in De Pers van 26 april 2011 dat slechts een op de vijf criminele organisaties kan worden opgerold. Hij pleit voor het inzetten van burgerinfiltranten. Ik hoor graag van de minister hoe hij hierover denkt. Sinds de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (BOB) is dit wettelijk mogelijk.

In De Spits van 13 april 2011 stelt een recherchekundige dat het afpakken van onrechtmatig verkregen winsten nauwelijks lukt bij de aanpak van bijvoorbeeld de georganiseerde wietteelt. Er zou niet of onvoldoende doorgerechercheerd worden naar eventuele andere kwekerijen, laat staan naar buitenlandse tegoeden. Graag een reactie op deze uitspraak. In aanvulling hierop noem ik een arrest van de Hoge Raad van gisteren. Daarin heeft de Hoge Raad bepaald dat iemand vijf wietplanten mag hebben. De hoeveelheid en het gewicht van de teelt en de opbrengst die daaruit voortkomt, vindt de Hoge Raad irrelevant omdat in de aanwijzing van het OM over de Opiumwet staat dat men vijf planten mag hebben. Wat vindt de minister hiervan? Is hij bereid om de aanwijzing over de Opiumwet aan te passen?

Staat bij de minister de rechtshandhaving bij schikkingen in vastgoedzaken op de eerste plaats of spelen financiële overwegingen ook een rol? Wat zijn de overwegingen van het OM om te schikken? Is het schikken een gevolg van een tekort aan mensen en kennis bij politie en OM? Is de minister bereid ervoor te zorgen dat per zaak wordt vastgelegd of er een tekort is, zodat de Kamer kan constateren of er maatregelen moeten worden genomen? Hangt de hoogte van het bedrag waarvoor geschikt wordt af van de onderhandelingsvaardigheden van de betreffende officier van justitie? Vindt de minister dat hierbij wordt afgeweken van de principes van rechtszekerheid en gelijke behandeling? Is er genoeg informatie beschikbaar om een correct bedrag te bepalen bij wederrechtelijk verkregen voordeel alvorens een schikkingsaanbod wordt gedaan? Hoe verhoudt het schikken zich tot het compenseren van slachtoffers, ook een punt uit het regeer- en gedoogakkoord, aangezien de verdachte door een schikking aan strafvervolging en dus aan een veroordeling ontkomt? Mijn fractie is voorstander van forse minimumstraffen en zwaardere maximumstraffen, conform het initiatiefwetsvoorstel. Desondanks hoor ik graag het antwoord van de minister op de zojuist gestelde vragen met betrekking tot het schikken. Ieder strafrechtelijk instrument is welkom, maar het doel mag niet worden voorbijgestreefd. Tegen strafbare feiten dient adequaat te worden opgetreden.

Mevrouw Berndsen (D66:): Voorzitter. Financieel-economische criminaliteit zoals vastgoedfraude en witwassen vraagt om een goede aanpak en scherp toezicht. De aanpak van financieel-economische criminaliteit heeft een hoge prioriteit voor dit kabinet, lezen wij in de stukken. Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) is het aangewezen bureau om toezicht te houden op frauduleuze transacties. De D66-fractie vindt het teleurstellend dat deze toezichthoudende taak vooralsnog niet uit de verf is gekomen. De drie acties die ondernomen moeten worden om het toezicht te verbeteren, vragen nogal wat van het bureau zelf, van de wetgever en van de beroepsgroepen. Het zijn: herziening van de slagkracht van het BFT, aanpassing van de wetgeving en inbreuk op de geheimhoudingsplicht van beroepsgroepen. Dat aanpassing nodig is, staat buiten kijf.

De D66-fractie onderschrijft de opvatting dat het BFT als zelfstandige toezichtorganisatie wordt gehandhaafd. Waarom kiest de staatssecretaris ervoor om het BFT rechtstreeks onder zijn toezicht te plaatsen en niet onder een raad van toezicht? Kan hij toelichten waarop deze keuze is gebaseerd en wat hiervan de toegevoegde waarde is voor het toezicht?

Voor een effectief toezicht zijn melding en toegang tot informatie van belang. De meldingsplicht werkt nu niet en naleving kost veel werk en tijd. Dat juridische beroepen kwetsbaar zijn voor misbruik voor criminele doeleinden van financieel-economische aard is bekend, maar de mate waarin dit gebeurt niet. Dat advocaten weinig ongebruikelijke of verdachte transacties melden, lijkt mij niet reëel in te schatten. Als dat anders is, verneem ik dat graag van de staatssecretaris. Voor de D66-fractie staat buiten kijf dat de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocatuur niet doorbroken kunnen worden zonder instemming van de beroepsgroep of als dit in strijd is met de internationale regels. Bescherming van deze beroepsgroep in haar taak is evenzeer van belang. Het voorstel van de staatssecretaris om het Wwft-toezicht te beleggen bij een onafhankelijk orgaan binnen de Nederlandse Orde van Advocaten juicht mijn fractie toe. Wel vraagt zij zich af hoe de staatssecretaris de bestuursrechtelijke handhaving bij de advocatuur voor zich ziet en wat de Orde hierover aan de staatssecretaris heeft meegegeven.

De landelijke coördinator financiële criminaliteit bij het OM is inmiddels een jaar aan de slag. Zoals in zijn taakstelling is beschreven, vervult hij een spilfunctie. Kan de minister toelichten wat de ervaringen van deze coördinator tot dusver zijn? Hoe vaak is hij aangezocht en heeft hij in 2010 opgetreden? Welke acties zijn door hem ondernomen en met welk resultaat? De D66-fractie juicht toe dat de RIEC'S een structurele voorziening zijn geworden. Tegelijkertijd moeten wij constateren dat er nog geen landelijk dekkend netwerk van RIEC'S is. Kan de minister de stand van zaken aangeven? Kan hij toelichten hoe het staat met de start en taakstelling van het Landelijk Informatie en Expertise Centrum (LIEC)? Wordt dit ook een structurele voorziening? De RIEC'S-indeling wijkt in sommige regio's af van de indeling van de samenwerkingspartners. Er is geen sprake van territoriale congruentie. Is de minister bereid om te bekijken hoe dit beter georganiseerd kan worden?

Gemeenten passen hun eigen vorm van Bibob-toetsing toe. De D66-fractie ziet met het oog op maatwerk de wenselijkheid van enige vrijheid in toepassing. Niettemin juichen wij toe dat meer wordt gestuurd op een optimaal toetsingsbeleid voor een regio. Kan de minister toelichten of inmiddels door de RIEC'S een gelijkluidend regionaal Bibob-beleid is opgesteld? De vorige minister sprak hierover. Heeft het LIEC hierin een rol, bijvoorbeeld door het bewaken van een landelijke lijn? Er is landelijk en regionaal al veel geïnvesteerd in multidisciplinaire samenwerking. Er is een structuur bedacht en opgetuigd. De D66-fractie is benieuwd naar de ervaringen en resultaten in de praktijk. Kan de minister daar een actueel beeld van geven?

In de recente brief van het kabinet wordt gesproken over het bevorderen van de ketensamenwerking. Welke stappen worden hierin gezet? Kan de staatssecretaris of de minister hier al wat meer over vertellen?

Tot slot: er is een omvangrijk programma opgesteld om drempels op te werpen tegen misbruik in de vastgoedsector. In Rotterdam wordt zelfs een signaleringssysteem via het kadaster gebruikt. Tegelijkertijd zien wij dat in de vastgoedsector grote schikkingen worden getroffen, in een groot aantal gevallen buiten de rechter om. Als de bestrijding van frauduleuze transacties een hoge prioriteit heeft, verwacht mijn fractie hiervoor capaciteit bij het OM en de politie. Wordt hierin door het kabinet voorzien? Zo ja, op welke wijze? Is de minister voornemens om een verscherping in de bestraffing van vastgoedfraude door te voeren door zaken in alle gevallen bij de rechter voor te laten komen?

De heer Recourt (PvdA): Voorzitter. Mijn bijdrage gaat deels over preventie, maar eigenlijk is de kern het verhogen van de pakkans voor financieel-economische fraude. Daar moet het vandaag met name over gaan, want het is onacceptabel dat je die misdaad bijna straffeloos kunt plegen. Ik geloof dat in het geval van faillissementsfraude de pakkans minder dan 2% is. Faillissementsfraude kost mensen hun baan, kost geld, gaat ten koste van de gelijkheid in de opsporing en is dodelijk voor de maatschappelijke moraal. Misdaad mag niet acceptabel zijn en een witteboordencrimineel moet niet de grote jongen kunnen uithangen op de hockeyvereniging. De onderwereld moet niet naar de bovenwereld komen. De overheid moet optreden, ook waar het witteboordencriminaliteit betreft.

Het mooie van witteboordencriminaliteit is dat het veelal over geld gaat. In die zin zijn er voor de overheid mogelijkheden om geld terug te verdienen. Ook onder de klassieke misdaad, bijvoorbeeld een cocaïnelijn, zit een financiële lijn. Die cocaïne wordt verkocht en dat geld moet weer terug. Het is een cyclus. Traditioneel zet justitie in op het poeder, maar men kan ook inzetten op het geld eronder. Het allerbeste is om dat geïntegreerd te doen. Er zijn financiële rechercheurs, maar het kan beter. Is de financiële recherche ingebed in bijvoorbeeld ieder groot drugsonderzoek?

Ik maak mij er zorgen over dat maar 30% of 40% van het aan hennepplantages verdiende geld wordt ontnomen omdat onvoldoende wordt doorgerechercheerd in de criminele organisatie. Deelt de minister deze zorg en is hij voornemens daar wat aan te doen? Het kabinet wil 5 mln. per jaar extra ophalen door de pluk-ze-wet. Is dat niet wat weinig? Het zal vast aanzienlijke inzet kosten om die 5 mln. binnen te halen, maar het verdient zichzelf terug. Over de samenwerking tussen de verschillende spelers is al veel gezegd. Wordt de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) voldoende ingezet voor kennis, maar ook om aanslagen op te leggen? De motie-Heerts vroeg naar de cijfers, maar het bleek niet mogelijk die te geven. Desalniettemin lijkt het mij zinvol om te bekijken of die spelers niet allemaal opnieuw het wiel aan het uitvinden zijn. Je moet de kennis halen waar die al aanwezig is en inzetten waar het het beste kan.

In het kader van de aanpak van de financieel-economische criminaliteit wil ik een lans breken voor het voorstel dat de heer Groot en ik hebben gedaan voor het openbaar aandeelhoudersregister. Daarmee wordt het mogelijk om schimmige constructies te doorzien. Criminelen kunnen zich dan niet meer verstoppen achter allerlei bv's, holdings en dergelijke. Ik wil daar graag over discussiëren, maar wij wachten nog op een reactie van het kabinet. Wanneer komt die reactie, zodat wij daar vaart achter kunnen zetten?

Mijn fractie is enthousiast over de RIEC'S. Het RIEC'S Zuidwest-Nederland heeft 16 mln. geplukt. Dat is een succes. Zijn er meer succesverhalen? Uit de nulmeting blijkt dat gemeenten een slechte informatiepositie hebben, enkele grotere gemeenten uitgezonderd. Wat is de rol van de RIEC'S hierin? Hoe wordt de bewustwording van gemeenten over hun rol in de aanpak van financieel-economische criminaliteit gestimuleerd? Emergo in Amsterdam was een mooi voorbeeld. Hoe wordt dit landelijk aangepakt?

Ik wil een punt aan het betoog van de SP over faillissementsfraude toevoegen. De curator heeft als belang het belang van de schuldeisers. Als hij een fraudegeval tegenkomt dat te veel gaat kosten, gaat de curator er niet heel hard achteraan. Het is de officier van justitie die dat belang moet handhaven. Kan er een faillissementscurator in het leven worden geroepen in de vorm van een officier van justitie, die eerder wordt ingeroepen en sneller en met meer expertise vanuit het belang van de samenleving aan de slag gaat? Over de criminele burgerinfiltrant hoop ik later te spreken met de Kamer. De PvdA staat kritisch tegenover schikken, maar als je het goed uitlegt, is het een goed instrument om extra inzet te kunnen plegen. Je kunt niet iedereen en alles voor de rechter brengen.

Mevrouw Berndsen (D66): Ik snap dat je niet alles voor de rechtbank kunt brengen, maar waar zit de rechtvaardigheid als grote bouwondernemingen weg kunnen komen met een schikkingsbedrag dat vele malen lager is dan het feitelijke bedrag dat ze met criminele handelingen hebben verdiend?

De heer Recourt (PvdA): Ik sta kritisch tegenover schikken omdat het gevaar van klassenjustitie om de hoek ligt. Daarom moet je het heel goed uitleggen. In de Klimopzaak is het bedrag dat terugbetaald moet worden, hoger dan het bedrag dat verdiend is. De slachtoffers zijn volledig schadeloos gesteld en de vijftien grootste vissen zijn voor de rechter gebracht. Ik kan mij voorstellen dat je in een enorme zaak, met misschien wel 100 of 200 verdachten, niet iedereen voor de rechter kunt brengen. De hele justitiële capaciteit van Nederland wordt dan op één zaak ingezet. Daarom vind ik schikken, mits goed uitgelegd, een prima middel om extra inzet te kunnen plegen.

Mevrouw Helder (PVV): De PVV is kritisch over schikken, maar ieder strafrechtelijk instrument is er één. De adequate bestraffing moet wel vooropstaan. Het mag natuurlijk niet zo zijn dat het een kostenbatenanalyse gaat worden aan de criminele kant en dat men zegt: de pakkans is laag, de opbrengst is groot en als ik toch gepakt word, koop ik het wel af. Dat moet te allen tijde voorkomen worden. Ik neem aan dat de PvdA-fractie daar ook zo over denkt.

De heer Recourt (PvdA): Jazeker. Allereerst gaat het mij om de pakkans. Die moet zo hoog mogelijk zijn. Het is heel goed dat mensen zien dat dit wordt aangepakt. Natuurlijk moet je niet schikken met de hoofddaders. Een schikking moet pijn doen. Als een dader vijf jaar later voor de rechter komt, is het de vraag wat eruit komt.

De heer Çörüz (CDA): Voorzitter. Ik bedank allereerst mevrouw Gesthuizen voor haar goede werk. Ik zag in haar nota een punt dat mij heel interessant lijkt: een beroepsverbod.

In de brief van het kabinet staat heel wijs dat financieel-economische en georganiseerde criminaliteit een sluipende bedreiging is voor de integriteit van het financieel-economisch stelsel en dat zij uiteindelijk kan leiden tot aantasting van de rechtsstaat. Dat is een heel stevige uitspraak die betekent: aanpakken. De CDA-fractie deelt die visie. Je kunt denken dat financieel-economische criminaliteit zich helemaal in het schimmige of in de onderwereld afspeelt. Om dat te relativeren citeer ik een ambtenaar die in het blad Opportuun van het OM van 4 april over de Wet Bibob zegt dat die criminaliteit helemaal niet zo schimmig is, maar heel open. «Criminelen handelen vaak heel openlijk. Ze bellen een ambtenaar en vragen zonder dralen: «Doen jullie aan Bibob?» Zegt de ambtenaar «nee», dan maakt de beller enthousiast een afspraak voor een lokale vergunning of subsidie. Zegt de ambtenaar «ja», dan wordt direct de verbinding verbroken. Dan gaat de crimineel bij andere gemeenten verder shoppen. Bij voorkeur bij een gemeente die niet te veel aan checken en screenen doet. Die burgers niet wil lastig vallen met rompslomp en formulieren, maar die juist ruimte en kansen biedt aan enthousiaste ondernemers. Kleine gemeenten met weinig ambtelijke expertise op het gebied van bestuursrecht, openbare orde en veiligheid, daar houdt de criminele entrepreneur wel van.» Zo gaat het in de praktijk. Over de Wet Bibob komen wij later te spreken.

Twee forse rapporten liggen op ons oordeel te wachten. Beide rapporten gaan over de versterking van de integriteit in de Nederlandse financiële sector. Dit zijn belangrijke zaken. Er valt nog veel te doen. De rapporten hebben twee jaar op zich laten wachten. Waarom? Het kabinet is op 13 april jl. met een reactie gekomen en neemt veel over van de 33 gedane aanbevelingen. Dat is een goede zaak. Er is uitgebreid gekeken naar het functioneren van het BFT. Dit bureau is de wettelijke toezichthouder op de financiën van notarissen en gerechtsdeurwaarders. De conclusie van het rapport is dat het BFT niet optimaal functioneert. Dit komt deels door het bureau zelf en deels door de regulering. Ook blijken de verantwoordelijkheden en taken van het BFT niet helder te zijn. Het BFT kan een nuttige rol vervullen, maar er moeten wel stappen worden gezet. Er wordt zelfs gesproken over de schijn van toezicht in het kader van de Wwft. Er zijn in totaal 33 aanbevelingen opgesteld. Hiervan hebben er 18 betrekking op wettelijke regelingen. Er zijn enkele belangrijke zaken. Het toezicht op advocaten wordt overgedragen aan de Nederlandse Orde van Advocaten. Een deel is al geregeld met de invoering van de Wet op het notarisambt (WN). Er moet een heldere afbakening komen van de wettelijke bevoegdheden van het BFT. Ook dient er een spoedvoorziening te komen om op korte termijn maatregelen te kunnen nemen inzake het tuchtcollege. Hoe gaat het kabinet deze zaken oppakken?

In de evaluatie is de centrale vraag onderzocht of de gerechtelijke handhaving van de Wwft effectief is. Er lijkt weinig sprake te zijn van goede tuchtrechtelijke handhaving. De pakkans van vrije beroepsoefenaars, notarissen, advocaten, accountants, wordt laag geacht. Het wordt duidelijk dat de accountancy, het notariaat en de advocatuur moeite hebben met een aantal verplichtingen dat uit de Wwft voortvloeit. Deze bepalingen worden als inbreuk op de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht beschouwd. Graag een reactie.

Er zijn RIEC'S, LIEC en andere partijen. Is dat niet te veel? Op een gegeven moment is weer een ander bureau nodig om die bureaus te controleren. Hoe meer schijven, hoe meer energieverlies, heb ik altijd geleerd. Zouden mensen die hun onderneming structureel gebruiken om anderen te misleiden en de economie te ontwrichten niet een beroepsverbod moeten krijgen?

Er wordt geplukt; de Taskforce Brabant haalt miljoenen binnen. Die integrale aanpak spreekt ons aan. Hebben wij inzicht in wat het oplevert? Over het schikken ben ik het met mijn collega's eens. De grote jongens mogen niet wegkomen met een schikking. Ik heb daar eerlijk gezegd geen zicht op. Een bijstandsmoeder die fraudeert, wordt automatisch aangebracht. Het zijn grote, ingewikkelde zaken, die heel veel geld kosten. Kan de minister een overzicht geven voor hoeveel per jaar er wordt geschikt?

Minister Opstelten: Voorzitter. Georganiseerde criminaliteit en financieel-economische criminaliteit zijn vormen van criminaliteit die wij op de meest harde wijze moeten aanpakken en waarvan wij de resultaten moeten laten zien. Het kabinet gaat meer criminele organisaties oprollen. Bij bestrijding van de georganiseerde criminaliteit is het volgen van het financiële spoor essentieel. De Kamer vraagt hier terecht veel aandacht voor. Het kabinet wil meer geld afpakken en de financiële machtsposities van criminelen afbreken. Daartoe wordt de financiële expertise bij de recherche uitgebreid. Er draaien al twee topteams. Vervolgens wordt er meer vermogen van criminelen afgepakt. Een van mijn eerste ervaringen in de Kamer was een debat met mevrouw Gesthuizen over het percentage van 0,2. Wij gaan nu naar 0,4%. Dat is 100% hoger, maar eigenlijk nog niet acceptabel. Tijdens het debat in de Kamer gaf iedereen aan daar meer aan te willen doen. Ik kom daarover voor de zomer met een brief. Ik wil multidisciplinair, met de fiscus, de FIOD en andere opsporingsdiensten, aangeven wat wij willen bereiken en wat het target wordt. Sommige van die diensten werken onder het gezag van collega's, dus dat vereist de nodige aanpak en regie. Ik wil ervoor zorgen dat het uit de abstracte sfeer komt en dat er concrete resultaten worden geleverd.

De geïntegreerde aanpak is ontzettend belangrijk. Alleen samen met de recherche, het bestuur, de fiscus en private partijen kunnen wij structurele barrières opwerpen om die criminaliteit te voorkomen. Op diverse plaatsen in het land is er succes, bijvoorbeeld bij Emergo in Amsterdam. Binnenkort kom ik met een rapportage over de resultaten in Brabant en hoe men daar verder wil. Maastricht en omgeving is daar ook druk mee bezig. Items als mensenhandel, georganiseerde hennepteelt en vastgoedfraude worden integraal behandeld en daardoor komt men tot zichtbare resultaten. De positie van het bestuur moet verbeterd worden. Ik kom daar straks op terug. Tot slot is er de kwetsbaarheid van financiële en juridische beroepsgroepen voor misbruik door criminelen. Die moet verminderd worden.

Mevrouw Gesthuizen wil ik bedanken voor de nota van de SP en de acht voorstellen voor het bestrijden van de faillissementsfraude. Wij komen daar voor de zomer op terug. De PVV en de SP vroegen of er financiële rechercheurs bij komen. Ja, dat staat ook in ons werkprogramma. In het transformatieplan voor de politie en in het investeringsplan Afnemen is het een kernpunt. Ik wil nu nog geen aantallen noemen. Het is heel belangrijk wat de lijn en de prioriteiten in het beleid worden. De lijn is: men krijgt wat men nodig heeft. Dat wordt uitgewerkt, ook in het kader van de Nationale Politie. Er komt een overzicht waarin de Kamer de prioriteiten ziet en hoe die zich vertalen in nationale capaciteit. Wij gaan niet versnipperen over de regio's, maar werken nationaal. Dat heeft power en zo krijg je de expertise die je nodig hebt. Natuurlijk moet je in de regio's ook die expertise krijgen. De heer Recourt vroeg of je een faillissementscurator in het leven kunt roepen. Dat kan, die is er. Er is ook een garantiestellingregeling. Faillissementsfraude heeft inderdaad een ontwrichtend effect op de samenleving. Het schaadt het vertrouwen in het handelsverkeer en heeft vaak verstrekkende gevolgen voor schuldeisers. Het kabinet versterkt daarom de aanpak.

Zoals de Kamer zei: het is een ketenprobleem. Deze criminaliteit kan uitsluitend adequaat worden aangepakt als alle betrokken partijen samenwerken. Daarom werken wij samen met het Openbaar Ministerie aan het vastleggen van concrete afspraken met de betrokken partijen, INSOLAD, de politie en de zittende magistratuur, om te komen tot een gezamenlijke strategie, bijvoorbeeld een convenant. De keten wordt sterk gemaakt. Daarbij wordt duidelijk afgesproken waar de verantwoordelijkheden liggen en wanneer het strafrecht wordt ingezet. Met INSOLAD ben ik in gesprek over de modernisering van de Garantstellingsregeling curatoren. In de Garantstellingsregeling staat de overheid garant voor de kosten die een curator maakt om onderzoek te doen naar onbehoorlijk bestuur bij mogelijk lege boedel. Deze regeling wordt toegankelijker voor curatoren.

De heer Recourt (PvdA): Fijn om te horen dat het kabinet de aanpak van faillissementsfraude wil intensiveren. Nu is de pakkans beneden de 2%. Kan de minister aangeven waar dat heen moet in zijn termijn? De minister zegt dat vooral de positie van de curator wordt versterkt. Heeft het OM daar een rol in? Nogmaals: die curator is er niet primair om misdaad te bestrijden, maar om het geld binnen te halen voor de schuldeisers.

Minister Opstelten: Op dit moment ga ik niet in percentages spreken. Dat heeft weinig zin. Natuurlijk is de doelstelling hoger dan nu. Wij laten niets na om de positie te verstevigen en dit aan te pakken. De curator is belangrijk. In het bedrog na geknoei met faillissementen heeft het OM absoluut een rol. Uw signaal zullen wij in de versteviging van de faillissementsaanpak meenemen.

De heer Recourt (PvdA): U zegt dat de organisatie wordt doorgelicht. Uiteindelijk is het voor de verhoging van de pakkans van belang om extra inzet te plegen. Kunt u iets concreets zeggen over die inzet?

Minister Opstelten: Ook dat doe ik op dit moment niet. Wij zijn druk bezig om te bekijken hoe het OM en de recherche kunnen worden versterkt. Wij hebben 20 mln. in de financieel-economische recherche gestopt en daarom komen die teams er. Nog dit jaar komt de herziening van de garantstellingsregeling. De curator moet goed onderzoek doen naar de boedel en dan kan de officier van justitie het overnemen. Wij komen daarop terug.

Mevrouw Helder (PVV): Ik begreep dat collega Recourt zei dat een faillissementscurator er zit voor de schuldeisers. In de beantwoording verwees de minister al heel snel naar INSOLAD. De curator krijgt dan twee petten op: én hij helpt de officier van justitie én hij zorgt ervoor dat de schuldeisers wat van hun vordering terugzien. Dat kan niet. Enerzijds zijn er de faillissementscuratoren, zoals die aangesloten zijn bij INSOLAD, en anderzijds is er het Openbaar Ministerie. Komt daar nu een persoon tussen die bij het OM hoort en die de faillissementscurator gaat ondersteunen? De curator kan geen aangifte doen, want voor hetzelfde geld benadeelt hij dan zijn cliënten.

Minister Opstelten: Ik zeg toe dat ik daar op terugkom bij de Garantiestelling curatoren. De verantwoordelijkheden en de doelstelling moeten heel duidelijk zijn. Ook belangrijk is het target. Dit jaar komt de verruiming van de garantstellingsregeling en daarin werken wij deze punten uit.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Ik ben heel blij dat de minister zegt dat er dit jaar nog een herziening van de garantiestelling komt. Op dit moment is het zo dat een curator onvoldoende onderzoek kan doen omdat er bijvoorbeeld een lege boedel is en hij voor eigen kosten moet gaan onderzoeken hoe het met mogelijke misstanden zit. Daarnaast leidt een aangifte door de curator in veel gevallen niet tot het oppakken van een zaak door de politie. Ik heb dat uit de mond van curatoren zelf. Dat vind ik echt kwalijk.

Minister Opstelten: Dat is een belangrijk punt in die ketenaanpak waarin het OM en de politie een belangrijke rol spelen. Als de curator zijn werk heeft gedaan, is de officier van justitie aan zet en moet dat opgepakt worden. Ik zit buitengewoon scherp in dit hele dossier omdat de staatssecretaris en ik dit een topprioriteit hebben genoemd in ons beleid.

Mevrouw Gesthuizen (SP): De keten wordt dus versterkt. Begrijp ik goed dat wij dan ook op korte termijn daarover concrete plannen krijgen?

Minister Opstelten: Jazeker. Bij die uitbreiding van de garantstellingsregeling neem ik die mee. Het is een pakket waarin de garantiestelling en de precieze verantwoordelijkheden komen te staan.

Voorzitter. Er werd gevraagd hoe ik voorkom dat mensen doorgaan met bedrog na geknoei met faillissementen. In juli van dit jaar gaan wij van start met het Project herziening toezicht rechtspersonen. Met dit programma wordt een systematiek opgezet waarmee de informatie van de Justitiële Informatiedienst (JustID) automatisch het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) screent op signalen van fraude. Het doorgeven van de signalen aan justitie gebeurt automatisch en wordt niet meer afhankelijk van de oplettendheid van een medewerker van de KvK. De invoering van het register gaat gepaard met flankerende maatregelen waardoor het opleggen van een bestuursverbod mogelijk wordt. Een strafrechtelijk bestuursverbod is inmiddels ingevoerd. Het wetsvoorstel voor het civielrechtelijk bestuursverbod is in voorbereiding.

Verschillende leden vroegen wat de OM-coördinator heeft bereikt. Vanaf 1 maart 2010 is de coördinator aan de slag. Zijn taak bij het functioneel parket is om eventuele knelpunten in de samenwerking en informatie-uitwisseling te signaleren en te adresseren. De eerste indruk van de landelijk coördinator is dat de partijen elkaar steeds beter weten te vinden en goed operationeel samenwerken. Dit is onder andere een gevolg van de samenwerking in de ingestelde taskforces en de geïntegreerde aanpak in concrete onderzoeken op thema's als vastgoedfraude, georganiseerde hennepteelt en mensenhandel. In concrete gevallen heeft de coördinator bijgedragen aan het oplossen van knelpunten in de geïntegreerde aanpak, bijvoorbeeld in de aanpak van vastgoedfraude. Hieraan is geen bekendheid gegeven. Dat is ook niet de bedoeling. Er wordt wel eens gevraagd waarom men de coördinator niet hoort of ziet, maar de coördinator is pas effectief als hij achter de schermen kan werken. De afspraak is: als er knelpunten zijn, wordt de minister ingeschakeld.

De Kamer vroeg hoe de overheid omgaat met vastgoedfraudeurs en hoe het gaat met schikkingen. Transacties en schikkingen zijn een integraal onderdeel van de bestrijding van de criminaliteit, ook van de financieel-economische criminaliteit. Met de vastgoedbranche zijn wij intensief in gesprek over hoe de vastgoedfraude gezamenlijk en het meest effectief aangepakt kan worden. Zowel de overheid als de branche heeft daarbij een verantwoordelijkheid. Die samenwerking gaat steeds beter. Er werd gevraagd of de overheid partijen kan uitsluiten na een schikking. Van tijd tot tijd is dat aan de orde. Op grond van het toepasselijk Europees aanbestedingsrecht voor overheden vormt alleen een onherroepelijke rechterlijke veroordeling een uitsluitingsgrond. Indien er getransigeerd wordt, is naar huidig recht uitsluiting bij de aanbestedingsprocedure niet mogelijk. Na de fase van aanbesteding en gunning volgt de contractuele fase. Op dit moment wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn om gewenst integer gedrag onderdeel te maken van de overeenkomst nadat gegund is.

Mevrouw Gesthuizen en mevrouw Helder spraken over transacties en schikkingen. Ik ben bezig met een uitgebreide brief om de Kamer de gelegenheid te geven om hierover in een breder verband tijdens een AO te spreken. Dit punt komt telkens na een casus of een uitspraak van een rechter aan de orde. Ik heb er zelf behoefte aan om het goed op een rij te zetten, de gestelde vragen van een goed, scherp en duidelijk antwoord te voorzien en daarover met de Kamer te overleggen. Er worden zaken doorelkaar gehaald. Soms wordt in de media ten onrechte het beeld geschetst dat verdachten eenvoudig hun strafvervolging afkopen. Het is niet zo dat de zaak daarmee klaar is. Allereerst: transactie en schikking zijn geen synoniemen. Transactie is een in de wet opgenomen mogelijkheid om strafzaken af te doen buiten de rechter om in zaken waarop een maximale gevangenisstraf staat van zes jaar. De transactie ziet op voorkoming van strafvervolging indien de betrokkene instemt met de door het OM gestelde voorwaarden. Een schikking ziet op het ontnemen van wederrechtelijk verkregen vermogen. In de Klimopzaak is sprake van zowel transacties als schikkingen. Die laatste zijn er mede ten behoeve van een snelle schadeafhandeling voor benadeelden en slachtoffers. In deze zaak is ook ten aanzien van een aantal verdachten alleen een schikking getroffen voor het wederrechtelijk verkregen voordeel, terwijl de strafzaak nog doorloopt. Dat is dus én-én. Bij zogenaamde hoge en bijzondere transacties brengt het OM, in lijn met de aanwijzing hoge en bijzondere transacties, een persbericht uit. In het persbericht worden in ieder geval de verdachte of de rechtspersoon met wie is getransigeerd en de strafbare feiten waarop de transactie ziet openbaar gemaakt. Het persbericht biedt compensatie voor het feit dat door de transactie geen openbare behandeling ter rechtszitting plaatsvindt en evenmin sprake is van een openbare rechtelijke uitspraak waarvan een generale preventieve werking uitgaat. Die openbaarheid is dus belangrijk.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Fijn dat de minister ons een brief gaat sturen en dat wij daarna uitgebreider de mogelijkheid krijgen om van gedachten te wisselen in een debat. Hoe moeten wij omgaan met mensen die een transactie of een schikking hebben gehad en die zich vervolgens weer op de markt begeven? De markt stelde die vraag ook. De minister zegt dat bepaalde vormen van een overeenkomst om strafvervolging te voorkomen een impliciete schuldbekentenis zijn. Dat vind ik heel helder, maar daarnaast zegt hij: het is geen belemmering om vervolgens voor overheidsopdrachten in aanmerking te komen. Dus reageert de markt dat zij prima zaken kan doen met een dergelijk iemand. Is dat niet krom? Het OM heeft voldoende aanwijzingen om te vervolgen, maar ziet er om proceseconomische redenen vanaf. Vervolgens kan die persoon in die markt doorgaan, terwijl hij heeft bewezen niet te vertrouwen te zijn. Ik maak mij daar ernstig zorgen over.

Minister Opstelten: Daarom is het persbericht zo belangrijk. Het is dus openbaar. Daarnaast is het de verantwoordelijkheid van partijen zelf om om te gaan met de kennis die men heeft. Men kan navraag doen, een verklaring omtrent gedrag (VOG) vragen en men kan in het register vragen naar de situatie van de onderneming of de rechtspersoon. In de kern is er een eigen verantwoordelijkheid. Ik heb aangegeven dat dit alleen bij de Europese aanbestedingen geldt. Er was recent een verrassend vonnis van de rechter in Utrecht, waarvan ik met belangstelling kennis heb genomen. Het ging erom dat de Rabobank onvoldoende had gemotiveerd waarom een betrokkene in een bepaald register was opgenomen.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Ik ben blij dat de minister dat hier klip-en-klaar zegt. Ik vind het vervelend als marktpartijen een partij niet op een zwarte lijst mogen plaatsen. Ik ben blij dat het lag aan de motivering. Dan is er verbetering mogelijk waardoor een partij uiteindelijk op een zwarte lijst gezet mag worden.

Minister Opstelten: Ík zeg het niet. De rechter zei dat de Rabobank onvoldoende had gemotiveerd waarom betrokkene in dat register moest komen. Uit mijn hoofd zeg ik dat aan twee specifieke criteria voor opname niet was voldaan en aan één wel.

Voorzitter. De kern van de vragen is: hoe gaat de minister de fraude aanpakken en heeft dit voldoende aandacht? Het is eigenlijk schrikbarend dat de Kamer dat vraagt. De primaire aanpak bij het tegengaan van fraude is gelegenheidsbeperking. In dat verband herhaal ik dat in de eerste plaats wordt samengewerkt met politie, OM, bestuur en beroepsgroepen aan het opwerpen van barrières. Een goed voorbeeld is de integrale aanpak van de vastgoedfraude. In de tweede plaats sluit het OM handhavingsconvenanten met maatschappelijke partijen, recent met het Verbond van Verzekeraars. Ten derde is in maart 2011 de Helpdesk Fraude in het leven geroepen. Wij zetten een combinatie van maatregelen in: de financiële expertise bij de recherche wordt uitgebreid voor het doen van complexe fraudeonderzoeken. Wat wij tot nu toe hebben gedaan is nog niet voldoende, maar het houdt niet op. Daarnaast wordt het vermogen dat van criminelen wordt afgepakt, flink verhoogd. Begin dit jaar zijn er landelijke opsporings- en vervolgingsteams ingesteld die zich exclusief richten op het opsporen en vervolgen van de belangrijkste financiële dienstverleners van de georganiseerde criminaliteit. Laten wij niet vergeten dat het doen van aangifte ongelofelijk belangrijk is. Dat wordt vereenvoudigd, want niet iedereen doet aangifte van fraude.

Mevrouw Helder en de heer Van der Steur vroegen naar de resultaten van de geïntegreerde aanpak. Natuurlijk is het niet altijd nieuw wat er wordt gezegd. De georganiseerde criminaliteit is van alle eeuwen. Het is wel zo dat wij scherp prioriteren en willen intensiveren. Die multidisciplinaire aanpak is heel belangrijk. Daardoor worden de onderliggende structuren van de georganiseerde misdaad veel beter zichtbaar. Je ziet dat dit in de praktijk gaat werken. Criminelen worden langs meerdere wegen aangepakt en dat heeft veel meer impact dan de traditionele, puur strafrechtelijke aanpak. Daarbij gaat het kabinet zoveel mogelijk achter geld aan. Niet om erop te verdienen, maar om een veelvoud van onze investeringen terug te krijgen. Een voorbeeld daarvan is een strafzaak waarin de politie conservatoir beslag legt op vermogensbestanddelen, maar dat uiteindelijk laat overzetten naar de Belastingdienst die daarmee meteen een fikse aanslag kan innen. Een ander voorbeeld is dat tijdens een opsporingsonderzoek blijkt dat de verdachte onroerend goed bezit en enkele vergunningsplichtige bedrijfjes die een rol spelen bij zijn criminele activiteiten. Naast het strafrechtelijk spoor worden de Belastingdienst en de bevoegde gemeentelijke diensten ingezet. Dat leidt tot het constateren van achterstallige belastingen en het overtreden van diverse vergunningsvoorwaarden. De gemeente zet het intrekken van die vergunningen in gang.

De heer Çörüz (CDA): Ik ben de minister dankbaar voor de sprekende voorbeelden. In de brieven uit 2009 wordt natuurlijk al gerefereerd aan de integrale of multidisciplinaire aanpak. Laatst sprak ik met de Taskforce Brabant die de wietteelt aanpakt en die werkt ook zo. Zij gaven het voorbeeld van iemand die een inkomen had van € 22 000 en in een huis woonde van 1,6 mln., zonder hypotheek. Door de integrale aanpak komen dit soort zaken aan het licht. Is die aanpak nu landelijk uitgerold of is het nog steeds hier een experiment, daar een voorbeeld, etc.? Als dat zo is, moeten wij daar morgen mee stoppen en met die integrale aanpak verdergaan.

Minister Opstelten: Dat doen wij natuurlijk ook. De RIEC'S en het LIEC zijn er om het bestuur te versterken. Het moeten niet alleen de grote steden zijn die daar maximale aandacht aan schenken. Amsterdam is er na de commissie-Van Traa mee begonnen en andere grote steden zijn gevolgd. Het is niet voor niets dat de Taskforce Brabant zich concentreert op de vijf steden daar De nationale politie is erg belangrijk om dit uit te rollen in een klein land als Nederland. U kunt ervan verzekerd zijn dat het een ongelofelijk stevige impuls krijgt en heeft gekregen om juist het bestuur maximaal een rol te geven en te laten presteren.

De heer Çörüz (CDA): Wie bepaalt nu de integrale aanpak van een grote wietzaak? Is dat de hoofdofficier in een bepaalde regio die het integraal wil aanpakken, zoals bij Emergo of de Taskforce Brabant, of de RIEC'S?

Minister Opstelten: Bij Emergo speelt natuurlijk ook de driehoek een rol, het bestuur, het college van Amsterdam, de politie, het OM en ook de andere diensten. Bij Brabant gaat het ook niet alleen om het OM of de politie. Het gaat om al die verantwoordelijkheden bij elkaar en een duidelijke leiding. Mijn departement is medevoorzitter in Brabant. Ik heb een landelijke verantwoordelijkheid om de wiet- en drugscriminaliteit en andere grote georganiseerde criminaliteit in dat belangrijke deel van ons land op te rollen. Wij zijn daarin ongeduldig en zeer ambitieus. De Kamer krijgt binnenkort een brief over de eerste resultaten. Ik kan de Kamer verzekeren dat die altijd nog onvoldoende zijn.

Mevrouw Berndsen (D66): De nationale politie is natuurlijk niet het panacee voor alles. De politie had de aanpak van de georganiseerde hennepteelt in zijn algemeenheid op orde vanwege het landelijke programma. Het grootste probleem zit in de capaciteit en de ondersteuning bij kleinere gemeenten. De regiefunctie ligt vooral daar. Hoe kun je van de gemeenten verwachten dat ze die regiefunctie aankunnen?

Minister Opstelten: Die vraag is heel simpel en kort te beantwoorden. Dat kun je regionaal organiseren. Ik ben ervan overtuigd dat het ontmantelen van hennepkwekerijen een zaak is van de gemeenten, die dat doen samen met anderen. Zo maakt men capaciteit vrij voor de politie en het OM om diepgaander onderzoek te doen en door te rechercheren om de echte boeven te pakken. Dat is in een aantal regio's opgezet. Ik vind het een verantwoordelijkheid van gemeenten om dat te doen. Dat is ook mijn ervaring en zo heb ik het in het verleden altijd ingezet.

Mevrouw Berndsen (D66): Ik ben dat zeker met de minister eens. Mijn zorg zit hem in de kleinere gemeenten waar de ondersteunende capaciteit buitengewoon gering is. Misschien is het handig als de minister met zijn collega van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overlegd of er misschien toch naar schaalvergroting moet worden gewerkt om dit soort aanpakken effectiever te maken.

Minister Opstelten: Laat ik mij nu niet met het beleid van collega Donner bemoeien. Het gaat om de regionale aanpak en het bundelen van de krachten. Alle gemeenten, ook kleine, moeten iets betalen als in hun gemeente een wietplantage wordt opgerold. Dat is heel goed werkbaar en daar heb je die expertise niet voor nodig. Je betaalt naar eigen vermogen. Daarom zijn die RIEC's er. Alle gemeenten moeten daarin meedraaien. De kern is: waar ligt de verantwoordelijkheid? Ik draag overal uit dat men het zo moet doen opdat er politiecapaciteit wordt vrijgemaakt om door te rechercheren en de grote boeven te pakken. Het gaat niet alleen om plantages, dat is slechts een begin. Vervolgens moet doorgegaan worden met rechercheren en daar moet je capaciteit voor vrijmaken. Eenieder moet zijn verantwoordelijkheid nemen in dit belangrijke dossier.

Voorzitter. De RIEC'S zitten nog in een pilotfase. Aan het eind van dit jaar loopt die af. Ze hebben een goede rol en dat betekent dat de RIEC'S structureel gemaakt moeten worden. Het is niet zomaar een platform, het gaat om verantwoordelijkheid en de zorg voor de regionale Bibob-aanpak. De centrumgemeenten hebben een verantwoordelijkheid naar hun kleinere collega's. Hoe wij dit exact gaan doen, bepalen wij rond de zomer, mede op basis van de evaluatie van de pilot. Het ministerie draagt 7,9 mln. per jaar bij en de helft van de kosten is voor de gemeenten. Als je iets betaalt, ben je er ook bij betrokken. De rol van het LIEC is de krachten te bundelen, de RIEC'S scherphouden, informatie geven, kennis overdragen en specialismen organiseren op nationaal niveau. Wij komen na de evaluatie met de resultaten van het afgelopen jaar naar de Kamer.

Mevrouw Helder noemde het interview met de voorzitter van het college van pg's over de inzet van burgerinfiltranten. De inzet hiervan is een gevoelig thema, ook voor de Kamer. De Kamer heeft een duidelijke uitspraak gedaan na de commissie-Van Traa. Een aantal leden heeft gezegd dat men daar een keer apart over wil spreken. Dat noteer ik. De inzet van bijzondere opsporingsmethoden is cruciaal bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad. Het gebruik van informanten en instrumenten als pseudokoop is daarbij onmisbaar. Dat gebeurt ook, zowel in de onderwereld als in de bovenwereld. De Tweede Kamer heeft na de parlementaire enquête van Van Traa een motie aangenomen die het verbiedt om criminele burgerinfiltranten in te zetten. Ik ben met het OM in gesprek over dit onderwerp. Wij moeten zorgvuldig te werk gaan en de voors en tegens goed afwegen. Op dit moment worden conform de motie van de Kamer geen criminele burgerinfiltranten ingezet. Indien hiervoor een concreet voorstel is uitgewerkt met het OM en ik conclusies heb getrokken, zal ik de Kamer daar nader over informeren. Ik ga niet over een nacht ijs, gelet op de uitspraak van de Kamer. Ik vind het plezierig om reacties te horen op wat ik nu zeg. Stelt de Kamer het op prijs dat ik hiermee kom?

De heer Recourt (PvdA): Het lijkt mij goed om daar apart over te spreken. Het is nog beter als wij dat doen naar aanleiding van een kabinetsstandpunt. Hebt u enig inzicht wanneer u met dat standpunt komt zodat wij dat gesprek kunnen plannen?

Minister Opstelten: Jazeker. Ik kom dit jaar met een standpunt. Ik wil het gesprek met het OM goed en zorgvuldig voeren om mijn standpunt te bepalen. Dit heeft een ongelofelijke geschiedenis en die respecteer ik. Daar ga ik niet zomaar aan voorbij. Ik neem de uitspraken van de voorzitter van het college van pg's uiteraard serieus. Ik wil dat gesprek wel de ruimte geven om effectief te zijn. Als wij ons haasten, heeft het niet zoveel zin.

De heer Recourt (PvdA): Fijn om te horen dat wij hier pragmatisch mee om kunnen gaan.

Minister Opstelten: Voorzitter. In De Spits van 13 april jl. stond een artikel over het falen van de aanpak van de wietteelt. Ik deel de conclusie van dat artikel niet. De doelstelling van het kabinet is juist om de criminele organisaties achter de hennepteelt zo hard mogelijk aan te pakken. Doorrechercheren bij de ontmanteling van een hennepkwekerij is een van de manieren om dit te bereiken. Het is ook een belangrijk onderdeel bij de versterking van de aanpak van de hennepteelt die nu in gang is gezet. De afgelopen jaren zijn goede stappen gezet om de hennepteelt een halt toe te roepen, waaronder het oprollen van criminele organisaties achter de hennepteelt en het afpakken van crimineel vermogen. De versterking van deze aanpak heeft al geleid tot de stijging van onderzoeken naar criminele groepen achter de hennepteelt. Op dit moment lopen ook grote onderzoeken met de focus op ontneming. De prestaties moeten omhoog, zoals ik al zei. Het signaal is bekend, maar het gaat om de volgorde. Het land moet ingericht worden op de verantwoordelijkheden en er moet ruimte gecreëerd worden voor de politie en het OM om door te rechercheren.

De aanpak van de criminele groeperingen wordt verdubbeld. Dat staat in het regeerakkoord. Het is een enorme target, maar ik sta daarvoor. Opsporing moet effectiever en innovatiever en via de Nationale Politie. Er zijn al ontwikkelingen die op verschillende manieren voor de opsporing worden ingezet zoals de kroongetuige en de informant. Begeleiding van de inzet van deze burgers voor de opsporing is de afgelopen jaren flink geüniformeerd, gecentraliseerd en geprofessionaliseerd. Dit brengt de vraag met zich mee of de inzet van de burger wellicht uitgebreid kan worden. Die punten neem ik mee in het gesprek met het OM.

Ik heb de uitspraak van de Hoge Raad over de vijf wietplanten nog niet zelf kunnen lezen, maar ik begrijp dat als men vijf planten heeft, er geen actief vervolgingsbeleid plaatsvindt. Volgens mij was dat al zo, maar het OM verzette zich daartegen. In Utrecht wilde men een plantage inrichten in een stichting. Daar ben ik tegen en dat heb ik gevetood. Men lijkt te denken dat vijf planten mag, maar het mag niet. Het wordt alleen niet actief vervolgd. De Hoge Raad lijkt dit te bevestigen en zegt dat die planten wel weggenomen moeten worden. Volgens mij verhindert de uitspraak van de Hoge Raad niet de inzet van het OM.

De heer Van der Steur (VVD): Ik heb het arrest ook nog niet helemaal kunnen bestuderen, maar ik denk dat er nog een addertje onder het gras zit. Er is in diezelfde zaak sprake van vijf kilo geoogste wiet. Daarvan heeft de Hoge Raad gezegd dat die afkomstig kan zijn van de vijf planten en dat men daarvoor dan niet meer strafbaar is. Overigens vertelden deskundigen mij gisteravond dat je dan een unieke superplant hebt ontwikkeld. Ik vind dat een merkwaardige kwestie. Kan de minister in een brief ingaan op de complicaties of implicaties van deze uitspraak voor het vervolgingsbeleid?

Minister Opstelten: Wij bestuderen dat aspect en betrekken het bij het beleid. Mijn eerste indruk is dat het geen effect heeft op het OM-beleid.

Mevrouw Helder (PVV): De Hoge Raad zegt expliciet dat doordat het OM met strafvervolging in strijd handelt met het gedoogbeleid, de aanwijzing Opiumwet en de richtlijn voor strafvordering Opiumwet, het hof het Openbaar Ministerie in zijn strafvervolging niet ontvankelijk verklaart. Dat zie ik wel als een streep door het beleid. De Hoge Raad zegt dat de hoeveelheid en het gewicht van de met vijf planten verkregen hennepopbrengst niet ter zake doen. Dat vind ik kwalijk. Neemt de minister dat mee in de overweging?

Minister Opstelten: Zeker. Ons hennep-, drugs- en coffeeshopbeleid is duidelijk. Wij zullen deze uitspraak nauwgezet bestuderen en bekijken of dit effecten heeft op het beleid van het OM. Mijn uitgangspunt is om het beleid voort te zetten. Minister Schippers en ik komen voor 1 juni 2011 met een drugsbrief waarin wij dit meenemen.

Voorzitter. Mevrouw Helder vroeg naar het aantal ongebruikelijke transacties. Het aantal dat bij de Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU-Nederland) wordt gemeld is de afgelopen jaren gestegen. Ook het aantal meldingen van de vrije beroepsbeoefenaren onder notarissen en advocaten vertoont de afgelopen jaren een positieve ontwikkeling. Dit draagt bij aan de aanpak van de vastgoedfraude en andere vormen van georganiseerde criminaliteit en financieel-economische criminaliteit.

Mevrouw Berndsen sprak over de RIEC's en het LIEC. Het LIEC wordt een structurele voorziening. Hoe het eruit komt te zien wordt bepaald in de zomer van dit jaar en aan de Kamer meegedeeld. De betrokkenheid van alle bijzondere opsporingsdiensten vind ik heel belangrijk. Jarenlang waren het verschillende verantwoordelijkheden. Wij moeten ze nu tot één kern brengen en dat gaat ons lukken.

Mevrouw Berndsen (D66): Ik heb gevraagd naar de territoriale congruentie. Als het gaat om de effectiviteit van de aanpak lijkt mij dat van belang.

Minister Opstelten: Dat vind ik een goed punt. Wij nemen dat mee in de evaluatie. Bij de indeling van de RIEC'S moet er territoriale congruentie plaatsvinden, een beetje in dezelfde lijn als de politieregio's en veiligheidsregio's. Er moet ook gekeken worden naar de indeling voor de Nationale Politie zonder onomkeerbare stappen te zetten in een te vroeg stadium. Als er rare dingen in zitten, moeten wij die grenzen bijtrekken.

Voorzitter. De heer Recourt vraagt of de financiële recherche goed ingebed is in drugszaken. Het financieel rechercheren is een vast onderdeel van alle onderzoeken naar georganiseerde misdaad en zeker in drugszaken. Het is niet voor niets dat wij investeren in de financiële recherche, kennis en knowhow. Het wordt een taak van mij, van het OM en van het college van pg's om erop te hameren dat de investeringen in de nationale politie worden gedaan. Dit is een belangrijke prioriteit. Men moet krijgen wat men nodig heeft om de prioriteiten en targets te halen. Ik wil dat de Kamer kan zien dat mijn verhaal klopt en dat wij inspelen op en investeren in de gestelde prioriteiten.

De FIOD wordt voldoende ingezet. De FIOD verricht honderden onderzoeken naar fiscale fraude. Op basis van die onderzoeken worden de criminelen door de Belastingdienst geplukt. In 2007 en 2008 werden fiscaal fraudeurs geplukt voor respectievelijk 250 mln. en 170 mln. Daarnaast verricht de FIOD een hoeveelheid aan onderzoeken naar verschillende vormen van financieel-economische criminaliteit zoals faillissementsfraude. De FIOD heeft twee speciale witwasteams en werkt daarbij intensief samen met de politie en FIU-Nederland. Begin dit jaar zijn er bij de FIOD en de Nationale Recherche twee teams ingesteld die zich specifiek richten op de criminele financiële dienstverleners. Er gebeurt veel, maar wij moeten de krachten nog meer bundelen. De aangekondigde brief gaat daarover.

De heer Çörüz (CDA): Wij hebben de LIEC, de RIEC'S, de Nationale Regiegroep Aanpak Misbruik Vastgoed, de coördinator fraudebestrijding, de FIOD, de Economische Controledienst (ECD), de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en het BFI. Wat levert het allemaal op? Ik wil dat graag een keer zien.

Minister Opstelten: Ik kom voor de zomer met een brief over de financiële opbrengsten. Dat is de vrucht van het debat dat wij hadden bij de begroting over de 0,2% en de 0,4%. Maar wij moeten meer en wij moeten die krachten bundelen. Het zijn niet alleen mijn verantwoordelijkheden, maar ook van collega-bewindslieden. Daar krijgt u dus een antwoord op, inclusief een target. Daarnaast komt er een evaluatie van de RIEC's en de LIEC: wat brengt het op, wat levert het op, waar staat het voor? Zetten wij het door? Mijn antwoord is bij voorbaat: ja. Je kunt niet het bestuur versterken, meer vragen en de instrumenten niet geven. Het bestuur financiert het voor de helft.

Staatssecretaris Teeven: Voorzitter. Ik dank de leden voor hun inbreng en in het bijzonder mevrouw Gesthuizen voor haar nota Bedrog bij bankroet. De nota is weliswaar dun, maar zeer lezenswaardig. Het kabinet zal haar goed bekijken.

De heer Çörüz sprak over de behoorlijk lange periode tussen het toezenden van de evaluatierapporten aan de Kamer en de kabinetsreactie. Voor een gedeelte is die te wijten aan de kabinetsformatie en het controversieel verklaren door de Kamer van het rapport van de werkgroep verwevenheid onder- en bovenwereld en de kabinetsreactie daarop. Het heeft ook te maken met de complexiteit van de materie. Het toezicht op de advocatuur vraagt vergaande afwegingen en veel zorgvuldigheid. Ik geef toe dat een beetje meer snelheid geboden is. Men is echter afhankelijk van de juridische beroepsgroep die moet reageren. De Wet op het notarisambt (WN) is in de Tweede Kamer behandeld en is nu onderweg naar de Eerste Kamer. Op de advocatuur kom ik terug.

Mevrouw Gesthuizen vroeg wat er is gebeurd op het terrein van afpersing. Ten eerste hebben wij bij het KLPD het expertisepunt van de politie ingericht. Daar kunnen ondernemers en politiekorpsen vragen stellen. Afpersing is geen onbekend verschijnsel, maar de ondernemers moesten wel gemotiveerd worden. Ten tweede is er een accountmanager intelligence om alle informatie die er is naast elkaar te leggen. Die werkt actief samen met de CIE. Hij kan ook een rol spelen in het aangifteproces, met name als het gaat om de contacten tussen ondernemers, slachtoffers en politie. Het vraagt expertise om zo'n aangifte daadwerkelijk op te kunnen nemen. Vaak hebben ondernemers geen zin om aangifte te doen. Dat is een proces; vandaar de samenwerking tussen de intelligence coördinator en de CIE. Ten derde wordt het aangifteproces verbeterd. Dat heeft enerzijds te maken met de snelheid en anderzijds met de feedback aan degenen die aangifte doen. Ten vierde wordt ingezet op een brede expertise bij het tegenhouden van afpersing. Soms kun je in het kader van preventie afpersingmethodieken tegenhouden, het zogenaamde stukmaken. De politie gaat actief naar personen toe op het moment dat er nog geen sprake is van verdenking van een strafbaar feit en zegt: let op, we weten waar je mee bezig bent, ga er niet mee verder want het heeft onze aandacht. Deze zaken zitten in de pilot van de politie.

Mevrouw Gesthuizen heeft gevraagd wat de vertrouwenslijn gaat doen en of zij op de hoogte kan worden gehouden. Zij zegt dat publieke partijen niets hebben ondernomen sinds het opstellen van de programmatische aanpak. Ik kan haar zeggen dat dit niet het geval is. Wij hebben het expertisecentrum en de pilots die daaruit zijn gekomen. Er is ook een proeftuin van Meld Misdaad Anoniem (M.) en de politie die medio dit jaar van start gaat. Daar zal de aandacht gericht zijn op het versterken van de informatiepositie van de politie, het verbeteren van de aangifte en het tegengaan van afpersing. Het is wel zo dat de private partijen die de kar trekken niet in staat bleken om op relatief korte termijn de financiële middelen te vinden. Daarom heeft het departement dit naar zich toegetrokken. Bij wijze van een proef van een halfjaar wordt er een telefoonnummer voor afpersing opengesteld. Daar wordt ook voorlichting over gegeven op het moment dat die lijn operationeel is. Conform het plan van aanpak zal er samengewerkt worden met die private partijen. De financiering is nu in ieder geval voor een bepaalde periode gewaarborgd. Er wordt een verbinding gelegd tussen de vertrouwenslijn, de proeftuin van M. en de politie over de aanpak en het verloop. Ik zal de Kamer in het najaar berichten hoe alles in zijn werk gaat. Het gaat vaak om strafbare feiten en nog niet strafbare feiten, die in beslotenheid plaatsvinden, maar wij hebben dit wel opgepakt.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Ik ben blij dat het punt van de financiering is opgelost. Ik begreep van de private partijen dat dat het grootste struikelblok was. Ik wil graag weten hoeveel geld daarvoor beschikbaar is. Gaat het om een bedrag van 100 mln. of 150 mln.? Is dat geborgd en kan het structureel vrijgemaakt worden? Ik begreep uit de brief dat het expertisecentrum van het KLPD vooral iets is waar de regiokorpsen terecht kunnen. Ik begrijp nu dat ondernemers er ook terecht kunnen.

Staatssecretaris Teeven: In eerste instantie kom je terecht bij het regiokorps en dat geleid je naar het expertisecentrum. Initieel is er € 50 000 mee gemoeid, structureel praten we over € 120 000. Voor de proeftuin is een bedrag vrijgemaakt van ongeveer € 15 000 voor een halfjaar. Dat is nog niet structureel ingebed.

Voorzitter. Mevrouw Berndsen vroeg waarom er geen raad van toezicht is voor het BFT en waar die keuze op is gebaseerd. Wij praten over 42 fte bij het BFT. Dat rechtvaardigt mijns inziens niet zo'n zwaar instituut als een raad van toezicht. Ik heb bij de behandeling van de begroting van Veiligheid en Justitie en de Wet op het notarisambt aangegeven dat wij praten over een andere toezichtstructuur in het kader van de kaderwet zelfstandige bestuursorganen. Er staat mij een model voor ogen van een bestuur van ten hoogste drie leden dat met de dagelijkse leiding is belast. Dan zou er nog een raad van advies bij kunnen komen die voor reflectie kan dienen.

De heer Çörüz sprak over de tuchtrechtelijke handhaving die niet effectief is. Hij vroeg wat wij daaraan doen. Ik wijs op het wetsvoorstel WN, waarin de bestuursrechtelijke bevoegdheden voor het BFT zijn opgenomen zodat toezicht en handhaving effectiever gaan worden. Dat wetsvoorstel is in de Tweede Kamer behandeld en is nu onderweg naar de Eerste Kamer. Hij vroeg ook hoe het kabinet de aanbevelingen uit het evaluatierapport van het BFT gaat uitwerken. Er is niet stilgezeten. Het voorstel voor de WN regelt wat er wettelijk gewijzigd moet worden. Het BFT is zelf ook bezig en de directie en het bestuur zijn drukdoende de organisatie aan te passen. Bij de behandeling van de WN is ook gevraagd naar de uitbreiding van de formatie. Toen heb ik gezegd dat er 8 fte zullen worden toegevoegd aan de totale sterkte van het BFT.

Mevrouw Helder vroeg op welke wijze slachtoffers kunnen worden gecompenseerd. De minister heeft heel treffend het verschil tussen transactie en schikking uitgelegd. Bij een schikking kunnen slachtoffers natuurlijk worden gecompenseerd. Het bedrag gaat dan niet in zijn geheel naar de overheid, maar voor een gedeelte naar het slachtoffer. Bij transacties is het een ander verhaal. Als er kans is op een redelijk succes van de strafzaak, kan een onderdeel bij het sluiten van een transactie zijn dat het slachtoffer schadeloos wordt gesteld.

De heer Recourt zeg ik dat ik verwacht dit najaar een reactie te kunnen geven op zijn voorstel voor het aandeelhoudersregister. Het vraagt bestudering en er zitten wat haken en ogen aan. Er vindt ook overleg plaats met de departementen van Economie, Landbouw en Innovatie en van Financiën om die reactie voor te bereiden. Hierbij wordt ook betrokken de schriftelijke reactie op dit initiatief die wij ontvingen van de Koninklijke Notariële Broederschap. Die is op 29 maart naar de commissie gestuurd.

Mevrouw Berndsen vroeg of het klopt dat het aantal Wwft-meldingen door de advocatuur nog niet zo groot is en hoe dat komt. De meldingsplicht van advocaten geldt niet voor alle soorten van dienstverlening. Daarom melden zij minder dan notarissen, maar de aard van hun diensten is ook anders. Het is meer gericht op de individuele cliënt. De notarissen richten zich meer op het algemeen belang. Als het onderdeel deel uitmaakt van het strafbaar feit zal de verdediging in een concrete strafzaak geen melding doen. Zij vroeg ook hoe ik de bestuursrechtelijke handhaving binnen de advocatuur voor mij zie. Ik heb de Kamer daarover bericht in een brief van 7 februari jl., waarin staat dat ik wil dat er bij wet een eigen toezichtsorgaan binnen de Orde komt. Dit orgaan en de dekens van de Orde zijn dan de bestuursorganen en kunnen de bestuurlijke bevoegdheden toebedeeld krijgen. Ik ben in overleg met de Orde hoe dit uitgewerkt kan worden. Dat kost de nodige tijd. Die uitwerking komt in de nota van wijziging bij het initiatiefvoorstel-Van Wijmen. Ik verwacht dat deze nota begin juli naar de Kamer komt.

De heer Çörüz vroeg naar de moeite die juridische beroepsoefenaren hebben met de meldingsplicht. Zij hebben zich ten opzichte van de toezichthouder beroepen op hun geheimhoudingsplicht en dat was een terecht uitgangspunt. Inmiddels ligt er een voorstel om te komen tot een aanpassing van de WN. Die is nu onderweg naar de Eerste Kamer, die daar de nodige vragen over heeft gesteld.

Mevrouw Gesthuizen (SP): Voorzitter. Er zijn mij een aantal zaken duidelijk geworden. Ik ben blij met de toezeggingen, in ieder geval met de reactie op mijn rapport Bedrog bij bankroet. Er zal dit jaar nog iets gebeuren aan de Garantiestellingsregeling curatoren en een aantal zaken op het gebied van afpersing gaat van start of loopt al. Heel veel staat of valt met voldoende capaciteit. Het is heel jammer als zaken door de politie of het OM niet opgepakt worden vanwege een capaciteits- of expertiseprobleem. Afgelopen vrijdag was het tijdens mijn werkbezoek fascinerend te zien hoe hard en slim wordt gewerkt bij de financiële recherche. Wij moeten ervoor zorgen dat er voldoende capaciteit en expertise is bij zowel politie als OM. Kan de minister ons op de hoogte stellen van de stand van zaken van de fraudecoördinator? Ik begrijp dat die één keer per jaar rapporteert aan de minister. Wellicht is het mogelijk om ook de Kamer dat rapport toe te zenden? De officiële evaluatie komt pas volgend jaar, maar een stand van zaken zou ik zeer op prijs stellen. Ik zie met vertrouwen alle projecten die opgestart worden op het gebied van afpersing tegemoet. Ik ben ontzettend blij voor veel ondernemers dat er iets gebeurt, want het is een afschuwelijke nachtmerrie als je te maken krijgt met criminelen die je bedreigen en je chanteren om alles wat je liefhebt af te pakken. Ik vind het jammer dat het zolang heeft stilgelegen. Het gaat om een relatief kleine investering. Die verantwoordelijkheid lag bij private partijen zei de minister, maar daar ben ik het niet helemaal mee eens. Ik vind het goed dat de overheid dit naar zich toe heeft getrokken. Dit is een kerntaak. Het gaat om zware criminaliteit. Het is terecht dat de overheid de investeringen doet voor een vertrouwenslijn en zaken die daarmee samenhangen.

De heer Van der Steur (VVD): Voorzitter. Mijn complimenten voor de beantwoording, maar ook voor de manier waarop beide bewindslieden in staat zijn om deze zware vorm van criminaliteit helder op het netvlies te krijgen. Deze criminaliteit ondermijnt het vertrouwen in de rechtstaat en veroorzaakt een gevoel van klassenjustitie. De VVD-fractie ziet veel in de bestuurlijk gecombineerde aanpak en is ervan overtuigd dat die helder is. Wij waarschuwen wel voor veel procedures, papieren en rapporten en geringe uitkomsten. Wij zullen alles opbouwend en kritisch volgen. Wij zijn heel benieuwd naar de discussie over de criminele burgerinfiltranten. Dat onderwerp is natuurlijk in het verleden zeer zwaar bediscussieerd. Ik hoor graag van de minister wat hij van de Kamer nodig heeft aan instrumenten om de misdaad anno 2011 op een manier van 2011 aan te pakken. Als daarbij hoort dat wij opnieuw kijken naar de voorwaarden, manieren en risico's voor het inzetten van bijvoorbeeld criminele burgerinfiltranten, dan is de VVD-fractie daar graag toe bereid. De ontwikkelingen binnen het boevengilde staan niet stil. De politiek kan dan niet stilstaan en niet mee innoveren. Ik heb een positief gevoel over de erkende en gedeelde noodzaak van de aanpak van deze vormen van criminaliteit. In het kader van een aantal wetsvoorstellen zullen wij hierover nog vaak en diepgaander met elkaar van gedachten wisselen.

Mevrouw Helder (PVV): Voorzitter. Op een paar vragen over schikkingen en transacties heb ik geen antwoord gekregen, maar er komt een brief om daar apart over te spreken. Dat is ook beter, want dan is daar alle tijd voor. Wanneer kunnen wij de brief over de transacties en schikkingen tegemoet zien? Dank voor de toezeggingen en de brief over de inzet van burgerinfiltranten. Het boevengilde staat inderdaad niet stil en dat moeten wij ook niet doen. Het is goed om apart over dat gevoelige onderwerp te spreken.

Mevrouw Berndsen (D66): Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de woorden van mevrouw Gesthuizen als het gaat om capaciteit en beschikbaarheid. Bij elk overleg met deze bewindspersonen wordt iets een topprioriteit genoemd. Als wij alles tot topprioriteit benoemen, vrees ik dat er met de Nationale Politie veel te weinig capaciteit overblijft voor de aanpak van lokale zaken. Die balans vind ik buitengewoon belangrijk. Het is goed dat er meer rechercheurs met financiële expertise komen, maar ten koste waarvan gaat dat? Ik sluit mij ook aan bij de vraag over de landelijk coördinator. Als daar afspraken mee zijn gemaakt over een resultaatverplichting, is het aardig als de minister dat met ons wil delen.

De heer Recourt (PvdA): Voorzitter. Er is altijd een tekort aan middelen en er is altijd de vraag over de verdeling hiervan. Zet ze vooral slim in. De pakkans moet omhoog, dat is voor mij de kern. Als er bijvoorbeeld in stad A 100 hennepplantages op zolder staan, dan weet je dat je maar op een deel daarvan kunt doorrechercheren. De capaciteit is niet groot genoeg om alles te doen. Ik zou zeggen: bel aan bij de mensen en zeg dat ze het zelf moeten opruimen. Als ze dat niet doen, sta je de volgende morgen op de stoep. Op die manier kun je slim de schaarse capaciteit inzetten zodat die maximaal rendeert. Dit geldt voor alle aanpakken.

Ik ben blij met de schriftelijke reacties over faillissementsfraude, inclusief target, het openbaar aandeelhoudersregister en de schikkingen. Het rapport van Van Traa heette «Over Opsporing». Een suggestie voor de titel van de brief van de minister is «Over de schaduw van Van Traa». Wat mij betreft moeten wij daaroverheen stappen en kritisch bekijken hoe het staat, welke waarborgen moeten worden ingebouwd en welke middelen er nodig zijn om criminaliteit nog beter aan te pakken.

De heer Çörüz (CDA): Voorzitter. De minister en de staatssecretaris hebben met hun betoog nog eens bevestigd dat de aanpak van financieel-economische criminaliteit een hoge prioriteit geniet. Ik vraag de staatssecretaris naar de positie van de verzekeraars. Hij heeft tijdens de begrotingsbehandeling toegezegd dat hij bezig is met die wet. Hoe zij hun geld terugkrijgen is niet altijd duidelijk omdat politie en OM de informatie niet delen en het slachtoffer dat niet mag.

Ik dank de minister voor de toezegging van de brief over de transacties en schikkingen. De indruk is toch: hoe groter de zaak, hoe groter het fraudebedrag, hoe kleiner de kans dat een zaak ter zitting komt. Ik denk niet dat die indruk klopt, maar het is goed om dit met feiten en getallen te onderbouwen. Over wat voor zaken praten wij en hoeveel is er de afgelopen jaren geschikt? In het voortraject wordt door heel veel partijen geïnvesteerd. Als het rechterlijke vonnis niet brengt wat wij hopen, loopt het als een ballon leeg. De financieel-economische criminaliteit ontwricht niet alleen de financiën, de economie en de rechtstaat, maar het is ook iets moois. Ze kan geld opleveren. Door in de aanpak te investeren, halen wij miljoenen binnen. Er is alle aanleiding om hier stevig bovenop te zitten. Kan de minister toezeggen dat de integrale aanpak regel wordt? Ik heb nu nog de indruk dat die een uitzondering is. Ik heb nu zoveel goede voorbeelden gezien, dat ik niet begrijp waarom wij dit niet altijd doen in heel Nederland.

Minister Opstelten: Voorzitter. Iedereen heeft gesproken over voldoende capaciteit en prioriteiten. Niet alles heeft prioriteit. Wij hebben een brief geschreven over de prioriteiten van de politie, die namens het college van pg's, de regionale colleges, de politie door mij naar de Kamer is gestuurd. Daar worden de investeringen op gericht en die worden uitgewerkt in targets. Dat bepaalt onze lijn. Natuurlijk moet er altijd ruimte zijn voor lokale prioriteiten. Ik zeg dat overal in het land tegen het OM en de burgemeesters. Als er in een gemeente geen overvallen zijn, geen sprake is van drugsoverlast of wietplantages, men een eigen prioriteit heeft en die hard maakt met de gemeenteraad, maakt het integrale veiligheidsprogramma er ruimte voor. Ik hoop dat het wetsvoorstel hierover de eindstreep haalt. De kern is dat er een target komt en dat men de capaciteit krijgt die voor dat target noodzakelijk is. Dan is het een kwestie van afwerken, toetsen en controleren.

Ik heb gezegd dat de OM-coördinator achter de schermen werkt. Het verslag kan ik niet doorsturen omdat daar zeer vertrouwelijke informatie in komt. Ik ga er wel voor zorgen dat de Kamer de resultaten kan volgen via het jaarverslag van de begroting van Veiligheid en Justitie. Het is dan mijn verantwoordelijkheid. De brief over de schikkingen en transacties komt voor het zomerreces. De heer Recourt zegt dat wij gewoon slim moeten zijn. Ik ben het daar totaal mee eens. De gemeenten en andere diensten moeten zaken bij de politie weghalen om ruimte te maken. Burgers kunnen daar ook bij betrokken worden als belanghebbenden. Onze inzet is om slim de schaarse capaciteit in te zetten. Ik dank de Kamer voor de suggestie om de waarborgen van de commissie-Van Traa tegen het licht te houden en te bekijken welke middelen nodig zijn om in deze tijd de financieel-economische criminaliteit aan te pakken. Wij kijken naar de titel, maar de onderwerpen zullen zeker meegenomen worden. De integrale aanpak is voor mij regel. Niet iedereen doet het nodige en het is onze taak om met collega's, andere bestuurders en verantwoordelijken in het land tot een krachtenbundeling te komen om het maximale effect te hebben. Dat is mijn inzet voor de komende jaren.

Staatssecretaris Teeven: Voorzitter. Mevrouw Berndsen had het over de prioriteiten. Ik herinner aan de keuzes voor deprioritering die ik heb gemaakt bij onderdelen van het beleid, bijvoorbeeld bij het kansspel- en auteursrechtenbeleid. Ik heb de Kamer meegedeeld dat ik niet a priori kies voor de strafrechtelijke handhaving, maar alleen als het echt niet anders kan. Het idee is dat dit geen terreinen zijn waar strafrechtelijke handhaving op zijn plaats is en dat de capaciteit van de politie daarop niet ingezet dient te worden. Ik ben benieuwd wat de fracties er bij de behandeling de Wet op de kansspelen en het auteursrechtenbeleid van vinden dat de strafrechtelijke handhaving geen uitgangspunt is.

Er zijn inmiddels veroordelingen door rechters uitgesproken in zaken waarin geen aangifte is gedaan van afpersing. Het is heel interessant wat de Hoge Raad ervan vindt dat afpersing kan worden bewezen zonder formele aangifte, ook als de afpersing niet ten goede komt aan de afperser maar aan anderen. Die uitspraak zal heel veel richting kunnen geven aan de repressieve en preventieve bestrijding van het delict zonder dat er sprake is van een aangifte.

De heer Çörüz vroeg naar de verzekeraars. Ik heb inmiddels vrij uitgebreid overleg gehad met het Verbond van Verzekeraars. Er zijn inderdaad knelpunten bij de schade. Het hangt op het probleem van de daderinformatie. Het is al een probleem om daderinformatie te delen met slachtoffers en een nog een groter probleem om dat te delen met een derde. Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft bezwaar gemaakt tegen een pilot omdat het niet wil dat daderinformatie wordt gedeeld met de verzekeraars. Wij bekijken of er andere mogelijkheden zijn zodat het CBP tevreden is en wij bereiken dat de schade kan worden verhaald door verzekeraars.

De voorzitter: Ik heb de volgende toezeggingen genoteerd:

  • De Kamer ontvangt voor het zomerreces een brief van de minister over de aanpak van financieel-economische criminaliteit.

  • De Kamer ontvangt voor het zomerreces een reactie van de minister op de nota van mevrouw Gesthuizen over de faillissementsfraude.

  • De Kamer ontvangt voor het zomerreces een brief van de minister over transacties en schikkingen.

  • Er komt nog dit jaar een herziening van de garantiestelling voor faillissementscuratoren met een beschrijving van de verantwoordelijkheden in de ketenaanpak van faillissementsfraude en een target.

  • De Kamer ontvangt dit jaar een regeringsstandpunt over de inzet van infiltranten.

  • Het arrest van de Hoge Raad over de opbrengsten van de vijf wietplanten wordt meegenomen in de drugsbrief van het kabinet die voor 1 juni 2011 naar de Kamer komt.

  • In het jaarverslag van de begroting van Veiligheid en Justitie worden de resultaten van de inzet van de landelijk coördinator financieel-economische criminaliteit bij het OM zichtbaar gemaakt.

  • De Kamer ontvangt dit najaar een reactie van de staatssecretaris op de nota-Recourt inzake het openbaar aandeelhoudersregister.

  • De Kamer ontvangt voor het zomerreces van de staatssecretaris een nota van wijziging bij het wetsvoorstel over de positie van de advocatuur in de rechtsorde en specifiek over het toezicht op advocaten.

  • De Kamer ontvangt in het najaar een brief van de staatssecretaris over de mogelijkheden voor verzekeraars om hun schade te verhalen en het opstarten van een pilot.

Ik dank de aanwezigen voor hun belangstelling, de leden voor hun inbreng en de bewindslieden voor hun beantwoording.


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Rouvoet (ChristenUnie), Van der Staaij (SGP), Arib (PvdA), Çörüz (CDA), Koopmans (CDA), De Roon (PVV), voorzitter, Brinkman (PVV), Vermeij (PvdA), ondervoorzitter, Van Raak (SP), Thieme (PvdD), Gesthuizen (SP), Dibi (GroenLinks), Van Toorenburg (CDA), Berndsen (D66), Van Nieuwenhuizen (VVD), Schouw (D66), Marcouch (PvdA), Van der Steur (VVD), Recourt (PvdA), Hennis-Plasschaert (VVD), Helder (PVV), El Fassed (GroenLinks) en Taverne (VVD).

Plv. leden: Slob (ChristenUnie), Dijkgraaf (SGP), Bouwmeester (PvdA), Van Bochove (CDA), Sterk (CDA), Dille (PVV), Elissen (PVV), Smeets (PvdA), Kooiman (SP), Ouwehand (PvdD), Rik Janssen (SP), Sap (GroenLinks), Smilde (CDA), Pechtold (D66), Van der Burg (VVD), Dijkstra (D66), Kuiken (PvdA), De Liefde (VVD), Spekman (PvdA), Azmani (VVD), Bontes (PVV), Voortman (GroenLinks) en Dijkhoff (VVD).