Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 oktober 2017
Op 26 september heeft de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie mij verzocht
haar te informeren op welke wijze er toezicht wordt uitgeoefend op het water. Dit
naar aanleiding van een brief van een drietal politievakorganisaties namens een deel
van de politiemedewerkers van de Dienst Infrastructuur Landelijke Eenheid d.d. 6 juli
2017.
Onderstaand informeer ik u over de wijze waarop het politietoezicht te water politiebreed
plaatsvindt, inclusief de rol die de Landelijke Eenheid hierin speelt. Voor een uitgebreider
overzicht van de inrichting van deze specifieke taak verwijs ik naar het Inrichtingsplan
Nationale Politie, dat in december 2012 aan de Kamer is aangeboden (bijlage bij Kamerstuk
29 628, nr. 346).
Tevens ga ik kort in op de stand van zaken van het inrichtingsproces voor wat betreft
de politietaak te water bij de Landelijke Eenheid en de ontwikkelingen in het overleg
met de politievakorganisaties hierover na 6 juli jl.
Toezicht op het water
De politietaak te water beperkt zich niet alleen tot inzet vanuit de Landelijke Eenheid.
De regionale eenheden van de politie voeren gebiedsgebonden politietaken op het water
uit, zoals het afhandelen van noodmeldingen, toezicht bij evenementen op het water
of handhaving op recreatiewater. Vanzelfsprekend hebben zij daarvoor vaartuigen tot
hun beschikking. Aanvullend kunnen de regionale eenheden opstappen bij vaartuigen
van onder meer de brandweer, Rijkswaterstaat en de Koninklijke Marechaussee.
Daarnaast is er een specifieke uitvoering van de politietaak te water binnen de eenheid
Rotterdam, te weten de Zeehavenpolitie Rotterdam, die zich binnen een geografisch
afgebakend werkgebied onder meer richt op nautisch toezicht, milieuhandhaving, bestrijding
van criminaliteit, grensbewaking en het afhandelen van incidenten op het water.
Naast de regionale eenheden voert ook de Dienst Infrastructuur van de Landelijke Eenheid
de politietaak te water uit. Vanuit een integraal perspectief voert deze dienst taken
uit op het gebied van opsporing, toezicht en handhaving op het brede terrein van infrastructuur:
weg, water, spoor en lucht. Voor wat betreft de politietaak te water is de dienst
daarbij actief op de doorgaande vaarwegen, ruime binnenwateren en de Noordzee. Daarnaast
biedt de dienst ondersteuning op het gebied van middelen en expertise aan regionale
eenheden. Dat kan gaan om bijvoorbeeld speciale vaartuigen, gezagvoerders of duikploegen.
Anders dan vóór de vorming van de nationale politie is er dus geen sprake meer van
een aparte Dienst Waterpolitie, zoals er bijvoorbeeld ook geen aparte Dienst Verkeerspolitie
meer is. Ten behoeve van integraliteit en effectiviteit zijn de taken op dit gebied
ondergebracht in de genoemde Dienst Infrastructuur van de Landelijke Eenheid. Bij
de uitvoering en prioritering van de werkzaamheden van deze dienst staat het veiligheidsbeeld
centraal. Naast ondersteuning van de regionale eenheden met expertise en middelen,
heeft de Dienst Infrastructuur van de Landelijke Eenheid een eigenstandige operationele
focus gericht op mobiel banditisme, transportcriminaliteit, bijdrage aan terrorismebestrijding
en aanpak van uitbuiting en mensenhandel. Deze taken worden uitgevoerd met en vanuit
een integrale kennis ten aanzien van infrastructuur (weg, water, spoor én lucht).
Ik realiseer me dat dit breekt met een langjarige werkwijze binnen het Korps landelijke
politiediensten (KLPD) als voorganger van de Landelijke Eenheid en dat dit van individuele
medewerkers een forse aanpassing vraagt.
Inrichting en ontwikkelingen overleg politievakorganisaties
Naast de bovenstaande informatie over het toezicht op het water informeer ik u ook
graag kort over de stand van zaken van het inrichtingsproces voor wat betreft de politietaak
te water bij de Landelijke Eenheid, omdat een groot deel van de brief van de politievakorganisaties
van 6 juli jl. hieruit lijkt voort te komen.
De korpschef heeft mij laten weten dat ten aanzien van de inrichting van de politietaak
te water bij de Dienst Infrastructuur en de Zeehavenpolitie Rotterdam, conform afspraak
met de vakorganisaties en met betrokkenheid van medewerkers, inmiddels het daartoe
afgesproken proces is toegepast (de in de brief van de vakorganisaties genoemde «Process-flow»).
De gevolgde procedure en het resultaat daarvan is recent besproken in het overleg
tussen vakorganisaties, korpsleiding en mijn ministerie, waarbij is afgesproken dat
uit kan worden gegaan van de door de korpschef vastgestelde aantallen medewerkers
per functie.
Deze inrichting is ook nog onderwerp van overleg met de medezeggenschap. Voor wat
betreft de inrichting van de politietaak te water bij de Dienst Infrastructuur van
de Landelijke Eenheid heeft de medezeggenschap zich tot de Ondernemingskamer gewend.
Na afronding van deze procedure wordt conform het Besluit algemene rechtspositie politie
(BARP) en het Besluit landelijk sociaal statuut politie (LSS) een reorganisatieplan
opgesteld, waarin onder meer een plaatsingssystematiek wordt opgenomen. Ook daar zal
de ondernemingsraad bij worden betrokken.
Er wordt kortom een zorgvuldig proces doorlopen om te komen tot de nieuwe inrichting
van de politietaak te water bij de Landelijke Eenheid. Op 15 september hebben de vakorganisaties
laten weten dat zij de acties «boten aan de kant» hebben opgeschort.
De Minister van Veiligheid en Justitie,
S.A. Blok