Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 mei 2017
Bij de regeling van werkzaamheden op dinsdag 18 april 2017 heeft uw Kamer mij verzocht
om te reageren op het onderzoek naar misdaadfamilies in Brabant uitgevoerd door de
Universiteit Tilburg en Experts in Media en Maatschappij (Handelingen II 2016/17,
nr. 69, item 22).
Het betreft de publicatie «Criminele families in Noord-Brabant. Een verkenning van
generatie-effecten in de georganiseerde misdaad» van Hans Moors van onderzoeksbureau
EMMA en Toine Spapens van de Universiteit van Tilburg.
Het onderzoek is verricht in opdracht van het Onderzoeksprogramma Politie & Wetenschap.
Aan de hand van cultuurhistorisch, criminologisch onderzoek naar zeven criminele families
in Noord-Brabant en Limburg concluderen de auteurs dat het doorbreken van overdrachtspatronen
van crimineel leiderschap binnen criminele families zeer lastig is: Repressie alleen
voldoet niet, de overdracht van generatie op generatie is daarmee niet tegen te gaan;
Overheid en private partijen moeten krachten bundelen om weerstand te bieden aan de
misdaadfamilies; Burgers moeten beter bestand raken tegen intimidatie. Volgens de
auteurs bestaan er geen simpele oplossingen, maatwerk en een lange adem zijn vereist.
De beschrijving van de onderzoekers bevestigt het beeld dat de samenwerkende overheidspartners
hebben van de achtergrond, de ontwikkeling en de stand van zaken van de georganiseerde,
ondermijnende misdaad in Noord-Brabant. De onderzoekers concluderen met ons dat repressief
optreden alleen niet voldoet: om het patroon van criminele families te doorbreken
is een bundeling van krachten van overheidsinstanties en private partijen nodig. Deze
constatering bevestigt wat door mij en mijn ambtsvoorgangers al langer is en wordt
betoogd: de aard en complexiteit van de problematiek van georganiseerde, ondermijnende
criminaliteit vraagt om een brede, integrale aanpak met de inzet van repressieve én
preventieve middelen.
Deze problematiek kan niet binnen een paar jaar worden opgelost. Daarom hebben de
overheidspartijen in Zuid-Nederland samen met mijn voorganger besloten om de geïntensiveerde
aanpak te continueren en te versterken. De Taskforce Brabant Zeeland en Intensivering
Zuid Nederland (125 fte gelabelde recherchecapaciteit en 15 fte Openbaar Ministerie)
hebben voor 2017 nieuwe plannen van aanpak opgesteld die ik ondersteun met een jaarlijkse
bijdrage van ruim € 1 miljoen.
Omdat de aanpak steeds intensiever is geworden wordt de problematiek ook steeds beter
zichtbaar. Ondanks de resultaten die behaald worden door de intensieve aanpak in Zuid
Nederland (Kamerstuk 29 911, nr. 129) wordt steeds duidelijker dat we, naast een criminaliteitsprobleem, te maken hebben
met een sociaal-maatschappelijk probleem dat complex en hardnekkig is.
Het gaat om criminele structuren die vaak mondiaal zijn vertakt, maar lokaal wortelen
en sociaal en economisch vergroeid zijn met de samenleving. In sommige wijken en gemeenschappen
hebben zich parallelle samenlevingen ontwikkeld waarin wegkijken, meedoen en profiteren
te vaak voorkomen.
Bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit is een integrale aanpak vereist en derhalve
een belangrijke rol weggelegd voor andere partners en instrumenten dan alleen die
binnen de justitiële keten. Juist in verband met de maatschappelijke inbedding van
deze vorm van criminaliteit is vroegtijdige beïnvloeding van factoren die een rol
kunnen spelen bij de ontwikkeling van «criminele carrières» of het ontstaan van parallelle
samenlevingen van belang. Dit vraagt om een heel ander type interventies en het aangaan
van andere samenwerkingsverbanden, met name in het sociale domein. Ook hier geldt:
geen macrobenadering, maar klein beginnen, initiatieven vanuit het lokale niveau stimuleren,
goede ervaringen delen en lerend vermogen organiseren.
Een integrale aanpak van ondermijning vereist een goede informatiepositie van alle
betrokken partners. Zoals ik eerder in de Kamer heb aangegeven, ben ik mede naar aanleiding
van de verzoeken van de Brabantse burgemeesters en de commissaris van de Koning van
Noord-Brabant en de regioburgemeesters/LOVP, een lijst aan het opstellen van het type
informatie dat zij willen kunnen delen in het kader van het aanpakken van ondermijning
en waarvoor zij op dit moment belemmeringen aantreffen. In samenwerking met de burgemeesters
en alle betrokken partners in de integrale aanpak van ondermijning wordt de lijst
opgesteld. De lijst zal ik, zodra deze gereed is, met de Kamer delen.
Teneinde de aanpak van de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit nog effectiever
en toekomstbestendig te maken hebben de betrokken overheidspartners -politie, Openbaar
Ministerie, Belastingdienst en de regioburgemeesters, samen met de Ministeries van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Financiën en Veiligheid en Justitie- een
Toekomstagenda voor de aanpak van ondermijning opgesteld. Deze heeft tot doel om de
integrale aanpak in de komende jaren in heel Nederland verder te intensiveren.
De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok