Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 juni 2014
In de motie van de leden Leijten en Bruins Slot wordt de regering verzocht om uit
te laten zoeken of de huisarts – eventueel met tussenkomst van de geriatrisch specialist
– direct kan doorverwijzen naar geriatrische revalidatiezorg indien ziekenhuisopname
evident overbodig is.
In mijn reactie op de motie1 van 16 oktober 2013 heb ik aangegeven dat ik de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij
tot bevordering der Geneeskunst gevraagd heb dit onderwerp op te pakken. Dit heeft
geresulteerd in de zorginhoudelijke analyse door de betrokken wetenschappelijke verenigingen
welke ik 19 maart 2014 (Kamerstuk 29 689, nr. 501) aan uw Kamer heb gestuurd. Vervolgens heb ik Zorginstituut Nederland gevraagd om
aan de hand van deze zorginhoudelijke analyse de huidige voorwaarden voor geriatrische
revalidatiezorg te bezien en mij hierover te adviseren. Bijgaand treft u het advies
van Zorginstituut Nederland en mijn beleidsreactie hierop2.
Verbetering toegang geriatrische revalidatiezorg
Zorginstituut Nederland adviseert om de toegang tot de geriatrische revalidatiezorg
te verbeteren door deze zorg voor een specifieke patiëntengroep ook toegankelijk te
maken zonder dat voorafgaande ziekenhuisopname heeft plaatsgevonden. Het gaat hierbij
om patiënten bij wie sprake is van een acute aandoening waardoor acute mobiliteitsstoornissen
en/of afname van zelfredzaamheid is opgetreden en bij wie een geriatrisch assessment
is verricht waaruit blijkt dat de cliënt tot de doelgroep voor geriatrische revalidatiezorg
behoort, en voor die patiënt een initieel behandelplan is opgesteld. Als aanvullende
punten voor goede invoering noemt Zorginstituut Nederland dat het van belang is dat
zorgverzekeraars en beroepsgroepen concrete afspraken maken over de (continue) beschikbaarheid
van geriatrische expertise3 in het ziekenhuis (spoedeisende hulp of geriatrische spoedkliniek) en dat zorgverzekeraars
en zorgaanbieders concrete afspraken maken over de (24 uurs) toegankelijkheid van
geriatrische revalidatie. Daarnaast is het van belang dat er een zorgstandaard komt
en dat er duidelijkheid komt over de bekostiging van eerstelijnsverblijf. Mogelijk
kan op de langere termijn (deels) een verschuiving plaatsvinden naar de eerste lijn.
Een belangrijke randvoorwaarde hiervoor is dat door betrokken partijen een zorgstandaard
wordt opgesteld, welke nu nog niet beschikbaar is.
Ik deel de visie van Zorginstituut Nederland en vind het belangrijk dat dit zo spoedig
mogelijk wordt gerealiseerd. Daarom pas ik het Besluit zorgverzekering hierop aan
en wordt voor de relevante patiëntengroep de voorwaarde van voorafgaand ziekenhuisverblijf
aangepast. Hierdoor wordt geriatrische revalidatie ook toegankelijk na een geriatrische
assessment in het ziekenhuis, zonder dat er sprake hoeft te zijn van verblijf in het
ziekenhuis (zie hiervoor bijgaande bijlage)4. Het concept besluit tot wijziging van het Besluit zorgverzekering hangt momenteel
voor in uw Kamer.
Ook op het punt van de zorgstandaard deel ik de visie van Zorginstituut Nederland.
Zolang het ontbreekt aan een duidelijke en breed gedragen standaard5 en toepassing hiervan handhaaf ik de toegang tot geriatrische revalidatiezorg via
het ziekenhuis. Ik ga ervanuit dat partijen verantwoordelijkheid nemen voor de beschikbaarheid
van geriatrische expertise in het ziekenhuis (spoedeisende hulp of geriatrische spoedkliniek)
en beschikbaarheid van geriatrische revalidatie. Over de vormgeving van eerstelijnsverblijf
informeer ik u seperaat.
«Spijtoptantenregeling»
Op het punt van toegang tot geriatrische revalidatie aansluitend op ziekenhuisverblijf
is uit de zorginhoudelijke analyse gebleken dat er in de praktijk een kleine groep
cliënten is die geïndiceerd is voor geriatrische revalidatie, maar daarvan afziet,
ondanks goede voorlichting tijdens het ziekenhuisverblijf. Eenmaal thuis blijkt zo’n
cliënt binnen enkele dagen spijt te krijgen en toch gebruik te willen maken van de
voor de cliënt noodzakelijke, geïndiceerde geriatrische revalidatie. Zorginstituut
Nederland stelt dat de bepaling op dit punt niet aangepast hoeft te worden omdat in
de praktijk de specialist ouderengeneeskunde en de medisch adviseur van de zorgverzekeraar
wel een oplossing hiervoor kunnen vinden. Omdat dat in de praktijk niet altijd het
geval blijkt te zijn en de bepaling toch zo wordt uitgelegd dat er sprake moet zijn
van «direct» aansluitend, besluit ik om vast te houden aan het besluit Zorgverzekeringen
zoals nu voorhangt bij uw Kamer waarbij geregeld is dat de geriatrische revalidatie
binnen een week moet aansluiten op het ziekenhuisverblijf.
De Minister van Volksgezondheid,Welzijn en Sport, E.I. Schippers