Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929689 nr. 1020

29 689 Herziening Zorgstelsel

Nr. 1020 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 augustus 2019

In mijn brief van 29 augustus 2018 (Kamerstuk 29 689, nr. 934) aan uw Kamer heb ik langdurige, actieve fysiotherapie bij patiënten met axiale spondyloartritis (hierna: AXSPA) met ernstige functionele beperkingen en langdurige, actieve fysiotherapie bij patiënten met reumatoïde artritis (hierna: RA) met ernstige functionele beperkingen aangemerkt als «potentiële kandidaat» voor voorwaardelijke toelating tot het basispakket van de zorgverzekering (hierna: VT)1.

In de brieven van 21 mei 2018 (Kamerstuk 29 689, nr. 905) en 6 juli 2018 (Kamerstuk, 29 689, nr. 930) heb ik aangegeven dat vanaf 2019 de regeling voor voorwaardelijke pakkettoelating wordt vervangen door een subsidieregeling voor veelbelovende zorg. Die subsidieregeling is per 1 februari 2019 in werking getreden (Stcrt. 2019, nr. 1444). Om geen gat te laten ontstaan in de tussenliggende periode heb ik in 2017 en voorjaar 2018 nog de gelegenheid gegeven om onderzoeksvoorstellen bij het Zorginstituut Nederland in te dienen. Voor RA en AXSPA zijn destijds onderzoeksvoorstellen ingediend, waardoor ik beide vormen van zorg in augustus 2018 heb aangewezen als potentiële kandidaten voor voorwaardelijke toelating. Partijen zijn vervolgens aan de slag gegaan met de verdere uitwerking van de onderzoeksvoorstellen en het opstellen van de convenanten.

Het Zorginstituut heeft mij per brieven van 23 juli 2019 positief geadviseerd om deze behandelingen voorwaardelijk toe te laten tot het basispakket van de zorgverzekering. Op basis hiervan heb ik besloten om RA en AXSPA voorwaardelijk toe te laten tot het basispakket van de zorgverzekering per 1 oktober 2019 voor de periode van vier jaar. Er zal geen nevenonderzoek worden opgezet, omdat dit volgens het Zorginstituut de haalbaarheid van het hoofdonderzoek kan belemmeren.

Mocht gedurende de voorwaardelijke toelatingsperiode blijken dat het gereserveerde budget wordt overschreden, dan kan worden besloten om de voorwaardelijke toelating voortijdig te beëindigen.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins


X Noot
1

Kamerstuk 29 689, nr. 615.