Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201129754 nr. 205

29 754 Terrorismebestrijding

Nr. 205 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juni 2011

1. Inleiding

Op 17 december 2010 ontving uw Kamer de dertiende voortgangsrapportage terrorismebestrijding*. Met deze brief bied ik u de veertiende voortgangsrapportage aan. De rapportage behandelt de voortgang die het afgelopen half jaar is geboekt bij de ontwikkeling en uitvoering van de verschillende onderdelen van het antiterrorismebeleid. Daarbij gaat het achtereenvolgens om het tegengaan van radicalisering, internationale samenwerking, het creëren van slagvaardige instrumenten en organisaties en het treffen van veiligheidsmaatregelen. Net als in de dertiende rapportage, is ook nu een selectie gemaakt van thema’s die op dit moment politiek, maatschappelijk of qua beleidsplanning relevant zijn of anderszins in het oog springen. Dit betekent niet dat op andere thema’s geen vooruitgang wordt geboekt.

De voortgangsrapportage begint zoals gebruikelijk met een samenvatting van het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN). Het DTN wordt vier keer per jaar opgesteld door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) en valt onder zijn verantwoordelijkheid.

Frequentie voortgangsrapportage van halfjaarlijks naar jaarlijks

Sinds januari 2005 wordt de voortgangsrapportage terrorismebestrijding elk half jaar naar uw Kamer verzonden, naar aanleiding van uw verzoek dd. 8 december 2004 om een aanvulling van de informatie over het beleid en de uitvoering rond terrorismebestrijding. Het betreffende verzoek was ingegeven door de context van terroristische incidenten van die tijd, zoals de aanslagen in Madrid van maart 2004, het verhoogde terrorismealarm in de zomer van 2004 en de moord op de heer Van Gogh in november van dat jaar. De frequentie van een halfjaarlijkse rapportage was lange tijd gerechtvaardigd in het licht van de uitbouw en de intensivering van het contraterrorismebeleid en de uitvoering daarvan, zodat het overzicht en de samenhang van de maatregelen goed inzichtelijk bleef.

De afgelopen jaren zijn belangrijke slagen gemaakt op het terrein van terrorismebestrijding. De basis van CT-beleid en -maatregelen is gelegd. Er wordt gewerkt aan verdieping en verfijning, waarbij sprake is van continue aanpassing van de aard en richting van dreiging. Bovendien is terrorismebestrijding een traject van de lange adem. Inmiddels geldt dan ook dat er niet elk half jaar substantiële nieuwe ontwikkelingen te melden zijn. Het voornemen is daarom de frequentie van de voortgangsrapportage te verlagen naar eenmaal per jaar en deze te integreren met de vanaf nu jaarlijks te verschijnen rapportage van de Contraterrorismestrategie. Met het verlagen van de frequentie wordt tevens ingespeeld op uw behoefte aan een geoptimaliseerde informatiestroom richting uw Kamer. Dit laat uiteraard onverlet dat uw Kamer bij belangrijke gebeurtenissen of incidenten rond terrorisme tussentijds blijvend zal worden geïnformeerd.

2. Samenvatting Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland juni 2011 (DTN25)

Dreigingsniveau

Het dreigingsniveau voor Nederland blijft «beperkt». Dit betekent dat de kans op een terroristische aanslag momenteel gering is, maar niet is uit te sluiten. Voor de uiteindelijke bepaling van het dreigingsniveau spelen de volgende overwegingen een rol. Nederland wordt door jihadisten nog steeds als een legitiem doelwit beschouwd. In dit licht zijn de ontwikkelingen in de voornaamste jihadistische strijdtonelen zoals Afghanistan/Pakistan en Jemen en de daarvan uitgaande dreiging voor westerse landen nog steeds aanleiding tot zorg. Het profiel van Nederland kan in de komende periode door een propagandistische uitvergroting van het binnenlandse islamdebat en betrokkenheid bij buitenlandse militaire missies worden vergroot. Hier staat tegenover dat de dreiging van jihadistische netwerken in Nederland zelf gering is. Dit heeft ook te maken met het feit dat de weerstand tegen gewelddadig radicalisme, extremisme en terrorisme onveranderd hoog is.

Internationale context

De dood van Osama Bin Laden aan de vooravond van de tiende herdenking van de aanslagen van 11 september is een klap voor kern al Qa’ida. Toch is het nog maar de vraag of de dood van Bin Laden de jihadistische beweging ernstig zal verzwakken. De slagkracht van kern al Qa’ida is al sinds de inval in Afghanistan verzwakt. Ondanks het feit dat Bin Laden wellicht meer met jihadisten over de hele wereld communiceerde dan tot nu toe aangenomen, zal zijn dood weinig invloed hebben op aan al Qa’ida gerelateerde groepen. Deze hebben grotendeels hun eigen koers bepaald, het jihadisme als ideologie is wereldwijd verspreid en in het uiterste geval tot op lokaal niveau ingekleurd.

Voorafgaand aan de dood van Bin Laden hebben de volksopstanden en omwentelingen in delen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten de afgelopen maanden de internationale context gedomineerd. Hoewel de omwentelingen in de regio voor een deel als succes van seculiere en vreedzame protesten kunnen worden gezien, kunnen er ook veiligheidsrisico’s van uit gaan. Vrijgelaten jihadisten kunnen zich bij voorbeeld met conflicten in de regio bemoeien of uitwijken naar andere landen. Voor kern al Qa’ida waren de ontwikkelingen in de regio een complete verrassing. Geen enkel jihadistisch regionaal verband zoals AQIM of AQAS heeft deelgenomen aan de protesten. Dat neemt niet weg dat jihadisten de situatie in de Arabische landen op zijn minst propagandistisch (weer) in een jihadistisch perspectief te plaatsen.

Ontwikkelingen voornaamste jihadistische strijdgebieden

Op dit moment zijn Afghanistan/Pakistan, Jemen, Somalië en Noord-Afrika de belangrijkste jihadistische strijdtonelen. In Pakistan hebben extremistische partijen en groeperingen de afgelopen maanden de ondermijning van het staatsgezag en het vergroten van de politieke en maatschappelijke instabiliteit bevorderd. Als gevolg van de toenemende instabiliteit en onveiligheid krijgen terroristische groeperingen in het westen van Pakistan meer ruimte om te opereren. Eerder aan het leger prijsgegeven terrein wordt daardoor herwonnen door jihadisten die niet alleen aanslagen plegen in Pakistan, maar ook hun blik op het Westen richten.

In de context van de ontwikkelingen in Jemen is het opvallend dat AQAS tot op heden amper formeel heeft gereageerd op de onrust in het land. Het is echter evident dat een terroristische organisatie als AQAS baat heeft bij de voortdurende onrust. De laatste tijd zijn veel aanslagen gepleegd op het veiligheidsapparaat dat op diverse locaties posten heeft verlaten. Er zijn geen aanwijzingen dat Nederlandse belangen een specifiek doelwit vormen.

In de Hoorn van Afrika verliest de jihadistische groepering Al Shabaab terrein. De troepen van de Somalische overgangsregering en troepen van de missie van de Afrikaanse Unie zijn sinds medio februari bezig met een offensief tegen Al Shabaab in de hoofdstad Mogadishu. Zij hebben hierbij belangrijke overwinningen behaald.

In Noord-Afrika heeft op 28 april in de Marokkaanse stad Marrakesh een aanslag tot 16 doden en 21 gewonden geleid. Behalve drie Marokkanen zijn alle doden buitenlanders. Er is één Nederlands staatsburger bij deze aanslag omgekomen en twee Nederlanders raakten zwaargewond. Vooralsnog is de betrokkenheid van lokale terroristische netwerken het meest waarschijnlijk.

Dreiging tegen westerse landen

De jihadistische dreiging tegen westerse landen is onverminderd aanwezig. De meest prominente manifestatie hiervan speelde in de afgelopen periode in Duitsland. Door een schietincident van een eenling begin maart op het vliegveld van Frankfurt zijn er voor het eerst in Duitsland slachtoffers als gevolg van jihadistisch terrorisme gevallen. De jonge man, die zich tegen Amerikaanse soldaten heeft gericht, heeft voor zover bekend alleen gehandeld. Zijn radicalisering lijkt zich via internet te hebben voltrokken. De casus laat zien dat zogeheten «lone wolves» een reëel risico blijven vormen dat veelal hooguit voor de directe persoonlijke omgeving of de indirecte omgeving op het internet zichtbaar kan worden. In een andere zaak zijn begin mei in Noordrijn-Westfalen drie aanhoudingen verricht waarbij mogelijk in een vroeg stadium een aanslag tegen een zacht doelwit is verijdeld.

Dreiging tegen Nederland

De dreiging van jihadistische netwerken in Nederland zelf is nog steeds gering. De netwerken in ons land zijn beperkt in aantal, los georganiseerd, hebben geen duidelijke doelen of krachtige leiders. Dit neemt niet weg dat er nog steeds personen in Nederland zijn die het jihadistische gedachtegoed koesteren. Maar de kans dat zij op korte termijn een aanslag in Nederland voorbereiden is gering. In de afgelopen maanden is wel geconstateerd dat de pogingen om vanuit Nederland op jihad te gaan vaker succesvol zijn.

Het internationale profiel van Nederland is onveranderd. Nederland wordt nog steeds gezien als een legitiem doelwit onder meer vanwege de vermeende belediging van de islam in Nederland. Daarnaast zou het besluit om een politiemissie naar de Afghaanse provincie Kunduz te sturen ertoe kunnen leiden dat in ieder geval Nederlandse belangen in Afghanistan explicieter in beeld komen als gelegenheidsdoelwit. In de rapportageperiode zijn zowel het hoofd van de politie in Kunduz als het hoofd van de politie in Kandahar door een zelfmoordaanslag om het leven gekomen.

Gewelddadige radicalisering en polarisatie

De onrust in de Arabische wereld heeft tot op heden niet geleid tot massale steunbetuigingen vanuit de diverse migrantengemeenschappen in Nederland. Er hebben de afgelopen periode op kleinschalig niveau overwegend vreedzame demonstraties plaatsgevonden van Tunesiërs, Egyptenaren, Libiërs en Syriërs. Verder is er binnen de Nederlandse samenleving nog steeds sprake van een bredere en soms felle discussie over de rol van religie in de samenleving. Voorbeelden zijn het dragen van hoofddoekjes door werknemers in de publieke sector of het onverdoofd ritueel slachten van dieren.

De Moslimbroederschap in Nederland, die in de media geregeld in verband wordt gebracht met extremisme en terrorisme, vormt momenteel geen dreiging voor de democratische rechtsorde. Op langere termijn vormt de broederschap mogelijk wel een bedreiging van de democratische rechtsorde. Er zijn echter geen aanwijzingen voor een radicale of gewelddadige koers. Ook is de weerstand in de Nederlandse samenleving tegen een mogelijke radicale koers van de vrije kleine beweging hoog.

Weerstand

De weerstand van de Nederlandse bevolking tegen gewelddadig radicalisme, extremisme en terrorisme lijkt stabiel. Vooralsnog zijn er geen ontwikkelingen geconstateerd die op een wijziging van de hoge weerstand duiden.

3. Tegengaan gewelddadige radicalisering

Internet

Er wordt doorlopend ingezet op het verminderen van de toegankelijkheid en aanwezigheid van jihadistische boodschappen op het internet, onder meer via de gedragscode Notice and Takedown. Ook wordt versterkt ingezet op internationale samenwerking bij het ondermijnen van het aanbod en de overtuigingskracht van extremistische boodschappen op het internet.

In samenwerking met diverse Europese partners wordt het project «Clean IT» uitgevoerd, wat tot doel heeft om radicale, extremistische of terroristische websites beter aan te pakken. Uitgangspunt daarbij is dat publiekprivate samenwerking een instrument is dat een effectieve aanvulling biedt op het wetgevende en strafrechtelijke instrumentarium. Het project moet leiden tot een samenwerkingsverband tussen de internetsector en lidstaten waarmee het illegaal gebruik van internet voor terroristische doeleinden beter kan worden tegengegaan.

Onder de noemer van het programma Herkenning Digitale Informatie en Fingerprinting worden meerdere projecten uitgevoerd. Deze hebben betrekking op het beter en geautomatiseerd herkennen van objecten, personen en teksten uit websites of databestanden. Zo is bijvoorbeeld deelgenomen aan een internationale benchmark «zoeken in videocollecties», en wordt onderzoek gedaan naar technieken om grafische of audiovisuele bestanden op tekst te doorzoeken. Deze tools zijn ook nuttig bij het opsporen en bestrijden van terroristische ínformatie op het internet. De voorbereidingen zijn gestart om tools die in ontwikkeling zijn binnen dit programma, op privacybestendigheid te toetsen. Daarmee wordt invulling gegeven aan het principe «security by design».

4. Internationale ontwikkelingen

4.1 Europese CT-ontwikkelingen

Interne Veiligheidsstrategie

In de Interne Veiligheidsstrategie van de Europese Unie worden op het terrein van contraterrorisme belangrijke voorstellen gedaan die aansluiten bij de Europese CT-strategie. Nederland zet zich onder andere in voor betere beveiliging van vervoer door gebruik van nieuwe technologieën om bijvoorbeeld vloeibare explosieven te detecteren en de uitvoering van andere maatregelen uit het Europese Actieplan voor de beveiliging van explosieven. Nederland zal ook Europees inzetten op het in een vroeg stadium onderkennen en aanpakken van terrorismegerelateerde veiligheidsrisico’s die zijn verbonden aan migratie en reisbewegingen. Deze risico’s vragen om een effectieve en efficiënte bewaking van de Schengenbuitengrenzen, en een verbetering van de informatiepositie van rechtshandhavende diensten.

Nederland heeft daarnaast aangestuurd op concrete actiepunten ten behoeve van de aanpak van cybercrime en cybersecurity. Nederland draagt actief bij aan de inspanningen van de EU om deze actiepunten uit te voeren, waaronder de totstandkoming van de digitale agenda voor Europa en de Interne Veiligheidsstrategie. Voorts is een door Nederland ingediend projectvoorstel toegekend, dat op basis van ervaringen met de gedragscode Notice and Takedown een soortgelijke vrijwillige Notice and Takedown-procedure voor private partijen en rechtshandhavende instanties wil ontwikkelen op Europees niveau, bijvoorbeeld op het gebied van «haatzaaien» en «terrorisme». In lijn met de Nationale Cyber Security Strategie (Kamerstukken II 2010/11, 26 643, nr. 174) maakt Nederland zich sterk voor internationale samenwerking en een integrale cybersecurity aanpak ter versterking van de veiligheid van de digitale samenleving. De samenwerking tussen EU en VS is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Voor het faciliteren van deze samenwerking is de EU-VS werkgroep op het terrein van cybercrime en cybersecurity opgericht.

Op 1 augustus 2010 is de overeenkomst tussen de EU en de VS betreffende de uitwisseling van bankgegevens ten behoeve van het Terrorist Finance Tracking Programme (TFTP) in werking getreden. Onlangs heeft een eerste evaluatie plaatsgevonden. De resultaten daarvan zijn gepresenteerd tijdens de JBZ-Raad van 11–12 april 2011. Onderzocht is de wijze waarop Europol zijn taak t.a.v. de verificatie van de Amerikaanse verzoeken heeft uitgevoerd, het aantal meldingen van Amerikaanse zijde over terroristische dreiging aan Europol en Eurojust, en het dataprotectiedeel. De algemene conclusie is dat de overeenkomst goed is geïmplementeerd door beide partijen en adequaat wordt uitgevoerd. Het betreft echter een eerste evaluatie over een korte periode. Er zijn echter wel verbeterpunten. Een van de verbeterpunten is om de transparantie rond de verzoeken van de Verenigde Staten te vergroten en deze verzoeken zoveel mogelijk schriftelijk te laten onderbouwen. De Europese Commissie werkt momenteel aan een eerste oriëntatie op de ontwikkeling van een EU-TFTP systeem. Aan het begin van de zomer zal zij de uitkomsten presenteren van een studie naar de haalbaarheid van een EU TFTP. Na consultatie van de Raad en het Europees Parlement volgt dan naar verwachting begin 2012 een concreet voorstel. Nederland is actief bij dit proces betrokken.

Tot slot zet het huidig voorzitterschap van de Europese Unie in op een grotere coherentie tussen het interne en externe beleid. Dat heeft van harte de steun van Nederland. Daarbij is voor Nederland wel belangrijk dat er een goede taakverdeling is tussen de Europese Dienst voor Externe Optreden (EDO), het eigen externe beleid van lidstaten, de rol voor de Commissie en de Europese CT-coördinator – de heer De Kerchove.

Passenger name records

In februari heeft de Europese Commissie een voorstel voor een richtlijn gepresenteerd betreffende het gebruik van persoonsgegevens van passagiers voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en zware criminaliteit (EU PNR).

Het kabinet staat positief tegenover dit initiatief, waarover thans in Europees verband wordt gesproken. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn proportionaliteit, gegevensbescherming, de bewaartermijnen en de kosten. Uw Kamer wordt hierover steeds via de geijkte kanalen geïnformeerd.

4.2 Terrorismelijsten

Bij aanwijzingsbesluit van 15 maart zijn de tegoeden van de Tamil Kunst en Culturele Organisatie Nederland (Stcrt. 2011, 5018) en het Tamil Coordinating Committee (Stcrt. 2011, 5019) bevroren. Op 18 april is voorts de nationale bevriezingsmaatregel tegen de Stichting Al-Aqsa hernieuwd (Stcrt. 2011, 7209)* en op 26 april werden de tegoeden van de Stichting Internationale Humanitaire Hulporganisatie Nederland (IHH-Nederland) bevroren (Stcrt. 2011, 7634).

5. Instrumenten en organisatie

5.1 Security awareness & Performance

Het meerjarenprogramma Security awareness & performance (SA&P) is gericht op het vergroten van de veiligheid (security) bij bedrijven en instellingen die een vitale functie hebben voor de Nederlandse samenleving. Alerte medewerkers zijn essentieel om de (voorbereiding van) mogelijk terroristische activiteiten bijtijds te herkennen en adequaat te handelen. Vanuit hun werkomgeving kunnen zij vaak als eerste afwijkend gedrag of een afwijkende situatie signaleren. Binnen het programma, dat een publiekprivaat karakter kent, worden middelen ontwikkeld die het veiligheidsbewustzijn van medewerkers vergroten. Het prestatievermogen van de mens staat centraal bij het oefenen van incidenten en herkennen van afwijkend gedrag en afwijkende situaties. Via real life oefeningen worden vitale instellingen en (semi-)overheden fysiek en via internet binnengedrongen waarbij de veiligheid en de paraatheid tegen terroristische dreigingen worden beoordeeld. De uitkomsten van deze oefeningen vormen een belangrijke schakel in het kweken van meer security en security awareness. Security awareness dient ook op het strategisch beleidsniveau van bedrijfsleven en overheid aandacht te hebben. Dit wordt in samenwerking met CEO’s uit het bedrijfsleven vorm gegeven.

Om het veiligheidsbewustzijn van medewerkers te stimuleren, is de workshop Zeker van je Zaak ontwikkeld in samenwerking met de Politieacademie en de TU Delft. Om de workshop Zeker van je Zaak structureel te kunnen blijven aanbieden, is een e-learning module voor veiligheidsprofessionals ontwikkeld, die begin 2011 is afgerond en voor professionals toegankelijk is gemaakt via de website (www.nederlandtegenterrorisme.nl).

5.2 Beveiliging burgerluchtvaart

Vloeistoffenmaatregelen

Op 29 april jl. is nieuwe regelgeving in werking getreden voor het meenemen van vloeistoffen aan boord van vliegtuigen. De Europese Commissie heeft EU-lidstaten echter geadviseerd om de implementatie van de nieuwe regels uit te stellen. De voornaamste reden hiervan is dat zowel binnen als buiten de EU de harmonisatie van de betreffende maatregel onvoldoende was hetgeen tot onduidelijkheid bij de passagier zou leiden. Nederland heeft, reeds voor het advies van de Europese Commissie, doen besluiten om de implementatie van de nieuwe regels uit te stellen en heeft de Europese Commissie hiervan op de hoogte gesteld.

De nieuwe regels zouden het mogelijk maken dat passagiers afkomstig van buiten de EU, bij een overstap op een EU-luchthaven, hun duty-free vloeistoffen mee mogen nemen. De Nederlandse overheid is voorstander van het vervangen van het verbod op vloeistoffen door het screenen van vloeistoffen, maar is ook van mening dat een opheffing van het verbod op geharmoniseerde wijze dient te worden opgepakt. In Europees verband wordt gewerkt aan het wegnemen van alle beperkingen voor het meenemen van vloeistoffen voor 29 april 2013.

5.3 CBRN-terrorisme

De in vorige Voortgangsrapportages gemelde gecoördineerde inspanningen op nationaal niveau om de kans op CBRN-terrorisme te minimaliseren lopen conform planning. Bij de uitvoering zijn onder andere de vakdepartementen, politie en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten betrokken. Het betreft onder andere weerstandsverhoging bij risicovolle CBRN-onderzoeksinstellingen (2008–2013), de realisatie van één loket voor zowel security als safety van biologische agentia (oplevering medio 2011) en een internationale, wereldwijde oefening ter voorkoming van chemisch terrorisme van INTERPOL, United Nations Interregional Crime and Justice Research Institute (UNICRI), de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW), het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en NCTb (zie de passage over oefenen in deze rapportage).

Op 18 maart jl. is het NFI Field Lab officieel geopend. In het NFI Field Lab kunnen alle partijen uit de veiligheidsketen onder gesimuleerde, maar realistische condities multidisciplinair oefenen met het veiligstellen van sporen op een complexe plaats delict. Dit draagt bij aan een hoger oplossingspercentage en meer efficiency door gebruik van state-of-the-art technologie en door training.

Ook is Nederland in 2011 voorzitter van de Toetsingsconferentie van het Biologische en Toxine Wapensverdrag (BTWC).

5.4 Oefeningen

Van 16–18 november 2010 heeft in Utrecht een door de NCTb en Interpol georganiseerde wereldwijde oefening gericht op (het voorkomen van) biologisch terrorisme (BIOSHIELD GLOBAL) plaatsgevonden. Hieraan namen 80 deelnemers uit 23 verschillende landen deel. De oefening was succesvol en heeft enkele waardevolle leerpunten opgeleverd voor de internationale capaciteit om een biologische aanslag te voorkomen. Voorts is als gevolg van de oefening de internationale trusted community op het terrein van chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair (CBRN) terrorisme verder versterkt. In een reeks van internationale oefeningen (Cobalt 2009, BIOSHIELD GLOBAL) zal de NCTb eind dit jaar wederom een internationale oefening organiseren, ditmaal gericht op (het voorkomen van) chemisch terrorisme.

5.5 (Zelfgemaakte) explosieven

Terroristische en andere criminele organisaties hebben de potentie en onverminderde intentie om explosieven in te zetten. Bij vrijwel alle terroristische aanslagen in West-Europa is gebruik gemaakt van zelfgemaakte explosieven. De vrije verkrijgbaarheid van grondstoffen (bepaalde chemische stoffen) en de beschikbare kennis dragen hier in belangrijke mate aan bij. De AIVD, MIVD, KLPD, het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (MIM), de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD), de Joint Taskforce Counter-IED van Defensie, het NFI, het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de NCTb werken nauw samen aan het voorkomen van dit type aanslagen. Ook wordt samengewerkt met relevante private partijen.

In september 2010 presenteerde de Europese Commissie een conceptverordening die de beschikbaarheid voor particulieren van chemische stoffen met een groot risico dient te beperken*. Dit door de verkoop aan particulieren van risicovolle chemische stoffen te bemoeilijken en de verplichting verdachte transacties te melden. Parallel dient ook gewerkt te worden aan verbeteren van de bewustwording in de hele keten. Vooruitlopend op de verordening hebben FIOD-ECD en KLPD-IPOL een meldpunt gerealiseerd waar (mogelijk) verdachte transacties van chemicaliën gemeld kunnen worden. De onderhandelingen rond de verordening vinden op dit moment plaats.

NFI ontwikkelt een CBRNE Systeem (Bom Data Systeem) voor alle Nederlandse ketenpartners als bijvoorbeeld defensie en politie. Dit biedt een verdere professionalisering van de Nederlandse kennisbasis over (zelfgemaakte) explosieven door gegevens snel, slim en mobiel doorzoekbaar en opvraagbaar te maken. De kwaliteit en veiligheid van het werk van de gebruikers worden zo sterk vergroot. De pilotopzet is in werking en volledige uitrol is gerealiseerd voor 11 november 2011.

5.6 Terrorismefinanciering

In de afgelopen periode heeft de Financial Action Task Force (FATF) onderzocht in hoeverre Nederland voldoet aan de 40 aanbevelingen inzake de bestrijding van witwassen en de negen speciale aanbevelingen inzake de bestrijding van terrorismefinanciering. De evaluatie beschrijft het Nederlandse beleid en doet waar nodig aanbevelingen om bepaalde elementen te versterken* . De evaluatie oordeelt positief over het strafrechtelijk juridisch kader ten aanzien van witwassen, beslaglegging en ontneming van criminele gelden en het bevriezen van terroristische tegoeden. Het evaluatierapport is echter ook kritisch maar opbouwend ten aanzien van enkele specifieke onderdelen van het Nederlandse beleid ten aanzien van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.

Het belangrijkste kritiekpunt betreft de strafbaarstelling van terrorismefinanciering. Zoals mijn ambtsgenoot van Financiën uw Kamer reeds bij brief heeft medegedeeld*, wijkt de wijze van strafbaarstelling in het Nederlandse recht af van de wijze van strafbaarstelling in het merendeel van de FATF-landen. In Nederland is terrorismefinanciering strafbaar als voorbereiding van terroristische misdrijven of als deelneming aan een terroristische organisatie. De FATF geeft, blijkens het rapport, de voorkeur aan een autonome strafbaarstelling van terrorismefinanciering. Inmiddels is besloten in het Wetboek van Strafrecht een autonome strafbaarstelling van terrorismefinanciering op te nemen om dit misdrijf overeenkomstig de aanbevelingen in het rapport duidelijk herkenbaar in de wet te positioneren. De betreffende wetswijziging zal voor het einde van dit jaar aan uw Kamer worden aangeboden.

Het rapport is verder ook kritisch ten aanzien van de effectiviteit van de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland). Er zijn teveel partijen betrokken bij de aansturing van de FIU waardoor de onafhankelijkheid in het geding is. Dit punt van kritiek wordt reeds deels gepareerd door de huidige samenvoeging van de betrokken onderdelen binnen de ministeries van Veiligheid en Justitie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Verder constateert het rapport tekortkomingen in de Wet ter Voorkoming van Witwassen en Terrorismefinanciering. Ten aanzien van de geconstateerde tekortkomingen wordt reeds gewerkt aan een wetswijziging. Het streven is om eind van dit jaar de betreffende wetswijziging aan uw Kamer te doen toekomen. In februari 2013 dient de FATF op de hoogte te worden gesteld van de gerealiseerde verbeteringen.

6. Veiligheidsmaatregelen

6.1 Nationale evenementen

Koninginnedag is dit jaar weer veilig en bovenal feestelijk verlopen, vooral door de inspanningen van de Limburgse organisatie van het evenement en de lokaal betrokken diensten. Ook de NCTb heeft binnen de bestaande gezagsverhoudingen in de voorbereidingen bijgedragen aan het uitstekende verloop van het Koninklijke bezoek aan Limburg. Alle betrokken organisaties, zowel decentraal en landelijk, hebben samengewerkt volgens een eenduidige landelijke werkwijze. De landelijke werkwijze is tot stand gekomen naar aanleiding van de gebeurtenissen op Koninginnedag 2009. Nationale evenementen zijn evenementen die worden bezocht door personen van de limitatieve lijst én waarbij het nationale belang centraal staat én het karakter van het evenement een specifieke of verhoogde druk op de bewaking en beveiliging kan geven (32 054, nr. 1, vergaderjaar 2008–2009). De werkwijze voor nationale evenementen is in samenwerking door de politie, inlichtingen- en veiligheidsdiensten en de NCTb opgesteld. De werkwijze is er op gericht om in gezamenlijkheid tijdens nationale evenementen zoals Koninginnedag, de Nationale Herdenking, Veteranendag en Prinsjesdag, de veiligheid van het verloop van het evenement, de gasten en deelnemers te waarborgen zonder het karakter van het evenement wezenlijk aan te tasten. De werkwijze richt zich ondermeer op de totstandkoming van een geïntegreerd dreigingsbeeld, landelijk afgestemde dreigingsscenario’s en het werken met de systematiek van beveiligingsringen.

De werkwijze is in maart 2011 goedgekeurd door de Raad van Korpschefs en de NCTb. Met de vaststelling van de werkwijze is invulling gegeven aan de conclusies en aanbevelingen over het functioneren van het stelsel bewaken en beveiligen zoals vermeld in de kabinetsreactie op de onderzoeken naar de gebeurtenissen op Koninginnedag 2009*.

De minister van Veiligheid en Justitie,

I. W. Opstelten


XNoot
*

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010-2011, 29 754 nr. 196.

XNoot
*

De Stichting Al-Aqsa staat sinds 27 juni 2003 op de EU-terrorismelijst (2003/482/GBVB). De hernieuwing van de bevriezing op nationaal niveau bestendigt de (juridische) basis voor de plaatsing op de EU-lijst.

XNoot
*

COM (2010) 473.

XNoot
*

Financial Action Task Force, Mutual Evaluation Report. Anti-Money Laundering and Combating the Financing of Terrorism. The Netherlands (25 februari 2011).

XNoot
*

FM/2011/6465 M.

XNoot
*

Tweede Kamer, Vergaderjaar 2008-2009, Brief Koninginnedag 2009, Kamerstuk 32 054, nr. 1.