29 838 Auteursrechtbeleid

B VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 9 juli 2010

De vaste commissie voor Justitie1 heeft tijdens de vergadering van 11 mei jl. gesproken over de brief van de minister van Justitie d.d. 12 april 2010 inzake het Besluit van 16 november 2009 tot wijziging van besluit van 5 november 2007, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912. Zij heeft besloten over het onderhavige Besluit nog een aantal nadere vragen te willen stellen.

Naar aanleiding daarvan heeft zij de minister op 1 juni 2010 een brief gestuurd.

De minister heeft op 7 juli 2010 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Justitie,

Kim van Dooren

BRIEF AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Den Haag, 1 juni 2010

In de commissie voor Justitie is tijdens de vergadering van 11 mei jl. uw brief d.d. 12 april 2010 over het Besluit van 16 november 2009 tot wijziging van besluit van 5 november 2007, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912 aan de orde geweest. De commissie heeft besloten het onderhavige Besluit nog niet te bekrachtigen en nog een aantal nadere vragen te willen stellen. De leden van de commissie hebben nog vragen over de uitvoering van het Besluit van 16 november 2009 inzake thuiskopievergoedingen. Tevens hebben zij vragen over ontwikkeling van (Europese) wetgeving inzake het Auteursrecht en de inzet van de regering daarbij.

De leden van de commissie lezen in uw brief d.d. 12 april 2010 dat uit onderzoek van TNO Informatie- en Communicatietechnologie blijkt dat Stichting de Thuiskopie slechts 34% van het totaal te innen bedrag daadwerkelijk int. Ook wordt in de nota van toelichting bij het Besluit aandacht geschonken aan de repartitie van de geïnde gelden en wordt er melding gemaakt van het bedrag (€ 5 610 000) dat tot op heden onverdeeld is gebleven onder de rechthebbenden. Graag zouden de leden van de commissie een uitleg krijgen over de reden waarom de inning van de gelden en de repartitie van het geïnde geld door de Stichting de Thuiskopie niet gedegen verloopt.

Daarnaast vragen de leden van de commissie zich af of er in de nabije toekomst Europese wetgevingsvoorstellen te verwachten zijn over thuiskopieën, auteursrechten en/of piraterij. De leden zouden graag van de regering horen of er voorstellen ophanden zijn en als dit het geval is, wat de regeringsinzet is bij de onderhandelingen over de inhoud van dergelijke voorstellen.

Tevens zijn de leden op de hoogte van het plaatsvinden van onderhandelingen over het Anti-Counterfeit Trade Agreement (ACTA). Zij zouden van de regering graag ook haar standpunten in die onderhandelingen vernemen.

De leden van de commissie zien met belangstelling uit naar uw reactie.

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,

R. H. Van de Beeten

BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juli 2010

Hierbij bied ik u de beantwoording van de aanvullende vragen van de Vaste Commissie voor Justitie over het besluit van 16 november 2009 inzake thuiskopievergoedingen aan.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

De leden van de commissie merken op dat slechts 34% van het totaal te innen bedrag daadwerkelijk wordt uitgekeerd en dat € 5 610 000 van de geïnde gelden tot op heden onverdeeld is gebleven. De leden van de commissie vragen naar de reden waarom de inning van de gelden en de repartitie van het geïnde geld door de Stichting de Thuiskopie niet gedegen verloopt.

Dat slechts 34% van het totaal aan te innen thuiskopievergoedingen wordt geïnd, ligt deels aan de versnipperde markt van blanco dragers. De verplichting tot betaling van de vergoeding rust op de fabrikant of importeur van de drager (artikel 16c, lid 2 Auteurswet). Stichting de Thuiskopie heeft daartoe incasso-overeenkomsten gesloten met een groot aantal importeurs en fabrikanten. Over een deel van de partijen blanco dragers wordt de wettelijke vergoeding echter niet afgedragen. Langs verschillende wegen worden partijen blanco dragers in de markt gebracht voor een dusdanig lage prijs dat daaruit afgeleid kan worden dat er geen vergoeding is betaald. Partijen worden bijvoorbeeld in grote volumes tegen een lage prijs verkocht op PC-beurzen door buitenlandse ondernemingen die de blanco dragers zelf invoeren. Het lage percentage van inning is inherent aan het ontbreken van een geharmoniseerde regelgeving over het thuiskopiestelsel. Elke EU-lidstaat kan zelf bepalen voor welke dragers een heffing geldt en hoe hoog de vergoedingen zijn. Dat leidt ertoe dat blanco dragers worden ingevoerd uit landen waar een lagere heffing geldt. De Hoge Raad heeft aan het Hof van Justitie prejudiciële vragen gesteld over dit onderwerp. De vraag die voorligt is of een in het buitenland gevestigde partij die blanco dragers levert aan Nederlandse consumenten, verplicht is de Nederlandse thuiskopievergoeding af te dragen (uitleg van art. 5 lid 2 en lid 5 Richtlijn 2001/29/EG). 2

In verband met deze problematiek is in Nederland in 2004 het artikel 16ga van de Auteurswet ingevoegd (Stb. 2004, 211). Dit artikel beoogt de omzeiling van de thuiskopievergoeding tegen te gaan door de verkoper van dragers waarover thuiskopievergoedingen zijn verschuldigd verlengd aansprakelijk te stellen. De verkoper moet kunnen aantonen dat de fabrikant of importeur van die dragers de vergoeding heeft betaald. Kan de verkoper dit niet, is hij zelf verplicht tot betaling.

Met betrekking tot de onverdeelde gelden merk ik op dat de inning en verdeling van de thuiskopiegelden de afgelopen jaren een probleem was omdat het bedrag aan onverdeelde gelden bij Stichting de Thuiskopie uitzonderlijk hoog was. 3 Een van de maatregelen die toen is genomen is de bevriezing van het thuiskopiestelsel (Stb. 2007, 435). Het College van Toezicht Auteursrechten («CvTA») houdt toezicht op het functioneren van onder meer Stichting de Thuiskopie. In een besluit van 23 september 2009 van het CvTA heeft zij bepaald dat de inning en verdeling bij Stichting de Thuiskopie in algemene zin weer op orde is. Alleen op de vraag met betrekking tot gelden die reeds langere tijd onverdeeld waren, moest nog een antwoord komen. Het bedrag van € 5 610 000 aan onverdeelde gelden dat wordt genoemd in de Nota van Toelichting waar de leden van de commissie naar verwijzen, is ondertussen verdeeld onder de rechthebbenden. De rechtbank ’s-Gravenhage heeft op 31 maart 2010 in een geschil tussen Stichting de Thuiskopie en het CvTA geoordeeld dat het bedrag terecht onder rechthebbenden is verdeeld. 4 Het CvTA heeft hier tegen formeel beroep ingesteld.

De leden van de commissie vragen zich af of er in de nabije toekomst Europese wetgevingsvoorstellen te verwachten zijn over thuiskopieën, auteursrechten en/of piraterij. Als dit zo is, horen de leden graag wat de regeringsinzet is bij de onderhandelingen over deze onderwerpen.

In recente initiatieven van de Europese Commissie is het thuiskopiestelsel niet genoemd. In het verleden is er wel over dit onderwerp gesproken waarbij Nederland heeft gepleit voor een geharmoniseerd stelsel. Dat voorstel vond weinig steun. Ook in een platform dat was geïnitieerd door de Europese Commissie kwamen belanghebbenden niet tot overeenstemming over de toekomst van het stelsel.

Voor het auteursrecht en de EU in het algemeen staat de in mei gepubliceerde Digitale Agenda centraal.5 Hierin beschrijft de Commissie haar beleidsdoelen voor de komende vijf jaar over de digitalisering en internetgebruik in Europa. De Commissie doet onder meer de volgende voorstellen. Zij kondigt een richtlijnvoorstel aan, nog dit jaar te verwachten, waarin eisen worden gesteld aan de werkwijze van collectieve beheersorganisaties. Om het vertrouwen van rechthebbenden en gebruikers te behouden, zullen de beheersorganisaties moeten voldoen aan een bepaalde mate van transparantie en good governance. Ook zal de Commissie dit jaar een groenboek opstellen over de mogelijkheden van online verspreiding van auteursrechtelijk beschermde werken. De initiatieven van de Commissie sluiten aan bij de inzet van het Kabinet om het legale aanbod van auteursrechtelijk beschermde werken op internet te bevorderen. 6

Ook stelt de Europese Commissie voor om de problematiek rond verweesde werken aan te pakken. Verweesde werken zijn beschermde werken waarvan de rechthebbende onvindbaar is. Dit probleem bestaat al langer maar is urgenter geworden door de mogelijkheden die het internet biedt. Bij grote digitaliseringsprojecten van onder andere bibliotheken loopt men aan tegen werken van onbekende rechthebbenden. Werken kunnen op eenvoudige wijze worden openbaar gemaakt maar bij gebrek aan instemming van de onbekende rechthebbenden kunnen deze werken niet worden ontsloten voor het publiek. De Commissie komt in het najaar van 2010 met een richtlijnvoorstel over verweesde werken. Nederland erkent het probleem van de verweesde werken en ziet het richtlijnvoorstel met belangstelling tegemoet.

De leden horen graag wat de standpunten zijn van de regering ten aanzien van Anti-Counterfeit Trade Agreement (ACTA)

Ik ben verheugd te kunnen melden dat de openbaarmaking van een concept-tekst van het ontwerp-verdrag, een standpunt dat Nederland consequent heeft verdedigd tijdens de onderhandelingen over het EU-standpunt bij de ACTA-onderhandelingen, inmiddels tot resultaat heeft geleid. In april van dit jaar is een concept-tekst naar buiten gebracht. Het daarvóór bestaande gebrek aan transparantie in de onderhandelingen gaf aanleiding tot speculaties. Nu het ontwerp-verdrag openbaar is, kan ook de reeds door het kabinet toegezegde consultatie van start gaan (zie de brief van 20 maart 2010, Kamerstukken II 2009/10, 21 501-33, nr. 266). Daarbij zal ook de tekst van het ontwerp-verdrag op de website van de Rijksoverheid geplaatst worden.

De inzet van Nederland in de onderhandelingen is om de productie van en handel in nagemaakte en illegaal gekopieerde goederen effectief te bestrijden. Daarbij is het uitgangspunt dat ACTA niet verder zal gaan dan de huidige EU-regelingen die betrekking hebben op de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten. Deze richtlijnen (het EU-acquis) geven aan wat de grenzen zijn die de Commissie heeft in de onderhandelingen namens de lidstaten. Het gaat hierbij vooral om Richtlijn 2000/31/EG betreffende de elektronische handel, Richtlijn 2001/29/EG inzake het auteursrecht in de informatiemaatschappij, Richtlijn 2004/48/EG betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, de Kaderrichtlijn Elektronischecommunicatienetwerken 2009/140/EG en Verordening 1383/2004 inzake optreden van de douane tegen inbreukmakende goederen. Tevens dient daarbij de bescherming van persoonsgegevens, zoals geregeld door de algemene privacy-richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2002/58/EG betreffende privacy-bescherming in de telecommunicatiesector, in acht genomen te worden. Het bestaande EU-acquis is ook de inzet van Nederland voor de onderhandelingen over het mandaat van de Europese Commissie in de ACTA-onderhandelingen; het verdrag dient binnen de grenzen van het EU-acquis blijven.

In het ontwerpverdrag staat ook een hoofdstuk over strafrechtelijke handhaving, dat niet onder het mandaat van de EU-Commissie valt. Daarover onderhandelt het voorzitterschap na overleg met de EU-lidstaten. Op grond van de thans overeengekomen teksten is de verwachting niet dat het ACTA-Verdrag noopt tot aanpassing van de Nederlandse strafwetgeving. De in het ontwerpverdrag omschreven inbreuken kunnen in Nederland reeds strafrechtelijk worden gesanctioneerd. Verder omvat het strafrechtelijk hoofdstuk in het ontwerpverdrag vooral een aantal bepalingen inzake onderwerpen die min of meer standaard zijn terzake strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen, strafbare deelnemingsvormen, en inbeslagneming en confiscatie.

Wat betreft het hoofdstuk over institutionele zaken heeft Nederland bepleit de ACTA-organisatie zo klein mogelijk te houden en dit hoofdstuk pas af te ronden zodra de hoofdstukken over handhaving afgerond zijn. Dit laatste geldt ook voor de overige hoofdstukken (zoals over definities en internationale samenwerking).

Ik vertrouw er op dat hiermee uw vragen afdoende zijn beantwoord. Ik zal de inwerkingtreding van de thuiskopie-amvb (Stb. 2009, 480) bevorderen door een ontwerp van een daartoe strekkend Koninklijk Besluit aan de Koningin voor te dragen. Overigens kan ik u berichten dat de Rechtbank ’s-Gravenhage in het geding tussen Norma (de incasso- en verdeelorganisatie voor uitvoerende kunstenaars) en de Staat de vordering van Norma om de amvb’s die het thuiskopiestelsel van 2007 tot en met 2010 hebben bevroren, onrechtmatig te verklaren, heeft afgewezen. (Rechtbank ’s-Gravenhage, 23 juni 2010, HA ZA 08-1916).


XNoot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Dölle (CDA), Tan (PvdA), Van de Beeten (CDA) voorzitter, Broekers-Knol (VVD), Doek (CDA), De Graaf (VVD), Kneppers-Heynert (VVD), Kox (SP), Westerveld (PvdA) vicevoorzitter, Staal (D66), Franken (CDA), Van Bijsterveld (CDA), Janse de Jonge (CDA), Duthler (VVD), Haubrich-Gooskens (PvdA), De Vries (PvdA), Ten Horn (SP), Peters (SP), Quik-Schuijt (SP), Lagerwerf-Vergunst (CU), Böhler (GL), (CDA), Strik (GL), Koffeman (PvdD), Yildirim (Fractie-Yildirim).

XNoot
2

LJN: BI6320, Hoge Raad , 07/13259, 20 november 2009.

XNoot
3

Ik verwijs naar mijn brieven aan de Tweede Kamer over dit onderwerp, onder meer: Kamerstukken II, 2007–2008, 29 838, nr. 6 en Kamerstukken II, 2008–2009, 29 838, nr. 9.

XNoot
4

Rechtbank ’s-Gravenhage, 31 maart 2010, LJN: BM5696.

XNoot
5

Communication from the Commission to the European Parliament, the Council, the European Economic and Social Committee and the Committee for the regions, A Digital Agenda for Europe, Brussels COM (2010) 245.

XNoot
6

Kamerstukken II, 2009–2010, 29 838, nr. 22.

Naar boven