Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201829684 nr. 154

29 684 Waddenzeebeleid

Nr. 154 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT EN VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 januari 2018

In het regeerakkoord «Vertrouwen in de toekomst» heeft het kabinet aangekondigd dat er «één beheerautoriteit voor de Waddenzee komt die een integraal beheerplan uitvoert, waardoor betere bescherming van natuurgebieden gecombineerd wordt met beter visbeheer». Met deze brief informeren wij u over de verkenning om te komen tot één beheerautoriteit voor de Waddenzee.

De Waddenzee is UNESCO Werelderfgoed met droogvallende platen en intergetijdengebieden op de eilandstaarten (kwelders en strandvlakten). Het gebied is onderdeel van de internationale Waddenzee dat zich uitstrekt van Harlingen tot Esbjerg in Denemarken. Het vormt een onmisbare schakel in de trekroute van miljoenen vogels. Het Nederlandse deel is het grootste en één van de mooiste natuurgebieden die ons land rijk is. Daarnaast wordt in het Waddengebied ook gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Dat betekent balanceren tussen economie en ecologie, tussen beleven en beschermen met als uitgangspunt de natuur en natuurlijke processen zo min mogelijk te verstoren.

Samenwerkingsagenda Beheer Waddenzee

In 2013 heeft de Algemene Rekenkamer onderzoek gedaan naar natuurbescherming, natuurbeheer en ruimtelijke inrichting in het Waddengebied. De Rekenkamer constateert dat het uitblijven van natuurontwikkeling in het Waddengebied en de belemmeringen die initiatiefnemers ondervinden te maken hebben met één en hetzelfde probleem: een complexe natuurbeheerstructuur waarin afstemming en uitwisseling van informatie niet goed loopt, er niet voldoende doelmatig wordt (samen)gewerkt en één natuurbeheerder voor het gebied ontbreekt.

In reactie hierop is door het Regiecollege Waddengebied (RCW) de Samenwerkingsagenda Beheer Waddenzee 2014–2018 opgesteld. Met deze agenda werken de beheerders stapsgewijs aan de optimalisatie van het beheer en toe naar de situatie «als ware men één beheerder» in 2018. Deze aanpak is door onze voorgangers aan u toegestuurd (Kamerstuk 29 684, nr. 124). De tussenevaluatie uit 2016 laat zien dat de beheerders steeds beter samenwerken en stappen hebben gezet, zoals aangegeven in de brief van 6 juli 2017 (Kamerstuk 29 684, nr. 152). De Samenwerkingsagenda gaat over het gehele beheer van het Waddengebied, van natuurbeheer tot beheer van het watersysteem, van waterveiligheid tot toerisme en van economische ontwikkeling tot ruimtelijke ordening en loopt eind 2018 af. Dit kabinet vindt echter dat we hier meer werk moeten maken om tot een samenhangend natuurbeheer te komen. Dit heeft geresulteerd in het voornemen om te komen tot één beheerautoriteit.

Verkenning beheerautoriteit

In lijn met de tekst van het regeerakkoord, richten wij ons op het UNESCO werelderfgoed Waddenzee. Met de Waddenzee wordt het groot oppervlaktewater (inclusief droogvallende platen, kwelders en Eems-Dollard) als begrensd in de Waterregeling bedoeld. Deze valt samen met de begrenzing van de PKB Waddenzee en tevens de grens van het Natura2000-gebied Waddenzee.

Volgens het regeerakkoord zijn natuur- en visbeheer de beheerthema’s waarover de beheerautoriteit zou moeten gaan. Het verdient aanbeveling om ook het thema water hierbij te betrekken aangezien natuur- en visbeheer in de Waddenzee daarmee onlosmakelijk zijn verbonden en de Waddenzee als een geïntegreerd systeem van natuur (waaronder vis) en water wordt gezien.

Wij hechten aan een onafhankelijke verkenning op basis van de huidige wettelijke kaders. De verkenning wordt uitgevoerd in samenwerking met de betrokken partijen. Draagvlak en zorgvuldigheid zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Voor de verkenning worden de volgende randvoorwaarden meegegeven:

  • Een voor de verschillende stakeholders herkenbare en aanspreekbare organisatievorm (inclusief politieke aansturing) van de beheerautoriteit, die gezaghebbend en slagvaardig is, rekening houdend met het feit dat de verantwoordelijkheden op verschillende overheidsniveaus liggen en er geen sprake kan zijn van centralisatie of decentralisatie van taken;

  • Eén samenhangende en planmatige aanpak van natuur- en visbeheer waarin alle aspecten van het beheer (natuur, vis en water) samen komen waaronder ook de taken die voortvloeien uit het UNESCO Werelderfgoed Waddenzee (promotie, educatie en draagvlakvergroting);

  • Het advies zodanig vorm te geven dat de autoriteit begin 2019 van start kan gaan.

Het streven is om uw Kamer na het zomerreces te informeren over de uitkomst van de verkenning en over de contouren van de te vormen beheerautoriteit.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten